Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3881

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-04-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
8325985 CV / EXPL 20-1674
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Stakingen Franse luchtverkeersleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8325985 CV / EXPL 20-1674

Uitspraakdatum: 14 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

wonenden te [woonplaats]

2. [passagier sub 2]

wonende te [woonplaats] .

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigde: mw. A. Nissan (ARAG SE)

tegen

de commanditaire vennootschap

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. M. Reevers

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 7 februari 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hierop niet gereageerd.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Rotterdam naar Malaga (Spanje) op 10 mei 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

De vlucht is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 25 juli 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 90,75, aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering en voert aan dat de annulering van de vlucht te wijten is aan een buitengewone omstandigheid. Op 8, 9 en 10 mei 2019 was sprake van stakingen bij de Franse luchtverkeersleiding. Wegens de ligging van Frankrijk hebben capaciteitsproblemen in dit belangrijke luchtruim gevolgen voor een groot deel van de Europese vluchtuitvoering. De vlucht zou vertrekken op 10 mei 2019 om 08:00 uur lokale tijd vanuit Rotterdam en zou om 10:50 uur lokale tijd landen in Malaga. De vlucht is geannuleerd vanwege de langdurige vertraging die was ontstaan op voorgaande vluchten uitgevoerd door hetzelfde toestel op 9 mei 2019. Voorgaande vluchten waren op 9 en 10 mei 2019: HV2595, HV2596, HV6093 en HV6094. De vluchten HV2595/96 (Rotterdam-Nador-Rotterdam) kregen allebei CTOT’s opgelegd. Wegens de verplichte rusttijd van de crew en de nachtsluiting van Rotterdam Airport was vlucht HV2596 (Nador-Rotterdam) gedwongen om een nacht met het toestel en de crew in Nador te blijven. Vlucht HV2596 kon pas op 10 mei 2019 worden uitgevoerd. Als gevolg hiervan konden de opvolgende vluchten op 10 mei 2019 (waaronder de vlucht in kwestie) niet meer tijdig worden uitgevoerd. De vervoerder heeft daarom de vlucht moeten annuleren.

4.2.

De vertraging van voorgaande vluchten door slotberichten is een bijzondere omstandigheid die doorwerkt op de vlucht in kwestie. De vervoerder had de staking en gewijzigde slotberichten als gevolg hiervan niet kunnen voorkomen. Het inzetten van een ander toestel was niet mogelijk aangezien de gehele vluchtuitvoering van de vervoerder was verstoord. De beste optie was om de vlucht te annuleren en de passagiers om te boeken naar een vlucht naar keuze. De vervoerder heeft derhalve alle redelijke maatregelen genomen die van haar verwacht konden worden.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de annulering van de vlucht het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening, die ondanks het treffen van redelijke maatregelen niet voorkomen hadden kunnen worden. De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, niet gereageerd op het verweer van de vervoerder. De door de vervoerder aangevoerde feiten en omstandigheden zijn daarmee vast komen te staan. Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagiers worden afgewezen. De overige verweren behoeven derhalve geen bespreking.

5.3.

Als de in het ongelijk gestelde partij zullen de passagiers in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

5.4.

De gevorderde nakosten worden overeenkomstig de richtlijnen van het Landelijk Overleg Voorzitters Civiele sectoren en Kantonsectoren begroot op een half salarispunt conform het gebruikelijke liquidatietarief voor proceskosten tot een maximum van € 120,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 124,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

6.3.

veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nakosten, voor zover daadwerkelijk nakosten door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis;

6.4.

verklaart dit vonnis, ten aanzien van de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter