Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:5101

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
24-06-2021
Datum publicatie
25-06-2021
Zaaknummer
C/15/310852 / HA RK 20-221
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek tot vernietiging van het dossier op grond van artikel 17 lid 1 AVG juncto artikel 5.3.5 lid 1 Wmo wordt toegewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
GZR-Updates.nl 2021-0196
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rekestnummer: C/15/310852 / HA RK 20-221

Beschikking van 24 juni 2021 (bij vervroeging)

in de zaak van

1 [verzoeker],

2. [verzoekster],

beiden wonende te [woonplaats],

verzoekers,

advocaat mr. E. van Haasteren te Leiden,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon:

Openbaar Lichaam op basis van gemeenschappelijke regeling

GEMEENSCHAPPELIJKE GEZONDHEIDSDIENST HOLLANDS NOORDEN, afdeling VEILIG THUIS,

gevestigd te Alkmaar,

verweerster,

gemachtigde mr. J. Huitema, jurist bij &jeugd te Haarlem.

Partijen zullen hierna de [verzoeker], [verzoekster] en Veilig Thuis worden genoemd. Verzoekers samen zullen hierna worden aangeduid als [verzoekers].

1 De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de vraag of Veilig Thuis het dossier met referentienummer 14489 (hierna: dossier 14489) moet vernietigen. Volgens Veilig Thuis bestaat er voor de kinderen van [verzoekers] een aanmerkelijk belang om dossier 14489 te bewaren. Het dossier kan volgens Veilig Thuis een bijdrage leveren aan het beëindigen van een mogelijke situatie van kindermishandeling of huiselijk geweld. Ook kan het van belang zijn voor een situatie waarin een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige overwogen dient te worden. Het is daarom in het belang van de kinderen van [verzoekers] om in dat geval terug te kunnen vallen op dossier 14489 en te kunnen bekijken of er sprake is van herhaalde problematiek. De rechtbank oordeelt dat Veilig Thuis onvoldoende gemotiveerd heeft onderbouwd waarom de bewaring van dossier 14489 van aanmerkelijk belang is voor de kinderen van [verzoekers] Daarom moet Veilig Thuis dossier 14489 vernietigen.

2 De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift ingekomen op 10 december 2020 met producties,

- het verweerschrift ingekomen op 12 mei 2021 met producties,

- op 21 mei 2021 heeft een skypezitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. Van Haasteren heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

3 Feiten

3.1.

[verzoekers] zijn met elkaar getrouwd. Samen hebben zij drie minderjarige kinderen. [XX] is 10 jaar, [YY] is 6 jaar en [ZZ] is 2 jaar.

3.2.

Veilig Thuis is het regionale advies- en meldpunt bij (vermoedens van) huiselijk geweld en kindermishandeling voor gemeenten in de regio Noord Holland Noord en is ondergebracht bij de GGD Hollands Noorden. Voorheen was dit het Advies – en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG).

3.3.

Op 16 februari 2016 heeft Veilig Thuis een zorgmelding van de politie ontvangen met betrekking tot [verzoekers]. Naar aanleiding van deze melding heeft Veilig Thuis dossier 14489 aangemaakt en een onderzoek ingesteld.

3.4.

De gemachtigde van [verzoekers] heeft bij brief van 8 mei 2017 Veilig Thuis verzocht over te gaan tot vernietiging van dossier 14489. Veilig Thuis heeft op die brief niet gereageerd.

3.5.

Op 15 januari 2018 heeft de gemachtigde van [verzoekers] opnieuw om vernietiging van dossier 14489 verzocht. Veilig Thuis heeft dat verzoek bij brief van 22 februari 2018 afgewezen.

3.6.

Partijen hebben vervolgens in de periode daarna tot oktober 2020 herhaaldelijk de verkeerde rechtsgang bewandeld om dossier 14489 vernietigd te krijgen.

3.7.

Op 20 oktober 2020 heeft [verzoekers] opnieuw Veilig Thuis om vernietiging van dossier 14489 verzocht. Veilig Thuis heeft dat verzoek bij brief van 4 november 2020 afgewezen, waarna onderhavige procedure is gestart.

4 Het verzoek

4.1.

[verzoekers] verzoekt – samengevat – dat Veilig Thuis wordt veroordeeld om dossier 14489 te vernietigen en een verklaring aan [verzoekers] te verstrekken waarin wordt bevestigd dat deze vernietiging heeft plaatsgevonden, met veroordeling van Veilig Thuis in de proceskosten.

4.2.

[verzoekers] baseert haar verzoek op artikel 17 lid 1 Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) juncto artikel 35 lid 1 Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming (UAVG).

4.3.

[verzoekers] legt aan haar verzoek ten grondslag – kort samengevat – dat Veilig Thuis in strijd handelt met de artikelen 5.3.4 en 5.3.5 Wet Maatschappelijke Ondersteuning 2015 (Wmo 2015) en de AVG door de verzochte vernietiging van dossier 14489 te weigeren.

4.4.

Veilig Thuis voert verweer.

4.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Veilig Thuis is op grond van artikel 5.1.6 Wmo 2015 bevoegd (zonder toestemming) persoonsgegevens te verwerken. Dat is niet in geschil. [verzoekers] wenst dat dossier 14489 wordt vernietigd. Het eerdere verzoek daartoe aan Veilig Thuis is afgewezen, waarna [verzoekers] onderhavige procedure is gestart.

5.2.

Op grond van artikel 5.3.5 lid 1 Wmo 2015 vernietigt Veilig Thuis de persoonsgegevens na een daartoe strekkend verzoek. Dit is slechts anders, zo blijkt uit artikel 5.3.5 lid 2 Wmo 2015, indien de bewaring van de gegevens van aanmerkelijk belang is voor anderen dan de verzoeker, of voor zover het bepaalde bij of krachtens de wet zich tegen vernietiging verzet. Voor zover Veilig Thuis een beroep heeft willen doen op het Handelingsprotocol, dat adviezen aan gemeenten bevat over richtlijnen die zij kunnen meegeven aan organisaties als Veilig Thuis, kan dat haar niet baten. Het onderhavige verzoek dient beoordeeld te worden op grond van de wettelijke kaders. Ook wanneer Veilig Thuis zich aan het Handelingsprotocol heeft gehouden, betekent dat nog niet dat het verzoek tot vernietiging niet toewijsbaar is. De vraag die voorligt is aldus of er sprake is van een aanmerkelijk belang dat in de weg staat aan vernietiging van dossier 14489.

5.3.

Op dit moment is sprake van drie dossiers van [verzoekers] bij Veilig Thuis. Veilig Thuis heeft aangevoerd dat [verzoekers] geen belang heeft bij haar verzoek om het meest recent aangemaakte dossier 14489 te vernietigen, omdat het grootste deel van de informatie alsnog bij Veilig Thuis bewaard blijft in de andere twee dossiers. De rechtbank ziet niet in waarom dat zou betekenen dat [verzoekers] geen belang heeft bij haar verzoek. Temeer niet omdat [verzoekers] expliciet aangeeft dat hetgeen in de eerdere dossiers beschreven staat bij haar op dit moment niet op bezwaren stuit, omdat de informatie juist is. Zij komt op tegen hetgeen in dossier 14489 uit 2016 is opgenomen, omdat het incident dat tot de zorgmelding heeft geleid die ten grondslag ligt aan dat dossier, naar haar overtuiging niet rechtvaardigt dat dit dossier bewaard blijft.

5.4.

Het gaat om het volgende. Op 16 februari 2016 heeft [verzoekster] telefonisch contact opgenomen met de huisarts van het gezin omdat de [verzoeker] verward gedrag vertoonde. De huisarts heeft in overleg met [verzoekster] de politie gebeld. [verzoekster] bevond zich op dat moment met het jongste kind [YY] niet in de woning. Het oudste kind [XX], was op school. Het gedrag van de [verzoeker] was zodanig verontrustend dat de politie ondersteuning heeft gevraagd. Op 17 februari 2016 deed de politie een zorgmelding bij Veilig Thuis. De psychiater verklaart over een en ander op 8 maart 2016 dat geen sprake was van psychotische fenomenen of een ernstig depressief syndroom: Mogelijk berustten de heftige symptomen in de thuissituatie op een paradoxaal effect van de overdosering oxazepam. (…) middels bezoeken aan huis door de psychiatrische thuiszorg ontstond er snel meer rust in de thuissituatie. [verzoekster] heeft in de periode na het incident en ook op zitting verklaard dat zij zich niet onveilig heeft gevoeld en de kinderen er niets van hebben meegekregen. De zorgmelding is bij Veilig Thuis afgerond met de kwalificatie ‘vermoeden is niet bevestigd’.

5.5.

De rechtbank is van oordeel dat Veilig Thuis onvoldoende gemotiveerd heeft betwist de stelling van [verzoekers] dat ten tijde van het incident bij de [verzoeker] sprake was van een tegengestelde reactie op het gebruik van een rustgevend middel. Voor dit standpunt pleit ook het feit dat nu al vijf jaar geen zorgmeldingen zijn gedaan of incidenten zijn gemeld. Veilig Thuis erkent in haar verweerschrift dat niet precies duidelijk is wat er op die dag is gebeurd. Er bestaat naar het oordeel van de rechtbank – gezien de tegenstrijdigheden op dit punt in het dossier – onvoldoende feitelijke onderbouwing van het vermoeden dat de [verzoeker] agressief is geweest richting zijn partner, en dus ook van het feit dat het op dat moment jongste kind [YY] daar getuige van is geweest.

5.6.

Daarnaast is in het onderhavige dossier informatie opgenomen naar aanleiding van een incident op de basisschool van het oudste kind [XX]. Op 7 maart 2016 was de op dat moment 5 jarige [XX] alleen in de school, pakte een aansteker uit de bureaulade van een leerkracht en heeft daarmee getracht spullen aan te steken waardoor ook daadwerkelijk enkele brandjes zijn ontstaan. De school heeft [XX] geschorst. In een klachtprocedure die [verzoekers] tegen de school hebben gevoerd is door de Landelijke Klachtencommissie Onderwijs op 13 juni 2016 onder meer geconcludeerd dat het gaat om een kleuter van 5 jaar en dat zijn gedragingen in die context moeten worden beoordeeld. Kinderen op die leeftijd experimenteren en leren over goed en fout. De beslissing van de Klachtencommissie vermeldt onder meer: “De commissie ontkent de ernst van het incident niet, maar een benadering vanuit een perspectief waarbij verantwoordelijkheid voor brandstichting, schuld en straf leidend zijn, is naar het oordeel van de Commissie geen adequate benadering bij een leerling van vijf jaar. Daardoor is het gedrag van [XX] centraal komen te staan en niet het incident als voorval. De Commissie heeft (…) opgemaakt dat klagers bereid waren mee te werken aan onderzoek naar de ondersteuningsvraag van [XX]. Zij hebben zelf hulp van een psycholoog ingeschakeld en meegewerkt met het ondersteuningsteam.”

De conclusie is dat de klacht over de wijze waarop de school en het schoolbestuur hebben gehandeld na het incident gegrond is. Ook de klachten over de schorsingen zijn gegrond verklaard.

5.7.

De rechtbank is van oordeel dat het hier gaat om een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Veilig Thuis verwijt [verzoekers] dat zij in het vervolg van deze beide incidenten niet bereid was om informatie te delen met Veilig Thuis en de adviezen op te volgen. Dit verwijt volgt de rechtbank niet. De Landelijke Klachtencommissie Onderwijs vermeldt expliciet in haar beslissing dat [verzoekers] heeft meegewerkt aan onderzoek en ondersteuning van [XX]. Uit de stukken blijkt verder dat tot juni 2016 de communicatie tussen [verzoekers] en Veilig Thuis goed verloopt. [verzoekers] heeft genoemd incident met [XX] zelf gemeld bij Veilig Thuis. Dat is ook niet betwist door Veilig Thuis. Pas nadat Veilig Thuis het gezin twee maanden in het ongewisse laat en niet op de hoogte houdt van gebeurtenissen in het dossier en niet reageert op berichten van [verzoekers], verandert dit. In een klachtprocedure die [verzoekers] naar aanleiding van het voorgaande startte tegen Veilig Thuis, zijn zij op dit punt in het gelijk gesteld. De klachtencommissie Noord-Holland Noord stelt in haar oordeel op 6 maart 2017 dat zij begrijpt dat [verzoekers] zich die periode genegeerd heeft gevoeld en dat waarschijnlijk ook daardoor haar houding is veranderd. De radiostilte vanuit Veilig Thuis was ook in strijd met het Handelingsprotocol. Ook concludeert de klachtencommissie dat Veilig Thuis de verwijzing naar de Raad voor de Kinderbescherming onvoldoende heeft onderbouwd, hetgeen ook blijkt uit de beslissing van de Raad voor de Kinderbescherming om het onderzoek niet te starten omdat er nog te veel vragen waren.

5.8.

Tegen die achtergrond kan Veilig Thuis in de onderhavige procedure [verzoekers] niet tegenwerpen dat zij onvoldoende heeft meegewerkt in het onderhavige dossier. De rechtbank is van oordeel dat dossier 14489 en hetgeen daarin gerapporteerd is, grotendeels berust op misverstanden en miscommunicatie. Zowel het incident op 16 februari 2016 als het incident op de school van [XX] zijn gevolgd door reacties van de betrokken instanties waarvan in klachtenprocedures vervolgens is vastgesteld dat deze niet aan de toepasselijke professionele standaarden voldeden. Dat [verzoekers] de verwerking van haar gegevens in dit dossier op basis daarvan en op basis van de thans beschikbare gegevens onterecht vindt en als onrechtvaardig ervaart, is dan ook begrijpelijk. Tegen die achtergrond stelt de rechtbank in dit specifieke geval hoge eisen aan de motivering van het aanmerkelijk belang dat in de weg kan staan aan toewijzing van het verzoek tot vernietiging.

5.9.

Veilig Thuis heeft in dat kader aangevoerd dat het vermoeden van huiselijk geweld en/of kindermishandeling niet is weerlegd en dat dit reden geeft tot zorgen. Deze zorgen alsmede de beperkte onderzoeksmogelijkheden, het gebrek aan openheid bij verzoekers en de grote risicofactoren rechtvaardigen het bewaren van het dossier. Veilig Thuis wijst in dit verband op de eerdere dossiers uit 2011 en 2014. Er bestaat volgens Veilig Thuis voor de kinderen van [verzoekers] een aanmerkelijk belang omdat het dossier een bijdrage kan leveren aan het beëindigen van een mogelijke situatie van kindermishandeling of huiselijk geweld of van belang kan zijn voor een situatie waarin een maatregel met betrekking tot het gezag over een minderjarige overwogen dient te worden. Het is in het belang van de kinderen om in dat geval op het Veilig Thuis dossier 14489 te kunnen terugvallen en te kunnen bekijken of er sprake is van herhaalde problematiek. De belangen van de kinderen bij bewaring van het dossier wegen zwaarder dan het belang van [verzoekers], aldus Veilig Thuis. Het betreft een slapend dossier dat Veilig Thuis alleen zal inzien als daar aanleiding voor is.

5.10.

Deze onderbouwing door Veilig Thuis acht de rechtbank onvoldoende. Daartoe is redengevend dat dossier 14489 is geopend naar aanleiding van bovengenoemd incident en dat inmiddels 5 jaar verstreken zijn zonder meldingen. Dit terwijl in het onderhavige geval – gezien de eerdere meldingen uit 2011 en 2014 het – het voor de hand ligt dat eventuele incidenten snel gesignaleerd worden ofwel door buren ofwel door de school die door de kinderen bezocht wordt. Veilig Thuis heeft nagelaten haar vrees voor nieuwe incidenten concreet te maken aan de hand van feiten die blijken uit het onderhavige dossier. Ook heeft Veilig Thuis niet gemotiveerd waarom een nieuwe melding zonder de gegevens uit dossier 14489 niet beoordeeld zou kunnen worden, hetgeen in de onderhavige zaak nodig is gezien de aanleiding voor het openen van dit dossier, de inhoud daarvan en het tijdsverloop sinds februari 2016. Desgevraagd heeft Veilig Thuis op zitting ook niet kunnen aangeven hoe lang het in het algemeen in deze categorie van niet-bevestigde meldingen duurt totdat een nieuwe melding wordt gedaan. Dat lag wel op haar weg. Het argument dat het aanmerkelijk belang gelegen is in de bescherming van minderjarige kinderen is zonder een dergelijke concrete onderbouwing onvoldoende om tot afwijzing van het vernietigingsverzoek te komen. In dat geval zou immers elk verzoek tot vernietiging stranden totdat kinderen de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.

5.11.

De conclusie luidt dat Veilig Thuis dossier 14489 moet vernietigen.

Proceskosten

5.12.

Veilig Thuis zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

5.13.

De kosten aan de kant van [verzoekers] worden tot vandaag begroot op:

- griffierecht € 304,00

- salaris advocaat € 1.126,00 (2 punten × tarief II € 563,00)

Totaal € 1.430,00

6 De beslissing

De rechtbank

6.1.

beveelt Veilig Thuis om dossier 14489 te vernietigen,

6.2.

beveelt Veilig Thuis om een verklaring aan [verzoekers] te verstrekken waarin wordt bevestigd dat dossier 14489 is vernietigd,

6.3.

veroordeelt Veilig Thuis in de proceskosten, aan de kant van [verzoekers] tot vandaag begroot op € 1.430,00.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.E. Merkus en bij vervroeging in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2021.1

1 type: coll: