Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3708

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
11-05-2021
Zaaknummer
C/15/313751 / HA RK 21-36
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Benoemen met onmiddellijke ingang van de heer A als raad van toezicht van verzoekster.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rekestnummer: C/15/313751 / HA RK 21-36

Beschikking van 28 april 2021

in de zaak van

de stichting

STICHTING SENIORENPLEZIER,

gevestigd te Wormer,

verzoekster,

advocaat mr. N.A. Aalbers te Utrecht.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijk uit:

  • -

    het verzoekschrift ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 3 maart 2021;

  • -

    het telefonisch horen van de advocaat van verzoekster op 16 april 2021;

  • -

    de e-mail van de advocaat van verzoekster van 19 april 2021.

1.2.

Ten slotte is bepaald dat een beschikking wordt gewezen.

2 De feiten

2.1.

De stichting Stichting Seniorenplezier (hierna: de stichting) is op 10 oktober 2014 opgericht en heeft blijkens haar statuten onder meer tot doel zich in te zetten voor ouderen. De stichting kent een bestuur en een raad van toezicht.

2.2.

In de statuten van de stichting staat voor zover hier van belang het volgende:

‘(…)

Raad van Toezicht

Artikel 9.

(…)

2. Met uitzondering van de eerste leden van de Raad van Toezicht, welke door het bestuur worden benoemd worden de leden van de Raad van Toezicht benoemd door de Raad van Toezicht. (…)

(…)

16. De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van (maximaal) twee jaren en zijn na hun aftreden voor maximaal één volgende periode van (maximaal) twee jaren herbenoembaar.

Zij treden af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden.

17. Indien door enige omstandigheid één of meer leden van de Raad van Toezicht komen te ontbreken, vormen de overgebleven leden van de Raad van Toezicht, zolang ten minste één lid van de Raad van Toezicht in functie is, een bevoegd college tot de eerstvolgende vergadering van de Raad van Toezicht, die alsdan in de vacature(s) voorziet of bepaalt, dat deze niet vervuld zal (zullen) worden.

(…)
Statutenwijziging

Artikel 12.

1. De Raad van Toezicht is bevoegd deze statuten te wijzigen.

Onverminderd het bepaalde in artikel 9 lid 10 moet het besluit daartoe worden genomen met een meerderheid van tenminste twee derde van de uitgebrachte stemmen in een vergadering van de Raad van Toezicht, waarin alle leden van de Raad van Toezicht aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

(…)’

2.3.

De personen die bij oprichting van de stichting op 10 oktober 2014 tot lid van de raad van toezicht zijn benoemd zijn overeenkomstig artikel 9 lid 16 van de statuten in oktober 2018 afgetreden. De stichting heeft op dit moment geen raad van toezicht.

2.4.

De stichting wenst op korte termijn te fuseren met de Stichting Nationaal Ouderenfonds.

3 Het verzoek

3.1.

De stichting verzoekt ‘bij beschikking, zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

I. Primair, met onmiddellijke ingang de heer [A.] als raad van toezicht van Verzoekster te benoemen;

II. Secundair, de statuten van Verzoekster te wijzigen door toevoeging van lid 19 aan artikel 9 van de statuten van Verzoekster luidende: Indien alle leden van de Raad van Toezicht zullen ontbreken of de raad van Toezicht gedurende drie maanden niet in een vacature of vacatures voorziet, is het bestuur bevoegd om zo spoedig mogelijk over te gaan tot benoeming van minimaal een lid van de Raad van Toezicht. Het bestuur neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.’

4 De beoordeling

4.1.

De stichting legt aan haar primaire verzoek ten grondslag dat artikel 2:299 BW naar analogie dient te worden toegepast.

4.2.

Artikel 2:299 BW luidt dat telkens wanneer het door de statuten voorgeschreven bestuur geheel of gedeeltelijk ontbreekt en daarin niet overeenkomstig de statuten wordt voorzien, de rechtbank, op verzoek van iedere belanghebbende of het openbaar ministerie in de vervulling van de ledige plaats kan voorzien. De rechtbank neemt daarbij zoveel mogelijk de statuten in acht.

4.3.

De rechtbank overweegt dat een verzoek als het onderhavige niet bij wet is geregeld, nu niet in de ledige plaatsen van een bestuur, maar van een raad van toezicht dient te worden voorzien.

4.4.

De rechtbank is van oordeel dat analoge toepassing van artikel 2:299 BW, zoals de stichting voorstaat, niet mogelijk is omdat ten aanzien van verzoekschriftprocedures een gesloten systeem bestaat dat inhoudt dat de rechter slechts op grond van een concrete wetsbepaling bevoegd en verplicht is tot het geven van een beschikking op een verzoekschrift. Daarvan is (vooralsnog) geen sprake. Hier komt nog het volgende bij. In de statuten van de stichting is gekozen voor een structuur waarbij zowel in een bestuur als in een raad van toezicht is voorzien. Uit de statuten blijkt dat sprake is van twee verschillende organen met verschillende, in de statuten helder onderscheiden en vastgelegde taken. De raad van toezicht vormt dus niet het bestuur van de stichting en de artikelen 2:298 en 2:299 BW zijn dan ook niet van toepassing op de raad van toezicht van de stichting. Dit betekent dat het primaire verzoek zal worden afgewezen.

4.5.

Subsidiair strekt het verzoekschrift tot het wijzigen van de statuten van de stichting op de voet van artikel 2:294 BW. De stichting heeft daartoe (onder meer) aangevoerd dat, in het geval de rechtbank het verzoek tot benoeming van een raad van toezicht afwijst, een raad van toezicht niet op rechtsgeldige wijze kan worden benoemd. Bovendien kunnen de statuten niet rechtsgeldig door het bestuur worden gewijzigd, maar uitsluitend door de raad van toezicht. Ongewijzigde handhaving van de statuten leidt dan ook tot gevolgen die bij de oprichting redelijkerwijze niet kunnen zijn gewild, terwijl de statuten niet voorzien in de mogelijkheid van wijziging.

4.6.

Overgelegd zijn een uittreksel uit het handelsregister waar de stichting staat ingeschreven, de statuten en een concept akte van statutenwijziging stichting, opgesteld door mr. F.J. Janse de Jonge, notaris te Amsterdam. Gezien de stukken en gelet op hetgeen in het verzoekschrift is aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat dit verzoek toewijsbaar is.

4.7.

Overeenkomstig artikel 2:302 BW zal de rechtbank bepalen dat de griffier deze beschikking, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, na ontvangst van een schriftelijk verzoek daartoe van de stichting zal inschrijven in het handelsregister als hierna vermeld.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijzigt artikel 9 van de statuten van de stichting Stichting Seniorenplezier, statutair gevestigd te Wormer, in die zin dat aan artikel 9, lid 19 wordt toegevoegd dat komt te luiden als volgt:

‘19. Indien alle leden van de Raad van Toezicht zullen ontbreken of de Raad van Toezicht gedurende drie maanden niet in een vacature of vacatures voorziet, is het bestuur bevoegd om zo spoedig mogelijk over te gaan tot benoeming van minimaal een lid van de Raad van Toezicht. Het bestuur neemt daarbij de bepalingen van de statuten omtrent de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht zoveel mogelijk in acht.’

5.2.

bepaalt dat de griffier deze beschikking, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, na ontvangst van een schriftelijk verzoek daartoe van de stichting zal inschrijven in het handelsregister,

5.3.

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Bellaart en in het openbaar uitgesproken op
28 april 2021.1

1 Conc.: