Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:5084

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-05-2021
Datum publicatie
15-07-2021
Zaaknummer
8985957 \ CV EXPL 21-313
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Mondeling uitspraak. Opdracht gegeven voor incassotraject maar geen opdracht gegeven voor voeren van een gerechtelijke procedure. Die opdracht kan ook niet via de algemene voorwaarden worden gegeven omdat een dergelijke opdracht een kernbeding is

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 8985957 \ CV EXPL 21-313

Uitspraakdatum: 28 mei 2021

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (vonnis) van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Gerechtsdeurwaarderskantoor Baldinger B.V., mede h.o.d.n. Incassowijzer.nl en Deurwaarderwijzer.nl

gevestigd te Alkmaar

eiseres

verder te noemen: Baldinger

gemachtigde: S. Baldinger

tegen

[gedaagde] h.o.d.n. [bedrijf]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: H. Smit (Amstel Budget)

1 De gronden van de beslissing

1.1.

De kantonrechter zal de vordering van Baldinger gedeeltelijk toewijzen. Dit oordeel heeft de volgende gronden.

1.2.

Het staat vast dat [gedaagde] een incasso-opdracht heeft gegeven aan Baldinger. De vraag is of hij ook voor het starten van de gerechtelijke procedure opdracht heeft gegeven. Baldinger stelt dat via de toepasselijke algemene voorwaarden, artikel 3.1, door de opdracht aan Baldinger tevens opdracht is gegeven voor het voeren van een gerechtelijke procedure.

1.3.

De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] wel opdracht heeft gegeven voor incassowerkzaamheden maar dat daarbij niet behoort het voeren van een gerechtelijke procedure met alle kosten daarvan. Die opdracht kan ook niet via de algemene voorwaarden worden gegeven, omdat het een kernbeding is (zie artikel 6:231 aanhef sub a Burgerlijk Wetboek). Nu niet is gebleken dat [gedaagde] op een andere wijze opdracht aan Baldinger heeft gegeven voor het voeren van een gerechtelijke procedure en de daarop volgende tenuitvoerlegging daarvan, is hij voor die werkzaamheden geen loon of andere kosten verschuldigd.

1.4.

Daarentegen komen de kosten van het incassotraject wel voor rekening van [gedaagde] . [gedaagde] dient een deel van de factuur van 2 december 2020 te voldoen, te weten de incassokosten ad € 597,95 en twee keer de kosten recherche handelsregister ad € 5,37 vermeerderd met de wettelijke handelsrente.

1.5.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Baldinger gedeeltelijk zal toewijzen.

1.6.

De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat aan de kant van [gedaagde] bereidheid was om het bedrag van incassokosten van circa € 631,- te voldoen.

1.7.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

2 De beslissing

De kantonrechter:

2.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Baldinger van € 608,69 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over dat bedrag vanaf 16 december 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

2.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

2.3.

verklaart deze uitspraak uitvoerbaar bij voorraad;

2.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H. Gisolf en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter