Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3573

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-04-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
8696862
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

geschil over betaling factuur incassobureau; E-Legal is onduidelijk over de prijs, past eigen algemene voorwaarden niet goed toe en onderbouwt de vordering onvoldoende.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8696862 \ CV EXPL 20-4009

Uitspraakdatum: 28 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

De besloten vennootschap e-Legal incasso advocaten B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Rotterdam

eiseres

verder te noemen: e-Legal

gemachtigde: mr. L.R. Ridderbroek, advocaat te Rotterdam

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

in persoon procederend

De zaak in het kort

[gedaagde] heeft e-Legal ingeschakeld om een vordering te innen op een zakenpartner van hem. E-Legal vordert betaling voor haar werkzaamheden. De kantonrechter wijst de vorderingen af omdat e-Legal vooraf niet duidelijk is geweest over de kosten. Daar was zij wel toe verplicht. Ook heeft zij bij de facturering in strijd gehandeld met haar eigen voorwaarden.

1 Het procesverloop

1.1.

E-Legal heeft bij dagvaarding van 30 juli 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft mondeling geantwoord. [gedaagde] heeft dit antwoord tweemaal schriftelijk aangevuld en een tegenvordering ingediend.

1.2.

E-Legal heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven. E-Legal heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft e-Legal ingeschakeld om een vordering van [gedaagde] op een derde te incasseren.

2.2.

E-Legal heeft de debiteur van [gedaagde] aangeschreven.

2.3.

E-Legal heeft op 15 april 2020 per e-mail een brief aan [gedaagde] gestuurd waarin staat dat de debiteur de vordering inhoudelijk betwist en dat e-Legal daarom het dossier niet langer op basis van de reeds tussen e-Legal en [gedaagde] gesloten overeenkomst kan behandelen, maar dat zij desgewenst de incasso werkzaamheden voortzet op basis van een uurtarief van € 195,- per uur exclusief 8% kantoorkosten en 21% btw.

2.4.

[gedaagde] heeft op 20 april 2020 per e-mail geantwoord dat hij akkoord gaat.

2.5.

E-Legal heeft op 9 juni 2020 een schriftelijk juridisch advies aan [gedaagde] verzonden over de vordering op de debiteur.

2.6.

E-Legal heeft op 12 juni 2020 een eindfactuur verzonden van € 1.612,43. Op die factuur staan de volgende bedragen, omschrijving en toelichting:

‘(…)

Omschrijving Aantal Prijs Totaal

Honorarium werkzaamheden D04206432 1 € 1.453,14 € 1.453,14

Honorarium verrichte werkzaamheden. Zie de

bijlage voor een specificatie.

Incassokosten D04206432 1 € 629,45 € 629,45

Voorschot honorarium D04206432 1 € -750,00 € -750,00

Voorschot honorarium voor de te verrichten

werkzaamheden.

Subtotaal excl. BTW € 1.332,59

21% BTW over € 1.332,59 € 279,84

Totaal € 1.612,43

Toelichting: de vordering is niet voldaan. De incassokosten worden in rekening gebracht omdat het een incasso op een particuliere debiteur betreft en de incassokosten helaas niet konden worden verhaald (zie artikel 3 van de incassovoorwaarden).

(…)’

3 De vordering

3.1.

E-Legal vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 1.846,23.

3.2.

E-Legal legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat [gedaagde] op grond van de tussen partijen gesloten overeenkomst van opdracht gehouden is de voor de werkzaamheden verzonden factuur van € 1.612,43 te voldoen.

3.3.

Omdat [gedaagde] ook na betalingsverzoeken niet is overgegaan tot betaling, heeft e-Legal buitengerechtelijke incassowerkzaamheden moeten verrichten. [gedaagde] is op grond van de algemene voorwaarden gehouden die kosten tot een bedrag van € 250,- te vergoeden.

3.4.

Gelet op het betalingsverzuim is [gedaagde] ook de contractuele rente van 2% per maand verschuldigd. Deze rente bedraagt tot 28 juli 2020 een bedrag van € 33,80. Indien deze contractuele rente niet toewijsbaar is, dan maakt e-Legal aanspraak op de wettelijke handelsrente vanaf de vervaldatum van de vordering. [gedaagde] heeft na sommatie nog een bedrag van € 50,- voldaan, zodat te vorderen resteert € 1.846,23.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij reeds een bedrag van € 750,- heeft betaald. E-Legal heeft daar bijna niks voor gedaan. Hij voelt zich bedrogen. E- Legal communiceert onduidelijk, als hij had zien aankomen dat het zoveel geld zou kosten had hij dit niet gedaan. Het moet niet alleen in voorwaarden staan maar goed overlegd en duidelijk gecommuniceerd worden met de opdrachtgever. Mensen krijgen alleen maar meer problemen met dit soort incassobureaus. E-Legal maakt beloftes die niet nagekomen worden. Het rechtssysteem in Nederland moet dit voorkomen. Daarnaast heeft e-Legal niet de werkzaamheden uitgevoerd die [gedaagde] mocht verwachten. [gedaagde] heeft alleen een schriftelijk advies gekregen van e-Legal en e-Legal heeft [gedaagde] niet ondersteund tijdens de rechtszaak van [gedaagde] tegen zijn schuldenaar. Tot slot vindt [gedaagde] de kosten die e-Legal in rekening brengt veel te hoog voor het werk dat verricht is.

4.2.

[gedaagde] vordert bij wijze van tegenvordering dat de kantonrechter e-Legal veroordeelt tot betaling van € 954,- inclusief btw. Hij legt aan de tegenvordering ten grondslag – kort weergegeven – dat hij dit bedrag onverschuldigd heeft betaald aan e-Legal.

5 Het verweer tegen de tegenvordering

5.1.

E-Legal betwist de tegenvordering en stelt dat [gedaagde] niet onverschuldigd heeft betaald. Het bedrag van € 750,- dat is betaald betrof een voorschot op basis van de overeenkomst en de aanvullende prijsafspraak tussen partijen. Er is overigens ook geen tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst. e-Legal heeft de werkzaamheden conform de afspraken uitgevoerd.

6 De beoordeling

de vordering

6.1.

Beoordeeld moet worden of [gedaagde] moet betalen voor de (incasso)werkzaamheden die e-Legal voor [gedaagde] heeft verricht.

6.2.

De kantonrechter maakt uit de dagvaarding en de eerder weergegeven factuur op dat het daarbij gaat om een bedrag van € 629,45 aan ‘incassokosten’ in het eerste traject (hierna de eerste fase) van de incasso en daarnaast uit een bedrag van € 1.453,14 aan ‘honorarium werkzaamheden’ in het tweede traject (hierna de tweede fase) van de werkzaamheden.

6.3.

Partijen zijn het erover eens dat sprake is van een overeenkomst van opdracht. Uit de stellingen van [gedaagde] blijkt dat hij zich verkeerd voorgelicht acht door e-Legal over de prijs die hij moet betalen voor de werkzaamheden die e-Legal verricht en ook over de werkzaamheden zelf. Hij vindt dat hij niets hoeft te betalen en dat e-Legal moet terugbetalen wat hij als voorschot heeft betaald.

6.4.

Het valt de kantonrechter op dat e-Legal in de dagvaarding zes pagina’s tekst nodig heeft om duidelijk te maken hoe de prijs die zij in rekening brengt wordt vastgesteld. Zij verwijst daarbij naar de opdrachtbevestiging en voorwaarden die [gedaagde] heeft gekregen. De opdrachtbevestiging bestaat uit twee pagina’s tekst die verwijzen naar negen pagina’s incassovoorwaarden die nog worden aangevuld met twee pagina’s algemene voorwaarden. En waar in de opdrachtbevestiging wordt verwezen naar een artikel 3 uit de incassovoorwaarden waar de prijs te vinden moet zijn, klopt deze verwijzing niet. Wat de kosten zijn is daar niet te vinden.

6.5.

Uit deze veelheid van informatie moet [gedaagde] opmaken wat hij gaat betalen en wat e-Legal daarvoor doet. De kantonrechter begrijpt niet dat e-Legal niet in staat is in de opdrachtbevestiging precies aan te geven welk tarief in de eerste fase geldt voor de zaak die de betreffende klant bij haar aanbrengt. Zij heeft op dat moment immers alle informatie om dat duidelijk aan te geven.

6.6.

[gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat e-Legal zich op haar website profileert met de slogan ‘No Cure No Pay’. e-Legal stelt dat zij niet altijd werkt op basis van no cure no pay. Dit geldt onder meer bij particuliere debiteuren, door e-Legal omschreven als iemand die niet handelt in het kader van beroep of bedrijf. E-Legal heeft zich in deze procedure op het standpunt gesteld dat daar in de onderhavige kwestie sprake van is. [gedaagde] heeft aangevoerd dat hij samen met zijn debiteur een onderneming voerde. Tegen die achtergrond is niet begrijpelijk dat e-Legal van oordeel is dat zij in deze zaak niet op basis van no cure no pay hoefde te werken. Zij heeft dat ook niet toegelicht. Dat betekent dat e-Legal niet het recht had voor de eerste fase van het incassotraject kosten te rekenen. Bovendien blijkt dat e-Legal ook niet de werkzaamheden heeft verricht die zij belooft in deze fase te verrichten. E-Legal noemt in haar opdrachtbevestiging de volgende werkzaamheden: meermaals benaderen van de debiteur, opstellen van een dagvaarding of faillissementsaanvraag. In de onderhavige zaak is uitsluitend één sommatiebrief gestuurd. En op diverse verzoeken van de debiteur om daar een toelichting op te geven is niet gereageerd. Er bestaat aldus geen grondslag op basis waarvan e-Legal voor de eerste fase kosten in rekening kan brengen bij [gedaagde] .

6.7.

Ten aanzien van de tweede fase van het incassotraject geldt het volgende. E-Legal voert aan dat wanneer de debiteur verweer voert tegen de vordering zij maatwerk gaat verrichten. Zij stelt in de incassovoorwaarden dat zij in dat geval vrijblijvend een prijsopgave doet, waarbij zij een vaste prijs aanbiedt en ervoor zorgt dat de opdrachtgever achteraf niet voor verrassingen komt te staan. [gedaagde] betoogt nu juist dat dit hele gebeuren voor hem vooral nare verrassingen heeft opgeleverd. Voor hem is onbegrijpelijk dat hij voor het korte juridisch advies dat hij in deze fase kreeg bijna 1.500 euro moet betalen. Wat het verweer van de debiteur is geweest blijft onduidelijk en de verzoeken van de debiteur zelf aan e-Legal om opheldering over hun incasso-brief zijn niet beantwoord.
In haar brief van 15 april noemt e-Legal alleen een uurtarief. De kantonrechter is van oordeel dat ook op dit punt e-Legal zich niet aan haar eigen voorwaarden houdt. Zij heeft [gedaagde] immers niet een vaste prijs opgegeven of een inschatting vooraf gegeven van de te verwachten kosten.

6.8.

De kantonrechter is van oordeel dat e-Legal hiermee in strijd handelt met artikel 7:401 van het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat e-Legal zich als een goed opdrachtnemer moet gedragen. Van een goed opdrachtnemer mag worden verwacht dat hij duidelijk en op begrijpelijke wijze aangeeft wat de prijs is voor de opgedragen werkzaamheden of hoe deze wordt berekend. Het feit dat e-Legal de opdrachtgever in het ongewisse laat over de prijs die deze moet betalen is naar het oordeel van de kantonrechter in strijd met de overeenkomst die e-Legal met [gedaagde] heeft gesloten, met de verwachtingen die zij wekt door te adverteren met no cure no pay en ook in strijd met genoemde bepaling uit de wet. [gedaagde] heeft met zijn e- mail van 20 april 2020 uitsluitend aangegeven dat hij akkoord gaat met het uurtarief dat geldt in de tweede fase. Gezien zijn gemotiveerde betwisting van de factuur en van het feit dat hier werkzaamheden voor zijn verricht, lag het op de weg van e-Legal gedetailleerd en gespecificeerd aan te geven welke werkzaamheden zij heeft verricht, hoeveel tijd dat heeft gekost en hoe het bedrag van € 1.453,14 tot stand is gekomen. Dat heeft zij nagelaten. E- Legal heeft weliswaar verwezen naar productie 3 bij dagvaarding, een uitdraai uit haar interne systeem, maar dat is onvoldoende. De uitdraai telt 24 pagina’s en e-Legal geeft niet aan op welke pagina werkzaamheden ten behoeve van de incasso van de vordering zijn genoemd. De conclusie is dat e-Legal haar stelling dat [gedaagde] het gevorderde bedrag moet betalen omdat zij daarvoor werkzaamheden in zijn opdracht heeft verricht, onvoldoende heeft onderbouwd, zodat ook dit gedeelte van de vordering zal worden afgewezen.

6.9.

De conclusie is dat [gedaagde] geen betalingen verschuldigd is aan e-Legal, niet voor de eerste fase en ook niet voor de tweede fase. De vorderingen van e-Legal worden daarom afgewezen

6.10.

De proceskosten komen voor rekening van e-Legal, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten worden begroot op nul, omdat [gedaagde] in persoon procedeert en geen proceskosten vordert.

de tegenvordering

6.11.

Gelet op hetgeen is geoordeeld in de zaak van de vordering, bestaat er geen rechtsgrond voor de door [gedaagde] gedane betalingen. Het door hem betaalde bedrag van € 954,- (inclusief btw) dat hij terugvordert, is dus onverschuldigd betaald.

6.12.

Het feit dat [gedaagde] e-Legal niet in gebreke heeft gesteld doet aan het voorgaande niet af. De vorderingen worden immers niet afgewezen omdat e-Legal haar werkzaamheden niet goed heeft verricht, maar omdat zij in de eerste fase haar eigen voorwaarden onjuist heeft toegepast en de vordering voor de tweede fase niet heeft onderbouwd. Ook de vraag of [gedaagde] al dan niet tijdig geklaagd heeft, is niet relevant alleen al omdat e-Legal niet aangeeft in welk belang zij daardoor geschaad is.

6.13.

De kantonrechter merkt nog op dat uit de dagvaarding blijkt dat [gedaagde] naast het voorschot ook nog een bedrag van € 50,- (na sommatie) heeft betaald aan e-Legal, maar omdat [gedaagde] dit niet terugvordert, zal de kantonrechter e-Legal niet tot terugbetaling van dat bedrag veroordelen.

6.14.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [gedaagde] (€ 954,- inclusief btw) zal toewijzen.

6.15.

De proceskosten komen voor rekening van e-Legal, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten worden begroot op nul, omdat [gedaagde] in persoon procedeert en geen proceskosten vordert.

7 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

7.1.

wijst de vordering af;

7.2.

veroordeelt e-Legal tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil;

de tegenvordering

7.3.

veroordeelt e-Legal tot betaling aan [gedaagde] van € 954,-;

7.4.

veroordeelt e-Legal tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op nihil;

7.5.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Merkus en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter