Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4242

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-05-2021
Datum publicatie
25-05-2021
Zaaknummer
20-287
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verkeersbesluit. Verweerder heeft het verkeersbesluit in redelijkheid kunnen nemen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/287

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2021 in de zaak tussen


de Stichting belangenbehartiging Wijkraad Koninginnebuurt, te Haarlem, eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem, verweerder

(gemachtigde: mr. R. Braeken).

Procesverloop

Op 19 juni 2019 - bekendgemaakt op 25 juni 2019 - heeft verweerder het ‘Verkeersbesluit diverse verkeersmaatregelen omgeving Julianastraat’ genomen (het verkeersbesluit)

In het besluit van 5 december 2019 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 april 2021. Voor eiseres zijn verschenen [naam 1] en [naam 2] . Voor verweerder zijn verschenen S. Bosma en de gemachtigde.

Overwegingen

1.1

De riolering in de Julianastraat, Stolbergstraat, Koninginneweg, Eerste Emmastraat, Tweede Emmastraat en de Tempeliersstraat in Haarlem moest op enig moment worden vervangen. De bovenliggende wegen moesten daarvoor worden opgebroken en opnieuw aangelegd. Verweerder heeft hierin een mogelijkheid gezien om de straten te herinrichten.

1.2

Bij besluit met kenmerk 2018/796034 heeft verweerder het definitieve ontwerp (DO) vastgesteld voor Julianastraat e.o.

1.3

Met het verkeersbesluit worden de volgende verkeersmaatregelen genomen:

- opheffing van de parkeerverboden in de Eerste Emmastraat en de Koninginnestraat op nader in het besluit genoemde locaties, door het verwijderen van verkeersbord E1;

- opheffing van het gebod voor alle bestuurders om het bord aan de rechterzijde voorbij te gaan, door het verwijderen van de verkeersborden D2 ter hoogte van Koninginneweg 40;

- opheffing van het verbod voor bestuurders om over een afstand van circa 25 meter de doorgetrokken as-streep te overschrijden, door het verwijderen van de streep op de Tempeliersstraat op een locatie die nader is omschreven in het besluit;

- opheffing van het verplichte fietspad op de Tempeliersstraat, aan beide zijden van de weg, ter hoogte van de Stolbergstraat, door het verwijderen van de verkeersborden G11;

- aanwijzing van een fietsstrook als bedoeld in artikel 1 RVV aan beide zijden van de weg, op de Eerste Emmastraat en de Koninginneweg - deel tussen de Eerste Emmastraat en de Tempeliersstraat -, door het aanbrengen van fietssymbolen en onderbroken markering op het wegdek;

- opheffing van de uitzondering voor fietsers en bromfietsers op de eenrichtingsweg op nader in het besluit omschreven locaties, door het verwijderen van onderborden (uitgezonderd fietsers en bromfietsers) onder verkeersborden C2 en C3;

- instelling van een uitzondering voor fietsers op een eenrichtingsweg op nader in het besluit omschreven locaties, door het aanbrengen van onderborden (uitgezonderd fietsers en bromfietsers) onder verkeersborden C2 en C3.

In het verkeersbesluit staat dat deze verkeersmaatregelen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan.

2. Het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van de Adviescommissie bezwaarschriften en gaat – samengevat – over het volgende. In bezwaar komt eiseres op tegen de inrichting van de Emmabrug, Eerste Emmastraat en Koninginneweg (het gedeelte tussen de Eerste Emmastraat en de Tempeliersstraat) als gebiedsontsluitingsweg. Het verkeersbesluit heeft daar geen betrekking op. Bovendien zijn deze straten in de huidige situatie ook ingericht als gebiedsontsluitingsweg. Het verkeersbesluit heeft ook geen betrekking op de oversteekvoorziening voor voetgangers en fietsers in de Tempeliersstraat. In de huidige situatie zijn de oversteekvoorzieningen ook aanwezig. De voorrangssituatie verandert niet. Daarom komt verweerder in navolging van de adviescommissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van de bezwaren.

Verweerder voegt daar het volgende aan toe. De oversteekvoorziening in de Tempeliersstraat voldoet aan de geldende regelgeving en er wordt attentie-verhogende verlichting aangebracht. Voor de fietsstroken geldt dat het verkeersbesluit gaat over opheffing van het verplichte fietspad aan beide kanten van de Tempeliersstraat (ter hoogte van de Stolbergstraat) en over de aanwijzing van fietsstroken. Verweerder streeft ernaar om bij de herinrichting van de wegen waarop het verkeersbesluit betrekking heeft (beter) aan de sluiten bij de richtlijnen van Duurzaam Veilig. Hoewel door de beperkte ruimte op de weg de richtlijnen van Duurzaam Veilig niet in alle gevallen toepasbaar zijn, betekent dit niet dat de fietsstroken in strijd zijn met de doelstellingen van artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994). Bovendien heeft de verkeersadviseur van de politie ingestemd met de voorgestelde verkeersmaatregelen, waaronder de fietsstroken.

3. Op de zitting is vastgesteld dat de bezwaren van eiseres zich met name richten tegen het gedeelte van het verkeersbesluit dat ziet op het zogenaamde traject Eerste Emmastraat, zijnde de weg tussen de Emmabrug en het zebrapad ter hoogte van de Stolbergstraat. Eiseres stelt zich op het standpunt dat de weginrichting moet voldoen aan de principes van Duurzaam Veilig en de richtlijnen van de CROW. Met het verkeersbesluit voldoet verweerder daar niet aan. Verweerder had aan de normen kunnen voldoen door dit gedeelte van de weg in te richten als 30 kilometer weg of door de verkeersintensiteit te verminderen, aldus eiseres.

4.1

De rechtbank stelt vast dat verweerder bij het verkeersbesluit is uitgegaan van de bestaande situatie. Bij het herstel van de vanwege de rioleringswerkzaamheden opengebroken straten heeft verweerder de verkeerskundige situatie waar mogelijk willen verbeteren, met beperkte aanpassingen waarvoor het verkeersbesluit nodig was. Verweerder heeft daarbij het bestaande gebruik van het traject Emmastraat, zijnde een gebiedsontsluitingsweg met een maximum toegestane snelheid van 50 kilometer per uur, als leidend beschouwd. In het verkeersbesluit is niets beslist over (aanpassing of handhaving van) de maximumsnelheid ter plaatse.

4.2

Als het gaat over de principes van Duurzaam Veilig en de richtlijnen van de CROW, is van belang dat binnen het verkeersbesluit is gekozen voor fietsstroken. Eiseres stelt dat die keuze niet conform die principes en richtlijnen gemaakt had kunnen worden, gelet op de beperkte ruimte van de weg. In dit beroep kan alleen beoordeeld worden of verweerder in redelijkheid tot dit besluit heeft kunnen komen. Verweerder heeft namelijk beoordelingsruimte bij het nemen van verkeersbesluiten. Dit betekent dat de rechtbank een verkeersbesluit alleen terughoudend kan toetsen.

4.3

In artikel 2 van de WVW 1994 is bepaald dat de regels die op basis van deze wet gesteld zijn, kunnen strekken tot het verzekeren van de veiligheid op de weg, het beschermen van weggebruikers en passagiers, het instandhouden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid. Verweerder heeft in redelijkheid de keuze kunnen maken om het hele traject te voorzien van rode fietsstroken, om fietsers eigen verkeersruimte op de weg te kunnen bieden. Ter zitting is namens verweerder verklaard dat de belangrijkste winst hiervan is dat het gehele traject vanaf de Emmabrug tot de kruising met de Van Eedenstraat nu eenduidig is ingericht. Daar waar voorheen een deel fietspad was, een deel fietsstrook en een deel suggestiestrook, is het nu allemaal fietsstrook. De rechtbank volgt verweerder in zijn standpunt dat daarmee de veiligheid is verbeterd. Het verkeersbesluit is dus niet in strijd met artikel 2 van de WVW 1994.

4.4

Vast is komen te staan dat vanwege aanwezige bebouwing niet over het gehele traject aan de principes van Duurzaam Veilig en de richtlijnen van CROW kan worden voldaan. Dit betekent niet dat verweerder in redelijkheid tot een ander besluit had moeten komen of dat daardoor niet voldaan wordt aan de doelstellingen van artikel 2 van de WVW 1994. Hierbij is van belang dat verweerder geprobeerd heeft de veiligheid binnen de context van de bestaande situatie zo goed mogelijk te verbeteren. Bovendien heeft de korpschef van de politie ingestemd met de maatregelen. Dat verweerder mogelijk nog verdergaande maatregelen had kunnen nemen, doet aan het voorgaande niet af. Overigens heeft verweerder ter zitting toegelicht dat de impact van verdergaande maatregelen zo groot is dat hiermee pas winst te behalen valt als eerst de verkeersstromen in een veel groter gebied zijn onderzocht en daarna de inrichting van het verkeerssysteem daarvan wordt aangepast .

4.5

Voor zover de beroepsgronden van eiseres zich richten tegen het herinrichtingsplan zelf of de feitelijke indeling van de straat, geldt dat dit buiten de omvang van het geding valt. Alleen het verkeersbesluit en de daarin opgenomen maatregelen liggen ter toetsing voor, niet de feitelijke uitvoering van die maatregelen.

5. Op basis van de vorige overwegingen, komt de rechtbank tot het oordeel dat verweerder in redelijkheid het verkeersbesluit heeft kunnen nemen. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat daarom geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E. Jochem, rechter, in aanwezigheid van mr. F. Vermeij, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2021.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.