Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4798

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
01-06-2021
Datum publicatie
14-06-2021
Zaaknummer
8493494 \ EJ VERZ 20-22
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Eindbeslissing op verzoek ex artikel 202 Rv (deskundigenbericht). Niet duidelijk welk belang verzoekster heeft bij de geformuleerde vraag aan de deskundige. Voor het overige was het verzoek al in een eerdere beslissing afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./repnr.: 8493494 \ EJ VERZ 20-22

Uitspraakdatum: 1 juni 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [verzoeker sub 1]
2. [verzoeker sub 2]

vennoten van verzoekster sub 3
beiden wonende te [woonplaats]
3. de vennootschap onder firma [verzoeker sub 3]
gevestigd te [plaats]

verzoekers

verder gezamenlijk te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: mr. G.I.M.M. Dierikx

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

IJsvogel Retail B.V.

gevestigd te Ede

verweerder

verder te noemen: IJsvogel

gemachtigde: mr. R.A.M. Schram

1 Het verdere procesverloop

1.1.

Bij beschikking van 16 maart 2021 heeft de kantonrechter [verzoeker] in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over haar belang bij het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht ten aanzien van de eerste in haar verzoekschrift geformuleerde vraag.

1.2.

[verzoeker] heeft vervolgens een akte genomen (met 2 producties) waarop IJsvogel heeft gereageerd.

2 De beoordeling

2.1.

De kantonrechter heeft bij beschikking van 16 maart 2021 het verzoek van [verzoeker] strekkende tot afschrift van bescheiden ex artikel 843a Rv afgewezen. Ook heeft de kantonrechter het verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv afgewezen, behalve ten aanzien van de eerste vraag die [verzoeker] aan de deskundige wenst te stellen. Deze vraag luidt:


1. Is de VPA (productie 4) en de daarin getrokken conclusie omtrent (onder meer) de omzetpotentie van € 850.000,- incl. BTW (pagina 36) – in het licht van de concrete opmerkingen van de heer [naam] in de zogenaamde Quickscan (bijlage bij productie 7) – aan te merken als een realistische prognose omtrent de te verwachten omzetten van de door verzoekers te drijven onderneming? Is er sprake van een deugdelijk onderzoek? Kunt u uw visie onderbouwen?

2.2.

Ten aanzien van deze vraag heeft de kantonrechter (kort weergegeven) onder 5.13 overwogen dat het verzoek in beginsel kan worden toegewezen, maar dat het de vraag is in hoeverre [verzoeker] nog belang heeft bij beantwoording van deze vraag door een deskundige. IJsvogel heeft namelijk al met zoveel woorden erkend dat de VPA niet deugdelijk was. De kantonrechter heeft [verzoeker] daarom in de gelegenheid gesteld zich bij akte (uitsluitend) uit te laten over het onder 5.13 overwogene, wat inhoudt dat van [verzoeker] mag toelichten in hoeverre zij nog belang heeft bij beantwoording van vraag 1 door een deskundige.

2.3.

De kantonrechter constateert dat [verzoeker] in haar akte veel woorden heeft gewijd aan zaken die niet zien op de vraag naar haar belang bij beantwoording van vraag 1. Volgens IJsvogel handelt [verzoeker] daarmee in strijd met een goede procesorde en in strijd met de instructies van de rechtbank, de kantonrechter begrijpt dat IJsvogel daarmee de kantonrechter bedoelt. IJsvogel vindt dat de akte van [verzoeker] integraal buiten beschouwing moet worden gelaten. De kantonrechter vindt dat daar geen reden voor is, omdat [verzoeker] ook is ingegaan op de vraag naar haar belang bij de beantwoording van vraag 1, maar ziet wel aanleiding om uitsluitend hetgeen in de randnummers 21 tot en met 32 staat bij haar oordeel betrekken. De randnummers 1 tot en met 20 en 33 tot en met 37 zullen buiten beschouwing worden gelaten omdat deze evident geen betrekking hebben op hetgeen onder 5.13 is overwogen. [verzoeker] handelt daarmee in strijd met de uitdrukkelijke instructies van de kantonrechter. Bovendien leiden de door [verzoeker] aangevoerde argumenten tot een verkapt hoger beroep en daarvoor is geen plaats.

2.4.

De kantonrechter komt vervolgens toe aan de vraag of [verzoeker] voldoende concreet heeft gemaakt in hoeverre zij belang heeft bij beantwoording van vraag 1 door een deskundige. [verzoeker] heeft in dit verband gesteld dat een ondeugdelijke VPA niet alleen kan leiden tot vernietiging van de franchiseovereenkomst wegens dwaling, maar ook grond kan opleveren voor een vordering uit hoofde van onrechtmatige daad. Namelijk als IJsvogel wist of had behoren te weten dat de VPA/exploitatiebegroting en het Excel-bestand fouten bevatten en zij [verzoeker] niet op deze fouten opmerkzaam heeft gemaakt en [verzoeker] daardoor schade lijdt. Omdat bij onrechtmatige daad de drempel volgens [verzoeker] hoger ligt heeft zij er belang bij dat de VPA en de daarop volgende exploitatieprognoses en het Excelbestand door een deskundige met een bedrijfseconomische achtergrond nader worden onderzocht. De kantonrechter acht deze toelichting niet begrijpelijk in het kader van de beantwoording van vraag 1. Deze vraag heeft immers uitsluitend betrekking op de VPA en niet op de exploitatieprognoses of het Excel-bestand. Van de VPA heeft IJsvogel al erkend dat dit fouten bevat en dus ondeugdelijk is. [verzoeker] heeft met het voorgaande in elk geval onvoldoende toegelicht in hoeverre beantwoording van de vraag 1 door een deskundige naast deze erkenning door IJsvogel van toegevoegde waarde zou kunnen zijn. De vraag of IJsvogel wist of had behoren te weten dat de VPA/exploitatiebegroting en het Excelbestand fouten bevatten is een andere vraag die hier niet ter beoordeling door een deskundige voorligt.

2.5.

Verder stelt [verzoeker] dat wanneer sprake zou zijn van een onrechtmatige daad zij ook belang heeft bij benoeming van een deskundige die de omvang van de schade (in de vorm van vermogensverlies) zou kunnen onderzoeken en berekenen. Ook stelt [verzoeker] dat zij, gelet op het feit dat de franchiseovereenkomst per 31 mei 2021 afloopt, groot belang heeft bij beantwoording van de vraag of sprake is van knowhow, wat de beschrijving is van de volledige knowhow en of deze knowhow is overgedragen. [verzoeker] stelt dat dit vraagstuk door een deskundige verder dient te worden onderzocht, omdat hierover in twee procedures verschillend is geoordeeld.

2.6.

Naar het oordeel van de kantonrechter gaat deze toelichting voorbij aan de vraag welk belang [verzoeker] heeft bij beantwoording van vraag 1 door een deskundige. De vraag op welke wijze de omvang van mogelijk door [verzoeker] geleden schade dient te worden berekend is immers een hele andere dan de vraag of sprake is geweest van een realistische prognose omtrent de te verwachten omzetten en of sprake is geweest van een deugdelijk onderzoek. Hetzelfde geldt voor de kwestie met betrekking tot de knowhow.

2.7.

De conclusie is dat [verzoeker] onvoldoende duidelijk heeft gemaakt wat haar belang is bij het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht met betrekking tot de door haar geformuleerde vraag 1. De kantonrechter zal het verzoek daarom afwijzen. Gelet op het voorgaande kan het beroep van IJsvogel op verjaring onbesproken blijven.

2.8.

De proceskosten in de hoofdzaak komen voor rekening van [verzoeker] omdat zij ongelijk krijgt. In het bevoegdheidsincident wordt IJsvogel als in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten.

3 De beslissing

De kantonrechter:


in de hoofdzaak

3.1.

wijst het verzoek af;

3.2.

veroordeelt [verzoeker] in de kosten in de hoofdzaak die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 747,00 (3 x € 249,00) aan salaris van de gemachtigde van IJsvogel;


in het incident

3.3.

veroordeelt IJsvogel in de kosten van het incident die de kantonrechter tot en met vandaag vaststelt op € 498,00 (2 x € 249,00) aan salaris van de gemachtigde van [verzoeker]

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.