Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4579

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
29-04-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
8814530 / EJ VERZ 20-361
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De zaak gaat over een verzoek van twee appartement eigenaren om een besluit van de VvE om geen toestemming te verlenen voor een (reeds geplaatst) oplaadpunt in de parkeergarage, te vernietigen. De kantonrechter oordeelt dat het besluit van VvE niet strijdig is met de redelijkheid en billijkheid. De belangen van VvE om de veiligheid te waarborgen en om ongewenste precedentwerking te voorkomen wegen zwaarder dan de belangen van deze eigenaren om een eigen oplaadpunt in de parkeergarage te hebben. Meegewogen is dat er in de nabijheid van de parkeergarage voldoende alternatieve oplaadpunten zijn. Het verzoek van deze eigenaars om het besluit van VvE te vernietigen wijst de kantonrechter daarom af.

Het tegenverzoek van VvE om verwijdering van het geplaatste oplaadpunt wijst de kantonrechter om dezelfde redenen toe. Er is geen concreet zicht op toestemming tot plaatsing van een oplaadpunt in de parkeergarage in de nabije toekomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 8814530 / EJ VERZ 20-361 (SJ)

Uitspraakdatum: 29 april 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

[verzoekers]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in het verzoek / verwerende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: [verzoekers]

procederend in persoon

tegen

Vereniging van Eigenaars Oranjehof/Parkeerkelder 2 te Alkmaar

zetelende te Alkmaar

verwerende partij in het verzoek / verzoekende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: VvE

gemachtigde: mr. T.J. Sikkes

Samenvatting van de zaak en de beschikking

De zaak gaat over een verzoek van twee appartement eigenaren om een besluit van de VvE om geen toestemming te verlenen voor een (reeds geplaatst) oplaadpunt in de parkeergarage, te vernietigen. De kantonrechter oordeelt dat het besluit van VvE niet strijdig is met de redelijkheid en billijkheid. De belangen van VvE om de veiligheid te waarborgen en om ongewenste precedentwerking te voorkomen wegen zwaarder dan de belangen van deze eigenaren om een eigen oplaadpunt in de parkeergarage te hebben. Meegewogen is dat er in de nabijheid van de parkeergarage voldoende alternatieve oplaadpunten zijn. Het verzoek van deze eigenaars om het besluit van VvE te vernietigen wijst de kantonrechter daarom af.

Het tegenverzoek van VvE om verwijdering van het geplaatste oplaadpunt wijst de kantonrechter om dezelfde redenen toe. Er is geen concreet zicht op toestemming tot plaatsing van een oplaadpunt in de parkeergarage in de nabije toekomst.

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoekers] hebben een verzoekschrift ingediend, ter griffie ingekomen op 12 oktober 2020. VvE heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 1 april 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Partijen hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

2 Feiten

2.1.

[verzoekers] zijn gezamenlijk eigenaar van een appartementsrecht dat hen recht geeft op het uitsluitend gebruik van een parkeerplaats in de gemeenschappelijke Oranjehof Parkeerkelder 2 aan de [adres] De Oranjehof Parkeerkelder 2 is gelegen onder het appartementencomplex Oranjehof, waarin 50 appartementen zijn gesitueerd.

2.2.

Blijkens de (wijziging) ondersplitsingsakte van VvE van 29 juni 2020 is het Modelreglement van ondersplitsing van 2006 (hierna: het Modelreglement) van toepassing.

2.3.

In artikel 22 lid 3 van het Modelreglement is het volgende bepaald: ‘De eigenaars en gebruikers mogen zonder toestemming van de vergadering geen veranderingen aanbrengen in de gemeenschappelijke gedeelten of aan de gemeenschappelijke zaken, ook als deze zich in privé gedeelten bevinden.’

2.4.

Verder is het Huishoudelijk Reglement Vereniging van Eigenaren Oranjehof/Parkeerkelder 2 (hierna: het Huishoudelijk Reglement) van toepassing.

2.5.

In artikel 1 onder b van het Huishoudelijk Reglement is het volgende bepaald: Plaatsing van privé of bedrijfseigendommen in de gemeenschappelijke ruimten is – anders dan voor korte duur – niet toegestaan. Het bestuur kan, tijdelijk en onder voorwaarden, schriftelijk ontheffing verlenen.’

2.6.

In artikel 4 onder c van het Huishoudelijk Reglement is het volgende bepaald: ‘Aanbrengen of installeren van andere zaken op of aan het gebouw is niet toegestaan. De vergadering van eigenaar kan, onder voorwaarden, schriftelijk toestemming verlenen tot afwijking van dit artikel.’

2.7.

Op 5 juli 2018 hebben [verzoekers] zonder voorafgaande toestemming een oplaadpunt laten plaatsen aan de muur bij hun parkeerplek. Het oplaadpunt is aangesloten op het lichtnet van de parkeergarage.

2.8.

Blijkens het verslag van de bestuursvergadering van VvE van 13 november 2018 heeft het bestuur besloten om het oplaadpunt van [verzoekers] tijdelijk te gedogen.

2.9.

Blijkens de notulen van de Algemene Ledenvergadering (hierna: ALV) van 11 maart 2019 is onder meer besproken dat de Werkgroep ‘Oplaadpunten’ een half jaar krijgt om met een voorstel te komen, dat daarbij een aandachtspunt is dat de elektriciteitsvoorziening niet sterk genoeg is, dat voor [verzoekers] een gedoogperiode afgesproken en dat andere laadpalen die zonder toestemming van VvE worden aangebracht, zullen worden verwijderd.

2.10.

De Werkgroep ‘Oplaadpunten’ doet, onder leiding van [verzoeker 1] , onderzoek naar het plaatsen van oplaadpunten in de parkeerkelder.

2.11.

Blijkens het verslag van de bestuursvergadering van VvE van 10 september 2019 is besproken dat de aan [verzoekers] toegezegde gedoogperiode inmiddels ruim is verstreken en dat het rapport van de Werkgroep ‘Oplaadpunten’ wordt afgewacht.

2.12.

Bij mail van 30 november 2019 hebben [verzoekers] gevraagd of het oplaadpunt tijdelijk mag blijven hangen tot er een gemeenschappelijke regeling is gekomen.

2.13.

Blijkens de notulen van de ALV van 3 december 2019 is heeft de Werkgroep ‘Oplaadpunten’ haar rapport van november 2019 toegelicht. Verder is gesproken over de (brand)veiligheid en is besproken dat het in de garage aangebrachte oplaadpunt illegaal is, dat het bestuur van mening is dat er dient te worden gehandhaafd en dat dit oplaadpunt dient te worden verwijderd.

2.14.

Bij e-mail van 4 mei 2020 heeft de voorzitter van het bestuur aan [verzoekers] verzocht om het oplaadpunt te verwijderen.

2.15.

Bij e-mail van 12 mei 2020 hebben [verzoekers] verzocht het verzoek om achteraf toestemming voor het plaatsen van het oplaadpunt op de volgende ALV te agenderen en de gedoogperiode te laten voortduren tot er officiële oplaadpunten komen in de parkeergarage.

2.16.

Blijkens de notulen van de ALV van 14 september 2020 heeft de ALV besloten om het verzoek van [verzoekers] om (achteraf) toestemming te krijgen voor het plaatsen van een oplaadpunt met 93,4% van de stemmen afgewezen.

2.17.

In het besluit van 14 september 2020 is ter onderbouwing van de afwijzing van het verzoek van [verzoekers] overwogen dat over het door [verzoekers] geplaatste oplaadpunt veelvuldig is gesproken en dat er onderzoeken zijn gedaan. Verder is bij de afwijzing meegewogen dat het oplaadpunt illegaal is geplaatst door vooraf geen toestemming te vragen en dat dit oplaadpunt niet juist is geplaatst, waardoor de veiligheid niet is gewaarborgd.

3 Het verzoek

3.1.

[verzoekers] verzoeken de kantonrechter om het besluit van VvE van 14 september 2020 te vernietigen, het besluit van 14 september 2020 te schorsen totdat op het onderhavige verzoek onherroepelijk is beslist en [verzoekers] een vervangende machtiging te verlenen om een laadpaal te plaatsen/geplaatst te houden met veroordeling van VvE in de proceskosten.

3.2.

[verzoekers] leggen aan hun verzoek – samengevat – ten grondslag dat het besluit van 14 september 2020 vernietigbaar is omdat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is genomen. [verzoeker 1] stellen dat zij op 4 mei 2020 plotseling een brief kregen met het verzoek het oplaadpunt binnen veertien dagen te verwijderen, terwijl aan het gedogen geen termijn was gesteld. [verzoekers] stellen dat zij de ALV alsnog om toestemming hebben gevraagd onder overlegging van een gebruikersovereenkomst en een goede onderbouwing. [verzoekers] zijn van mening dat VvE het verzoek zonder verdere motivering heeft afgewezen en betwisten dat er enig onderzoek is gedaan waaruit zou volgen dat het plaatsen van een oplaadpunt niet mogelijk of te gevaarlijk zou zijn. Het oplaadpunt is met tussenmeter door een erkend installateur geplaatst. [verzoekers] menen op grond van het Bouwbesluit, de huidige NEN-normen en een publicatie van Vereniging DOET dat het plaatsen van laadpalen in parkeergarages juist niet bezwaarlijk is. Daarbij volstaat op grond van het Modelreglement 2017 een meldingsplicht indien wordt voldaan aan bepaalde voorwaarden. Dit Modelreglement 2017 geldt niet voor VvE, maar dit geeft aan dat er een positieve tendens bestaat op het gebied van elektrisch rijden en het voorzien in de daarvoor vereiste faciliteiten. [verzoekers] menen dat zij voldoen aan de voorwaarden van het Modelreglement 2017 en dat de toestemming zonder redelijke grond is onthouden.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

VvE betwist dat het besluit in strijd met de redelijkheid en billijkheid is genomen. VvE voert – samengevat – aan dat haar belang uit oogpunt van veiligheid en ongewenste precedentwerking zwaarder weegt dan het belang van [verzoekers] VvE betwist dat het besluit zonder nadere motivering is genomen. Uit de overgelegde notulen van de bestuursvergadering en de ALV’s blijkt dat veelvuldig is gediscussieerd over het oplaadpunt. Er heeft een onderzoek plaatsgevonden door de Werkgroep, waarin ook [verzoeker 1] zat, naar het realiseren van oplaadpunten in de parkeerkelder. Deze realisatie is technisch ingewikkeld en kost veel tijd en geld omdat het huidige elektriciteitsnetwerk niet toereikend is. De ALV neemt hierover daarom voorlopig nog geen besluit, zodat alle bewoners zich tot die tijd aan de regels moeten houden. Volgens VvE wordt een verkeerd signaal afgeven als voor [verzoekers] een uitzondering wordt gemaakt, terwijl er redelijke alternatieven bestaan, zoals oplaadpunten op nog geen twintig meter van de parkeerkelder.

Verder voert VvE aan dat blijkens de diverse notulen aan [verzoekers] is verteld dat tijdelijk zou worden gedoogd. Daarbij is een gedoogperiode per definitie tijdelijk. Ook voert VvE aan dat Het Modelreglement 2017 niet op VvE van toepassing is. Bovendien voldoen [verzoekers] niet aan de daarin gestelde voorwaarden. VvE twijfelt namelijk aan de deskundigheid van de installateur omdat het oplaadpunt op het lichtnet is aangesloten. Ook ontbreekt een werkplan. De door [verzoekers] aangehaalde publicatie van Vereniging DOET zegt niets over het oplaadpunt dat [verzoekers] hebben geplaatst. Uit informatie van onder meer het Instituut Fysieke Veiligheid en de Nederlandse Brandweer blijkt volgens VvE juist dat er nog veel onduidelijkheid is op het gebied van het realiseren van laadvoorzieningen voor elektrische voertuigen in parkeergarages.

4.2.

Bij wijze van tegenverzoek verzoekt VvE de kantonrechter om [verzoekers] (hoofdelijk) te gebieden het oplaadpunt binnen vier weken na de te wijzen beschikking te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom van € 100,00 per dag met een maximum van € 50.000,00 en [verzoekers] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de proceskosten.

4.3.

VvE wijst ter onderbouwing van haar tegenverzoek naar hetgeen zij in het verzoek heeft aangevoerd.

5 De beoordeling

ten aanzien van het verzoek

5.1.

In artikel 5:130 BW en artikel 2:15 BW is bepaald dat een besluit vernietigbaar is wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid die door artikel 2:8 BW worden geëist. Ingevolge artikel 2:8 lid 1 BW moeten een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet of de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd.

5.2.

De kantonrechter toetst een besluit als hier aan de orde marginaal, dat wil zeggen dat slechts een besluit dat een redelijk handelende ledenvergadering van een VvE bij afweging van de betrokken belangen niet had kunnen nemen voor vernietiging in aanmerking komt. Daarnaast spelen de regels van de stelplicht en bewijslastverdeling een rol, dat wil zeggen dat degene die zich beroept op de rechtsgevolgen van de door haar/hem gestelde feiten of rechten voldoende moet stellen en, zo nodig, bewijzen.

5.3.

De kantonrechter is van oordeel dat VvE in redelijkheid heeft kunnen besluiten tot afwijzing van het verzoek van [verzoekers] in verband met de veiligheid en het tegengaan van ongewenste precedentwerking. Wat betreft de veiligheid heeft VvE gewezen op onderzoek van de Werkgroep ‘Oplaadpunten’, neergelegd in het rapport van november 2019. In dit rapport heeft de Werkgroep vastgesteld dat het elektriciteitsnetwerk niet toereikend is voor oplaadpunten. Dat deze vaststelling niet klopt, hebben [verzoekers] niet gesteld, zodat de kantonrechter hiervan ook uitgaat.

5.4.

[verzoekers] stellen desondanks dat hun oplaadpunt de veiligheid niet in gevaar brengt omdat het door een erkend installateur is geplaatst. Naar het oordeel van de kantonrechter hebben [verzoekers] hun stelling echter niet onderbouwd, terwijl dat wel op hun weg had gelegen. De door [verzoekers] overgelegde verklaring van de autodealer en de verwijzing van [verzoekers] naar een publicatie van de vereniging DOET acht de kantonrechter niet toereikend. Deze verklaring en publicatie zeggen niets over (de installatie van) het oplaadpunt van [verzoekers] De door [verzoekers] ter zitting overgelegde verklaring van hun installateur brengt de kantonrechter niet tot een ander oordeel. De installateur verklaart slechts dat ‘het volgens de normen zit’ en dat ‘het een gewone wandcontactdoos op een algemene eindgroep is’. Deze verklaring acht de kantonrechter dan ook weinigzeggend omdat verdere onderbouwing ontbreekt. Aan deze verklaring kan de kantonrechter daarom niet die waarde hechten die [verzoekers] daaraan toegekend wensen te zien.

5.5.

Ook al zou de veiligheid niet in gevaar zijn door de plaatsing van dit ene oplaadpunt – ter zitting heeft de voormalig voorzitter van de VvE verklaard dat een enkel oplaadpunt niet zal leiden tot overbelasting van het netwerk –, dan is er nog het belang van VvE bij het tegengaan van ongewenste precedentwerking. VvE voert onweersproken aan dat vanwege de kosten en de complexiteit is besloten de infrastructuur van de garage voorlopig niet aan te passen. Verder is, anders dan [verzoekers] ter zitting kennelijk menen, niet gebleken dat er een wettelijke verplichting is om in bestaande garages oplaadpunten voor elektrische auto’s aan te leggen. Dit betekent dat er op korte termijn geen zicht is op de aanleg van oplaadpunten in de parkeergarage. Wanneer het verzoek van [verzoekers] wordt toegewezen, heeft dat tot gevolg dat VvE andere aanvragen om het plaatsen van een oplaadpunt in de parkeergarage in beginsel niet kan weigeren. Deze oplaadpunten zullen op het huidige elektrische netwerk worden geplaatst, terwijl het huidige elektrische netwerk daarvoor niet toereikend is. Hierdoor bestaat een risico op overbelasting van het netwerk. Dit raakt dan weer het zwaarwegende belang van VvE van het waarborgen van de veiligheid.

5.6.

De kantonrechter is, gelet op het voorgaande, dan ook met VvE van oordeel dat de belangen van VvE zwaarder wegen, dan het belang van [verzoekers] bij een oplaadpunt in de parkeergarage. Bovendien is het niet zo dat [verzoekers] door dit besluit geen mogelijkheid hebben om hun auto kunnen opladen. Niet in geschil is dat er op twintig meter afstand van de parkeergarage openbare oplaadpunten zijn. Dat het gebruik van deze oplaadpunten mogelijk duurder is omdat er naast oplaadkosten een starttarief en parkeerkosten zijn verschuldigd, dat [verzoekers] het niet prettig vinden dat hun auto na werktijd een lange tijd buiten staat en dat het prettiger is om een eigen oplaadpunt bij je eigen parkeerplek in de parkeergarage te hebben, is niet doorslaggevend. Dat het oplaadpunt er inmiddels al ruim tweeënhalf jaar zit, doet hieraan niet af, aangezien het oplaadpunt zonder toestemming is geplaatst.

5.7.

De kantonrechter is daarom van oordeel dat VvE bij afweging van alle betrokken belangen in redelijkheid heeft kunnen komen tot afwijzing van het verzoek om achteraf toestemming tot plaatsing van het oplaadpunt. De omstandigheid dat het oplaadpunt eerder is gedoogd, maakt dit oordeel niet anders. Terecht voert VvE aan dat gedogen per definitie tijdelijk is. Aan het gedogen konden [verzoekers] dan ook niet het vertrouwen ontlenen dat hun verzoek zou worden toegewezen. Bovendien kan uit de notulen die zich bij de gedingstukken bevinden worden opgemaakt dat [verzoekers] er regelmatig op zijn gewezen dat het oplaadpunt niet langer zou worden gedoogd en moet worden verwijderd. Verder is de kantonrechter van oordeel dat VvE terecht aanvoert dat het Modelreglement 2017 – op grond hiervan geldt onder voorwaarden slechts een meldingsplicht voor oplaadpunten – niet van toepassing is. Hieraan kunnen [verzoekers] dus geen rechten ontlenen.

5.8.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het verzoek om het besluit van 14 september 2020 te vernietigen zal worden afgewezen. Dit brengt met zich dat het verzoek tot schorsing van het besluit eveneens zal worden afgewezen. Er is daarom ook geen aanleiding is om [verzoekers] een vervangende machtiging te verlenen. Dit verzoek wordt afgewezen.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoekers] , omdat zij ongelijk krijgen.

Ten aanzien van het tegenverzoek

5.10.

Gelet op hetgeen in het verzoek van [verzoekers] is overwogen, concludeert de kantonrechter dat er in de nabije toekomst geen zicht is op toestemming tot plaatsing van een oplaadpunt. Zeker niet op de wijze waarop het oplaadpunt van [verzoekers] is geïnstalleerd. Dit betekent dat het tegenverzoek tot verwijdering en het verwijderd houden van het oplaadpunt voor toewijzing in aanmerking komt.

5.11.

De door VvE gevorderde dwangsom wijst de kantonrechter eveneens toe.

5.12.

De proceskosten in het tegenverzoek komen voor rekening van [verzoekers] , omdat zij ongelijk krijgen. Gelet op de samenhang met het verzoek ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten in het tegenverzoek op nihil te stellen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

ten aanzien van het verzoek

6.1.

wijst het verzoek af;

6.2.

veroordeelt [verzoekers] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor VvE worden vastgesteld op een bedrag van € 498,00 aan salaris van de gemachtigde van VvE;

6.3.

verklaart de veroordeling in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

ten aanzien van het tegenverzoek

6.4.

gebiedt [verzoekers] hoofdelijk om het oplaadpunt binnen vier weken na de dagtekening van deze beschikking te verwijderen en verwijderd te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag dat zij hieraan niet voldoen, met een maximum van € 50.000,00;

6.5.

veroordeelt [verzoekers] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor VvE worden vastgesteld op nihil;

6.6.

verklaart de veroordeling in deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

de griffier de kantonrechter