Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4281

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
02-06-2021
Zaaknummer
8845722 \ CV EXPL 20-5793
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eindafrekening na beëindiging arbeidsovereenkomst tussen partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0695
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8845722 \ CV EXPL 20-5793 BL

Uitspraakdatum: 19 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: DAS Rechtsbijstand

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Power Internet B.V.

gevestigd te Broek op Langedijk

gedaagde

verder te noemen: Power Internet

gemachtigde: mr. H.G. Meulmeester

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de eindafrekening na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Omdat [eiseres] de salarisspecificaties niet van Power Internet kreeg, kon zij niet controleren of de eindafrekening klopte. Pas bij de laatste schriftelijke reactie van Power Internet in deze procedure zijn de loonstroken overgelegd. Daaruit blijkt dat het vakantiegeld al is uitbetaald, maar het loon over de vakantiedagen nog niet. De kantonrechter wijst daarom alleen het gevorderde loon toe. De kantonrechter is verder van oordeel dat Power Internet bij de eindafrekening de proceskosten uit een eerdere procedure mocht verrekenen, omdat zij deze kosten in augustus 2019 per ongeluk dubbel aan [eiseres] heeft uitbetaald. Tot slot wordt Power Internet veroordeeld in de proceskosten, omdat het aan haar te wijten is dat [eiseres] de eindafrekening niet eerder heeft kunnen controleren.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 7 oktober 2020 een vordering tegen Power Internet ingesteld. Power Internet heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Power Internet een schriftelijke reactie heeft gegeven en nadere stukken heeft overgelegd.

1.3.

Bij tussenvonnis van 17 maart 2021 heeft de kantonrechter [eiseres] in de gelegenheid gesteld om te reageren op de hiervoor genoemde nadere stukken van Power Internet. [eiseres] heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en een akte genomen, waarbij zij haar vordering heeft gewijzigd.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen bestond een arbeidsrelatie. Ook bestond een affectieve relatie tussen [eiseres] en de bestuurder van Power Internet. Beide relaties zijn inmiddels geëindigd. In het kader daarvan zijn meerdere gerechtelijke procedures gevoerd.

2.2.

Naar aanleiding van een kort geding vonnis van 26 juli 2019 heeft Power Internet een bedrag van € 8.987,77 netto aan [eiseres] betaald voor achterstallig loon, vakantiegeld, wettelijke verhoging, wettelijke rente en proceskosten. Per e-mail van 2 augustus 2019 zijn vier loonstroken aan [eiseres] verstrekt. Later die dag schrijft de gemachtigde van Power Internet in een e-mail aan de gemachtigde van [eiseres] dat bij de hiervoor genoemde betaling abusievelijk twee maal de proceskosten zijn voldaan, met het verzoek om een bedrag van € 815,54 terug te storten.

2.3.

Bij beschikking van de (ambtgenoot) kantonrechter van 19 november 2019 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 december 2019.

2.4.

Op 27 november 2019 heeft Power Internet een bedrag van € 8.083,50 netto aan [eiseres] betaald, onder omschrijving: “salaris augustus, september, oktober en november plus vakantie geld 2019 minus dubbel betaalde proceskosten”.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd dat de kantonrechter Power Internet veroordeelt tot betaling van € 2.161,12 bruto voor achterstallig salaris, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.2.

[eiseres] heeft aan deze vordering – kort weergegeven – het volgende ten grondslag gelegd. Power Internet heeft geen correcte en volledige eindafrekening opgesteld en uitbetaald nadat het dienstverband was geëindigd. [eiseres] heeft nog recht op € 1.200,00 bruto voor vakantietoeslag over de maanden juni tot en met november 2019. Ook heeft [eiseres] aanspraak op uitbetaling van € 961,12 bruto voor tot en met november 2019 door haar opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen (8,33 dagen tegen een dagloon van € 115,38).

3.3.

In reactie op de bij conclusie van dupliek door Power Internet overgelegde loonstroken erkent [eiseres] dat het vakantiegeld van € 1.200,00 bruto is uitbetaald. Deze vordering wordt daarom niet gehandhaafd. Uit de overgelegde loonstroken blijkt echter ook dat Power Internet een bedrag van € 8.899,04 netto had moeten uitbetalen, terwijl maar € 8.083,50 netto is uitbetaald. Het verschil van € 815,54 betreft vermeende dubbel betaalde proceskosten, die Power Internet ten onrechte heeft ingehouden. Dit bedrag moet als achterstallig netto salaris over de maanden augustus tot en met november 2019 worden toegewezen, vermeerderd met wettelijke verhoging en wettelijke rente.

4 Het verweer

4.1.

Power Internet betwist de vordering, en voert daartoe aan – samengevat – dat de gevorderde vakantietoeslag al is betaald, minus een abusievelijk door Power Internet dubbel betaald bedrag voor proceskosten, en dat [eiseres] geen 8,33 maar 4,95 vakantiedagen tegoed had, die bij de eindafrekening zijn uitgekeerd.

5 De beoordeling

5.1.

Bij beschikking van 19 november 2019 is de arbeidsovereenkomst tussen partijen ontbonden per 1 december 2019. Daarbij is Power Internet (onder meer) veroordeeld om aan [eiseres] het salaris op de gebruikelijke wijze te betalen vanaf 1 augustus 2019 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn geëindigd (1 december 2019). Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiseres] in het kader van die eindafrekening nog iets van Power Internet te vorderen heeft.

De salarisspecificaties

5.2.

Op 27 november 2019 heeft Power Internet een bedrag van € 8.083,50 netto aan [eiseres] betaald. [eiseres] stelt dat zij geen specificatie van de eindafrekening van Power Internet heeft ontvangen, ondanks verzoeken daartoe van haar gemachtigde op 16 december 2019, 11 maart 2020 en 24 april 2020. Ter onderbouwing daarvan heeft [eiseres] e-mails overgelegd. Bij conclusie van antwoord onder 15 stelt Power Internet dat zij daarbij inbrengt “De betaalspecificatie van het betaalde loon augustus tm november (ad € 10.000,00 bruto plus de vakantietoeslag ad € 800,-- bruto minus een abusievelijk door POWER INTERNET dubbel betaald bedrag aan proceskosten ad € 850,-- (welk bedrag [eiseres] ook eerstens niet vrijwillig wenste terug te betalen) ad € 8.083,50 netto.” Power Internet heeft echter alleen het onder de feiten (zie 2.4) genoemde betaalbewijs in het geding gebracht, niet de onderliggende specificaties.

5.3.

Pas bij conclusie van dupliek heeft Power Internet als productie 7 overgelegd vier salarisspecificaties gedateerd 26 november 2019. Deze zien op het loon over augustus tot en met november 2019, en € 1.200,00 bruto vakantietoeslag. Daarbij is als eerste pagina van productie 7 overgelegd een e-mail van 2 augustus 2019, waarbij de gemachtigde van Power Internet vier loonstroken aan de gemachtigde van [eiseres] stuurt. Ten onrechte wordt hiermee de suggestie gewekt dat de specificaties al op 2 augustus 2019 zijn verstrekt. Dat is echter niet mogelijk, omdat de salarisspecificaties van 26 november 2019 naar de kantonrechter aanneemt toen nog niet beschikbaar waren. Uit het dossier blijkt dat de betreffende e-mail ziet op vier loonstroken die zijn opgesteld naar aanleiding van een vonnis van 26 juli 2019. Daarmee neemt de kantonrechter aan dat [eiseres] pas bekend is geworden met de specificaties van de eindafrekening bij de laatste conclusie van Power Internet in deze procedure. Power Internet heeft onvoldoende gesteld om anders te oordelen.

De ingehouden proceskosten

5.4.

Gezien de loonstrook van periode 11/2019 heeft [eiseres] vervolgens bij akte erkend dat het aanvankelijk gevorderde bedrag van € 1.200,00 bruto voor vakantiegeld over de maanden juni tot en met november 2019 al door Power Internet is betaald. [eiseres] heeft bij akte dit deel van haar vordering gewijzigd, in die zin dat € 815,54 wordt gevorderd wegens bij de eindafrekening ten onrechte ingehouden proceskosten. De vordering wordt afgewezen en de kantonrechter overweegt daarover het volgende.

5.5.

Vast staat dat Power Internet bij de eindafrekening een bedrag heeft ingehouden wegens ‘dubbel betaalde proceskosten’. Het totaal door Power Internet op basis van de vier specificaties van 26 november 2019 uit te betalen bedrag bedraagt € 8.899,04 netto. Power Internet heeft op 27 november 2019 een bedrag van € 8.083,50 netto aan [eiseres] betaald, en daarmee € 815,54 ingehouden.

5.6.

Verder is tussen partijen niet in geschil dat Power Internet bij vonnis van 26 juli 2019 (dat niet in deze procedure is overgelegd) is veroordeeld om € 815,54 voor proceskosten aan [eiseres] te betalen. Uit de stukken blijkt dat Power Internet op 2 augustus 2019 vier loonstroken aan [eiseres] heeft verstrekt. Dit zijn kennelijk de door beide partijen overgelegde stroken met volgnummers 8 tot en met 10 (gedateerd 30 juli 2019) en volgnummer 11 (gedateerd 1 augustus 2019). Strook 8 betreft het salaris over mei, vermeerderd met € 200,00 vakantietoeslag (€ 2.110,00 netto), strook 9 en 10 het salaris over juni en juli (€ 2.054,51 netto per maand), en strook 11 een bedrag van € 95,00 voor wettelijke rente, € 2.040,00 voor wettelijke verhoging en € 815,54 voor proceskosten (€ 1.917,21 netto). Het totaal op basis van deze vier specificaties uit te betalen bedrag bedraagt € 8.136,23 netto, inclusief het bedrag van € 815,54 voor proceskosten. Partijen zijn het erover eens dat op 2 augustus 2019 een bedrag van € 8.987,77 netto door Power Internet aan [eiseres] is betaald. Dat is dus € 851,54 meer dan hetgeen Power Internet op basis van de onderliggende specificaties verplicht was te betalen. Diezelfde dag heeft Power Internet aan [eiseres] meegedeeld dat abusievelijk twee maal de proceskosten zijn betaald. [eiseres] beschikte over de specificaties, waaruit blijkt dat Power Internet gelijk heeft wat de proceskosten betreft. Desondanks heeft [eiseres] niet voldaan aan het verzoek tot terugbetaling daarvan.

5.7.

Gelet op het voorgaande was Power Internet gerechtigd om bij de eindafrekening over te gaan tot verrekening van haar vordering ter zake de dubbel betaalde proceskosten. Het door [eiseres] gevorderde bedrag van € 815,54 wordt daarom afgewezen.

De opgebouwde, niet genoten vakantiedagen

5.8.

Verder vordert [eiseres] een bedrag van € 961,12 bruto voor 8,33 opgebouwde, niet genoten vakantiedagen. Partijen zijn het eens over het uitgangspunt dat [eiseres] recht heeft op 20 wettelijke vakantiedagen per jaar. Het dienstverband is geëindigd per 1 december 2019, zodat het aantal vakantiedagen over 2019 naar rato 18,33 bedraagt. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] 10 vakantiedagen heeft opgenomen in 2019.

5.9.

Toch stelt Power Internet zich op het standpunt dat [eiseres] geen 8,33 maar 4,95 vakantiedagen tegoed had per 1 december 2019. Power Internet verwijst daarvoor naar een vakantieregistratiekaart, waaruit blijkt dat Power Internet over de maanden januari tot en met april 2019 een vakantiedagenopbouw van 70% heeft geregistreerd wegens ziekte van [eiseres] , en 0,00 opbouw in november 2019. Dit is door Power Internet niet nader toegelicht. [eiseres] betwist bij repliek gemotiveerd dat sprake kan zijn van een gereduceerde opbouw van vakantieverlof tijdens ziekte. In reactie daarop voert Power Internet bij dupliek aan dat zij conform een afspraak met haar medewerkers de niet-opgenomen vakantie-uren bij het einde van het dienstverband voldoet tot een bedrag dat (minstens) gelijk is aan het bedrag van het laatstverdiende loon, hetgeen in het geval van [eiseres] 70% was wegens (vermeende) arbeidsongeschiktheid. Daarmee weerspreekt Power Internet niet langer dat de opbouw van wettelijke vakantiedagen ook tijdens ziekte doorloopt, maar beroept zij zich op een afspraak die met [eiseres] zou zijn gemaakt over de uitbetaling van vakantie-uren. Power Internet heeft dit verweer niet eerder gevoerd, en onderbouwt haar stelling niet. Bovendien staat vast dat [eiseres] in november 2019 100% loon heeft ontvangen, wat haaks staat op het standpunt van Power Internet.

5.10.

Daarmee wordt aangenomen dat [eiseres] recht heeft op uitbetaling van 8,33 niet genoten vakantiedagen. Het door [eiseres] gestelde bruto dagloon van € 115,38 wordt door Power Internet niet betwist. Uit de overgelegde loonstroken blijkt niet dat bij de eindafrekening vakantiedagen zijn uitbetaald. Deze vordering van € 961,12 bruto wordt daarom toegewezen. Ook de wettelijke verhoging en de wettelijke rente hierover, waartegen Power Internet geen zelfstandig verweer heeft gevoerd, worden toegewezen zoals gevorderd.

5.11.

Het beroep van Power Internet op verrekening met (primair) een teveel betaald bedrag van € 815,54 voor proceskosten kan niet slagen, omdat Power Internet deze vordering al heeft verrekend bij de eindafrekening. De stelling dat een bedrag van € 120,00 voor nakosten onverschuldigd is betaald, waarmee Power Internet (subsidiair) wil verrekenen, is niet nader toegelicht of onderbouwd, zodat de kantonrechter daar verder aan voorbij gaat.

Overige

5.12.

Verder vordert [eiseres] betaling van ‘de buitengerechtelijke incassokosten’. Zij heeft geen concreet bedrag genoemd, en alleen in het petitum van de dagvaarding vermeld ‘dat zij kosten heeft moeten maken voor het verkrijgen van de eindafrekening buiten rechte’. Hiermee heeft [eiseres] haar vordering op dit punt onvoldoende geconcretiseerd, zodat deze wordt afgewezen.

5.13.

Hoewel de oorspronkelijke vordering van [eiseres] ter zake vakantietoeslag niet toewijsbaar is gebleken, wordt Power Internet toch veroordeeld tot betaling van de proceskosten, omdat het aan Power Internet te wijten is dat [eiseres] niet eerder heeft kunnen controleren of de betaling van 27 november 2019 een correcte eindafrekening inhield. Om dezelfde reden zal de kantonrechter het salaris van de gemachtigde bepalen op basis van het liquidatietarief dat hoort bij de oorspronkelijke hoofdsom (€ 187,00) en 2,5 procespunten.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Power Internet tot betaling aan [eiseres] van € 961,12 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 106,47

griffierecht € 236,00

salaris gemachtigde € 467,50 ;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter