Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:5439

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-07-2021
Datum publicatie
26-07-2021
Zaaknummer
8942697 \ CV EXPL 20-10921
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Beroep op non-conformiteit van auto afgewezen. Gebreken onvoldoende onderbouwd en de enkele omstandigheid dat het schadeverleden van de auto niet is medegedeeld, levert in onderhavige omstandigheden geen non-conformiteit op.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8942697 \ CV EXPL 20-10921

Uitspraakdatum: 7 juli 2021 (bij vervroeging)

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. S.C.M. Suijkerbuijk

tegen

[naam vof] V.O.F.

gevestigd te [plaats]

[vennoot 1]

[vennoot 2]

[vennoot 3]

allen wonende te [woonplaats]

tezamen te noemen: [gedaagde]

gedaagde partijen

gemachtigde: mr. H. Temel

Samenvatting van de zaak en het vonnis

Deze zaak gaat over de vraag of [eiseres] de koopovereenkomst met [gedaagde] betreffende een personenauto kon ontbinden omdat de auto gebreken zou vertonen en een schadeverleden heeft. De kantonrechter is van oordeel dat dit niet het geval is. [eiseres] heeft niet met stukken onderbouwd dat de auto gebreken vertoont, waardoor dit niet tot non-conformiteit leidt. Verder is niet gebleken dat [gedaagde] bij de verkoop wist dat de auto een schadeverleden had. Ook in het geval dat [gedaagde] dit wel had moeten weten, heeft [eiseres] onvoldoende toegelicht dat [gedaagde] dit in de onderhavige omstandigheden ook aan haar had moeten mededelen.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 16 december 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft op 3 maart 2021 schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 21 juni 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [gedaagde] een productie overgelegd.

2 Feiten

2.1.

[gedaagde] verkoopt (tweedehands) personenauto’s. [eiseres] heeft op 15 februari 2020 een Volkswagen Polo personenauto (kenteken: [kenteken] ) (hierna: de auto) van [gedaagde] gekocht. De koopprijs bedroeg € 10.500. Voorafgaand aan de aankoop heeft [eiseres] een korte testrit in de auto gemaakt. Tijdens deze testrit deden zich geen problemen voor.

2.2.

Op 20 juli 2020 heeft [eiseres] een kentekenrapport van de auto opgevraagd. Hieruit bleek dat de auto een schadeverleden had. Het rapport vermeldt hierover onder meer:

“datum 28-11-2018

schadebedrag €7.000 tot €8.000

schadepositie Rechterkant

omschrijving Aanrijding rechter zijkant. Wielkast ontbreekt. Gedeelte voorbumper en motorkap weg. Coolers geraakt.

2.3.

Op 23 juli 2020 heeft [eiseres] [gedaagde] – kort gezegd – bericht dat de auto een schadeverleden had en dat de auto diverse gebreken vertoonde die daarmee verband hielden. [gedaagde] heeft daarop onder meer medegedeeld dat zij de auto in opdracht van een derde heeft verkocht en dat zowel zij als deze derde niet van het schadeverleden op de hoogte waren.

2.4.

De gemachtigde van [eiseres] heeft [gedaagde] op 14 augustus 2020 een brief gestuurd waarin [eiseres] (i) de koopovereenkomst heeft vernietigd op grond van dwaling en daarnaast (ii) [gedaagde] heeft verzocht in te stemmen met ontbinding van de koopovereenkomst. [gedaagde] heeft hier niet op gereageerd, waarna [eiseres] is overgegaan tot dagvaarding.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter:
- voor recht verklaart dat de koopovereenkomst is ontbonden op 14 augustus 2020, dan wel op een in goede justitie vast te stellen datum, dan wel de koopovereenkomst alsnog ontbindt;
- [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 12.372,81 (bestaande uit de hoofdsom, reeds vervallen rente en buitengerechtelijke kosten), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 11.287,38;
- [gedaagde] veroordeelt de auto op te (laten) halen binnen twee weken na het vonnis, bij gebreke waarvan [eiseres] de auto op kosten van [gedaagde] naar haar kan laten brengen;
- [gedaagde] veroordeelt in de proceskosten (te vermeerderen met wettelijke rente) en de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vorderingen ten grondslag dat de auto non-conform is omdat deze diverse gebreken vertoont die grotendeels zijn terug te voeren op het (niet gemelde) ongeval in 2018. [eiseres] stelt dat de auto de volgende gebreken vertoont: (i) geen bodemplaat aan de onderkant van de auto, (ii) luchtfilter kapot, (iii) ABC ring afgebroken, (iv) dashboard geeft airbag-storing aan, (v) airco is leeg of kapot, (vi) rechterwielkast zit niet goed vast, (vii) plaat voorin zit half los, (viii) metalige geluiden tijdens schakelen, (ix) gekraak aan rechterzijde bij in- en uitstappen passagier en (x) het stuur is niet recht. [eiseres] stelt dat zij [gedaagde] in de gelegenheid heeft gesteld de auto te herstellen, maar dat [gedaagde] hier niet toe is overgegaan. Omdat de geconstateerde gebreken niet tegen een lage prijs hersteld kunnen worden, rechtvaardigt dit volgens [eiseres] ontbinding van de overeenkomst. [eiseres] stelt verder dat zij heeft gedwaald bij het aangaan van de koopovereenkomst en zij, indien zij had geweten van het schadeverleden, de auto niet zou hebben gekocht.

3.3.

Naast terugbetaling van de koopsom (€ 10.500) vordert [eiseres] betaling van € 774,88 aan gemaakte APK-kosten, omdat [gedaagde] bij teruggave van de auto ongerechtvaardigd zou worden verrijkt met de tijdens de APK-keuring vervangen wiellagers, remblokken en vier banden. Tot slot vordert [eiseres] betaling van (i) € 12,50 voor het opvragen van het kentekenrapport als redelijke kosten tot vaststellen van de schade en aansprakelijkheid en (ii) € 1.074,33 ter vergoeding van de buitenechtelijke incassokosten.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Zij betwist dat de auto gebreken vertoont (en dus dat de auto non-conform is). Ook heeft [eiseres] dit niet direct na ontdekking aan [gedaagde] gemeld en heeft zij geen gelegenheid geboden voor herstel. Verder betwist [gedaagde] dat de gestelde gebreken verband houden met het ongeval uit 2018, aangezien [eiseres] tijdens de proefrit geen gebreken heeft geconstateerd en pas na vijf maanden met [gedaagde] contact heeft opgenomen. Van het schadeverleden was [gedaagde] niet op de hoogte. Ook betwist zij dat de schade in 2018 € 7.000 tot € 8.000 bedroeg, maar in ieder geval is de eventuele schade op een nette en professionele manier gerepareerd, aangezien de auto toentertijd in eigendom van een (lease)bedrijf was. Ook betrof het geen essentiële onderdelen van de auto zoals de motor, versnellingsbak of de koppeling en heeft de RDW de auto (blijkens het kentekenrapport) na het ongeval geen ‘Wachten op Keuren’-status (hierna: WOK-status) verleend, zodat de auto geen gevaar voor de verkeersveiligheid was. Bovendien blijkt uit het kentekenrapport dat de auto een waarde heeft van € 9.752 in het economisch verkeer, wat niet ver afligt van de verkoopprijs. Tot slot betwist [gedaagde] dat [eiseres] de gestelde APK-kosten heeft gemaakt en dat [gedaagde] is gehouden deze te vergoeden.

5 De beoordeling


Non-conformiteit

5.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat de aankoop van de auto door [eiseres] een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) betreft. Partijen twisten echter over de vraag of de auto non-conform is.

5.2.

Op grond van artikel 7:17 lid 1 BW moet een afgeleverde zaak aan de overeenkomst beantwoorden. Gelet op het tweede lid van dit artikel beantwoordt een zaak niet aan de overeenkomst indien zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten (en daarmee non-conform is). De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik van de zaak nodig zijn en waarvan de koper de aanwezigheid niet hoefde te betwijfelen.

5.3.

Bij de koop van een tweedehands auto die bestemd is om aan het verkeer deel te nemen, wordt volgens vaste rechtspraak aangenomen dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek, dat niet eenvoudig door de koper is te ontdekken. De stelplicht en bewijslast van de non-conformiteit van de auto rusten op [eiseres] als eisende partij. Bij een consumentenkoop geldt het wettelijke bewijsvermoeden van artikel 7:18 lid 2 BW. Indien het gebrek zich openbaart binnen een termijn van zes maanden na aflevering, wordt vermoed dat de zaak bij aflevering niet aan de overeenkomst heeft beantwoord, tenzij de aard van de zaak of de aard van de afwijking zich daartegen verzet. Het is vervolgens aan de gedaagde partij om dit vermoeden te ontzenuwen.

5.4.

In de eerste plaats dient te worden beoordeeld of de auto gebreken vertoont. Dat hiervan sprake is, is niet gebleken. [gedaagde] betwist gemotiveerd dat de auto gebrekkig is (onder meer door te wijzen op de omstandigheid dat zich tijdens de testrit geen bijzonderheden voordeden), terwijl [eiseres] de door haar gestelde gebreken niet heeft onderbouwd. Zo heeft zij bijvoorbeeld geen verklaringen of offertes overgelegd van garages die de auto hebben nagekeken. Evenmin heeft [eiseres] de gestelde gebreken door [gedaagde] laten verifiëren. Dit betekent dat de door [eiseres] gestelde gebreken aan de auto niet zijn komen vast te staan en dit niet tot non-conformiteit van de auto kan leiden.

5.5.

Voor zover [eiseres] zich op het standpunt stelt dat de enkele omstandigheid dat de auto een schadeverleden heeft tot non-conformiteit leidt, kan dit haar niet baten. De kantonrechter overweegt hiertoe als volgt. Dat [gedaagde] ten tijde van de verkoop wist dat de auto een schadeverleden had, is niet gebleken. [gedaagde] betwist dit gemotiveerd en voert aan dat ook de derde in wiens opdracht zij de auto verkocht hier geen kennis van had. Hier heeft [eiseres] onvoldoende tegenover gesteld, zodat de kantonrechter er bij de verdere beoordeling van uit zal gaan dat [gedaagde] geen wetenschap had van het schadeverleden van de auto.

5.6.

Los van de vraag of [gedaagde] (ondanks haar gebrek aan wetenschap) wel van het schadeverleden van de auto had behoren te weten, geldt dat [eiseres] onvoldoende heeft onderbouwd dat [gedaagde] haar hier in de gegeven omstandigheden over had moeten inlichten. Hoewel goed denkbaar is dat het schadeverleden bij de aankoop van een auto een relevante omstandigheid kan zijn, heeft [gedaagde] onweersproken aangevoerd dat in 2018 geen schade is ontstaan aan essentiële onderdelen zoals de motor, versnellingsbak of koppeling. Ook heeft de RDW geen WOK-status verleend, waardoor de auto kennelijk nooit een gevaar voor de verkeersveiligheid is geweest. De hoogte van het schadebedrag (€ 7.000 – € 8.000) kan volgens [gedaagde] worden verklaard doordat de auto is hersteld met uitsluitend originele onderdelen. Dit heeft [eiseres] niet weersproken. De kantonrechter leidt uit het voorgaande af dat de schade als gevolg van het ongeval in 2018 beperkt was. Dat de auto op dit moment gebreken vertoont die verband houden met het ongeval is – zoals hiervoor overwogen – niet gebleken. Bovendien blijkt uit het kentekenrapport dat de economische waarde van de auto vrijwel gelijk is aan de verkoopprijs. Verder is niet vast komen te staan dat (de zus van) [eiseres] bij de aankoop heeft gevraagd naar het schadeverleden van de auto, aangezien [gedaagde] dit betwist en [eiseres] deze (eerst ter zitting aangevoerde) stelling niet heeft onderbouwd. Ook anderszins heeft [eiseres] niet toegelicht waarom zij had mogen verwachten een auto te kopen die in het verleden nimmer (inmiddels herstelde) schade had opgelopen (bijvoorbeeld vanwege de advertentietekst, de leeftijd, kilometerstand of koopprijs van de auto). Onder deze omstandigheden rustte – indien ervan uit zou worden gegaan dat [gedaagde] het schadeverleden van de auto had behoren te weten – op haar geen verplichting het schadeverleden op eigen initiatief mede te delen.

5.7.

Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat [eiseres] ’s beroep op non-conformiteit van de auto niet slaagt. De kantonrechter zal de gevorderde verklaring voor recht en (terug)betaling dan ook afwijzen, evenals de vordering [gedaagde] te veroordelen de auto op te (laten) halen.

Dwaling

5.8.

Tot slot beroept [eiseres] zich op dwaling ex artikel 6:228 lid 1 sub b en c BW. Dit artikel bepaalt dat een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, vernietigbaar is indien wordt voldaan aan de in sub a, b of c van dat artikel genoemde vereisten. [eiseres] heeft echter geen vernietiging of wijziging van de koopovereenkomst gevorderd (en evenmin een verklaring voor recht dat de overeenkomst is vernietigd), zodat aan haar stellingen ten aanzien van dwaling geen rechtsgevolg kan worden verbonden. Deze stellingen behoeven derhalve geen bespreking.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op € 746 (2 punten x tarief € 373);

6.3.

verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door I.M. Hendriks en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter