Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4304

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
15-06-2021
Zaaknummer
8932733
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

In geschil is of een overeenkomst van rechtswege is geëindigd of dat er sprake is van een overeenkomst van onbepaalde tijd zodat gedaagde had moeten opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8932733 \ CV EXPL 20-10522

Uitspraakdatum: 26 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Worldwide Baggage Services B.V.

gevestigd te Rozenburg

eiseres in conventie
verweerster in reconventie

verder te noemen: WBS

gemachtigde: mr. S.A. Lang, ter zitting vertegenwoordigd door mr. S. Zuurveld

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Team7 Logistics B.V.

gevestigd te Haarlem

gedaagde in conventie
eiseres in reconventie

verder te noemen: Team7

gemachtigde: mr. K. van der Leij

1 Het procesverloop

1.1.

WBS heeft bij dagvaarding van 13 augustus 2020 een vordering tegen Team7 ingesteld. Team7 heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend. WBS heeft schriftelijk gereageerd op de tegenvordering.

1.2.

Op 20 april 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Team7 heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd.

2 De feiten

2.1.

Op 1 oktober 2017 zijn WBS als opdrachtgever en Team7 als opdrachtnemer een overeenkomst van opdracht overeengekomen. De heer [XX] (hierna: [XX] ) is bestuurder van Team7 en voerde de werkzaamheden feitelijk uit. In de overeenkomst van opdracht (hierna: de overeenkomst) staat – voor zover hier relevant – het volgende:

(…)
4.1. De opdracht wordt aangegaan voor de duur van een jaar en vangt aan op 1 oktober 2017 en eindigt van rechtswege, zonder dat voorafgaande opzegging is vereist, op 30 september 2018.
(…)
5.2. Vanaf het tweede jaar zal Opdrachtgever aan Opdrachtnemer een dertiende maand á € 8.000,-, exclusief BTW verschuldigd zijn.
5.4. Bij een tussentijdse beëindiging is Opdrachtgever in geen enkel geval meer fee verschuldigd dan de reeds betaalde fee. Onder een tussentijdse beëindiging wordt verstaan: elke vorm van beëindiging van deze overeenkomst voordat (i) de tijd waarvoor deze overeenkomst is verleend, is verstreken dan wel (ii) voordat de opdracht is volbracht. (…)
6.1. Deze overeenkomst eindigt van rechtswege na afloop van de duur van deze overeenkomst.
6.2. Opdrachtgever kan te allen tijde deze overeenkomst (tussentijds) schriftelijk opzeggen, ongeacht de reden. Opdrachtgever is in verband met een (tussentijdse) opzegging geen schadevergoeding aan Opdrachtnemer verschuldigd, tenzij Opdrachtgever niet de overeengekomen opzegtermijn in acht neemt. (…)
6.3. Opdrachtnemer kan te allen tijde deze overeenkomst (tussentijds) opzeggen. Opdrachtnemer is in verband met een (tussentijdse) opzegging wegens gewichtige redenen geen schadevergoeding aan Opdrachtgever verschuldigd, tenzij Opdrachtnemer niet de overeengekomen opzegtermijn in acht neemt. (…)
6.4. Opdrachtnemer is gehouden een opzegtermijn van 3 (drie) maanden in acht te nemen. Opdrachtgever is gehouden een opzegtermijn van 1 (één) maand in acht te nemen.
6.5. Wanneer de opzegtermijn conform artikel 6.4 niet in acht is genomen door Opdrachtnemer, bedraagt de schadevergoeding € 10.000,-, (…)

2.2.

Per brief d.d. 31 augustus 2019 heeft [XX] namens Team7 aan WBS het volgende - voor zover hier relevant - geschreven: zoals in mijn e-mail van 31 augustus 2019 aangegeven, beëindig ik hierbij het contract tussen TEAM7 Logistics B.V. en Worldwide Baggage B.V.
Het contract is op 1 oktober 2018 stilzwijgend met eenzelfde periode van 1 jaar verlengd en eindigt derhalve op 30 september 2019 van rechtswege. (…)

2.3.

Per e-mail d.d. 13 september 2019 heeft Team7 aan WBS een factuur ad € 6.453,33 gestuurd. WBS heeft deze factuur onbetaald gelaten.

2.4.

Op 16 september 2019 heeft WBS aan Team7 een factuur ad € 10.000,00 gestuurd. Team7 heeft deze factuur onbetaald gelaten.

2.5.

Per e-mail d.d. 15 oktober 2020 heeft Team7 WBS een factuur ad € 9.680,00 gestuurd. WBS heeft de factuur onbetaald gelaten.

2.6.

Tussen de gemachtigden van partijen is per brieven en e-mails gecorrespondeerd over de situatie. Partijen hebben elkaar gesommeerd tot betaling van de openstaande facturen.

3 De vordering

3.1.

WBS vordert dat de kantonrechter Team7 veroordeelt tot betaling van € 10.875,00 vermeerderd met de wettelijke rente over € 10.000,00 vanaf 16 september 2019 en Team7 veroordeelt in de proceskosten vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

WBS legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de overeenkomst voor bepaalde tijd is verstreken waardoor de overeenkomst is voortgezet voor onbepaalde tijd onder dezelfde voorwaarden. Gelet hierop heeft Team7 met de brief d.d. 31 augustus 2019 tussentijds opgezegd zonder inachtneming van de geldende drie maanden opzegtermijn. Op grond van artikel 6.5 van de overeenkomst is Team7 daarom een schadevergoeding ad
€ 10.000,00 verschuldigd aan WBS.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

Team7 betwist de vordering en voert aan – samengevat – dat de overeenkomst na 30 september 2018 is verlengd voor de duur van één jaar, waarna de overeenkomst op 30 september 2019 van rechtswege is geëindigd. Team7 heeft met haar brief d.d. 31 augustus 2019 het einde van de overeenkomst aangezegd en heeft derhalve niet tussentijds opgezegd. Team7 is gelet hierop de schadevergoeding niet verschuldigd.

4.2.

Team7 vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter WBS veroordeelt tot betaling van € 17.532,07 binnen twee dagen na betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 21 januari 2021 over € 16.133,33.

4.3.

Team7 legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat er twee facturen open staan welke WBS nog dient te voldoen nu er geen sprake is van een tussentijdse beëindiging. De facturen zien op de naar rato berekende 13e maand ad
€ 6.453,33 en de management fee over september 2019 ad € 9.680,00. Dat Team7 haar werkzaamheden in september niet kon uitvoeren, komt voor rekening van WBS nu zij haar de toegang tot het kantoor heeft ontzegd. WBS is inmiddels ook de buitengerechtelijke incassokosten ad € 697,66 en de wettelijke handelsrente ad € 701,08 verschuldigd.

4.4.

WBS betwist de tegenvordering.

5 De beoordeling

de vordering en de tegenvordering

5.1.

De vordering en de tegenvordering lenen zich voor gezamenlijke behandeling.

5.2.

Tussen partijen is in geschil of de overeenkomst van rechtswege is geëindigd op 30 september 2019 of dat er sprake is van een overeenkomst van onbepaalde tijd zodat Team7 had moeten opzeggen met inachtneming van een opzegtermijn van drie maanden. De kantonrechter stelt voorop dat de oorspronkelijke overeenkomst van opdracht is aangegaan voor 12 maanden eindigend op 30 september 2018 (artikel 4.1 van de overeenkomst). Vast staat echter dat Team7 nadien dezelfde werkzaamheden (leidinggeven aan WBS en het uitbreiden van de activiteiten en de klantenkring) is blijven uitvoeren voor WBS op dezelfde voorwaarden (uren en fee). Gesteld noch gebleken is dat partijen andere afspraken hebben gemaakt over de voortzetting van de overeenkomst na 30 september 2018. Indien WBS de overeenkomst had willen voortzetten voor onbepaalde tijd met een opzegtermijn van drie maanden, had het op haar weg gelegen dit (opnieuw) vast te leggen. Vast staat echter dat zij dit heeft nagelaten. Feitelijk hebben partijen de overeenkomst stilzwijgend voortgezet op dezelfde condities. Dit leidt tot de conclusie dat de (voortgezette) overeenkomst wederom één jaar duurde en van rechtswege is geëindigd op 30 september 2019. De opzegging d.d. 31 augustus 2019 van Team7 dient gezien te worden als een niet rechtens verplichte aanzegging welke geen tussentijdse opzegging behelst. Gelet hierop is Team7 geen boete verschuldigd en wordt de vordering in conventie afgewezen.

5.3.

De vordering in reconventie zal worden toegewezen. Nu er geen sprake is van een tussentijdse beëindiging, heeft Team7 in beginsel recht op betaling van de fee over september 2019. WBS heeft betwist dat zij de fee verschuldigd is nu [XX] geen werkzaamheden heeft verricht in september. Dit verweer slaagt niet. Ter zitting heeft WBS erkend dat zij niet meer wilde dat [XX] kwam werken en heeft zij hem de toegang tot het kantoor ontzegd. Derhalve komt het voor rekening van WBS dat [XX] in september geen werkzaamheden meer heeft verricht en is zij de fee over september verschuldigd aan [XX] . Dat WBS geen vertrouwen meer had in [XX] , maakt dit niet anders. Uit artikel 5.2 van de overeenkomst blijkt dat Team7 recht heeft op een 13e maand. Nu Team7 deze eindejaarsuitkering heeft berekend tot september 2019 kan dit bedrag worden toegewezen.

5.4.

Wat partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van wat in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

5.5.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van WBS zal afwijzen en de vordering van Team7 zal toewijzen als nader bepaald.

5.6.

De kantonrechter stelt vast dat Team7 voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van
€ 697,66 aan buitengerechtelijke incassokosten wordt toegewezen. De wettelijke rente zal als onvoldoende gemotiveerd betwist worden toegewezen.

5.7.

De proceskosten in conventie en reconventie komen voor rekening van WBS, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt WBS tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Team7 worden vastgesteld op een bedrag van € 746,00 aan salaris van de gemachtigde van Team7.

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

de tegenvordering

6.4.

veroordeelt WBS tot betaling aan Team7 van € 17.532,07 binnen 14 dagen na betekening van het vonnis te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 16.133,33 vanaf 21 januari 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.5.

veroordeelt WBS tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Team7 worden vastgesteld op een bedrag van € 373,00 aan salaris van de gemachtigde van Team7.

6.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.7.

wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter