Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4377

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
8322507 \ CV EXPL 20-1614
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Na twee jaar ziekte ontvangt eiser geen IVA-excedentverzekering, terwijl hij er vanuit ging dat hij hier aanspraak op maakte. Voormalig werkgever is naar oordeel kantonrechter niet aansprakelijk voor de gevolgen die eiser hiervan ondervindt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8322507 \ CV EXPL 20-1614

Uitspraakdatum: 19 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. H.B. Dekker

tegen

de vennootschap naar Indiaas recht (Public Limited Company) Wipro Limited

gevestigd te Bangalore (India), mede kantoorhoudende te Hoofddorp

gedaagde

verder te noemen: Wipro

gemachtigde: mr. D.S. Peperkoorn

De zaak in het kort

Na twee jaar ziekte ontvangt [eiser] geen IVA-excedentverzekering, terwijl hij er vanuit ging dat hij hier (onder meer op grond van de door de pensioenuitvoerder toegezonden pensioenoverzichten) aanspraak op maakte. Het is de vraag of Wipro aansprakelijk is voor de gevolgen die [eiser] hiervan ondervindt. De kantonrechter vindt dat dit niet het geval is.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 5 februari 2020 een vordering tegen Wipro ingesteld. Wipro heeft schriftelijk geantwoord. [eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Wipro een schriftelijke reactie heeft gegeven met nadere producties. Daarop heeft [eiser] nog schriftelijk gereageerd.

1.2.

Op 13 april 2021 heeft, mede op verzoek van [eiser] , een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiser] en Wipro hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting hebben [eiser] en Wipro bij brieven van 8 en 12 maart 2021 nog stukken toegezonden.

2 Feiten

2.1.

[eiser] is op 25 oktober 2010 in dienst getreden bij Wipro. De laatste functie die [eiser] bij Wipro vervulde is die van Program Manager.

2.2.

Wipro hanteert een pensioenregeling voor haar werknemers. Eind 2015 heeft Wipro het idee opgevat om deze pensioenregeling aan te passen. IAK Verzekeringen (hierna: IAK) heeft Wipro daarbij geadviseerd.

2.3.

Op 11 december 2015 heeft IAK een presentatie aan de ondernemingsraad van Wipro (hierna: de OR) gegeven, waarbij de inhoud van een nieuw pensioencontract is geadviseerd.

2.4.

Op 1 januari 2016 is de pensioenregeling, met instemming van de OR, gewijzigd.

2.5.

Op 6 juni 2016 is [eiser] lid geworden van de OR.

2.6.

Bij brief van 31 augustus 2016 heeft de pensioenuitvoerder van Wipro, Absentum, aan [eiser] een ‘Uniform Pensioenoverzicht (UPO) en/of Dekkingsbevestiging (DBV) 2016’ gestuurd. Hierin staat dat Wipro voor [eiser] een WGA-GAT Plus- en een WIA-excedentverzekering heeft afgesloten bij N.V. Amersfoortse Algemene Verzekering Maatschappij (hierna: de Amersfoortse), met vermelding van polisnummers.

2.7.

Bij brief van 12 juni 2017 heeft Absentum aan [eiser] een ‘Pensioen 1-2-3’-overzicht gestuurd. Hierin staat, onder meer, dat Wipro voor [eiser] een WGA Hiaat Uitgebreid- en een WIA-excedentverzekering heeft afgesloten, met vermelding van dezelfde polisnummers als in de brief van 31 augustus 2016.

2.8.

Op 17 juli 2017 is [eiser] uitgevallen vanwege arbeidsongeschiktheid.

2.9.

Bij brief van 31 maart 2018 heeft Absentum aan [eiser] een overzicht van zijn ‘aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekeringen’ gestuurd. Hierin staat dat [eiser] per 1 januari 2018 bij De Amersfoortse is aangemeld voor een WGA- en een IVA-excedent- verzekering, met vermelding van andere polisnummers dan in de brieven van 31 augustus 2016 en 12 juni 2017.

2.10.

Bij brief van 16 oktober 2018 heeft Aon/One Underwriting (nieuwe naam Absentum) aan [eiser] overzichten van zijn ‘Arbeidsongeschiktheidspensioen 2018’ gestuurd. Hierin staat dat [eiser] per 1 januari 2018 is aangemeld voor een WGA- en een IVA-excedentverzekering, met vermelding van dezelfde polisnummers als in de brief van 31 maart 2018.

2.11.

Bij brief van 17 december 2018 heeft Aon aan [eiser] geschreven dat de in het overzicht van oktober 2018 opgenomen gegevens niet correct zijn en dat Wipro voor haar werknemers, waaronder [eiser] , alleen een WGA-hiaatverzekering Uitgebreid heeft afgesloten.

2.12.

Per 15 juli 2019 heeft het UWV aan [eiser] een IVA-uitkering toegekend.

2.13.

Bij e-mail van 16 juli 2019 heeft [HR manager] , HR manager Wipro (hierna: [HR manager] ), een toelichting van Aon doorgestuurd naar [eiser] . Hierin schrijft Aon, onder meer, dat de door Wipro voor haar werknemers afgesloten WGA-Hiaatverzekering voor [eiser] niet van belang is, omdat hij een IVA-uitkering ontvangt.

2.14.

Bij e-mail van 4 september 2019 heeft Aon aan de gemachtigde van [eiser] , onder meer, geschreven dat Wipro voor de werknemers van het bedrijfsonderdeel waar [eiser] werkzaam is alleen een WGA-hiaatverzekering heeft afgesloten. Bij e-mail van 19 september 2019 heeft Aon daaraan toegevoegd dat de WGA- en IVA-excedentverzekering alleen zijn afgesloten voor de groep verzekerden die in de pensioenregeling van Wipro is aangemerkt als ‘Wipro Former Philips’.

2.15.

Bij e- mail van 15 november 2019 is namens De Amersfoortse aan de gemachtigde van [eiser] , onder meer, geschreven dat de dekking van de WIA-excedentverzekering alleen van toepassing is op de Wipro Former Philips-werknemers, en dus niet op [eiser] , en dat voor [eiser] geen premie is betaald voor de WIA-excedentverzekering.

2.16.

Bij e-mail van 24 december 2019 heeft De Amersfoortse aan de gemachtigde van [eiser] geschreven dat [eiser] vanwege een administratieve fout van One Underwriting UPO’s heeft ontvangen voor verzekeringen die niet zijn afgesloten. Daarom is een correctiebrief verstuurd.

2.17.

Bij brief van 16 januari 2020 heeft Aon aan [eiser] geschreven dat de overzichten van augustus 2016, juni 2017 en maart 2018 ten onrechte aan hem zijn verstuurd.

2.18.

Op 11 februari 2020 is tussen partijen een vaststellingsovereenkomst gesloten op grond waarvan de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd, onder toekenning van de transitievergoeding aan [eiser] .

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert – na eisvermindering – dat de kantonrechter:

  1. voor recht verklaart dat Wipro aansprakelijk is voor de schade die [eiser] lijdt doordat hij vanaf 15 juli 2019 geen uitkering uit hoofde van een IVA-excedentverzekering ontvangt;

  2. Wipro veroordeelt tot betaling aan [eiser] van de schade van € 488.353,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;

  3. Wipro veroordeelt tot betaling van de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt hieraan – kort weergegeven – ten grondslag dat hij schade lijdt doordat hij ten onrechte geen IVA-excedentverzekering ontvangt. [eiser] heeft zijn financiële planning erop afgestemd dat hij de verzekering zou krijgen en nu kan hij dat, door zijn arbeidsongeschiktheid, niet meer aanpassen. Wipro is hiervoor aansprakelijk, primair, omdat Wipro tekort is geschoten in de nakoming van een toegezegde arbeidsvoorwaarde (de IVA-excedentverzekering), subsidiair omdat [eiser] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat een dergelijke verzekering voor hem was afgesloten en, meer subsidiair, omdat Wipro in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld.

3.3.

Wipro voert verweer en verzoekt de kantonrechter om [eiser] niet ontvankelijk te verklaren, althans de vorderingen af te wijzen, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

5.1.

Door de vestigingsplaats van Wipro heeft deze zaak internationale aspecten. De kantonrechter zal eerst beoordelen of haar rechtsmacht toekomt, en zo ja, welk recht van toepassing is.

5.2.

Het betreft hier een burgerlijke- of handelszaak in de zin van artikel 1 van de Verordening (EU) Nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking) (hierna: Brussel I bis), in werking getreden op 10 januari 2015. Uit artikel 20 lid 2 Brussel I bis volgt dat als een werknemer een arbeidsovereenkomst aangaat met een werkgever die geen woonplaats heeft op het grondgebied van een lidstaat, maar in een lidstaat een vestiging heeft, de werkgever voor geschillen betreffende exploitatie daarvan wordt geacht zijn woonplaats te hebben op het grondgebied van die lidstaat. Op grond van artikel 21 lid 1 sub a Brussel I Bis kan de werkgever met woonplaats op het grondgebied van een lidstaat, onder meer, worden opgeroepen voor de gerechten van de lidstaat waar hij zijn woonplaats heeft. De vordering is ingesteld na 10 januari 2015, Wipro is gevestigd te India (een niet EU-lidstaat), maar heeft een vestiging in Hoofddorp. Op grond daarvan komt de kantonrechter rechtsmacht toe.

5.3.

Omdat de kantonrechter rechtsmacht toekomt, dient bepaald te worden welk recht van toepassing is. Het gaat hier om een overeenkomst die is gesloten na 17 december 2009. Dat betekent dat Verordening (EG) Nr. 593/2008 van het Europees Parlement en de Raad inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I), van toepassing is (artikel 28). Uit artikel 8 lid 1 Rome I volgt dat een individuele arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat de partijen overeenkomstig hebben gekozen. In dit geval bevat artikel 21 van de arbeidsovereenkomst een rechtskeuze voor Nederlands recht, zodat dat recht van toepassing is.

Arbeidsvoorwaarde

5.4.

[eiser] stelt dat Wipro voor hem een polis met dekking voor een WIA- of IVA-excedentverzekering had afgesloten op basis waarvan hij recht had op uitkering van een dergelijke verzekering. Vast staat dat [eiser] , na twee jaar ziekte, geen IVA-excedentverzekering ontvangt. Volgens [eiser] is daarmee sprake van een tekortkoming van Wipro in de nakoming van een arbeidsvoorwaarde. Wipro betwist dat een dergelijke polis heeft bestaan en aldus dat de IVA-excedentverzekering een overeengekomen arbeidsvoorwaarde was, zodat van een tekortkoming aan haar kant geen sprake kan zijn.

5.5.

[eiser] heeft in 2016, 2017 en 2018 brieven van de pensioenuitvoerder van Wipro ontvangen, waarin staat dat Wipro voor hem, onder andere, een WIA- of IVA-excedent- verzekering heeft afgesloten. [eiser] stelt dat hieruit blijkt dat voor hem een polis met dekking voor de IVA-excedentverzekering heeft bestaan, omdat een UPO alleen kan worden verstuurd als een werknemer door de werkgever is aangemeld voor een verzekering bij de pensioenuitvoerder. Wipro voert aan dat voor [eiser] nooit premie is betaald voor een WIA- of IVA-excedentverzekering. De door [eiser] ontvangen pensioenoverzichten zijn per abuis aan hem verstuurd door een administratieve fout van de pensioenuitvoerder. Wipro heeft op enig moment een groep werknemers van Philips overgenomen (Former Philips-werknemers), waarvoor reeds een WIA-excedentverzekering door Philips was afgesloten. Bij de overname van die werknemers had Wipro die arbeidsvoorwaarde te eerbiedigen. Dit onderscheid is in de administratie van de pensioenuitvoerder niet juist verwerkt, waardoor het hele werknemersbestand van Wipro, en niet alleen de Former Philips-werknemers, is gekoppeld aan de WIA-excedentverzekering. Als gevolg hiervan hebben per abuis alle werknemers van Wipro, waaronder [eiser] , vanaf 2016 brieven ontvangen over een WIA-excedentverzekering. Daarom zijn later correctiebrieven verstuurd, aldus nog steeds Wipro. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft Wipro onder meer verwezen naar toelichtingen van Aon (2.15) en De Amersfoortse (2.16 en 2.17). Hiermee heeft Wipro naar het oordeel van de kantonrechter de algemene stelling van [eiser] , dat het niet anders kan dan dat hij is aangemeld voor een WIA- of IVA-excedentverzekering, voldoende gemotiveerd weersproken.

5.6.

De conclusie is dat naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende is gebleken dat tussen [eiser] en Wipro een arbeidsvoorwaarde is overeengekomen waarvan [eiser] nakoming jegens Wipro kan vorderen.. Het primaire standpunt van [eiser] wordt daarom verworpen. Het door [eiser] slechts in algemene bewoordingen gedane bewijsaanbod wordt gepasseerd.

Gerechtvaardigd vertrouwen

5.7.

De vraag is vervolgens of [eiser] er, zoals hij stelt, op basis van uitlatingen van de zijde van Wipro vanuit mocht gaan dat een WIA- of IVA-excedentverzekering voor hem was afgesloten. [eiser] doet hiermee een beroep op het vertrouwensbeginsel. Wipro betwist dergelijke uitlatingen te hebben gedaan en voert aan dat [eiser] ruim voordat hij arbeidsongeschikt werd wist, althans behoorde te weten, dat een dergelijke verzekering voor hem niet was afgesloten.

5.8.

Volgens [eiser] was de WIA-excedentverzekering onderdeel van de wijziging van de pensioenregeling, hetgeen Wipro betwist. [eiser] heeft ter onderbouwing van dit standpunt verwezen naar de sheets van de presentatie van IAK van 11 december 2015. De kantonrechter leidt uit die sheets af dat tijdens de presentatie is gesproken over de eventuele mogelijkheid van een WIA-excedentverzekering (blz. 8). Uit de sheets op bladzijde 5 blijkt echter dat aan bod is gekomen dat een dergelijke verzekering (vooralsnog) geen onderdeel uitmaakte van de pensioenregeling vanaf 1 januari 2016, maar dat een separate offerte nog zou volgen. Dat IAK heeft meegedeeld dat De Amersfoortse de beste aanbieding heeft en Wipro ‘ruimte’ heeft voor een bijdrage, doet daaraan niet af. Daaruit blijkt immers nog geen toezegging. De kantonrechter volgt [eiser] daarom niet in zijn standpunt dat de WIA-excedentverzekering onderdeel was van de wijziging van de pensioenregeling.

5.9.

[eiser] stelt verder dat hij er door uitlatingen en toezeggingen van [HR manager] vanuit mocht gaan dat hij de WIA-excedentverzekering zou ontvangen. [HR manager] betwist dat hij heeft toegezegd dat voor [eiser] een WIA-excedentverzekering was afgesloten, of dat zij inhoudelijk over een dergelijke verzekering met elkaar hebben gesproken. Dat [HR manager] tegen [eiser] heeft gezegd dat ‘het wel goed zal komen’, was volgens hem (zoals hij op de zitting heeft verklaard) een reactie op de door [eiser] geuite zorgen over zijn uitkeringsrechten naar aanleiding van de door het UWV afgewezen vervroegde WIA-aanvraag. Dat standpunt heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de kantonrechter uitgaat van de juistheid daarvan. Niet in geschil is dat [HR manager] meerdere keren heeft gezegd, ook tegen [eiser] , dat hij offertes heeft opgevraagd voor een WIA-excedentverzekering. Het opvragen van een offerte houdt echter geen toezegging van het accorderen daarvan in. Van een geaccordeerde offerte is niet gebleken. Ook het feit dat Wipro op enig moment goedkeuring voor een offerte heeft gevraagd aan het hoofdkantoor van Wipro te India, houdt geen toezegging in. De kantonrechter volgt dit standpunt van [eiser] dan ook niet.

5.10.

De kantonrechter begrijpt wel dat [eiser] er, mede gelet op de bij hem bekende informatie dat Wipro bezig was met het onderzoeken van de mogelijkheden om een WIA-excedentverzekering af te sluiten, op basis van de brieven van de pensioenuitvoerder van 31 augustus 2016, 12 juni 2017 en 31 maart 2018 vanuit ging dat voor hem een WIA-excedent- verzekering was afgesloten. Wipro voert echter aan dat zij geen kopieën ontving van de aan [eiser] verstuurde pensioenoverzichten. De pensioenuitvoerder stuurde aan Wipro wel naverrekeningen, maar daarop stond per verzekering steeds het juiste aantal werknemers, aldus Wipro. Dat standpunt heeft [eiser] onvoldoende gemotiveerd weersproken, zodat de kantonrechter er vanuit gaat dat Wipro niet op de hoogte was van de door de pensioenuitvoerder aan [eiser] verstuurde (later gebleken) onjuiste overzichten. Het valt Wipro dan ook niet te verwijten dat zij geen (directe) actie heeft ondernomen nadat [eiser] de (onjuiste) brieven had ontvangen. Voor zover er aldus vanuit zou worden gegaan dat bij [eiser] een (gerechtvaardigd) vertrouwen is ontstaan dat hij aanspraak maakte op een WIA- of IVA-excedentverzekering, is dat vertrouwen naar het oordeel van de kantonrechter enkel gewekt door (een fout van) de pensioenuitvoerder van Wipro en niet, zoals [eiser] stelt, door Wipro. Het door [eiser] slechts in algemene bewoordingen gedane bewijsaanbod wordt gepasseerd.

5.11.

De stelling van [eiser] dat Wipro aansprakelijk is voor het handelen van de door haar ingeschakelde pensioenuitvoerder, volgt de kantonrechter evenmin. Als onvoldoende gemotiveerd weersproken volgt de kantonrechter het (met stukken onderbouwde) standpunt van Wipro dat pensioenuitvoerders, en dus niet werkgevers, verantwoordelijk zijn voor de informatieverstrekking aan deelnemers, gewezen deelnemers en pensioengerechtigden en dat aan pensioenoverzichten geen rechten kunnen worden ontleend. Wipro kan daarom niet verantwoordelijk worden gehouden voor de door de pensioenuitvoerder aan [eiser] verstuurde (onjuiste) overzichten.

5.12.

De conclusie is dat naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake is van een door Wipro bij [eiser] gewekt gerechtvaardigd vertrouwen op basis waarvan Wipro aansprakelijk gehouden zou moeten worden voor de consequenties die [eiser] daarvan ondervindt. Ook het subsidiaire standpunt van [eiser] wordt daarom verworpen.

Goed werkgeverschap

5.13.

Ten slotte stelt [eiser] dat Wipro jegens hem in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld door in december 2018 de WIA-excedentverzekering te laten ‘terugdraaien’. Wipro had volgens [eiser] moeten bekijken voor welke werknemers dit vergaande financiële gevolgen zou hebben, hetgeen voor [eiser] het geval was, en Wipro had met [eiser] in overleg moeten treden over een oplossing en de gevolgen hiervan voor [eiser] . Wipro betwist dat zij in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld.

5.14.

Zoals reeds overwogen, is niet vast komen te staan dat Wipro kopieën ontving van de aan [eiser] verstuurde (onjuiste) pensioenoverzichten. Op de zitting heeft [HR manager] verklaard dat hij er omstreeks oktober 2018 achter kwam dat er vanuit de pensioenuitvoerder onjuiste informatie was verstrekt aan de niet-Former-Philips-werknemers van Wipro. [HR manager] heeft daarom contact opgenomen met de pensioenuitvoerder en gezegd dat dit moest worden opgelost. De pensioenuitvoerder heeft vervolgens correctiebrieven verstuurd. Het is de vraag of van [HR manager] , althans Wipro, jegens (de op dat moment reeds arbeidsongeschikte) [eiser] in het kader van goed werkgever meer verwacht had mogen worden, zoals [eiser] stelt. Alhoewel de kantonrechter van oordeel is dat het, gelet op de persoonlijke situatie van [eiser] , op de weg van Wipro, als werkgeefster, had gelegen om [eiser] zelf op de hoogte te stellen van de door haar geconstateerde fout van de pensioenuitvoerder, is daarmee geen sprake van handelen in strijd met goed werkgeverschap. Dat van Wipro verwacht mocht worden de verzekering voor [eiser] voort te zetten of [eiser] in de gelegenheid te stellen de verzekering voor eigen risico voort te zetten, zoals [eiser] stelt, volgt de kantonrechter niet. Immers (zoals reeds overwogen) is niet vast komen te staan dat voor [eiser] een polis met dekking voor de IVA-excedentverzekering heeft bestaan, zodat voortzetting daarvan niet aan de orde kan zijn.

5.15.

De conclusie is dat Wipro naar het oordeel van de kantonrechter jegens [eiser] niet in strijd met goed werkgeverschap heeft gehandeld. Ook het meer subsidiaire standpunt van [eiser] wordt daarom verworpen.

Conclusie en proceskosten

5,16. De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van [eiser] zal afwijzen.

5.17.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt.

5.18.

Omdat de overige stellingen van partijen niet tot een ander oordeel leiden, behoeven

deze geen bespreking.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vorderingen af;

6.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor

Wipro worden vastgesteld op een bedrag van € 3.735,00 aan salaris van de gemachtigde van Wipro.

6.3.

verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.I.V. Scherpenhuijsen Rom en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter