Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:6383

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-08-2021
Datum publicatie
25-08-2021
Zaaknummer
C/15/317105 / KG ZA 21-303
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Aannemelijk dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat de koper van een tweedehands auto met recht de koopovereenkomst heeft ontbonden. De vordering tot terugbetaling van de koopsom wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/317105 / KG ZA 21-303

Vonnis in kort geding van 4 augustus 2021

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te [plaats 1],

eiser,

advocaat mr. M. Raaijmakers te [plaats 1],

tegen

[gedaagde] ,

handelend onder de naam Autobedrijf [gedaagde],

wonende te [plaats 2],

gedaagde,

verschenen in persoon.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

De zaak in het kort

[eiseres] heeft een tweedehandsauto gekocht van [gedaagde]. De auto bleek niet de eigenschappen te hebben die op de website van [gedaagde] stonden aangegeven. Ook brak de achteras van de auto, en vertoonde de auto ook andere gebreken. [eiseres] heeft daarom de koopovereenkomst ontbonden en vordert terugbetaling van de koopsom, en schadevergoeding.. Ook vordert zij dat de auto weer op naam van [gedaagde] wordt gesteld.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding dd. 13 juli 2021,

  • -

    de mondelinge behandeling op 21 juli 2021.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft een garagebedrijf. Hij heeft in 2020 op zijn website een Daihatsu Cuore uit 2008 (hierna: de auto) te koop aangeboden. Op de website stond daarbij aangegeven dat de auto is voorzien van ESP. ESP is een veiligheidssysteem dat een bestuurder helpt te voorkomen dat een auto gaat slippen.

2.2.

[eiseres] heeft de auto op 28 november 2020 voor een koopprijs van € 2.800,00 van [gedaagde] gekocht en geleverd gekregen.

2.3.

Op 25 december 2020 heeft [eiseres] na het parkeren van de auto een knal gehoord en een bonk gevoeld. Zij kon de handrem niet meer aantrekken, en het rechterachterwiel stond scheef. [gedaagde] heeft de auto laten ophalen, en herstelwerkzaamheden verricht. [eiseres] heeft de auto op 25 januari 2021 weer opgehaald.

2.4.

Nadat op 24 april 2021 het controlelampje van het remsysteem oplichtte, heeft Autobedrijf Hartgerink en [betrokkene] B.V. te [plaats 1] op verzoek van [eiseres] de gebreken aan de auto geïnventariseerd. [eiseres] heeft daarvoor € 250,00 aan Autobedrijf Hartgerink en [betrokkene] B.V. betaald.

2.5.

Op 30 april 2021 heeft [eiseres] volgende aan [gedaagde] geschreven:

“(…)

Afgelopen zaterdag 24 april brandde er plotseling een rood lampje op het dashboard: het

controlelicht van het remsysteem. Ik ben naar de dichtstbijzijnde garage gereden: [betrokkene] in [plaats 1]. Zij lieten mij meteen zien dat er een lekkage van de remvloeistof was bij het rechter achterwiel. Doorrijden was niet verantwoord. Remcilinder moet worden vervangen en de doorweekte remvoering vervangen. Niet alleen

rechts, maar ook links. Kosten indicatie: 430,-

Ik heb hen gelijk gevraagd de auto na te kijken voor een grote beurt, omdat in het onderhoudsboekje staat dat die afgelopen december 2020 gedaan zou moeten worden. Daaruit bleek dat de uitlaatflens aan de voorzijde van de auto gescheurd is. Vervangen en

vastlassen. Kosten indicatie: 350,-

Omdat ik de auto nodig heb en veiligheid voorop staat heb ik akkoord gegeven op bovenstaande reparatie. De onderdelen zijn besteld en vandaag zou de reparatie gedaan worden. Maar ik werd vandaag gebeld door [betrokkene] [voorzieningenrechter: [betrokkene]], dat hij de reparatie had stilgelegd, omdat met het loshalen van de achterwielen bleek dat de achteras niet in orde was:

1) De achterwielophanging van het rechter wiel is gelast en daarna zwart gemaakt.

(Hetzelfde rechter achterwiel dat in afgelopen januari 2021 door jouw garage is gerepareerd, waarvan je zei dat de kosten meevielen en dat alleen de ophangrubbers waren gescheurd en vervangen).

2) De wielophanging links achter is doorgeroest en kan net zo makkelijk afbreken, zoals 25

december 2020 met het rechter achterwiel is gebeurd. Ik begrijp van hun monteurs dat de auto zo niet door een APK keuring komt; De roestvorming bij de wielophanging links is dusdanig, dat dit een halfjaar geleden al zichtbaar moest zijn bij een APK keuring (de auto is 28 oktober 2020 APK gekeurd).

Voor een APK keuring mag de wielophanging niet gelast zijn (zoals hier rechtsachter) aan een drager. De kwaliteit van het laswerk kan niet gecontroleerd worden. Dus de auto komt met een gelaste achteras nooit meer door een APK keuring.

Kosten indicatie achteras: 640,- exclusief 4 manuren werk.

(…)”

2.6.

[gedaagde] heeft de auto op 3 mei 2021 laten ophalen.

2.7.

Per e-mail van 5 mei 2021 heeft [eiseres] laten weten de koopovereenkomst buitengerechtelijk te ontbinden. [eiseres] verzoekt [gedaagde] daarbij het aankoopbedrag van € 2.800,00 aan haar terug te betalen.

2.8.

Met een beroep op dwaling heeft [eiseres] de koopovereenkomst op 8 mei 2021 vernietigd. [eiseres] verzoekt [gedaagde] haar binnen een week een vrijwaringsbewijs te verstrekken, en de koopprijs aan haar terug te betalen. [eiseres] geeft daarbij aan dat zij ook aanspraak maakt op vergoeding van de rekening van € 250,00 van Autobedrijf [betrokkene] B.V. en € 55,56 aan kosten van vervangend vervoer.

2.9.

[gedaagde] heeft [eiseres] op 14 mei 2021 laten weten dat hij niet bereid is de auto terug te nemen.

2.10.

De advocaat van [eiseres] heeft op 28 mei 2021 de koopovereenkomst voor zover nodig nogmaals ontbonden en vernietigd, en [gedaagde] verzocht een schadebedrag te betalen van € 3.400,00.

3 Het geschil

3.1.

[eiseres] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.865,00, vermeerderd met rente en kosten. Ook vordert [eiseres] om [gedaagde] op verbeurte van een dwangsom te veroordelen om de tenaamstelling van de auto te wijzigen.

3.2.

[gedaagde] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De vordering van [eiseres] tot het treffen van een voorlopige voorziening ex artikel 254 Rv is slechts toewijsbaar als niet van haar kan worden gevergd de uitkomst van een bodemprocedure af te wachten en voldoende aannemelijk is dat de bodemrechter op grond van hetzelfde feitencomplex de vordering van [eiseres] zal toewijzen.

4.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag dat de auto niet de eigenschappen en kenmerken bezit die zij op grond van de mededelingen van [gedaagde] mocht verwachten. Hoewel op de website van [gedaagde] stond dat de auto was voorzien van ESP, was dat niet het geval. Na deskundig advies te hebben ingewonnen, bleek de auto ook ernstige gebreken te hebben. De deskundigen vonden de auto te gevaarlijk om de weg op te gaan. Zij achtten het verder onmogelijk dat de auto met een gelaste achteras nog APK zal worden goedgekeurd.

4.3.

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. [gedaagde] ontkent niet dat op zijn website stond dat de auto was voorzien van ESP. Volgens [gedaagde] had daar echter EPS moeten staan, wat betekent dat de auto is voorzien van stuurbekrachtiging. [gedaagde] voert aan dat niet hij verantwoordelijk is voor de foute vermelding, maar het bedrijf dat voor hem de gegevens op de website invult. [gedaagde] kan zich echter niet achter een derde verschuilen. Een autohandelaar blijft er zelf verantwoordelijk voor dat een aangeboden auto daadwerkelijk de eigenschappen heeft waarmee hij de auto op zijn website aanprijst. Daarom staat vast dat de auto niet voldeed aan het aanbod op de website van [gedaagde], en dus niet aan de koopovereenkomst.

4.4.

[gedaagde] heeft voorts de inhoud van de e-mail van [eiseres] van 30 april 2021 onvoldoende gemotiveerd weersproken. Weliswaar betwist [gedaagde] dat een gebroken achteras niet mag worden gelast, maar hij heeft niet genoegzaam aangetoond dat de gelaste breuk van de achteras voldoende veiligheid biedt, en dat een gelaste achteras niet in de weg staat aan een APK-goedkeuring. De overige gebreken die [eiseres] in haar e-mail van 30 april 2021 opsomt, heeft [gedaagde] ook niet weersproken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hoeft [eiseres] deze opeenhoping van gebreken niet te accepteren. Aannemelijk is dat in een bodemprocedure zal worden geoordeeld dat [eiseres] de overeenkomst daarom rechtsgeldig heeft ontbonden.

4.5.

Hieruit volgt dat eveneens aannemelijk is dat de bodemrechter partijen zal verplichten hun verplichtingen uit de koopovereenkomst ongedaan te maken. Dit betekent dat [gedaagde] de koopprijs van € 2.800,00 zal moeten terugbetalen aan [eiseres]. [gedaagde] zal worden veroordeeld dit bedrag bij wijze van voorlopige voorziening aan [eiseres] te betalen. Met het overleggen van de rekening van Autobedrijf [betrokkene] B.V. heeft [eiseres] voldoende onderbouwd dat zij daarnaast door toedoen van [gedaagde] € 250,00 schade heeft geleden. Dit bedrag zal eveneens worden toegewezen. De overige gevorderde schade zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.6.

Op haar beurt zal [eiseres] de auto moeten afgeven aan [gedaagde], en zal [gedaagde] ervoor moeten zorgen dat de auto weer op zijn naam wordt gesteld. De auto staat op dit moment al bij het bedrijf van [gedaagde], zodat alleen de tenaamstelling hoeft te worden aangepast. Om de tenaamstelling te kunnen wijzigen, zal [eiseres] het daarvoor benodigde kentekenbewijs en de tenaamstellingscode aan [gedaagde] moeten verstrekken. [gedaagde] zal op verbeurte van een dwangsom worden veroordeeld de tenaamstelling te wijzigen nadat [eiseres] hem deze documenten heeft verstrekt. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.7.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- betekening oproeping € 127,21

- griffierecht 85,00

- salaris advocaat 656,00

Totaal € 868,21

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 3.050,00 (drieduizendvijftig euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 13 juli 2021 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

gebiedt [gedaagde] de tenaamstelling van de auto te wijzigen, althans de registratie van de naam van [eiseres] aan de auto te beëindigen binnen twee weken na ontvangst van het kentekenbewijs en de tenaamstellingscode,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 100,00 voor iedere dag dat hij niet aan de in 5.2. uitgesproken hoofdveroordeling voldoet, tot een maximum van € 1.000,00 is bereikt,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 868,21,

5.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th.S. Röell en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 4 augustus 2021.1

1 Conc.: 830