Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4757

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-06-2021
Datum publicatie
11-06-2021
Zaaknummer
C/15/317135 / HA RK 21/99
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verschoningskamer. Verzoek om verschoning toegewezen, nu het door verzoeker aangevoerde voldoende aanwijzing oplevert dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, objectief gerechtvaardigd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

[jw.sys.1.zaaknr] / [jw.sys.1.rolnummer_rekestnr][datum_beslissing]

Verschoningskamer

zaaknummer / rekestnummer: C/15/317135 / HA RK 21/99

Beslissing van 10 juni 2021

op het schriftelijke verzoek tot verschoning ingevolge artikel 40 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) van:

mr. J. van der Kluit,

verzoeker tot verschoning,

rechter in deze rechtbank

in de zaak tussen:

[eiseres, verweerder in verzet]

gevestigd te [plaats]
eiseres, verweerder in verzet
verder te noemen: [eiseres, verweerder in verzet]

advocaat: mr. C.I.M. Molenaar

[gedaagde, eiseres in verzet]

gevestigd te [plaats]

gedaagde, eiseres in verzet
verder te noemen: [gedaagde, eiseres in verzet]

advocaat: mr. J. Hagers

1 Procesverloop

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit het verzoek tot verschoning van verzoeker van 10 juni 2021.

2 Het verschoningsverzoek

2.1

Het verzoek tot verschoning ziet op de procedure tussen de partijen [eiseres, verweerder in verzet] en [gedaagde, eiseres in verzet] , rolnummer 308040 HA ZA 20-619, waarin op 15 juni 2021 een mondelinge behandeling is gepland (voor de enkelvoudige kamer). Verzoeker is de behandelend rechter.

2.2

Verzoeker heeft ter onderbouwing aan het verzoek – samengevat –

het volgende ten grondslag gelegd. Het geschil tussen [eiseres, verweerder in verzet] en [gedaagde, eiseres in verzet] is onderdeel van een omvangrijker geschil, waarbij ook de procespartijen van twee andere, met elkaar samenhangende zaken (met rolnummers 289964 en 286578) betrokken zijn. Verzoeker maakt deel uit van de meervoudige kamer die deze zaken in behandeling heeft. Onlangs heeft de mondelinge behandeling in deze twee zaken plaatsgevonden en binnenkort wordt vonnis gewezen, ook over kwesties die aan de orde zijn in de procedure tussen [eiseres, verweerder in verzet] en [gedaagde, eiseres in verzet] . Omdat verzoeker als rechter betrokken is bij deze twee zaken, die samenhang hebben met de zaak tussen [eiseres, verweerder in verzet] en [gedaagde, eiseres in verzet] en waarin vergelijkbare, althans samenhangende feiten en oordelen aan de orde zijn, meent verzoeker dat hij – wegens de vrees voor (de schijn van) partijdigheid - niet vrij staat in de behandeling van de zaak tussen [eiseres, verweerder in verzet] en [gedaagde, eiseres in verzet] .

3 De beoordeling

3.1

Naar het oordeel van de verschoningskamer kan een zitting achterwege blijven.

3.2

In artikel 40 Rv is bepaald dat op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 36 Rv elk van de rechters die een zaak behandelen, kan verzoeken zich te mogen verschonen. Bij de beoordeling van een verschoningsverzoek is het uitgangspunt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die procesdeelnemer bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

3.3

Onderzocht dient te worden of de aangevoerde omstandigheden een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees – objectief – gerechtvaardigd is dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

3.4

De verschoningskamer oordeelt dat het door verzoeker aangevoerde voldoende aanwijzing oplevert dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden, objectief gerechtvaardigd is.

3.5

Het verzoek tot verschoning zal daarom worden toegewezen.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1

wijst het verzoek tot verschoning toe;

4.2

beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker en de partijen in de hoofdzaak een voor eensluidende gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden,

4.3

bepaalt dat de hoofdzaak verder zal worden behandeld door een andere rechter en beveelt dat die zaak daartoe in handen wordt gesteld van de voorzitter van het team Handel, locatie Haarlem.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.H.M. Bruin, voorzitter, mr. L.M. Kos en mr. N. Kwak, leden van de verschoningskamer, in tegenwoordigheid van mr. N. Kampert, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2021.[concipiënt_initialen]

griffier voorzitter

Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.