Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:6678

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-07-2021
Datum publicatie
10-08-2021
Zaaknummer
9185713
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Arbeidszaak. De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat het ontslag van een helikopterpiloot moet worden vernietigd. De reden daarvoor is dat de werkgever de zogenoemde wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. De werkgever wordt ook veroordeeld tot loonbetaling en tewerkstelling van de piloot.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-1021
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 9185713 \ AO VERZ 21-39 (PA)

Uitspraakdatum: 28 juli 2021

Beschikking in de zaak van:

[eiser] , wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. A. Stege

tegen

de besloten vennootschap CHC Helicopters Netherlands B.V., gevestigd te Den Helder

verwerende partij

verder te noemen: CHC

gemachtigde: mr. J.T.P. Pot en mr. A.M.W. Peters

Samenvatting van de zaak en de uitspraak

De kantonrechter oordeelt in deze zaak dat het ontslag van een helikopterpiloot moet worden vernietigd. De reden daarvoor is dat de werkgever de zogenoemde wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. De werkgever wordt ook veroordeeld tot loonbetaling en tewerkstelling van de piloot.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft een verzoek gedaan om de opzegging door CHC van zijn arbeidsovereenkomst te vernietigen. CHC heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 22 juni 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [eiser] en CHC hebben ook pleitaantekeningen overgelegd.

2 De feiten

2.1.

CHC is een onderneming die personen vervoert met helikopters. [eiser] is op 2 januari 2002 bij CHC in dienst getreden en zijn laatste functie was Captain (helikopterpiloot).

2.2.

Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen heeft CHC toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met [eiser] op te zeggen wegens een bedrijfseconomische reden.

2.3.

CHC heeft de arbeidsovereenkomst met [eiser] opgezegd op 20 januari 2021 en met ingang van 1 maart 2021.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

[eiser] verzoekt de kantonrechter de opzegging van de arbeidsovereenkomst door CHC te vernietigen en CHC te veroordelen tot tewerkstelling van [eiser] en betaling van loon. Aan dit verzoek legt [eiser] ten grondslag – kort weergegeven – dat CHC de zogenoemde wederindiensttredingsvoorwaarde heeft geschonden. Volgens [eiser] heeft CHC binnen 26 weken na de opzegging dezelfde werkzaamheden als die welke [eiser] verrichtte voordat de arbeidsovereenkomst werd opgezegd, door een ander laten verrichten, en heeft CHC [eiser] niet in de gelegenheid gesteld zijn vroegere werkzaamheden te hervatten.

3.2.

CHC vindt dat het verzoek om vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst moet worden afgewezen. CHC stelt – samengevat – dat zij de wederindiensttredingsvoorwaarde niet heeft geschonden en dat er sprake is van een redelijke grond voor de opzegging. Daarbij wijst CHC erop dat zij vanwege een tijdelijke opdracht in Aberdeen (Schotland) twee helikopterpiloten, [xxx] en [yyy] (hierna: [xxx] en [yyy] ), werkzaamheden heeft laten verrichten, maar dat het ging om incidentele en tijdelijke werkzaamheden als noodoplossing, zodat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet is geschonden.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de opzegging van de arbeidsovereenkomst door CHC moet worden vernietigd.

4.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter moet die opzegging worden vernietigd. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

4.3.

Op grond van de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), kan de kantonrechter op verzoek van de werknemer de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever vernietigen, indien de werkgever binnen 26 weken na een opzegging wegens een bedrijfseconomische reden, dezelfde werkzaamheden als die welke de werknemer verrichtte voordat de arbeidsovereenkomst werd opgezegd, door een ander laat verrichten en hij de voormalige werknemer niet in de gelegenheid heeft gesteld zijn vroegere werkzaamheden op de bij de werkgever gebruikelijke voorwaarden te hervatten (artikel 7:681 lid 1, onderdeel, d, BW). Dit is de wederindiensttredingsvoorwaarde.

4.4.

De wederindiensttredingsvoorwaarde brengt na een groepsontslag mee dat de werknemer wiens arbeidsovereenkomst op grond van zogenoemde afspiegelingsbeginsel als laatste in aanmerking kwam voor opzegging, als eerste in de gelegenheid moet worden gesteld zijn vroegere werkzaamheden te hervatten (artikel 19 van de Ontslagregeling).

4.5.

In het kader van de wederindiensttredingsvoorwaarde moet onder ‘dezelfde werkzaamheden’ worden verstaan uitwisselbare functies (Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, C, pag. 111). Een functie is uitwisselbaar met een andere functie als de functies vergelijkbaar zijn voor zover het betreft onder meer de inhoud van de functie en de voor de functie vereiste kennis, vaardigheden en competenties (artikel 13 van de Ontslagregeling).

4.6.

Vast staat dat CHC twee helikopterpiloten, eerdergenoemde [xxx] en [yyy] , heeft ingezet voor het uitvoeren van vluchten vanuit Aberdeen met een helikopter type S-92 in de periode tot 1 april 2021. Niet in discussie is dat voor het vliegen met een type S-92 een certificering vereist is, waarover [eiser] niet beschikt. [eiser] heeft wel een certificering voor een helikopter type AW-139 en dat is ook de helikopter waarmee hij zijn werkzaamheden voornamelijk uitvoerde.

4.7.

CHC hoefde de werkzaamheden met een helikopter type S-92 niet aan te bieden aan [eiser] en de wederindiensttredingsvoorwaarde is ten aanzien van deze werkzaamheden daarom ook niet geschonden. De wederindiensttredingsvoorwaarde geldt immers alleen in geval van dezelfde, uitwisselbare werkzaamheden. De werkzaamheden met een helikopter type S-92 zijn niet dezelfde werkzaamheden als waaruit [eiser] is ontslagen. De werkzaamheden met een helikopter type S-92 zijn ook niet uitwisselbaar met de werkzaamheden waaruit [eiser] is ontslagen, omdat hij niet beschikt over de vereiste certificering voor een type S-92 en dus niet de daarvoor vereiste kennis, vaardigheden en competenties heeft.

4.8.

Vast staat ook dat de werkzaamheden van [xxx] en [yyy] met een helikopter type S-92 zijn geëindigd op 1 april 2021 en dat zij daarna zijn ingezet voor werkzaamheden met een helikopter type AW-139. Op het moment van de zitting in deze zaak werden die werkzaamheden nog steeds gedaan door [xxx] en [yyy] , dus inmiddels bijna drie maanden. Op de zitting heeft CHC de verwachting uitgesproken dat die werkzaamheden in ieder geval nog tot september 2021 zullen voortduren.

4.9.

CHC moest op grond van de wederindiensttredingsvoorwaarde de werkzaamheden die [yyy] vanaf 1 april 2021 uitvoert met een helikopter type AW-139 wel aanbieden aan [eiser] . Dat zijn immers dezelfde werkzaamheden als die welke [eiser] vóór de opzegging van de arbeidsovereenkomst verrichtte en daarmee zijn het ook uitwisselbare werkzaamheden. Verder is niet in geschil dat het afspiegelingsbeginsel meebrengt dat de arbeidsovereenkomst van [yyy] eerder dan die van [eiser] in aanmerking kwam voor opzegging, zodat [eiser] als eerste en vóór [yyy] in de gelegenheid moest worden gesteld de werkzaamheden vanaf 1 april 2021 met een helikopter type AW-139 te verrichten. CHC heeft geen aanbod aan [eiser] gedaan en hem niet in de gelegenheid gesteld die werkzaamheden te gaan doen. Gelet hierop heeft CHC de wederindiensttredingsvoorwaarde dus geschonden.

4.10.

Het verweer van CHC dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet is geschonden, omdat de werkzaamheden van [yyy] met een helikopter type AW-139 na 1 april 2021 tijdelijk en niet structureel van aard zijn, treft geen doel. Uit de tekst en toelichting bij de wettelijke bepalingen over de wederindiensttredingsvoorwaarde volgt niet dat de verplichting om dezelfde werkzaamheden eerst aan de ontslagen werknemer aan te bieden uitsluitend geldt als sprake is van werkzaamheden voor onbepaalde tijd en met een structureel karakter. Bepalend is of na opzegging blijkt dat er weer werk is voor de betreffende ontslagen werknemer (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, 3, pag. 48). Dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet alleen ziet op werkzaamheden voor onbepaalde tijd of met een structureel karakter volgt ook uit het feit dat die voorwaarde eveneens geldt als de werkgever de werkzaamheden door een zelfstandige laat verrichten (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 8, pag. 19). Daarbij komt dat de wettelijke bepalingen mede als doel hebben om de werkgever te stimuleren de wederindiensttredingsvoorwaarde na te leven (Kamerstukken I, 2013-2014, 33 818, C, pag. 113). Bij dat doel past niet dat moet komen vast te staan dat sprake is van werkzaamheden voor onbepaalde tijd of met een structureel karakter, temeer omdat er ook geen duidelijk criterium is om te bepalen wanneer werkzaamheden een structureel karakter hebben.

4.11.

Bovendien geldt dat de werkzaamheden van [yyy] met een helikopter type AW-139 in ieder geval (zullen) worden verricht in de periode van 1 april 2021 tot 1 september 2021, dat [yyy] door CHC “beschikbaar” wordt gehouden tot 1 december 2021, en dat nog niet met zekerheid gezegd kan worden dat de werkzaamheden daarna zonder meer zullen eindigen. Gelet daarop moet worden geoordeeld dat de werkzaamheden van [yyy] met een helikopter type AW-139 in ieder geval niet zodanig tijdelijk of incidenteel van aard zijn dat deze niet hoeven te worden aangeboden aan [eiser] . CHC heeft overigens geen gegevens of stukken overgelegd waaruit blijkt wat de afspraken met [yyy] zijn over de betreffende werkzaamheden en onder welke voorwaarden die werkzaamheden worden verricht, zodat het door CHC gestelde incidentele en tijdelijke karakter daarvan ook niet kan worden vastgesteld.

4.12.

De stelling van CHC dat de wederindiensttredingsvoorwaarde niet geldt voor de werkzaamheden die zij na 1 april 2021 door [yyy] laat verrichten, omdat [yyy] geen ‘nieuwe’ werknemer is en hij al bij haar in dienst was, gaat niet op. Gelet op de wettelijke bepalingen over de wederindiensttredingsvoorwaarde kan die voorwaarde ook zien op werknemers die CHC al in dienst had, zoals [yyy] . Het gaat om werkzaamheden die een werkgever ‘door een ander laat verrichten’ en daaronder kunnen ook andere werknemers van de werkgever worden begrepen. Dat blijkt ook uit het feit dat bij een groepsontslag de wederindiensttredingsvoorwaarde meebrengt dat de werknemer die op grond van het afspiegelingsbeginsel als laatste in aanmerking kwam voor ontslag, als eerste in de gelegenheid moet worden gesteld zijn vroegere werkzaamheden te hervatten, zoals hiervoor is overwogen. Hieruit volgt dat de wederindiensttredingsvoorwaarde ook van toepassing kan zijn als een werkgever ‘dezelfde werkzaamheden’ door een andere werknemer laat verrichten. Bovendien heeft CHC niet betwist dat zij met [yyy] al was overeengekomen dat zijn arbeidsovereenkomst eindigde per 1 februari 2021 en dat zij nadien nieuwe afspraken heeft gemaakt met [yyy] over de werkzaamheden. Dat komt neer op het in dienst nemen van een werknemer die al uit dienst was.

4.13.

Ter onderbouwing van haar standpunt dat geen sprake kan zijn van het overtreden van de wederindiensttredingsvoorwaarde, omdat CHC geen nieuwe werknemers in dienst heeft genomen, heeft CHC verwezen naar uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam en het Gerechtshof 's-Hertogenbosch (zie de uitspraken van het Gerechtshof Amsterdam van 10 februari 2015 en de uitspraak van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 11 juli 2017, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummers ECLI:NL:GHAMS:2015:370 en ECLI:NL: GHSHE:2017:3141). Die verwijzing leidt niet tot een ander oordeel. De door CHC genoemde uitspraken gaan over de wederindiensttredingsvoorwaarde in het kader van de wettelijke regels die golden vóór 1 juli 2015. Die regels zijn in deze zaak niet van toepassing. Onder dat oude recht ging het om het ‘in dienst nemen’ van een werknemer, terwijl in het huidig recht bepalend is of het werk ‘door een ander’ wordt verricht. Bovendien, als de wederindiensttredingsvoorwaarde alleen zou gelden voor het geval een nieuwe werknemer in dienst wordt genomen, zou de toepassing van het afspiegelingsbeginsel bij groepsontslag kunnen worden ondergraven, omdat dit beginsel nu juist aan de orde is ten aanzien van de werknemers die al bij een werkgever in dienst zijn of waren. Dat geldt ook in dit geval, waarin [eiser] op grond van het afspiegelingsbeginsel voorrang heeft op [yyy] , zoals hiervoor is overwogen.

4.14.

Voor de door CHC genoemde uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant geldt hetzelfde (zie de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 29 februari 2016, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:RBZWB:2016:8610). Daarbij komt dat in die uitspraak is geoordeeld dat geen sprake is van schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde omdat een boventallig verklaarde werknemer voorrang had op de ontslagen werknemer. In deze zaak staat vast dat het [eiser] is die voorrang heeft op [yyy] .

4.15.

Dat het voor CHC praktischer was om [yyy] na 1 april 2021 in te zetten voor werkzaamheden, omdat hij nog in dienst was, is niet relevant. Zo’n praktische afweging kan niet afdoen aan de schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde. Ook de op de zitting door CHC genoemde financiële reden om [yyy] in te zetten in plaats van [eiser] , kan geen rechtvaardiging opleveren voor schending van de wederindiensttredingsvoorwaarde. Hetzelfde geldt voor de stelling van CHC dat vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst van [eiser] een te grote belasting voor haar bedrijf oplevert.

4.16.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat CHC de wederindiensttredingsvoorwaarde heeft overtreden. Het verzoek van [eiser] zal dus worden toegewezen en de opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2021 zal worden vernietigd. Dit leidt ertoe dat de arbeidsovereenkomst is blijven voortbestaan.

4.17.

[eiser] heeft recht op loon, omdat de arbeidsovereenkomst voortduurt. Het verzoek van [eiser] om CHC te veroordelen tot loonbetaling is daarom toewijsbaar. De gevorderde wettelijke verhoging en de wettelijke rente zullen ook worden toegewezen, omdat CHC te laat heeft betaald. De wettelijke verhoging zal worden beperkt tot 20%.

4.18.

Ook het verzoek om CHC te veroordelen om [eiser] te werk te stellen als Captain komt voor toewijzing in aanmerking. De arbeidsovereenkomst duurt voort en [eiser] heeft daarom recht op tewerkstelling, tenzij zwaarwegende belangen van CHC zich daartegen verzetten. Dergelijke belangen zijn onvoldoende gesteld en onvoldoende gebleken.

4.19.

De proceskosten komen voor rekening van CHC, omdat zij ongelijk krijgt.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;

5.2.

veroordeelt CHC tot doorbetaling van loon aan [eiser] met ingang van 1 maart 2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging met een maximum van 20%, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid tot de dag van gehele voldoening;

5.3.

veroordeelt CHC om de overige arbeidsvoorwaarden waarvoor [eiser] in aanmerking kwam voor de opzegging met ingang van 1 maart 2021 aan [eiser] te voldoen;

5.4.

veroordeelt CHC tot wedertewerkstelling van [eiser] in de functie van Captain met ingang van uiterlijk zeven dagen na deze beschikking;

5.5.

veroordeelt CHC tot betaling van de proceskosten van [eiser] , die worden vastgesteld op € 507,00 aan griffierecht en € 747,00 aan salaris voor de gemachtigde van [eiser] ;

5.6.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 28 juli 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter