Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4472

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
02-06-2021
Zaaknummer
C/15/314839/FA RK 21/1641 en C/15/314911/FA RK 21/1676
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Moeder verhuist zonder toestemming van vader met de kinderen over wie zij gezamenlijk gezag hebben.

Geen sprake van “verhuiszaak” waarop de in de rechtspraak ontwikkelde criteria van toepassing zijn omdat tussen partijen geen stabiele woonsituatie heeft bestaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie [plaats]

omgang/gezag/hoofdverblijfplaats/provisionele voorziening ex artikel 223 Rv.

zaak-/rekestnrs.: C/15/314839/FA RK 21/1641 (bodemprocedure)

C/15/314911/FA RK 21/1676 (voorlopige voorzieningenprocedure)

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 19 mei 2021

in de zaak van:

[de vader] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de vader,

advocaat mr. I.M.G. Matse, kantoorhoudende te [plaats] ,

tegen

[de moeder] ,

wonende te [plaats] ,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat mr. D.H. Bialkowski, kantoorhoudende te Amsterdam.

1 Procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van de vader (bodemprocedure en voorlopige voorzieningenprocedure), ingekomen op 16 maart 2021 bij de rechtbank Midden-Nederland;

- de beschikking van 25 maart 2021 van de rechtbank Midden-Nederland;

- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken (bodemprocedure en voorlopige voorzieningenprocedure), met bijlagen, van de moeder, ingekomen op 13 april 2021;

- de F-formulieren van de advocaat van de moeder, met bijlagen, van 21 en 22 april 2021;

- het verweerschrift van de vader tegen de zelfstandige verzoeken van de moeder, ingekomen op 22 april 2021.

1.2.

Bij beschikking van 25 maart 2021 heeft de rechtbank Midden-Nederland zich

onbevoegd verklaard om van de verzoeken kennis te nemen en de zaak in de stand waarin

deze zich bevond verwezen naar de rechtbank Noord-Holland.

1.3.

De mondelinge behandeling van de zaak (bodemprocedure en voorlopige voorzieningenprocedure) heeft plaatsgevonden op 22 april 2021 in aanwezigheid van partijen, de vader bijgestaan door mr. Matse en de moeder door mr. Bialkowski.

Tevens aanwezig als informant was [vertegenwoordiger van de raad] , raadsmedewerkster van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

1.4.

In afwijking van wat de rechter ter zitting had aangekondigd, wordt in deze beschikking tegelijk beslist op de verzoeken in de bodemprocedure en de voorlopige voorzieningenprocedure.

1.5.

Het verzoek van de moeder in de bodemprocedure met betrekking tot de kinderbijdrage is afgesplitst en zal verder worden behandeld onder zaak- en rekestnummer C/15/316123/FA RK 21/2272.

2 Feiten

2.1.

Partijen hebben een (korte) affectieve relatie met elkaar gehad.

2.2.

Uit deze relatie zijn op 28 mei 2020 geboren de minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2] . De vader heeft de kinderen erkend. Partijen hebben gezamenlijk het gezag over de kinderen. De vader heeft een zesjarige dochter uit een eerdere relatie.

2.3

De kinderen zijn twee maanden te vroeg geboren en verbleven na de geboorte voor behandeling en ter observatie enkele weken in het ziekenhuis, aanvankelijk in [plaats] en vanaf 18 juni 2020 in [plaats] . Op 18 juli 2020 zijn de kinderen uit het ziekenhuis ontslagen.

2.4

Op 1 februari 2021 heeft in de woning in [plaats] een incident tussen partijen plaatsgevonden. De moeder heeft aangifte bij de politie gedaan van eenvoudige mishandeling door de vader. De vader heeft op 2 februari van het Openbaar Ministerie een straat- en contactverbod opgelegd gekregen voor een periode van 14 dagen. De behandeling van de strafzaak vindt plaats op 21 mei 2021. De politie heeft een zorgmelding gedaan bij Veilig Thuis.

2.5

Op 2 februari 2021 heeft de moeder in een emailbericht het volgende aan de vader geschreven:

“Naar aanleiding van de gebeurtenis van gisteren ben ik uit de woning weggegaan en naar familie in [plaats] gegaan. Ik heb contact gezocht met veilig thuis. De politie heeft mij laten weten dat er geen tijdelijk huisverbod kan worden opgelegd, omdat ik de woning heb verlaten. Ik heb de huur opgezegd bij [woningverhuur bedrijf] , opzegtermijn is 1 maand. Ik zal je laten weten wanneer jij je spullen kan komen ophalen. Ik trek nu in bij familie in [plaats] , ik zal mij en de jongens ook daar inschrijven, in verband met de opzegging van de huur. Van slachtofferhulp heb ik begrepen dat er een time-out van 10 dagen zal plaatsvinden. Na deze time out wil ik overleg over de verdeling van de zorgaken van de kinderen.

Voor nu ga ik werk en woning combineren en blijf ik in [plaats] bij familie en ga ik vanuit daar op zoek naar een vaste woning voor mijzelf en de kinderen dan wel intrekken in mijn eigen appartement in [plaats] . Ik ga het contract bij [KDV] opzeggen en op zoek naar een KDV in [plaats] .

Ik zal mij en de kinderen inschrijven bij een huisarts in [plaats] .“

2.6

De moeder heeft zich in maart 2021 bij Spectrum GGZ onder behandeling laten stellen vanwege psychische klachten passend bij PTSS ten gevolge van mishandeling door de vader.

3 Verzoek

3.1.

De vader verzoekt (na vermeerdering van eis ter zitting, buiten processueel bezwaar door de moeder) dat de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad in de bodemprocedure:

1. primair de moeder beveelt om met de kinderen binnen vier weken na deze beschikking te verhuizen naar een woning of appartement in [plaats] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan dit bevel voldoet, met een maximum van € 25.000,-;

2) subsidiair bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vader in [plaats] ;

3) ( (in het geval de moeder met de kinderen is terug verhuisd naar [plaats] en de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij de moeder hebben) een zorgregeling vaststelt, inhoudende dat de kinderen

(tot schoolgaande leeftijd) bij de vader verblijven iedere woensdag van 9.00 uur tot 17.00 uur en één keer per twee weken (in het weekend dat de dochter van de vader bij hem is) op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur;

(vanaf schoolgaande leeftijd) een weekend per twee weken van vrijdag 18.00 uur tot zondag 18.00 uur e wel in het weekend dat de dochter van de vader eveneens omgang met hen heeft, alsmede iedere woensdag uit school tot 18.00 uur;

-waarbij de moeder de kinderen brengt en weer ophaalt bij de voordeur van de vader;

-welke regeling in de vakanties doorloopt, alsmede op de verjaardagvieringen van de kinderen (28 mei in de even jaren), de vader (25 januari), zijn dochter [dochter] (25 februari), oma (25 december), opa (1 juli), de zus van vader (14 mei), de zwager van vader (27 april), het eerste kind van de zus van vader (23 augustus), het tweede kind van de zus van vader (23 augustus) en naaste familie tot en met de derde graad van de vader;

alsmede de helft van de reguliere en Hindoestaanse feestdagen (in de even jaren de eerste helft en in de oneven jaren de tweede helft);

4) bepaalt dat de vader en de kinderen op de zaterdag dat er geen omgang is om 14.00 uur contact hebben via beeldtelefoon;

5) bepaalt dat de moeder één maal per maand en wel op de eerste dag van iedere maand aan de vader via de email informatie over de kinderen dient te verstrekken en voorts zoveel vaker als er iets spoedeisends te melden valt;

en bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 (Rv) voor de duur van de procedure:

6) primair de moeder beveelt om met de kinderen binnen vier weken na deze beschikking te verhuizen naar een woning of appartement in [plaats] , op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,- voor iedere dag dat zij niet aan dit bevel voldoet, met een maximum van € 25.000,-;

7) subsidiair de kinderen aan de vader toevertrouwt;

8) ( (in het geval de moeder met de kinderen is terug verhuisd naar [plaats] en de kinderen niet aan de vader worden toevertrouwd) een (voorlopige) zorgregeling vaststelt, inhoudende dat de kinderen bij de vader verblijven iedere woensdag van 9.00 uur tot 17.00 uur en één keer per weken (in het weekend dat de dochter van de vader bij hem is) op zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de moeder de kinderen brengt en weer ophaalt bij de voordeur van de vader, welke regeling in de vakanties doorloopt, alsmede op de verjaardagvieringen van de kinderen (28 mei in de even jaren), de vader (25 januari), zijn dochter [dochter] (25 februari), oma (25 december), opa (1 juli), de zus van vader (14 mei), de zwager van vader (27 april), het eerste kind van de zus van vader (23 augustus), het tweede kind van de zus van vader (23 augustus) en naaste familie tot en met de derde graad van de vader,

alsmede de helft van de reguliere en Hindoestaanse feestdagen (in de even jaren de eerste helft en in de oneven jaren de tweede helft), alsmede inhoudende dat de vader iedere maandag met de kinderen om 18.00 uur kan videobellen;

9) bepaalt dat de moeder één maal per maand en wel op de eerste dag van iedere maand aan de vader via de email informatie over de kinderen dient te verstrekken en voorts zoveel vaker als er iets spoedeisends te melden valt.

3.2.

De vader legt aan zijn verzoeken het volgende ten grondslag. Partijen hebben het gezamenlijk gezag over de kinderen en de vader is steeds zeer betrokken geweest bij de verzorging van de kinderen en de afspraken voor medische zorg in de verschillende ziekenhuizen. De moeder heeft begin februari 2021 bij de politie een valse aangifte tegen de vader gedaan. Vervolgens is zij, zonder overleg of toestemming van de vader en zonder voorafgaand vervangende toestemming te hebben verzocht, met de kinderen vanuit [plaats] verhuisd naar [plaats] . De moeder heeft daarbij willens en wetens gehandeld in strijd met het gezagsrecht en de geldende verhuiscriteria en de vader voor een voldongen feit geplaatst. De kinderen ontvangen langdurige medische zorg bij de kinderkliniek in [plaats] . Door de verhuizing naar [plaats] kan de vader zijn rol bij de afspraken in die kliniek niet meer vervullen. De moeder heeft pas weken na de verhuizing (en pas na bemiddeling door een advocaat) meegewerkt aan contact tussen de vader en de kinderen. Voor heel jonge kinderen is het voor het hechtingsproces belangrijk dat zij veel en frequent contact hebben met beide ouders. De moeder maakt dit onmogelijk. Als hulpverlening ingeschakeld gaat worden zal dat in de woonplaats van de kinderen zijn en dus in [plaats] . Voor die hulpverlening en de omgang zal de vader veel reistijd kwijt zijn. Als de kinderen hun leven verplaatsen naar [plaats] zal de vader later ook veel minder contact hebben met het sociale netwerk van de kinderen via school en sport etc. De vader heeft de kinderen u al een maand niet gezien. Het lijkt erop dat de moeder de vader wil buitensluiten uit het leven van de kinderen. De vader acht het in het belang van de kinderen dat zij op zeer korte termijn met de moeder terugverhuizen naar [plaats] (of dat de kinderen aan hem worden toevertrouwd/wordt bepaald dat zij hun hoofdverblijfplaats hebben bij de vader), dat in ieder geval de omgang tussen de vader en de kinderen direct wordt hervat en er een zorgregeling wordt vastgesteld en wordt bepaald dat de moeder de vader op de hoogte houdt van de ontwikkeling van de kinderen.

4 Verweer en zelfstandig verzoek

4.1.

De moeder heeft de moeder gemotiveerd verweer gevoerd tegen de verzoeken van de vader. De moeder verzoekt bij zelfstandig verzoek dat de rechtbank bij beschikking uitvoerbaar bij voorraad in de bodemprocedure:

1. een zorgregeling vaststelt, inhoudende

(tot schoolgaande leeftijd) dat de vader de kinderen dinsdagmiddag van de crèche haalt en de moeder hen woensdag om 17.00 uur bij de vader ophaalt;

(vanaf schoolgaande leeftijd) dat de kinderen om de week gedurende het weekend bij de vader verblijven van zaterdagochtend tot maandag naar school, alsmede iedere woensdag uit school tot 18.00 uur, waarbij de moeder de kinderen zal ophalen bij de vader, waarbij de vakanties bij helfte worden gedeeld;

2) bepaalt dat de vader aan de moeder een bijdrage betaalt in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen van € 300,- per kind per maand;

3) de proceskosten te compenseren;

en bij wijze van voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv voor de duur van de bodemprocedure:

4) de moeder vervangende toestemming geeft te verhuizen naar [plaats] / [plaats] ;

5) bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder;

6) een (voorlopige) zorgregeling vaststelt, inhoudende dat de vader de kinderen dinsdagmiddag van de crèche haalt en de moeder hen woensdag om 17.00 uur bij de vader ophaalt.

4.2.

De moeder legt aan haar verzoeken het volgende ten grondslag. Partijen hebben een korte relatie met elkaar gehad en al vroeg in de relatie is de moeder ongewenst zwanger geraakt. De moeder woonde toen in haar eigen woning in [plaats] en de vader bij zijn ouders in [plaats] . Na de geboorte van de kinderen, die nog lange tijd in het ziekenhuis hebben gelegen, verbleef de moeder afwisselend bij haar vader of in het ziekenhuis. Op 18 juli 2020 zijn de kinderen uit het ziekenhuis ontslagen en zijn partijen met de kinderen ingetrokken bij de ouders van de vader. Na een maand is de moeder met de kinderen bij haar oom en tante in [plaats] gaan wonen, waar de vader ook enige tijd heeft verbleven. De bedoeling was dat partijen zouden gaan samenwonen in een (door de moeder gehuurde) woning in [plaats] . In 21 november 2020 hebben partijen de woning ook betrokken maar al na drie weken bleek samenwonen ondoenlijk en hebben partijen afgesproken dat de moeder met de kinderen om de week heen en weer zou pendelen tussen de huurwoning in [plaats] en de woning van haar oom en tante in [plaats] . Na de mishandeling door de vader op 1 februari 2021 in de woning in [plaats] durfde de moeder niet meer samen met de vader te zijn en is zij met de kinderen ingetrokken bij haar oom en tante in [plaats] . De vader is weer bij zijn ouders ingetrokken. Nu de relatie is verbroken kan van de moeder, gelet op de zeer korte tijd dat zij met de vader in [plaats] heeft samengewoond, niet worden verwacht dat zij gebonden blijft aan de regio waar de vader woont. De moeder heeft recht en belang en de vrijheid om haar leven opnieuw in te richten. Haar vertrek naar [plaats] was goed doordacht en voorbereid en bovendien noodzakelijk om de zorg voor de kinderen en werk beter te kunnen combineren. De moeder heeft geprobeerd om afspraken met de vader te maken over de zorgverdeling en de kinderbijdrage. Dat is (nog) niet gelukt omdat de vader hierover geen overleg wil voeren. Daarom verzoekt de moeder vaststelling van een kinderbijdrage van

€ 300,- per kind per maand en vaststelling van een (voorlopige) zorgregeling voor, waarbij de vader de kinderen dinsdag uit de opvang haalt en de moeder hen woensdag om 17.00 uur bij de vader ophaalt. Met de verzochte informatieregeling gaat de moeder akkoord.

5 Beoordeling

5.1.

Gelet op de nauwe verwevenheid tussen de verzoeken in de bodemprocedure en de verzoeken in de voorlopige voorzieningenprocedure en de daaraan ten grondslag liggende stellingen van partijen, zullen deze verzoeken in het hierna volgende gezamenlijk worden behandeld.

eerlijk proces

5.2.

De vader heeft allereerst te kennen gegeven dat hij bang is dat hij geen eerlijk proces krijgt omdat de moeder werkzaam is bij het openbaar ministerie (thans bij het Functioneel Parket in [plaats] en voorheen bij deze rechtbank). De rechter heeft de vader eerst te kennen gegeven dat hij de moeder niet als collega kent. Voorts heeft hij verklaard dat het zijn taak is om als onafhankelijke professional de zaak te beoordelen en dat hij dat ook zal doen. De vader heeft hierop te kennen gegeven dat hij de rechter vertrouwt en gerust is op een eerlijk proces.

hulpverlening

5.3.

De rechtbank stelt vast dat partijen een tumultueuze relatie met elkaar hebben (gehad) waarin in korte tijd veel is gebeurd en waarbij de verhoudingen naar aanleiding van het incident op 1 februari 2021 ernstig zijn verslechterd. Partijen staan nog vol in de strijdstand en de onderlinge communicatie is verstoord geraakt. Over de gevolgen van het verbreken van de relatie hebben partijen tot op heden nog geen constructief overleg gevoerd. De betrokkenheid van Veilig Thuis heeft tot dusver ook nog geen opening gebracht. Ter zitting heeft de raadmedewerkster partijen met klem aangeraden om zich bij de gemeente aan te melden voor het Uniforme Hulp Aanbod (UHA). Partijen zullen onder leiding van een hulpverlenende instantie moeten leren beter met elkaar te communiceren om te komen tot werkbare afspraken als ouders van de kinderen. De rechtbank sluit zich hierbij aan.

verhuizing

5.4.

De rechtbank stelt voorop dat het gezag over de kinderen door partijen gezamenlijk wordt uitgeoefend. Dit betekent dat de moeder in beginsel voor het wijzigen van de hoofdverblijfplaats van de kinderen toestemming van de vader nodig heeft. Vast is komen te staan dat de moeder zonder toestemming van de vader op 2 februari 2021 met de kinderen de woning in [plaats] heeft verlaten en bij haar oom en tante in [plaats] is ingetrokken. Omdat de moeder zijn toestemming daarvoor niet had verkregen, verzoekt vader de moeder te bevelen met de kinderen terug naar [plaats] te verhuizen, terwijl de moeder alsnog vervangende toestemming verzoekt met de kinderen naar [plaats] / [plaats] te verhuizen. Partijen verwijzen ter onderbouwing van hun verzoek beiden naar de in de rechtspraak ontwikkelde verhuiscriteria en gaan er vanuit dat die van toepassing zijn. Naar het oordeel van de rechtbank is in dit geval echter geen sprake van een verhuizing waarvoor vervangende toestemming nodig is en zijn die criteria dan ook niet van toepassing. Van een langere stabiele woonsituatie van partijen met de kinderen in [plaats] , waarbij sprake is van een voor de kinderen vertrouwde omgeving, is naar het oordeel van de rechtbank, immers geen sprake. Vast is komen te staan dat partijen vanaf 18 juli 2020 slechts een maand samen met de kinderen bij de ouders van de vader in [plaats] hebben gewoond en dat zij, nadat zij in de tussentijd bij de oom en tante van de moeder in [plaats] hadden gewoond, vanaf 21 november 2020 slechts drie weken aaneensluitend in de door de moeder gehuurde woning in [plaats] hebben samengewoond en dat de moeder daarna (steeds met de kinderen) heen en weer pendelde tussen de woning in [plaats] en de woning van haar oom en tante in [plaats] . Ook de raadsmedewerkster heeft ter zitting geoordeeld dat in dit geval niet gesproken kan worden van een langere stabiele woonsituatie van het gezin in [plaats] nu de kinderen (steeds met de moeder) op verschillende plekken en bij verschillende familieleden hebben gewoond.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de vader weliswaar terecht aangevoerd dat de moeder overleg met hem had moeten voeren alvorens met de kinderen bij haar oom en tante in [plaats] in te trekken, maar kan van de moeder onder deze omstandigheden, mede gezien in het licht van het incident op 1 februari 2021, niet worden gevergd dat zij met de kinderen (terug)verhuist naar [plaats] . Dat de moeder misbruik heeft gemaakt van haar gezag, zoals de vader stelt, is daarmee niet het geval.

5.5.

De verzoeken van de vader om de moeder te bevelen met de kinderen naar [plaats] te verhuizen (in de voorlopige voorzieningenprocedure en in de bodemprocedure) zullen daarom worden afgewezen. Ook het verzoek van de moeder (in de voorlopige voorzieningenprocedure) om haar vervangende toestemming te verlenen om met de kinderen te verhuizen naar [plaats] / [plaats] zal, bij gebrek aan belang, eveneens worden afgewezen.

hoofdverblijfplaats

5.6.

Beide partijen verzoeken te bepalen dat de kinderen aan hen worden toevertrouwd/dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij hen hebben. Gelet op de nog jonge leeftijd van de kinderen en de omstandigheid dat de kinderen vanaf de geboorte steeds (op verschillende adressen) bij de moeder hebben verbleven, acht de rechtbank het in het belang van de kinderen dat zij hun hoofdverblijfplaats bij haar hebben. Uit de stellingen van de vader ter zitting maakt de rechtbank op dat de vader zijn verzoek niet langer handhaaft. Zo heeft hij te kennen gegeven dat hij niet wil dat de kinderen door de week ’s nachts bij hem verblijven.

5.7.

Het verzoek van de vader om toevertrouwing van de kinderen (in de voorlopige voorzieningenprocedure) en het verzoek te bepalen dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij hem hebben (in de bodemprocedure) zullen, gelet op het voorgaande, worden afgewezen. Het verzoek van de moeder in de bodemprocedure te bepalen dat de kinderen aan haar worden toevertrouwd zal worden toegewezen.

zorgregeling

5.8.

Tussen partijen is niet in geschil dat de omgang tussen de vader en de kinderen moet worden hervat. Partijen hebben beiden vaststelling van een zorgregeling verzocht en daarbij onderscheid gemaakt tussen de komende periode en de periode waarbij de kinderen de schoolgaande leeftijd hebben bereikt. Ter zitting heeft de raadsmedewerkster geadviseerd om nu nog geen zorgregeling vast te stellen omdat het te vroeg is. Partijen zijn pas net uit elkaar en er speelt nog te veel, waardoor het volgens de raadsmedewerkster beter is (zeker gelet op de nog jonge leeftijd van de kinderen en de daarmee samenhangende elkaar snel opvolgende veranderingen in hun behoeftes) als partijen uiteindelijk in onderling overleg afspraken over de zorgverdeling maken. De rechtbank sluit zich hierbij aan. Vast is komen te staan dat partijen diverse gesprekken hebben gevoerd bij Veilig Thuis en dat zij in afwachting zijn van een afrondend advies (onder meer over de zorgverdeling). Zoals reeds overwogen in rechtsoverweging 5.3 kunnen partijen zich voor verder advies en begeleiding tot de hulpverlenende instanties wenden. De rechtbank, daarbij gesteund door de raadsmedewerkster, adviseert partijen met klem om dit te doen in het belang van de kinderen.

5.9.

De rechtbank acht het echter wel in het belang van de kinderen om, in afwachting van de door partijen zelf (onder leiding van de hulpverlenende instanties) te maken afspraken, een (tijdelijke) zorgregeling vast te stellen. Uitgangspunten daarbij zijn dat de moeder met de kinderen op dit moment nog bij haar oom en tante in [plaats] woont maar op korte termijn haar woning in [plaats] betrekt, dat de vader op dit moment nog bij zijn ouders in [plaats] woont maar op korte termijn zijn eigen woning in [plaats] betrekt en dat de vader te kennen heeft gegeven dat hij door de week geen overnachting van kinderen bij hem wil. Gelet hierop en op de nog jonge leeftijd van de kinderen wat met zich meebrengt dat regelmatige en korte contacten de voorkeur hebben, zal de rechtbank een tijdelijke zorgregeling vaststellen, in houdende dat de kinderen bij de vader verblijven iedere woensdag van 10. 00 uur tot 17.00 uur en iedere zondag van 10.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader de kinderen terugbrengt bij de moeder.

5.10.

De verzoeken van partijen in de bodemprocedure zullen in zoverre worden toegewezen. De verzoeken in de voorlopige voorzieningenprocedure zullen, bij gebrek aan belang, worden afgewezen.

informatieregeling

5.11.

De moeder heeft geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de vader in de bodemprocedure met betrekking tot de informatieregeling. Dit verzoek zal dan ook worden toegewezen. Het verzoek in de voorlopige voorzieningenprocedure zal, bij gebrek aan belang, worden afgewezen.

proceskosten

5.12.

De proceskosten zullen worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6 Beslissing

De rechtbank:

bodemprocedure

6.1.

bepaalt dat de kinderen hun hoofdverblijfplaats hebben bij de moeder;

6.2.

bepaalt dat de moeder één maal per maand en wel op de eerste dag van iedere maand aan de vader via de email informatie over de kinderen dient te verstrekken en voorts zoveel vaker als er iets spoedeisends te melden valt;

6.3.

stelt een (tijdelijke) zorgregeling vaststelt, inhoudende dat de kinderen op woensdag en op zondag bij de vader verblijven van 10.00 uur tot 17.00 uur, waarbij de moeder de kinderen naar de vader brengt en de vader de kinderen terugbrengt bij de moeder;

6.4.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst af het meer of anders verzochte;

voorlopige voorziening

6.6.

wijst de verzoeken af.

Deze beschikking is gegeven door mr. F. Kleefmann, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Blaisse als griffier en in het openbaar uitgesproken op 19 mei 2021.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.