Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4698

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-06-2021
Datum publicatie
18-06-2021
Zaaknummer
8957736 CV EXPL 21-37
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gasvrije woning. Gedaagde heeft onrechtmatig gehandeld tegenover netbeheerder door geen afsluitkosten te betalen of (voor korte tijd) een contract met een gasleverancier te sluiten, totdat het afsluiten van de gasaansluiting gratis zou kunnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8957736 \ CV EXPL 21-37

Uitspraakdatum: 16 juni 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

Stedin Netbeheer B.V.

gevestigd te Rotterdam

eiseres

verder te noemen: Stedin

gemachtigde: Inkassier Gerechtsdeurwaarders & Incasso

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederend in persoon

1 Het procesverloop

1.1.

Stedin heeft bij dagvaarding van 28 december 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Stedin heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 Samenvatting van de zaak en het vonnis

2.1.

[gedaagde] is in mei 2020 in zijn woning komen wonen. Omdat hij graag duurzaam wilde wonen, wilde hij geen gasaansluiting in de woning. Op dat moment was het echter nog verplicht om een contract af te sluiten met een gasleverancier of om mee te betalen aan het afsluiten van de gasaansluiting. Pas vanaf 2 maart 2021 is dit veranderd. Op het moment dat Stedin [gedaagde] aansprak om een gasleverancier te nemen of mee te betalen aan de afsluiting, had [gedaagde] dus slechts de keuze om òf de afsluitkosten te betalen òf toch nog (voor korte tijd) een contract met een gasleverancier te sluiten, totdat het afsluiten van de gasaansluiting gratis zou kunnen. Hij heeft ten onrechte geen van beide gedaan en heeft daarmee onrechtmatig gehandeld tegenover Stedin, die haar wettelijke taak als regionale netbeheerder moest uitvoeren en zodoende moest zorgen dat de gasaansluiting van [gedaagde] zou worden afgesloten als [gedaagde] geen gasleverancier had. [gedaagde] moet daarom de schade van Stedin vergoeden, zodat de vordering van Stedin wordt toegewezen.

3 Feiten

3.1.

[gedaagde] woont sinds mei 2020 aan [adres] (hierna: de woning). In de woning bevond zich tot 31 december 2020 een gasaansluiting met meternummer [meternummer] en EAN-code [EAN-code] .

3.2.

Stedin is de regionale netbeheerder van het gasnet in de regio waarin de woning ligt en had om die reden een aansluit- en transportovereenkomst met [gedaagde] . Stedin heeft daarmee op grond van de Gaswet de taak om te zorgen dat als mensen geen gasleverancier hebben, hun gasaansluiting wordt afgesloten.

3.3.

Stedin heeft op 1 mei 2020 geconstateerd dat er geen leverancier voor de gasaansluiting van de woning bekend was.

3.4.

Stedin heeft [gedaagde] laten weten dat hij verplicht is om een gasleverancier te hebben.

3.5.

Nadat [gedaagde] op 28 december 2020 de dagvaarding heeft ontvangen, heeft hij contact opgenomen met Stedin en is de gasaansluiting van de woning op 31 december 2020 afgesloten.

4 Het geschil

4.1.

Stedin vordert, na vermindering van eis, dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 75,00, vermeerderd met rente, en tot betaling van de proceskosten en de nakosten.

4.2.

Ter onderbouwing van haar vordering voert Stedin aan dat zij op 22 juni 2020 een eerste brief aan [gedaagde] heeft gestuurd dat hij verplicht was om een gasleverancier te hebben, terwijl hij die niet had. Vervolgens is op 13 juli 2020 een monteur bij [gedaagde] langsgegaan om de gasaansluiting af te sluiten, maar [gedaagde] was toen niet thuis. Op 28 augustus 2020 en 12 november 2020 heeft Stedin opnieuw brieven aan [gedaagde] gestuurd. Op 23 november 2020 is de deurwaarder langsgegaan, die [gedaagde] evenmin thuis trof. Al die tijd liet [gedaagde] niets van zich horen. Stedin heeft [gedaagde] op deze manier voldoende in de gelegenheid gesteld om alsnog een leveringsovereenkomst met een gasleverancier te sluiten of om Stedin in de gelegenheid te stellen de gasaansluiting af te sluiten. [gedaagde] heeft hier niets mee gedaan. Pas nadat de dagvaarding was uitgebracht, reageerde [gedaagde] en werkte hij mee aan de afsluiting van de gasaansluiting. Door niet tijdig zijn medewerking te verlenen, heeft [gedaagde] onrechtmatig jegens Stedin gehandeld, omdat hij Stedin zo heeft belemmerd in de uitvoering van haar wettelijke taken. Stedin vordert daarom een bedrag van € 75,00 als vergoeding van de door haar geleden en nog te lijden schade door het niet meewerken van [gedaagde] , bestaande uit de buitengerechtelijke kosten alsmede gederfde inkomsten in de vorm van netverlies en het niet kunnen incasseren van de aansluit- en transportvergoeding, welke vergoedingen zij wel zou hebben kunnen incasseren indien er sprake was van een overeenkomst met een gasleverancier.

4.3.

[gedaagde] heeft betwist dat hij brieven van Stedin heeft ontvangen en dat Stedin bij hem is langs geweest. [gedaagde] heeft pas na maanden van Stedin vernomen dat hij verplicht was om een gasleverancier te hebben. [gedaagde] wilde als geëngageerd burger echter graag duurzaam wonen en wilde daarom geen gasaansluiting in de woning. Om zijn gasaansluiting te laten afsluiten, zou hij € 1.000,00 moeten betalen aan Stedin, wat hij een misdadig bedrag vindt voor iemand die duurzaam wil wonen en dus doet wat de overheid graag wil. Hij heeft daarover nog een paar keer gebeld met Stedin, omdat hij een en ander op papier wilde hebben. Hij kreeg echter niets op papier, maar ontving op 17 december 2020 opeens een dagvaarding van Stedin, terwijl de minister op 16 december 2020 heeft aangegeven dat de afsluitboete tijdelijk verdwijnt. Dit had Stedin moeten meenemen bij haar beslissing om een dagvaarding aan [gedaagde] uit te brengen. [gedaagde] heeft desondanks op 31 december 2020 meegewerkt aan het afsluiten van de gasaansluiting. [gedaagde] vindt het dan ook niet terecht dat Stedin nu de schade en de proceskosten op hem wil verhalen.

4.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter merkt allereerst op dat niet duidelijk is wat [gedaagde] precies bedoeld met zijn opmerking dat de brieven die Stedin als productie heeft overgelegd “leeg zijn”. De overgelegde brieven zijn namelijk ondertekend en geadresseerd aan “de bewoners van [adres] ”, aan “de gebruiker(s) van [adres] ” dan wel aan “(De heer) [gedaagde] , [adres] ”. Hoewel niet goed valt in te zien hoe het kan dat geen van de genoemde brieven zou zijn aangekomen, terwijl ze wel allemaal juist geadresseerd zijn, is dat uiteindelijk ook minder relevant, aangezien [gedaagde] zelf heeft verklaard dat Stedin aan hem heeft verteld dat hij verplicht was om een gasleverancier te hebben. [gedaagde] was daarvan dus op de hoogte, zodat zijn stelling dat hij opeens een dagvaarding ontving, niet juist is. Hij heeft zelf aangegeven dat hij daarover meerdere keren telefonisch contact zou hebben gehad met Stedin, wat Stedin overigens lijkt te betwisten, maar gelet op zijn eigen standpunt, is het in elk geval niet juist dat hij tot aan de dagvaarding van niets wist. Het staat vast dat [gedaagde] (ruim) voor de dagvaarding wist dat hij verplicht was een gasleverancier te hebben.

5.2.

Daarmee is het uitgangspunt dat [gedaagde] ten onrechte niet (tijdig) heeft meegewerkt aan het alsnog krijgen van een gasleverancier of het afsluiten van zijn gasaansluiting. Dit zou mogelijk anders kunnen zijn als Stedin ten onrechte aan [gedaagde] heeft gevraagd om de afsluitkosten te betalen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat het niet terecht was dat hij die kosten moest betalen, omdat die kosten sinds 16 december 2020 niet meer op mensen die hun gasaansluiting laten verwijderen, worden verhaald en het bovendien een misdadig hoog bedrag was. Voor de beoordeling van de vraag of het onredelijk is dat Stedin nog aanspraak maakte op de afsluitkosten, is het volgende van belang.

5.3.

Uit het verhaal van [gedaagde] blijkt dat Stedin in elk geval al vóór november 2020 aanspraak maakte op betaling van de afsluitkosten door [gedaagde] . [gedaagde] geeft in zijn antwoord op de dagvaarding immers aan dat hij meerdere keren telefonisch contact had met Stedin over de verplichting om een gasleverancier te hebben en over de € 1.000,00 die hij naar zijn zeggen moest betalen als hij afgesloten wilde worden, en dat hij vervolgens “die dag in November” een exploot van de deurwaarder kreeg. Wanneer gekeken wordt naar hoe de afschaffing van het meebetalen aan de afsluitkosten tot stand is gekomen, is onder meer het antwoord dat minister Wiebes op 5 oktober 2020 geeft op vragen van kamerlid Van der Lee van Groen Links (Aanhangsel van de Handelingen II, vergaderjaar 2020/2021, 317) van belang. Voor zover relevant zegt minister Wiebes op 5 oktober 2020:

Tijdens verschillende debatten met de Tweede Kamer is uitgebreid gesproken over de verdeling van kosten die verband houden met beëindigen van de gasaansluiting (afsluitkosten). Het dilemma daarbij is dat we koplopers niet willen afremmen, maar tegelijk willen we voorkomen dat via de tarieven mensen die nog niet zo ver zijn voor de kosten opdraaien. In de Tweede Kamer was brede steun voor de motie van het lid Van der Lee die de afsluitkosten 50–50 verdeelt. De helft van de kosten wordt in rekening gebracht bij de bewoner en de andere helft mag de netbeheerder verrekenen in het algemene periodieke aansluittarief. Dit deel wordt dus opgebracht door allen die nog wel aangesloten zijn op het gasnetwerk.”

Anders gezegd, begin oktober 2020 wordt nog gesproken over de vraag of een 50/50 kostenverdeling redelijk is en is dus nog geen sprake van het volledig afschaffen van het in rekening brengen van de afsluitkosten. Pas in een brief van 18 november 2020 schrijft minister Wiebes dat inmiddels erover wordt nagedacht om het in rekening brengen van de afsluitkosten helemaal af te schaffen, maar dat daarover op korte termijn nog geen duidelijkheid kan worden gegeven (Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 29 023, nr. 263). Uiteindelijk wordt het betalen van de afsluitkosten, anders dan [gedaagde] stelt, pas per 2 maart 2021 (Stcrt 1 maart 2021 nr. 10151) daadwerkelijk helemaal afgeschaft.

5.4.

Op het moment dat Stedin [gedaagde] aansprak voor het verwijderen van de gasaansluiting, was de overheid dus nog aan het nadenken over de vraag voor wiens rekening de kosten van het afsluiten van de gasafsluiting moesten komen: voor rekening van de mensen die nog steeds een gasaansluiting hadden of toch ook (deels) voor rekening van de mensen die al van het gas af wilden. De definitieve keuze werd pas later duidelijk. Het enkele feit dat nu is besloten dat vanaf 2 maart 2021 degene die van het gas af wil daarvoor niet meer hoeft te betalen, maakt niet dat Stedin daardoor met terugwerkende kracht ten onrechte van [gedaagde] verlangde dat hij voor de afsluiting betaalde. Het gaat hier om een verandering van opvatting in de samenleving/de politiek over de vraag wie er voor de kosten moet opdraaien, niet over een door Stedin verkeerd en ten onrechte toegepast beleid. Vóór 2 maart 2021 konden mensen die van het gas af wilden dus nog niet weigeren mee te betalen aan de wettelijk vastgestelde afsluitingskosten. Mensen die vóór 2 maart 2021 nog niet toe waren aan het afsluiten van het gas, zouden anders opeens geconfronteerd worden met een kostenverhoging – de afsluitkosten moeten immers door iemand worden betaald – zonder dat zij dat in hun afweging om een gasaansluiting te houden, hebben kunnen meenemen. Om zowel de belangen van de mensen die nog wel een gasaansluiting hebben als van de mensen die daarvan af willen, zorgvuldig mee te wegen en in acht te nemen, kan pas aanspraak worden gemaakt op het kosteloos afsluiten, als democratisch en definitief is besloten dat het voortaan anders gaat. Als [gedaagde] het bedrag dat Stedin op grond van wettelijk bepaalde tarieven bij hem in rekening wilde brengen, te hoog vond, had hij er op dat moment ook voor kunnen kiezen om de gasaansluiting nog even in stand te laten en een overeenkomst met een gasleverancier aan te gaan, totdat besloten was dat de kosten voor de afsluiting niet langer voor rekening zouden komen van mensen die zich wilden laten afsluiten. Hij heeft ten onrechte noch de afsluitkosten betaald noch een gasleverantie overeenkomst gesloten. Daarmee heeft hij onrechtmatig gehandeld tegenover Stedin, die op grond van de Gaswet verplicht was om [gedaagde] af te sluiten.

5.5.

[gedaagde] heeft slechts betwist dat hij onrechtmatig heeft gehandeld. Hij heeft de hoogte van de gevorderde schadevergoeding niet betwist. De kantonrechter vindt dat Stedin de hoogte van de schadevergoeding voldoende heeft onderbouwd en dat het gevorderde (gefixeerde) bedrag van € 75,00 onder de gegeven omstandigheden ook een redelijk bedrag is, zodat dit bedrag zal worden toegewezen. Ook de daarover gevorderde wettelijke rente zal, als op de wet gegrond en door [gedaagde] verder niet weersproken, worden toegewezen.

5.6.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Stedin zal toewijzen. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van € 18,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Stedin worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Stedin van € 75,00 aan schadevergoeding, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 december 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Stedin tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 85,09

griffierecht € 126,00

salaris gemachtigde € 74,00 (2x € 37);

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 18,50 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Stedin worden gemaakt.

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. de Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter