Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:427

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-01-2021
Datum publicatie
20-01-2021
Zaaknummer
C/15/300768 / HA ZA 20-170
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vernietiging besluit statutenwijziging. 2:15 en 2:8 vernietigbaar wegens strijd r&b. vervaltermijn 2:15 lid 5 verstreken. Geen strijd r&b want onvoldoende onderbouwd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
OR-Updates.nl 2021-0036
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/300768 / HA ZA 20-170

Vonnis van 16 december 2020

in de zaak van

MR. JOHAN BASTIAAN BIEZEN Q.Q. in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [rechthebbende] ,

wonende te Amsterdam en kantoorhoudende te Zaanstad,

eiser,

advocaat mr. A.M. Feringa te Zaandam,

tegen

de stichting

STICHTING ADMINISTRATIEKANTOOR BEERS HOLDING B.V.,

gevestigd te Winkel, gemeente Hollands Kroon,

gedaagde,

advocaat mr. P.F. Keuchenius te Hoorn NH.

Partijen zullen hierna Biezen q.q. en de STAK genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1 t/m 5,

  • -

    de conclusie van antwoord met producties 1 t/m 17,

  • -

    het vonnis van 3 juni 2020,

  • -

    het rolbericht van 22 oktober 2020 met producties 6 en 7 van Biezen q.q.,

  • -

    het rolbericht van 23 oktober 2020 met producties 18 t/m 20 van de STAK,

  • -

    het rolbericht van 2 november 2020 met één bijlage (het eerder ontbrekende deel van productie 2 bij dagvaarding) van Biezen q.q. en

  • -

    de mondelinge behandeling van 3 november 2020 en de daarbij overgelegde spreekaantekeningen van Biezen q.q. en mr. Keuchenius.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Biezen q.q. is bewindvoerder over de goederen van mevrouw [rechthebbende] (hierna: [rechthebbende] ) en de rechtsopvolger van de vorige bewindvoerder [XX] , dochter van [rechthebbende] (hierna: [XX] ). Bij beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 31 oktober 2019 is [XX] ontslagen en Biezen q.q. benoemd als bewindvoerder.

2.2.

[rechthebbende] is de weduwe van [YY] (hierna: [YY] ), overleden op 5 juli 2017. Naast dochter [XX] , hebben [rechthebbende] en [YY] vier zoons: [AA] , [BB] , [CC] en [DD] .

2.3.

[rechthebbende] is certificaathoudster van de STAK. De STAK houdt de aandelen in de besloten vennootschap Beers Holding B.V. (hierna: de holding). De holding houdt de aandelen in de besloten vennootschap Winkel B.V., die op haar beurt het wegtransportbedrijf Beers Winkel exploiteert (hierna: de werkmaatschappij).

2.4.

Het bestuur van de STAK bestaat uit drie leden. Op grond van de statuten van 21 december 1998 van de STAK had [rechthebbende] als certificaathoudster directe zeggenschap bij de benoeming van één bestuurslid (A) van de STAK. Het tweede bestuurslid (B) wordt op grond van die statuten benoemd door de directie van de holding, en het derde bestuurslid (C) door de bestuurders A en B tezamen (eventuele overige bestuursleden tot een totaal aantal van maximaal zeven worden benoemd door het bestuur van de STAK).

2.5.

De statuten van de STAK zijn bij akte van 16 mei 2012 gewijzigd. Met deze wijziging verviel de directe zeggenschap van de certificaathoudster bij benoeming van bestuurslid A en de indirecte zeggenschap bij de benoeming van bestuurslid C. De bestuurders zouden worden benoemd door het bestuur van de STAK. Het besluit van het bestuur van de STAK van 14 mei 2012 tot statutenwijziging is bij vonnis van 3 september 2014 van deze rechtbank nietig verklaard omdat het niet bevoegd was genomen.

2.6.

De statuten van de STAK zijn bij akte van 26 januari 2017 opnieuw gewijzigd op basis van het besluit van het bestuur van de STAK van 3 januari 2017 (hierna: het bestuursbesluit). Deze statutenwijziging had dezelfde inhoud als de (nietig verklaarde) statutenwijziging van 16 mei 2012. De gewijzigde statuten zijn 31 januari 2017 gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel (hierna: de KvK).

3 Het geschil

3.1.

Biezen q.q. vordert – na vermindering van eis ter zitting – dat de rechtbank bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het besluit tot de statutenwijziging van 26 januari 2017 vernietigt, met veroordeling van de STAK in de proceskosten.

3.2.

Biezen q.q. legt aan zijn vordering – kort gezegd – het volgende ten grondslag. Het bestuursbesluit is op grond van artikel 2:15 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) vernietigbaar, omdat het in strijd is met de redelijkheid en billijkheid ex artikel 2:8 BW. Door het bestuursbesluit verliest [rechthebbende] haar vat op de bestuurssamenstelling en daarmee op de dagelijkse leiding van de STAK, de holding en de werkmaatschappij.

3.3.

De STAK concludeert tot afwijzing van de vordering en voert hiertoe het volgende aan. Gezien de wettelijke vervaltermijn van een jaar (artikel 2:15 lid 5 BW), is de termijn voor het vorderen van de gevraagde vernietiging ruimschoots verstreken. De bij het besluit van 27 januari 2017 gewijzigde statuten zijn namelijk op 31 januari 2017 gedeponeerd bij de KvK. Bovendien heeft mr. Le Belle, advocaat van [XX] , de toenmalige bewindvoerder van [rechthebbende] , op 16 juni 2017 en 2 augustus 2017 toepassing verlangd van de gewijzigde statuten. Daaruit blijkt dat [XX] als bewindvoerder van [rechthebbende] bekend was met de gewijzigde statuten. De vervaltermijn verliep daarom op 31 januari 2018, dan wel op 16 juni 2018 of 2 augustus 2018. Overigens worden de vermogensrechtelijke belangen van [rechthebbende] door het ontbreken van invloed op de benoeming van het bestuur niet aangetast, aldus de STAK.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Op grond van artikel 2:15 lid 5 BW vervalt de bevoegdheid om vernietiging van een besluit van een rechtspersoon te vorderen een jaar na het einde van de dag, waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij de belanghebbende van het besluit kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.

4.2.

Het beroep op de vervaltermijn slaagt, aangezien de gewijzigde statuten op 31 januari 2017 zijn gedeponeerd bij de KvK. Daarmee is aan het besluit tot statutenwijziging voldoende bekendheid gegeven. Biezen q.q. heeft pas bij dagvaarding van 20 december 2019 - bijna drie jaar later - vernietiging van het bestuursbesluit gevorderd.

4.3.

Ter zitting heeft Biezen q.q. betoogd dat een beroep door de STAK op de vervaltermijn naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, omdat volgens hem [XX] , als voorgaande bewindvoerder van [rechthebbende] , welbewust niet op de hoogte is gebracht van de statutenwijziging en vanwege de familiebanden in het concern.

4.4.

De rechtbank volgt Biezen q.q. niet in dat betoog. Bij de beoordeling van de vraag of het beroep op de vervaltermijn van artikel 2:15 lid 5 naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is, past de rechtbank terughoudendheid. Biezen q.q. heeft geen feiten of omstandigheid gesteld waaruit blijkt dat [DD] en [CC] met opzet [XX] , als toenmalig bewindvoerder van [rechthebbende] , niet persoonlijk op de hoogte hebben gesteld van het bestuursbesluit. Verder is van belang dat [XX] zelf eerder (mede) het initiatief heeft genomen tot de statutenwijziging van 16 mei 2012, met dezelfde inhoud als de statutenwijziging van 26 januari 2017. Volgens [XX] is die statutenwijziging destijds akkoord bevonden door [YY] , als toenmalige certificaathouder, en [rechthebbende] (zoals blijkt uit de door de STAK aangehaalde producties 5 en 20). Onder die omstandigheden kan Biezen q.q., als opvolgend bewindvoerder van [rechthebbende] en rechtsopvolger van [XX] , nu niet onder verwijzing naar de familiebanden stellen dat het beroep van de STAK op de vervaltermijn, waardoor Biezen q.q. niet meer de vernietiging van het besluit tot statutenwijziging kan vorderen, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

4.5.

Omdat Biezen q.q. niet meer de vernietiging van het bestuursbesluit kan vorderen, zal de rechtbank zijn vordering afwijzen.

4.6.

Biezen q.q. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de STAK worden begroot op:

- griffierecht 656,00

- salaris advocaat 1.086,00 (2,0 punten × tarief € 543,00)

Totaal € 1.742,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Biezen q.q. in de proceskosten, aan de zijde van de STAK tot op heden begroot op € 1.742,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. van der Kluit en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2020.1

1 type: IEV coll: JvdK