Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:4118

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
19-05-2021
Datum publicatie
10-06-2021
Zaaknummer
8863176
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Aangereden auto. Waardevermindering door schadeverleden. Schadebedrag geschat.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8863176 \ CV EXPL 20-9443

Uitspraakdatum: 19 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [woonplaats]

eiseres
hierna te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. J.H.M. de Boer

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde
hierna te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. N.P. Jonker

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 27 oktober 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Op 26 april 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. [eiseres] en [gedaagde] hebben gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Voorafgaand aan de zitting heeft [eiseres] bij brief van 14 april 2021 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Op 30 januari 2020 heeft [gedaagde] met zijn auto de auto van [eiseres] , een Range Rover Sport, aangereden.

2.2.

De verzekeraar van [gedaagde] heeft voor het herstel van de schade aan de auto een bedrag van € 21.681,05 aan [eiseres] uitgekeerd.

2.3.

Het CED heeft in opdracht van [gedaagde] een expertiserapport opgemaakt. Op 31 maart 2020 heeft zij het volgende geschreven: (…) Wanneer wij nu alle daarvoor in aanmerking komende factoren bezien, zoals:
- Leeftijd
- Kilometrage
- Ingrijpendheid
- Aard en omvang der werkzaamheden
menen wij dat in deze geen sprake is van waardevermindering c.q. vermogensverlies.

2.4.

Per e-mail d.d. 16 april 2020 heeft [betrokkene 1] van Outland Outstanding Landrovers aan [eiseres] het volgende geschreven: (…) Ondanks dat ik bijzonder veel vertrouwen heb in het schadebedrijf dat de schade heeft hersteld moet ik bij inruil / inkoop wel rekening houden met het schadeverleden. (…) Ik ben dan ook van mening dat wanneer ik twee exact dezelfde auto’s naast elkaar te koop zet dat ik voor jullie auto € 10.000,- euro minder kan vragen (…)

2.5.

Op 30 april 2020 heeft [autodealer] een offerte aan [eiseres] uitgebracht waar op staat: Ivm achteren aangereden, een flinke schade (EU22.000,-) hierdoor is uw huige Range Rover Sport SVR EU10.000,- minder getaxeerd.

2.6.

Per brief d.d. 10 juni 2020 heeft expertisebureau RDM aan [eiseres] geschreven: (…) Wij hebben de door u aangeleverde inruil info beoordeeld en gecontroleerd waarbij duidelijk is gebleken, dat de inruilprijs € 10.000,-- incl. BTW lager ligt als gevolg van het “schadeverleden”.

2.7.

Per brief d.d. 17 juni 2020 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor een schadebedrag van € 10.000,00 en de kosten voor de deskundige van € 151,25.

2.8.

De gemachtigden van partijen hebben hierna gecorrespondeerd over het inschakelen van een derde deskundige en over de hoogte van een voorschot op het schadebedrag.

2.9.

Op 17 november 2020 heeft DEKRA in opdracht van [gedaagde] een expertiserapport opgemaakt waarin staat: Wij bepalen de waardevermindering van het voertuig, rekening houdend met de hieronder staande factoren:
- Nieuwwaarde
- Leeftijd van het voertuig
- Kilometerstand van het voertuig
- Exclusiviteit van het voertuig
- Inruilwaarde
- Historie van het voertuig
- De uitgevoerde werkzaamheden
Gelet op al het bovenstaande bepalen wij de waardevermindering als gevolg van de schade, ontstaan op bovengenoemde datum op een bedrag van EUR 2600,00 incl. BTW.

2.10.

[gedaagde] heeft het bedrag van € 10.151,25 niet betaald.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 10.151,25 vermeerderd met een bedrag van € 876,51 aan buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten en de nakosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat de auto van [eiseres] als gevolg van de aanrijding door [gedaagde] een schadeverleden heeft. Dit heeft tot gevolg dat de inruilwaarde van de auto van [eiseres] een bedrag van € 10.000,00 lager is dan van een gelijk voertuig zonder schadeverledenregistratie. Nu de verzekeraar van [eiseres] deze schade niet wil vergoeden, dient [gedaagde] dit bedrag nog te betalen. Ter onderbouwing verwijst [eiseres] naar twee verklaringen van autodealers en een taxatierapport van het expertisebureau RDM. Omdat het gaat om een zeer exclusieve auto dient er bij het vaststellen van de waardevermindering geen gebruik gemaakt te worden van de NIVRE-richtlijnen maar van onafhankelijke deskundigen die gespecialiseerd zijn in de verkoop van exclusieve auto’s.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering en voert aan – samengevat – dat er geen sprake is van de door [eiseres] gestelde waardevermindering van € 10.000,00 van de auto, althans dat [eiseres] dit bedrag onvoldoende heeft onderbouwd. Twee onafhankelijke schade-experts, CED en DEKRA, hebben geconcludeerd dat er geen waardevermindering is (CED) dan wel een waardevermindering van maximaal € 2.600,00 (DEKRA). Daarbij komt nog dat [eiseres] de auto nog niet heeft ingeruild/verkocht zodat er geen daadwerkelijke schade is en de waardevermindering op dit moment verdampt. Tenslotte is in het DEKRA rapport geen gebruik gemaakt van de NIVRE-formule zoals [eiseres] lijkt te stellen maar is er gekeken naar de concrete feiten.

5 De beoordeling

5.1.

Als een auto is beschadigd door een aanrijding waarvoor een ander aansprakelijk is, moet de aansprakelijke niet alleen de kosten van herstel vergoeden. De aansprakelijke persoon is ook verantwoordelijk voor vergoeding van de waardevermindering van de auto, ook als de auto niet wordt verkocht of ingeruild. De hoogte van de waardevermindering moet direct na de schade worden bepaald (HR 13-12-1963, ECLI:NL:HR:1963:61). Dat betekent dat de vraag moet worden beantwoord hoe hoog de waardevermindering van de auto van [eiseres] is, omdat de auto een schadeverleden heeft.

5.2.

[eiseres] heeft ter onderbouwing van haar stelling dat de waardevermindering
€ 10.000,00 bedraagt verwezen naar een taxatie van expertisebureau RDM, een offerte van [autodealer] en een e-mail van [betrokkene 1] van Outland Outstanding Landrovers.

5.3.

[gedaagde] heeft aangevoerd dat de waardevermindering van de auto respectievelijk nul euro, dan wel € 2.600,00 bedraagt en heeft verwezen naar een expertiserapport van CED en een expertiserapport van DEKRA.

5.4.

Op basis van deze stukken kan de waardevermindering niet nauwkeurig worden vastgesteld. De bedragen lopen aanzienlijk uiteen en partijen zijn het niet eens over de deskundigheid van de door de andere partij ingeschakelde experts. Daarnaast bevatten de stukken geen calculaties waaruit blijkt waar de hoogte van de bedragen op is gebaseerd. Er worden enkele gezichtspunten genoemd die gebruikt zijn om tot de schadebedragen te komen maar nagelaten wordt aan te geven hoe deze gezichtspunten precies tot de bedragen hebben geleid.

5.5.

Omdat de waardevermindering niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, partijen in het minnelijk traject voorafgaand aan deze procedure (ook) geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over een deskundige die de waardevermindering kon bepalen, zal de kantonrechter uit proceseconomische overwegingen ex artikel 6:97 BW de schade begroten op € 6.520,00. De kosten voor het taxatierapport van RDM beschouwt de kantonrechter als
redelijke kosten ter vaststelling van de schade en komen ook voor rekening van [gedaagde] . De wettelijke rente hierover zal als onvoldoende gemotiveerd betwist worden toegewezen.

5.6.

[eiseres] maakt aanspraak op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De gevorderde vergoeding komt echter niet voor toewijzing in aanmerking, nu gesteld noch gebleken is dat een aanmaning conform de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW heeft plaatsgevonden.

5.7.

De conclusie is dat de vordering van [eiseres] grotendeels wordt toegewezen. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat hij grotendeels ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling van nasalaris en betekeningskosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door [eiseres] worden gemaakt. De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van € 6.671,25 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 juli 2020 tot de dag der algehele voldoening;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiseres] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 105,09

griffierecht € 236,00

salaris gemachtigde € 622,00 ;

vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiseres] worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter