Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3887

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-05-2021
Datum publicatie
08-06-2021
Zaaknummer
8294458 \ CV EXPL 20-1065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Non-conformiteit pakketreisovereenkomst voor rekening en risico van organisator of reiziger (artikel 7:511 lid 2 sub a BW)?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8294458 \ CV EXPL 20-1065

Uitspraakdatum: 26 mei 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

pro se en voor zover nodig als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon [minderjarige]

wonende te [woonplaats]

eiseres

gemachtigde mr. T.A.M. Drubbel

tegen

1. de buitenlandse rechtspersoon

Easyjet Airline Company Limited

gevestigd te Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen Easyjet

niet verschenen

2. de besloten vennootschap

Prijsvrij.nl B.V.

gevestigd te ’s Hertogenbosch

gedaagde

hierna te noemen: Prijsvrij

gemachtigde mr. L.E.J. Jonker

1 Het procesverloop

1.1.

Eiseres heeft met afzonderlijke dagvaardingen een vordering tegen Easyjet en Prijsvrij ingesteld. Easyjet is niet verschenen, zodat tegen hem verstek is verleend. Prijsvrij heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Eiseres heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Prijsvrij een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Eiseres heeft in januari 2019 een pakketreis voor vier personen naar Mallorca geboekt bij Prijsvrij voor een totaalbedrag van € 1.359,33. De reissom is door eiseres aan Prijsvrij betaald.

2.2.

De heenvlucht naar Mallorca op 12 juni 2019 zou door Easyjet worden uitgevoerd. De terugvlucht op 18 juni 2019 door Transavia.

2.3.

Aan eiseres en haar reisgenoten is de toegang tot de heenvlucht op 12 juni 2019 ontzegd. Eiseres en haar reisgenoten hebben bovenbeschreven reis niet daadwerkelijk gemaakt.

2.4.

Bij brief van 24 juli 2019 heeft eiseres aanspraak gemaakt op vergoeding door Easyjet en Prijsvrij van de door haar geleden schade en voorts op vergoeding door Easyjet van een bedrag van € 1.600,00 vanwege ‘vluchtweigering’.

3 De vordering

3.1.

Eiseres vordert dat Prijsvrij en Easyjet bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis hoofdelijk veroordeeld zullen worden tot betaling van:
- € 1.917,52, inclusief € 237,07 buitengerechtelijke incassokosten (de kantonrechter begrijpt uit het lichaam van de dagvaarding dat sprake is van een kennelijke verschrijving en dat bedoeld is: “€ 1.817,52 inclusief buitengerechtelijke incassokosten”), vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2019, althans met ingang van een in goede justitie vast te stellen datum, tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten.

3.2.

Eiseres legt aan de vordering ten grondslag dat zij schade heeft geleden door het handelen van Easyjet. Als veroorzaker van de schade is Easyjet daarvoor aansprakelijk. Prijsvrij is de organisator en heeft de pakketreis georganiseerd. Prijsvrij is dan ook om die reden verantwoordelijk voor de geleden schade.

voorts ten aanzien van Easyjet

3.3.

Eiseres vordert dat Easyjet bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2019, althans met ingang van een in goede justitie vast te stellen datum, tot aan de dag der algehele voldoening.

3.4.

Eiseres legt aan de vordering ten grondslag dat Easyjet vanwege ‘vluchtweigering’ op grond van Europese regelgeving gehouden is eiseres te compenseren tot een bedrag van vier keer € 400,00, derhalve een bedrag van € 1.600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 juli 2019.

4 Het verweer

4.1.

Prijsvrij betwist de vordering. Op het verweer wordt, voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.2.

Easyjet heeft geen verweer gevoerd.

5 De beoordeling

5.1.

Voor zover eiseres in deze procedure namens haar minderjarige kind als wettelijk vertegenwoordiger optreedt, dient zij te beschikken over een machtiging van de kantonrechter als bedoeld in artikel 1:253k in verbinding met artikel 1:349 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Nu deze machtiging ontbreekt, zal de kantonrechter eiseres, voor zover zij optreedt in haar hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind, niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

de vorderingen ten aanzien van Easyjet

5.2.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.3.

Op de betekening van de dagvaarding aan Easyjet zijn de bepalingen van de Verordening (EG) nr. 1393/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2007 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (verder: Bet Vo II) van toepassing. Het Verenigd Koninkrijk is weliswaar geen lidstaat meer van de Europese Unie, maar tot en met 31 december 2020 gold nog een overgangsperiode waardoor de betekeningsverordening tot dat moment nog steeds van toepassing was. Uit het door eiseres overgelegde certificaat van betekening als bedoeld in artikel 10 van de Bet Vo II blijkt dat de dagvaarding op 8 januari 2020 aan Easyjet is betekend met inachtneming van de in de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk voorgeschreven vormen voor de betekening. Daarmee is gebleken dat Easyjet op juiste wijze en tijdig in het geding is opgeroepen en dat voldaan is aan de voorwaarden als bedoeld in artikel 19 van de Bet Vo II. Nu Easyjet niet in het geding is verschenen, wordt tegen hem verstek verleend. Ingevolge het bepaalde in artikel 140 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zal echter tussen alle partijen een vonnis gewezen worden, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd.

5.4.

De kantonrechter begrijpt - onder aanvulling van de rechtsgronden op grond van artikel 25 Rv - dat eiseres de vordering jegens Easyjet van € 1.600,00 baseert op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91. Deze vordering tot compensatie jegens Easyjet, komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen, behoudens het navolgende. Voor zover de vordering betrekking heeft op compensatie voor medereizigers voor wie de pakketreis door eiseres is geboekt en betaald, wordt deze afgewezen. Niet is gebleken dat deze medereizigers hun vorderingsrecht hebben overgedragen aan eiseres. De vordering tot compensatie is daarom toewijsbaar tot een bedrag van € 400,00. De gevorderde wettelijke rente zal over voormeld bedrag worden toegewezen met ingang van 24 juli 2019.

5.5.

Ten aanzien van de vordering tot vergoeding van de door eiseres geleden schade, wordt overwogen dat eiseres daartoe geen juridische grondslag heeft aangevoerd. Voor zover eiseres bedoelt zich te beroepen op onrechtmatige daad, wordt geoordeeld dat eiseres dit beroep onvoldoende heeft onderbouwd. Immers, de enkele stelling dat Easyjet heeft geweigerd eiseres en haar reisgezelschap toe te laten op de heenvlucht en daarmee als directe veroorzaker hoofdelijk aansprakelijk is voor de geleden schade, is onvoldoende om vast te kunnen stellen dat sprake is van een onrechtmatige daad. Gelet op het voorgaande zal de vordering tot vergoeding van de schade van eiseres jegens Easyjet worden afgewezen.

5.6.

Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zal de kantonrechter de kosten compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

de vordering ten aanzien Prijsvrij

5.7.

Partijen zijn het erover eens dat tussen eiseres en Prijsvrij als reisorganisatie een pakketreisovereenkomst in de zin van artikel 7:500 BW tot stand is gekomen. Voorts staat vast dat de reisdiensten waarop de pakketreisovereenkomst tussen partijen betrekking heeft, niet zijn uitgevoerd. Er is dan ook sprake van (permanente) nonconformiteit. De vraag is of deze non-conformiteit voor rekening en risico van Prijsvrij komt. Dat is niet het geval indien Prijsvrij aantoont dat de non-conformiteit aan eiseres is te wijten (artikel 7:511 lid 2 sub a BW). Dit betekent dat Prijsvrij niet aansprakelijk is als de tekortkoming in de risicosfeer van eiseres ligt.

5.8.

Prijsvrij voert - samengevat en voor zover hier van belang - aan dat zij haar deel van haar verplichtingen op correcte wijze heeft uitgevoerd. Niet alleen de vluchten, maar ook de accommodatie waren voor eiseres en haar gezelschap beschikbaar. Prijsvrij betwist dat een vermeende betalingsachterstand de reden is dat eiseres en haar gezelschap zijn geweigerd op de heenvlucht omdat eiseres daar geen bewijs van heeft overgelegd. Als eiseres is geweigerd in verband met een betalingsachterstand bij Easyjet, is dat bovendien een omstandigheid waar Prijsvrij buiten staat en die niet voor rekening en risico van Prijsvrij komt. Prijsvrij droeg daar geen kennis van en is daarvoor ook niet verantwoordelijk. Volgens Prijsvrij had de gehele pakketreis doorgang gevonden, indien eiseres het bedrag van € 180,00 had betaald. Het is aan eiseres zelf te wijten dat zij en haar reisgenoten zijn geweigerd op de vlucht van 12 juni 2019.

5.9.

De kantonrechter overweegt als volgt. Prijsvrij heeft er terecht op gewezen dat eiseres niet met stukken heeft onderbouwd wat de reden is geweest voor de weigering van eiseres en haar gezelschap op de heenvlucht. Dat sprake was van een vermeende betalingsachterstand is dan ook niet komen vast te staan. Het had op de weg van eiseres gelegen om haar stellingen nader te onderbouwen, zodat Prijsvrij daar gemotiveerd op had kunnen reageren. In elk geval heeft Prijsvrij aangevoerd dat als eiseres geweigerd is vanwege een betalingsachterstand bij Easyjet, dit in de risicosfeer van eiseres ligt. In de dagvaarding heeft eiseres op dat punt gesteld dat haar reisgezelschap de toegang tot de heenvlucht werd geweigerd, omdat er nog een bedrag open stond van € 180,00. In de conclusie van repliek heeft eiseres toegelicht dat later is gebleken dat dit een bedrag was dat Easyjet “naar het schijnt” voor vertrek aan Prijsvrij heeft teruggestort voor de ticketprijs van de heenvlucht. Volgens eiseres was dit geen achterstand die voor haar rekening en risico zou moeten komen. Eiseres heeft dit alles niet met stukken onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat hetgeen eiseres heeft aangevoerd, dan ook niet is aan te merken als een gemotiveerde betwisting van de stelling van Prijsvrij dat de non-conformiteit aan eiseres zelf is te wijten, zodat dit als vaststaand moet worden aangenomen. Er kan daarom niet worden geoordeeld dat Prijsvrij aansprakelijk is voor de non-conformiteit.

5.10.

Gelet op het voorgaande wordt de vordering van eiseres jegens Prijsvrij afgewezen. De overige verweren van Prijsvrij (die overigens gedeeltelijk in dupliek voor het eerst naar voren zijn gebracht en daarom tardief zijn), behoeven daarom geen bespreking meer.

5.11.

De proceskosten komen voor rekening van eiseres, omdat zij ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart eiseres, in hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige kind niet‑ontvankelijk in haar vordering;

6.2.

veroordeelt Easyjet tot betaling aan eiseres van € 400,00 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 juli 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;

6.3.

compenseert de proceskosten tussen eiseres en Easyjet, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

6.4.

veroordeelt eiseres tot betaling van de proceskosten van Prijsvrij, die tot en met vandaag voor Prijsvrij worden vastgesteld op een bedrag van € 374,00 aan salaris van de gemachtigde van Prijsvrij;

6.5.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter