Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:5812

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-07-2021
Datum publicatie
28-07-2021
Zaaknummer
9207226 \ AO VERZ 21-54
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Het UWV heeft de werkgever toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen in verband met bedrijfseconomische redenen (de a-grond). De werknemer is het daar niet mee eens en vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te herstellen. De kantonrechter herstelt de arbeidsovereenkomst omdat de herplaatsingsinspanningen van de werkgever niet voldoende waren. De werkgever had duidelijker moeten zijn over het vervallen van de werkzaamheden en over de mogelijkheden en de vereisten voor herplaatsing. Daarnaast is de werkgever tekortgeschoten in haar plicht tot scholing van deze werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0966
XpertHR.nl 2021-20005944
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9207226 \ AO VERZ 21-54

Uitspraakdatum: 16 juli 2021

Beschikking in de zaak van:

[werknemer] ,

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. P. Goettsch

tegen

de besloten vennootschap [werkgever],

gevestigd te [plaats]

verwerende partij

verder te noemen: [werkgever]

gemachtigde: mr. K.J. Hillebrandt

de zaak in het kort

Het UWV heeft de werkgever toestemming gegeven om de arbeidsovereenkomst met werknemer op te zeggen in verband met bedrijfseconomische redenen (de a-grond). De werknemer is het daar niet mee eens en vraagt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst te herstellen. De kantonrechter herstelt de arbeidsovereenkomst omdat de herplaatsingsinspanningen van de werkgever niet voldoende waren. De werkgever had duidelijker moeten zijn over het vervallen van de werkzaamheden en over de mogelijkheden en de vereisten voor herplaatsing. Daarnaast is de werkgever tekortgeschoten in haar plicht tot scholing van deze werknemer.

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een verzoek gedaan, primair om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te herstellen dan wel [werkgever] te veroordelen om deze te herstellen, en subsidiair om ten laste van [werkgever] een billijke vergoeding toe te kennen. [werkgever] heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 28 juni 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting hebben partijen bij brieven van 18 en 23 juni 2021 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werkgever] (hierna: [werkgever]) is een leverancier in de hoortoestellenindustrie en ontwikkelt, produceert en verkoopt hoortoestellen, in-ear-oordopjes en andere geavanceerde akoestische producten. [werkgever] maakt onderdeel uit van een internationale groep. Bij [werkgever] werken ongeveer 120 mensen.

2.2.

[werknemer], geboren op [geboortedatum] 1959, is op 1 november 2010 in dienst getreden bij [werkgever]. De laatste functie die [werknemer] vervulde, is die van Senior Toolmaker, met een bruto maandsalaris van € 4.360,29. In deze functie hield [werknemer] zich onder andere bezig met de CNC techniek. Met deze CNC techniek wordt een mal gemaakt waarmee een prototype gemaakt kan worden.

2.3.

In 2016 heeft een reorganisatie bij [werkgever] plaatsgevonden. Na deze reorganisatie is de focus van [werkgever] in Nederland komen te liggen bij de ontwikkeling van prototypen en nieuwe productplatformen (Research & Development). Een deel van de werkzaamheden die voorheen in Nederland werd verricht, is naar vestigingen van [werkgever] in Azië verplaatst. Bij de reorganisatie zijn 25 arbeidsplaatsen vervallen en is de afdeling waarop [werknemer] werkzaam was gehalveerd, te weten van vier naar twee toolmakers. [werknemer] heeft zijn functie bij deze reorganisatie behouden. Zijn collega toolmaker is in juni 2020 met pensioen gegaan.

2.4.

In november 2019 en juli 2020 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen [werknemer] en zijn leidinggevende. In twee ongedateerde, niet ondertekende gespreksverslagen staat dat is besproken dat [werknemer] zijn vaardigheden moet verbreden, omdat in de toekomst de werkzaamheden waarbij gebruik gemaakt wordt van de CNC techniek zullen afnemen. Ook staat er in dat op den duur met name nog gebruik zal worden gemaakt van andere technieken, te weten 3D printen en Alicona measurement (‘Alicona’). Ten slotte staat in het verslag als actiepunt dat [werknemer] een training op persoonlijk niveau moet volgen om de samenwerking en relatie met collega’s te verbeteren.

2.5.

Op 22 september 2020 is door [werkgever] een beëindigingsovereenkomst aan [werknemer] aangeboden. [werknemer] heeft hiermee niet ingestemd.

2.7.

Op 22 oktober 2020 is de aanvraag voor een ontslagvergunning wegens bedrijfseconomische redenen bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) ingediend. De aanvraag is compleet gemaakt op 4 december 2020.

2.8.

Bij brief van 26 oktober 2020 heeft [werkgever] [werknemer] op non-actief gesteld. [werknemer] heeft bij kort geding dagvaarding wedertewerkstelling gevorderd. Bij vonnis van 14 december 2020 zijn de vorderingen van [werknemer] afgewezen.

2.9.

Het UWV heeft bij besluit van 27 januari 2021 aan [werkgever] toestemming verleend voor opzegging van de arbeidsovereenkomst. [werkgever] heeft de arbeidsovereenkomst op 10 februari 2021 opgezegd, met ingang van 1 april 2021.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt – samengevat – primair om de arbeidsovereenkomst met ingang van 1 april 2021 te herstellen op grond van artikel 7:682 lid 1, onderdeel a, van het Burgerlijk Wetboek (BW), dan wel [werkgever] te veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen. Subsidiair verzoekt [werknemer], indien een werkbare relatie niet meer tot de mogelijkheden behoort, [werkgever] te veroordelen tot betaling van een billijke vergoeding. Daarnaast verzoekt [werknemer] om [werkgever] te veroordelen tot betaling van het salaris vanaf de datum van herstel van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente, een voorziening te treffen voor een eventuele onderbreking van de arbeidsovereenkomst van langer dan zes maanden en bij een onderbreking [werkgever] te veroordelen tot betaling van een vergoeding ter hoogte van het loon.

3.2.

Aan dit verzoek legt [werknemer] ten grondslag – kort gezegd – dat het UWV de ontslagvergunning in strijd met artikel 7:669 lid 3, onderdeel a, BW heeft verleend. De functie van [werknemer] is niet (volledig) komen te vervallen. Daarnaast is hij door [werkgever] niet op de hoogte gesteld dat zijn functie zou vervallen. Door [werkgever] is enkel aangegeven dat [werknemer] zijn vaardigheden moest verbreden, maar niet op welke termijn dit moest gebeuren. Hem is niet gezegd dat hij zijn baan zou kwijtraken als hij zich niet zou verbreden. Daarnaast had [werknemer] door de drukte op de werkvloer geen tijd om zijn vaardigheden te verbreden. Ook heeft er geen herplaatsingsgesprek plaatsgevonden en is niet gesproken over passende functies. De functie van Senior Technical Support Engineer is een passende functie, namelijk een verbreding van de functie van Senior Toolmaker, maar [werknemer] heeft geen reële kans gehad om zijn vaardigheden uit te breiden voor deze functie. Daarom heeft [werkgever] niet aan haar herplaatsingsplicht voldaan.

4 Het verweer

4.1.

[werkgever] verweert zich tegen het verzoek en stelt dat het verzoek tot herstel van de arbeidsovereenkomst moet worden afgewezen. Ook het subsidiaire verzoek om ten laste van haar een billijke vergoeding toe te kennen, dient te worden afgewezen. [werkgever] voert daartoe – samengevat – aan dat al lange tijd duidelijk was dat de functie van [werknemer] op termijn zou vervallen. De CNC machines zijn verouderd en er wordt steeds meer gebruik gemaakt van modernere technieken. [werkgever] is al in een vroeg stadium met [werknemer] in gesprek gegaan over eventuele andere mogelijkheden en heeft hierbij aangegeven dat [werknemer] de technieken van het 3D printen en Alicona onder de knie moest krijgen. Een eventueel passende functie is de functie van Senior Technical Support Engineer en aan [werknemer] is genoeg tijd en begeleiding geboden om hem geschikt te maken voor deze functie. [werknemer] heeft echter geen enkel initiatief getoond om zijn vaardigheden te verbreden zodat hij niet geschikt is voor de functie van Senior Technical Support Engineer. [werkgever] heeft met haar inspanningen aan haar herplaatsingsverplichtingen voldaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden hersteld. Nu [werknemer] ter zitting heeft verklaard zijn primaire verzoek om herstel van de arbeidsovereenkomst te handhaven, wordt het subsidiaire verzoek om toekenning van een billijke vergoeding buiten beschouwing gelaten. [werknemer] heeft immers in overeenstemming met artikel 7:682 lid 1 BW gekozen voor herstel van de arbeidsovereenkomst (en daarmee niet voor een billijke vergoeding).

5.2.

Uit artikel 7:682 lid 1, onderdeel a, BW volgt dat de kantonrechter op verzoek van een werknemer van wie de arbeidsovereenkomst is opgezegd met toestemming van het UWV, de

de arbeidsovereenkomst kan herstellen als de opzegging in strijd is met onder meer artikel 7:669, lid 1, BW. [werknemer] stelt dat de opzegging in strijd is met dit artikel, omdat zijn functie niet is komen te vervallen en omdat [werkgever] niet voldaan heeft aan de herplaatsingsplicht.

5.3.

Bij een ontslagaanvraag op grond van bedrijfseconomische redenen moet de werkgever aannemelijk maken dat (i) er structureel arbeidsplaatsen vervallen door bedrijfsbeëindiging of door maatregelen die om bedrijfseconomische redenen nodig zijn voor een doelmatige bedrijfsvoering, (ii) de juiste volgorde voor ontslag is vastgesteld en (iii) er geen mogelijkheden zijn om de werknemer binnen een redelijke termijn (al dan niet met scholing) te herplaatsen in een andere passende functie binnen de onderneming of groep. Tussen partijen is niet in geschil dat de juiste volgorde voor ontslag is vastgesteld, [werknemer] was namelijk na het pensioen van zijn collega in juni 2020 de enige resterende Senior Toolmaker binnen [werkgever].

5.4.

Ten aanzien van (i) en (iii) zal bij de beoordeling worden gekeken naar de situatie op het moment waarop het besluit tot het verval van de arbeidsplaats is genomen (ex tunc toetsing). De ex nunc toetsing waar [werkgever] naar heeft verwezen (ECLI:NL:HR:2020:283) ziet op herstel van de arbeidsovereenkomst in hoger beroep na ontbinding door de kantonrechter.

vervallen arbeidsplaats wegens bedrijfseconomische redenen

5.5.

Vooropgesteld wordt dat bij de beoordeling van de bedrijfseconomische noodzaak van de door [werkgever] genomen beslissing een zekere mate van terughoudendheid past. De werkgever moet zijn onderneming immers zo kunnen inrichten dat het voortbestaan daarvan ook op langere termijn verzekerd is. Dat is niet alleen in zijn eigen belang, maar ook in het belang van het behoud van werkgelegenheid in meer algemene zin. Er moet dan ook ruimte voor de werkgever zijn een beslissing te kunnen nemen tot het vervallen van arbeidsplaatsen wegens bedrijfseconomische redenen (Kamerstukken II 2013/14, 33818, 3, p. 43). Er is dus sprake van een situatie waarin [werkgever] een zekere vrijheid heeft om beleidskeuzes te maken, ook als deze de individuele rechtsbetrekking met [werknemer] als werknemer treffen. [werkgever] moet zich wel voor haar keuze verantwoorden door onder meer het structureel vervallen van arbeidsplaatsen aannemelijk te maken.

5.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werkgever] voldoende aannemelijk gemaakt dat de functie van [werknemer] wegens bedrijfseconomische redenen is komen te vervallen. Hiertoe is het volgende redengevend.

5.7.

Met de reorganisatie in 2016 is de focus van [werkgever] in Nederland meer komen te liggen bij Research & Development. Een deel van de preproductie, waarbij gebruik werd gemaakt van de CNC techniek, is hiermee verplaatst naar vestigingen van [werkgever] in Azië. Deze reorganisatie heeft er ook toe geleid dat de productontwikkeling voor klanten op een andere manier wordt vormgegeven. De werkzaamheden die vielen onder de functie Senior Toolmaker, zijn ondergebracht in de functie van Senior Technical Support Engineer. Waar [werknemer] zich als Toolmaker met name bezig hield met de CNC techniek, maken de Senior Technical Support Engineers gebruik van een combinatie van verschillende technieken om zo tot de beste oplossing voor de klant te komen. Hierbij wordt nog, zij het in beperktere mate, gebruik gemaakt van de CNC techniek. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van nieuwere technieken zoals 3D printen en Alicona. Die functie is dus breder dan de functie van Senior Toolmaker. Door de ruime mate van verbreding van de functie, is de conclusie dat daarmee de functie van Senior Toolmaker an sich is komen te vervallen. [werkgever] heeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen voldoende aannemelijk gemaakt dat die keuze noodzakelijk is voor een doelmatige bedrijfsvoering. In beginsel is dan ook sprake van een redelijke grond voor de beëindiging voor de arbeidsovereenkomst van [werknemer].

herplaatsingsplicht

5.8.

Omdat de functie Senior Toolmaker is komen te vervallen en niet is gesteld of gebleken dat herplaatsing niet in de rede ligt, zal worden beoordeeld of [werkgever] heeft voldaan aan haar herplaatsingsverplichtingen.

5.9.

In de Ontslagregeling is een nadere uitwerking gegeven over herplaatsing en de redelijke termijn als bedoeld in artikel 7:669 lid 1 BW. Artikel 9 lid 1 sub a van de Ontslagregeling bepaalt dat bij de beoordeling of binnen de onderneming een passende functie beschikbaar is, arbeidsplaatsen worden betrokken waarvoor een vacature bestaat of binnen de redelijke termijn zal ontstaan. Daarbij moeten ook worden betrokken passende functies die worden bezet door – kort gezegd – uitzendkrachten, oproepkrachten, ingeleend personeel, werknemers die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt, werknemers met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd die van rechtswege eindigt binnen de redelijke termijn en zelfstandigen (artikel 9 lid 1 sub b Ontslagregeling). Onder een passende functie wordt in dit verband verstaan een functie die (met behulp van scholing binnen een redelijke termijn) aansluit bij de opleiding, ervaring en capaciteiten van een werknemer (artikel 9 lid 3 Ontslagregeling). Uit de toelichting volgt dat het aan de werkgever is om te beoordelen welke werknemer het meest geschikt is voor het vervullen van eventuele vacatures, waarbij hij zijn keuze uiteraard wel moet verantwoorden als die ter discussie wordt gesteld. De verplichting tot herplaatsing beoogt niet een resultaatsverplichting voor de werkgever in het leven te roepen. Het gaat om een inspanningsverplichting, om wat in de gegeven omstandigheden in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd (ECLI:NL:HR:2019:64).

5.10.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werkgever] zich onvoldoende ingespannen om [werknemer] te herplaatsen. Daartoe is het volgende redengevend.

5.11.

Volgens artikel 10 lid 4 Ontslagregeling vangt de redelijke herplaatsingstermijn aan op de dag waarop wordt beslist op het verzoek om toestemming voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst. Gesteld noch gebleken is dat na de beslissing van het UWV van 27 januari 2021 herplaatsingsinspanningen zijn verricht. Voor zover [werkgever] stelt dat zij zich in plaats daarvan (langer dan zij verplicht is) voor de herplaatsing van [werknemer] heeft ingespannen, althans dat zij uit die inspanning mocht afleiden dat de herplaatsingsinspanningen na het verlenen van de ontslagvergunning geen resultaat zouden hebben geldt het volgende.

5.12.

[werkgever] stelt dat in het najaar van 2020 (de kantonrechter begrijpt: september) definitief is besloten dat de functie van [werknemer] eind 2020 zou vervallen. Daarvoor wist [werkgever] al lange tijd dat de functie uiteindelijk zou komen te vervallen. [werkgever] stelt dat zij [werknemer] bijna twee jaar lang (vanaf november 2018) in de gelegenheid heeft gesteld om te verbreden door zich te bekwamen in Alicona, 3D printen en communicatievaardigheden. [werkgever] vindt dat, nu [werknemer] daarin niet (voldoende) is geslaagd, zij aan haar herplaatsingsinspanningen heeft voldaan ondanks dat er geen herplaatsingsresultaat is bereikt.

5.13.

Zoals hiervoor is overwogen, gaat het om de vraag welke inspanningen in de gegeven omstandigheden van [werkgever] konden worden gevergd. Toen bekend werd dat de functie Senior Toolmaker volledig zou komen te vervallen, had het op de weg van [werkgever] gelegen om samen met [werknemer] te inventariseren welke functies passend (te maken) waren en of deze binnen een redelijke termijn beschikbaar zouden komen. Het staat namelijk vast dat het niet uitgesloten was dat [werknemer] met behulp van scholing kon worden herplaatst in de functie van Senior Technical Support Engineer. Ook staat vast dat [werkgever] per 1 oktober 2020 iemand heeft aangenomen in deze functie, zodat er een vacature was op het moment dat [werkgever] het initiatief heeft genomen om de arbeidsovereenkomst te beëindigen.

5.14.

Uit de niet ondertekende gespreksverslagen van november 2019 en juli 2020 – waarnaar [werkgever] in dit kader heeft verwezen en waarvan de juistheid overigens door [werknemer] wordt betwist – volgt niet dat zij dit heeft gedaan. In die gesprekken – voor zover de verslagen juist zijn – is aan [werknemer] alleen meegedeeld dat de werkzaamheden afnamen en dat [werknemer] zijn kennis en vaardigheden (o.a. op het gebied van Alicona en 3D printen) moest verbreden. Niet gebleken is dat [werkgever] met [werknemer] besproken heeft dat zijn functie op den duur zou komen te vervallen en dat zijn werkzaamheden zouden worden ondergebracht in de functie Senior Technical Support Engineer. Ook is niet gebleken dat [werkgever] [werknemer] heeft verteld dat hij in die functie kon of zou worden herplaatst als hij de hiervoor besproken kennis en vaardigheden voldoende zou ontwikkelen, zodat ontslag kon worden voorkomen en zijn kans op de functie Senior Technical Support Engineer zou worden vergroot. Hoewel voor [werknemer] duidelijk moet zijn geweest dat de CNC-werkzaamheden zouden afnemen, is niet gebleken dat [werkgever] voldoende duidelijk is geweest over de gevolgen en de acties die [werknemer] moest ontplooien om die gevolgen te voorkomen.

5.15.

Daarbij is [werkgever] in haar scholingsplicht tekortgeschoten. Het had op de weg van [werkgever] als werkgever gelegen [werknemer] te begeleiden en belemmeringen weg te nemen die bestonden voor de positie van Senior Technicial Support Engineer. [werkgever] had het initiatief moeten nemen om aan [werknemer] scholing op persoonsniveau aan te bieden. [werkgever] had niet alleen aan [werknemer] duidelijk had moeten maken dat hij cursussen moest volgen met het oog op de functie van Senior Technical Support Engineer, maar ook dat zij [werknemer] voor deze cursussen zou inschrijven. Het enkel tegen [werknemer] zeggen dat hij een cursus moest volgen op het gebied van communicatie of bij zijn collega moest gaan kijken hoe het 3D-printen werkte, is onvoldoende, te meer nu niet vast staat dat [werkgever] [werknemer] heeft geïnformeerd dat als hij zich deze vaardigheden niet binnen een bepaalde tijd meester maakte, hij zijn baan bij [werkgever] op het spel zette. Overigens is evenmin gebleken dat [werkgever] in de loop van het dienstverband heeft geïnvesteerd in scholing op het gebied van coaching, gedrag en communicatie.

5.16.

Omdat [werkgever] het verval van de functie onvoldoende met [werknemer] heeft besproken terwijl er sprake was van een herplaatsingsmogelijkheid in de functie Senior Technical Support Engineer en omdat [werkgever] [werknemer] niet actief genoeg heeft begeleid ten aanzien van scholing, heeft zij onvoldoende herplaatsingsinspanningen verricht. Daarom is de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [werkgever] in strijd met artikel 7:669 lid 1 en lid 3 onderdeel a BW. De kantonrechter zal het de arbeidsovereenkomst zelf herstellen (zie ook ECLI:NL:HR:2019:80). De kantonrechter ziet geen aanleiding om de arbeidsovereenkomst per een andere datum te herstellen dat de datum waarop deze is geëindigd. De arbeidsovereenkomst zal worden hersteld per 1 april 2021.

salaris

5.17.

Het nevenverzoek om [werkgever] te veroordelen tot betaling van het salaris vanaf de datum van herstel van de arbeidsovereenkomst zal ook worden toegewezen. Ook de wettelijke verhoging en wettelijke rente wordt toegewezen met dien verstande dat dat wettelijke verhoging wordt gematigd tot 10%.

voorziening

5.18.

Nu de arbeidsovereenkomst hersteld wordt per de datum waarop deze is geëindigd, is er geen sprake van een tussenliggende periode waarvoor een voorziening moet worden getroffen.

proceskosten

5.19.

De proceskosten komen voor rekening van [werkgever], omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

herstelt de arbeidsovereenkomst per 1 april 2021;

6.2.

veroordeelt [werkgever] tot betaling aan [werknemer] van het salaris c.a. vanaf 1 april 2021, te vermeerderen met de wettelijke rente en 10% wettelijke verhoging;

6.4.

veroordeelt [werkgever] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op € 832,00, te weten:

griffierecht € 85,00

salaris gemachtigde € 747,00 ;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst de overige verzoeken af

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 16 juli 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter