Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3880

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
09-06-2021
Zaaknummer
8861301 CV / EXPL 20-9415
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartclaim. Vordering ingediend na wettelijke vervaltermijn (artikelen 8:1390 en 8:1835 BW)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht

Sectie Kanton - locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8861301 CV / EXPL 20-9415

Uitspraakdatum: 28 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden wonende te [woonplaats]

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Finnair Oyj

gevestigd te Helsinki (Finland)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. T. Teke

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 18 september 2020 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben, hoewel zij daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hierop niet gereageerd.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Schiphol naar Helsinki (Finland) en vervolgens van Helsinki naar Fukuoka (Japan) op 17 mei 2018.

2.2.

De vlucht van Helsinki naar Fukuoka (hierna: de vlucht) is geannuleerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde annulering.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:

- € 1.200,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 18 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 181,50, althans een in redelijke justitie door de kantonrechter te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 600,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering en voert aan dat de passagiers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vordering, omdat de vordering na de wettelijke vervaldatum is ingediend.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

5.2.

Vooropgesteld wordt dat het hier gaat om een vordering ter zake van een overeenkomst van luchtvervoer in de zin van artikel 8:1390 Burgerlijk Wetboek (BW). Deze vaststelling is onder meer daarom van belang nu artikel 8:1835 BW bepaalt dat iedere vordering uit hoofde van een dergelijke overeenkomst vervalt door verloop van twee jaren, welke termijn aanvangt met de dag volgend op de dag van aankomst van het luchtvaartuig ter bestemming of de dag waarop het luchtvaartuig had moeten aankomen of van de onderbreking van het luchtvervoer.

5.3.

In dit geval is de vlucht op 18 mei 2018 aangekomen op de eindbestemming in Fukuoka. De datum waarop de termijn van twee jaren gaat lopen is dus, zo blijkt uit artikel 8:1835 BW, 19 mei 2018. Daarmee staat vast dat de laatste dag waarop de passagiers de vordering hadden kunnen indienen 18 mei 2020 is. Dat is immers de laatste dag voordat de twee jarentermijn is verlopen. De dagvaarding is uitgebracht op 18 september 2020 en is op 2 november 2020 ter griffie van de rechtbank ingekomen. Dit betekent dat de vordering ná de vervaldatum van 18 mei 2020 is ingediend. De passagiers kunnen daarom niet in hun vordering worden ontvangen.

5.4.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers nu zij niet ontvankelijk worden verklaard in hun vordering.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

verklaart de passagiers niet-ontvankelijk in hun vordering;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 187,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;

6.3.

verklaart dit vonnis, ten aanzien van de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter