Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:5206

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
01-07-2021
Zaaknummer
21/2053
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 25 mei 2021 een motie heeft aangenomen waarbij verweerder wordt verzocht het verkeersbesluit ongedaan te maken. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat hij van zins is de motie in een of andere vorm uit te voeren, maar dat nog nadere besluitvorming is vereist. [...]. Verzoeker heeft voorgesteld om het verkeersbesluit te schorsen met ingang van 15 juni 2021 [...]. Verweerder krijgt hiermee een redelijke termijn om over de nieuwe verkeerssituatie rond de Melkmarkt te beslissen en de uitvoering daarvan voor te bereiden. Na een korte schorsing van de zitting heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen een schorsing van het verkeersbesluit met ingang van 15 juni 2021. De voorzieningenrechter beslist overeenkomstig die standpunten van partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 21/2053


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 28 mei 2021 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van Enkhuizen, verweerder, gemachtigde: mr. W. van Houten, werkzaam bij SED-organisatie; de ambtelijke werkorganisatie van de gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland.

Procesverloop

Bij verkeersbesluit van 22 april 2021 (hierna: het verkeersbesluit) heeft verweerder besloten:

- tot het instellen van een voetgangersgebied in de Melkmarkt en de van Bleiswijkstraat, tussen Torenstraat en de inrit van de woning aan de van Bleiswijkstraat 74;

- het versmallen van dit voetgangersgebied tot 4 meter en

- het afsluiten van de rijbaan met palen.

Het vorenstaande wordt gerealiseerd door het plaatsen van borden G7 zone en G7 einde zone van Bijlage 1 van het RVV 1990 in de Melkmarkt hoek Torenstraat en de van Bleiswijkstraat ter hoogte van de inrit van nr. 74, het verwijderen van borden E2, E9, E10, E10 einde borden G7 zone einde (Westerstraat) en bijbehorende onderborden in de Melkmarkt en de van Bleiswijkstraat tussen Torenstraat en van Bleiswijkstraat 72 en het plaatsen van tekstborden waaruit blijkt dat de situatie gewijzigd is.

Het afgesloten gebied is voor nood,-en hulpdiensten toegankelijk.

Het verkeersbesluit treedt in werking op 28 april 2021 om 0.00 uur en loopt af op 1 november 2021.

Verzoeker heeft tegen dit verkeersbesluit op 5 mei 2021 bezwaar gemaakt. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 28 mei 2021. Verzoeker is verschenen, vergezeld van [naam 1] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Zij werd vergezeld door [naam 2] , adviseur verkeer bij de gemeente, in dienst van de SED-organisatie.

Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk ter zitting uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe;

- schorst het verkeersbesluit met ingang van 15 juni 2021;

- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 181,-- aan verzoeker te vergoeden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 28,20.

Overwegingen

1. Het verkeersbesluit ziet op het instellen van een voetgangersgebied in de Melkmarkt en de van Bleiswijkstraat, tussen Torenstraat en de inrit van de woning aan de van Bleiswijkstraat 74. De rijbaan wordt afgesloten met palen waardoor geen doorgaand verkeer meer mogelijk is. Verweerder heeft de verkeersmaatregel getroffen om de horecaondernemers in die straat de gelegenheid te geven, gelet op regels ter bestrijding van de Covid-19/Corona-pandemie, grotere terrassen ter plaatse in te richten.

2. Verzoeker woont [adres] . Hij heeft aangevoerd dat de Melkmarkt een belangrijke noord-zuidverbinding is in het centrum en dat als gevolg van de afsluiting (vracht)verkeer van die verbinding geen gebruik meer kan maken. Het gevolg is dat er veel meer (vracht)verkeer over [straat] gaat waardoor verkeersonveilige situaties op [straat] ontstaan, aldus verzoeker. Met het verzoek om een voorlopige voorziening beoogt hij schorsing van het verkeersbesluit.

3. De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 25 mei 2021 een motie heeft aangenomen waarbij verweerder wordt verzocht het verkeersbesluit ongedaan te maken.

4. Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat hij van zins is de motie in een of andere vorm uit te voeren, maar dat nog nadere besluitvorming is vereist.

5. Ter zitting is vervolgens besproken tot welke beslissing in onderhavige zaak de motie en het voorgenomen nieuwe besluit van verweerder dienen te leiden. Verzoeker heeft voorgesteld om het verkeersbesluit te schorsen met ingang van 15 juni 2021 nu het in de lijn der verwachting ligt dat het verkeersbesluit niet wordt gehandhaafd. Verweerder krijgt hiermee een redelijke termijn om over de nieuwe verkeerssituatie rond de Melkmarkt te beslissen en de uitvoering daarvan voor te bereiden.

6. Na een korte schorsing van de zitting heeft verweerder aangegeven zich niet te verzetten tegen een schorsing van het verkeersbesluit met ingang van 15 juni 2021.

7. De voorzieningenrechter beslist overeenkomstig die standpunten van partijen.

8. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding verweerder te veroordelen in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Verzoeker heeft gevraagd om vergoeding van reiskosten (een retourtreinkaartje voor een reis van Enkhuizen naar Haarlem) bedragende € 28,20. De voorzieningenrechter wijst dit toe. De door verzoeker gevraagde vergoeding van kopieerkosten wijst de voorzieningenrechter af nu dergelijke kosten op grond van het Besluit proceskosten niet voor vergoeding in aanmerking komen.

9. Omdat de voorzieningenrechter het verzoek toewijst, bepaalt de voorzieningenrechter dat verweerder aan verzoeker het door hem betaalde griffierecht vergoedt.


Deze uitspraak is gedaan door en uitgesproken in het openbaar op 28 mei 2021 door mr. R.H.M. Bruin, voorzieningenrechter, in aanwezigheid vanmr. J. Poggemeier, griffier.

De griffier is verhinderd deze uitspraak

te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.