Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3473

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
26-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
15.184194.20
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onderzoek Ketzin

De verdachte is behulpzaam geweest bij een tweetal afdreigingen en diefstallen. De rechtbank gaat er bij deze feiten vanuit dat de slachtoffers vooraf zorgvuldig zijn uitgezocht, waarbij de medeverdachten op uiterst geraffineerde wijze te werk zijn gegaan.

De rechtbank legt op: een gevangenisstraf van 165 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren, en daarnaast een taakstraf van 180 uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Team Straf, locatie Haarlemmermeer

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 15.184194.20

Uitspraakdatum: 26 april 2021

Tegenspraak

Vonnis

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 12 april 2021 en 13 april 2021 in de zaak tegen:

[de verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het [adres]

.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. G. Visser en van hetgeen de verdachte en zijn raadsman, mr. N. Hendriksen, advocaat te Purmerend, naar voren hebben gebracht.

1 Tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1

hij op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen en/of Castricum tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (groot) geldbedrag (te weten€ 4.690), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een of meer (pin)transacties uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 1] en de aan die pas gekoppelde pincode;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 3] en/of een of meer ander(en)op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen en/of Castricum,een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die voornoemde personen en/ of aan verdachte toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een of meer (pin)transacties uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 1] en de aan die pas gekoppelde pincode,

bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 6 juni 2020 tot en met 14 juni 2020 te Limmen en/of Castricum en/of Den Bosch en/ of Uitgeest, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door

- ( op 6 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Den Bosch te vervoeren en/ of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Limmen te vervoeren en/ of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/ of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/ of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een of meerdere pinautomaten te vervoeren;

2

hij op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [het slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [het slachtoffer 1] of aan een derde toebehoorde, door

- [het slachtoffer 1] in zijn rug, althans tegen het lichaam, te trappen en/ of

- een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp (voorzien van geluidsdemper) te richten op [het slachtoffer 1] en/of

- voornoemd vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden en/of (vervolgens) wederom te richten op [het slachtoffer 1] en/of

- met voornoemd vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, [het slachtoffer 1] op zijn neus, althans zijn lichaam, te slaan en/of

- [het slachtoffer 1] meerdere malen tegen het gezicht en/ of hoofd, althans tegen het lichaam (met gebalde vuist) te slaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 3] /of een of meer ander(en) op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [het slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [het slachtoffer 1] toebehoorde,door

- [het slachtoffer 1] in zijn rug, althans tegen het lichaam, te trappen en/of

- een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp (voorzien van geluidsdemper) te richten op [het slachtoffer 1] en/ of

- voornoemd vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, door te laden en/ of (vervolgens) wederom te richten op [het slachtoffer 1] en/ of

- met voornoemd vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, [het slachtoffer 1] op zijn neus, althans zijn lichaam, te slaan en/of

- [het slachtoffer 1] meerdere malen tegen het gezicht en/of hoofd, althans tegen het lichaam (met gebalde vuist) te slaan

bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 6 juni 2020 tot en met 14 juni 2020 te Limmen en/of Castricum en/of Den Bosch en/of Uitgeest, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- ( op 6 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Den Bosch te vervoeren en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Limmen te vervoeren en/ of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/ of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een of meerdere pinautomaten te vervoeren en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een locatie te vervoeren en/of (vervolgens) kleding van die [het slachtoffer 1] weg te gooien;

3

bij op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/ of bedreiging met smaadschrift en/ of bedreiging met openbaar maken van een geheim van een of meerdere personen, te weten [het slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende [het slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), welke bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of het openbaar maken van een geheim hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) heeft/hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 1] gezoend en/ of een afspraak had (gemaakt) om seks te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] );

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 3] en/of een of meer ander(en) op of omstreeks 14 juni 2020 te Limmen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/of bedreiging met smaadschrift en/of bedreiging met openbaar maken van een geheim van een of meerdere personen [het slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [het slachtoffer 1] toebehoorde, welke bedreiging met

smaad en/ of smaadschrift en/ of het openbaar maken van een geheim hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (telkens) heeft/hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 1] gezoend en/ of seks wenste te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] )

bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 6 juni 2020 tot en met 14 juni 2020 te Limmen en/of Castricum en/of Den Bosch en/of Uitgeest, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door

- ( op 6 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Den Bosch te vervoeren en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/f een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 1] ) locatie in Limmen te vervoeren en/ of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/ of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een of meerdere pinautomaten te vervoeren en/of

- ( op 14 juni 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 3] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een locatie te vervoeren en/of (vervolgens) kleding van die [het slachtoffer 1] weg te gooien;

4

hij op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (groot) geldbedrag (te weten€ 1.250), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/ of zijn/haar mededader(s) toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of haar mededader(s) dat/die weg te nemen geldbedrag(en) onder

zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een of meer (pin)transacties uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 2] en de aan die pas gekoppelde pincode;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en)op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan die voornoemde personen en/ of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/ of haar mededader(s) dat/ die weg te nemen geldbedrag(en) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een of meer (pin)transacties uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 2] en de aan die pas gekoppelde pincode

bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks in de periode van 19 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen heeft verschaft, door

- ( op 19 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een pinautomaat te vervoeren;

5

hij op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [het slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bankpas (inclusief pincode) , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [het slachtoffer 2] of aan een derde toebehoorde, door

- [het slachtoffer 2] een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of

- naar [het slachtoffer 2] dreigend te zwaaien met een mes, althans een scherp puntig voorwerp en/of

- [het slachtoffer 2] meerdere malen (met gebalde vuist) te slaan in het gezicht, althans tegen het lichaam;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en) op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/ of bedreiging met geweld [het slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een bankpas (inclusief pincode), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [het slachtoffer 2] toebehoorde, door

- [het slachtoffer 2] een vuurwapen, althans op een vuurwapen gelijkend voorwerp, te tonen en/of

- naar [het slachtoffer 2] dreigend te zwaaien met een mes, althans een scherp puntig voorwerp en/of

- [het slachtoffer 2] meerdere malen (met gebalde vuist) te slaan in het gezicht, althans tegen het lichaam;

bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen heeft verschaft door

- ( op 19 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een pinautomaat te vervoeren;

6

hij op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/ of bedreiging met smaadschrift en/ of bedreiging met openbaar maken van een geheim van een of meerdere personen, te weten [het slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende [het slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/ of zijn mededader(s), welke bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of het openbaar maken-van een geheim hierin bestond(en) dat hij en/ of zijn mededader(s) heeft/hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 2] gezoend en/ of een afspraak had (gemaakt) om seks te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] );

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 2] en/of [de medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en) op of omstreeks 26 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/ of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/ of bedreiging met smaadschrift en/ of bedreiging met openbaar maken van een geheim van een of meerdere personen [het slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan deze of aan een derde, te weten aan [het slachtoffer 1] toebehoorde, welke bedreiging met smaad en/ of smaadschrift en/ of het openbaar maken van een geheim hierin bestond(en) dat hij en/of zijn mededader(s) (telkens) heeft/hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 2] gezoend en/ of seks wenste te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] ) bij en/ of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 19 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Amsterdam, althans in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/ of inlichtingen heeft verschaft door

- ( op 19 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of een of meer ander(en) naar de afgesproken (met [het slachtoffer 2] ) locatie in Amsterdam te vervoeren en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) op te wachten in de vluchtauto en/of (vervolgens) de vluchtauto te besturen en/ of

- ( op 26 mei 2020) [de medeverdachte 1] en/of [de medeverdachte 4] en/of [de medeverdachte 2] en/of een of meer ander(en) naar een pinautomaat te vervoeren.

2 Voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak. Gelet op de door aangevers ingediende klachten is het Openbaar Ministerie ook ten aanzien van de onder feit 3 en feit 6 ten laste gelegde afdreigingen ontvankelijk in zijn vervolging en zijn er geen redenen voor schorsing van de vervolging.

3 Beoordeling van het bewijs

3.1.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van de onder 1 tot en met 6, telkens onder primair, ten laste gelegde feiten.

De officier van justitie heeft zich – samengevat – op het standpunt gesteld dat de verdachte kan worden aangemerkt als medepleger van alle ten laste gelegde feiten. Volgens de officier was sprake van een vooraf voor alle deelnemers duidelijk plan, waarin iedereen zijn eigen rol had en is er in het licht van dit plan sprake van een voor medeplegen vereiste bewuste en nauwe samenwerking. De verdachte is bevriend met de medeverdachten en is telkenmale de chauffeur geweest, ook bij het pinnen. [de medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat iedereen wist van het plan, een eigen rol had en dat iedereen heeft gedeeld in de buit. Het gebruikte geweld heeft de verdachte op de koop toe genomen, omdat het een feit van algemene bekendheid is dat bij dergelijke situaties geweld wordt gebruikt. De zeer beperkte verklaring van de verdachte, dat hij weleens mensen rond reed en dat hij verder van niets weet, is ongeloofwaardig.

3.2.

Standpunt van de verdediging

De verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard ten aanzien van de feiten in Limmen op 14 juni 2020, dat hij de chauffeur was en dat hij reed in de rode Ford Focus van zijn moeder met [kenteken 1] , en dat ze met zijn vieren in de auto zaten. Wat betreft de feiten op 26 mei 2020 in Amsterdam heeft de verdachte verklaard dat het zou kunnen dat hij in Amsterdam was. De verdachte heeft tevens verklaard dat hij de enige in zijn vriendenkring is met een rijbewijs.

Ter terechtzitting heeft de verdachte voornamelijk verklaard dat hij zich weinig meer kan herinneren van de gebeurtenissen, omdat het al lang geleden is. Wat betreft de feiten in Amsterdam heeft hij verklaard dat het zou kunnen dat hij op 19 mei en 26 mei 2020 in Amsterdam was, dat hij wel vaker mensen een lift gaf en dat hij op 26 mei 2020 reed in een auto, een Rover 75 met [kenteken 2] .

De raadsman heeft – samengevat – aangevoerd dat op basis van het dossier in ieder geval niet kan worden vastgesteld dat de verdachte de chauffeur was op de eerste afspraken tussen het meisje en de aangevers [het slachtoffer 2] en [het slachtoffer 1] op respectievelijk 19 mei 2020 en 6 juni 2020.
Wel kan er vanuit worden gegaan dat de verdachte op 26 mei 2020 en 14 juni 2020 de chauffeur is geweest en personen naar Amsterdam en Limmen heeft gebracht. De verdachte bracht wel vaker vrienden of kennissen rond. Echter, daarmee kan niet gezegd worden dat de verdachte medepleger is van de ten laste gelegde feiten op 26 mei 2020 en 14 juni 2020. Er is geen bewijs dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking. De verdachte heeft geen rol gehad van voldoende gewicht, hij had geen weet van een plan om aangevers te chanteren (met geweld en een map gegevens) en heeft niet gedeeld in de buit. De verdachte is ook niet aan te merken als medeplichtige, omdat dubbel opzet ontbreekt. De verdachte had geen opzet op de ten laste gelegde gronddelicten.

3.3

Oordeel van de rechtbank

3.3.1

Vrijspraak

feiten 2 en 5

Met de verdediging en anders dan de officier van justitie acht de rechtbank op basis van het dossier niet bewezen dat de verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, heeft gehad op het door de medeverdachten gebruikte geweld. Dit leidt er toe dat de verdachte integraal moet worden vrijgesproken van de feiten 2 en 5.

feiten 1 tot en met 6, telkens primair

Voorts is de rechtbank met de verdediging van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de verdachte en de medeverdachten niet is komen vast te staan. Verdachte was als chauffeur niet direct bij het ten laste gelegde betrokken en de bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is, ook over het geheel genomen en naar de uiterlijke verschijningsvorm bezien, naar het oordeel van rechtbank van onvoldoende aard en gewicht. Daarom zal de verdachte worden vrijgesproken van het ten laste gelegde medeplegen.

3.3.2

Redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van de onder 1 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde feiten op grond van de bewijsmiddelen die in de bijlage bij dit vonnis zijn vervat.

3.3.3

Bewijsmotivering/nadere bewijsoverwegingen

Op grond van de bewijsmiddelen in de bijlage neemt de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden als vaststaand aan.

Aangever [het slachtoffer 2] is op 26 mei 2020 in een hotel in Amsterdam afgedreigd. Met aangever [het slachtoffer 1] is dit gebeurd op 14 juni 2020 in een Airbnb in Limmen. Beiden hebben hun bankpasje(s) en pincode(s) moeten afstaan, waarna via pintransacties een aanzienlijk bedrag van hun rekening is opgenomen.

Voor de betrokkenheid van verdachte daarbij is het volgende relevant.

De verdachte was de chauffeur op 19 en 26 mei en 14 juni 2020

Op 26 mei 2020 heeft aangever [het slachtoffer 2] om 14.00 uur afgesproken met het meisje ( [de medeverdachte 2] ) in Nova Apartments te Amsterdam voor een seksafspraak. Op 14 juni 2020 heeft aangever [het slachtoffer 1] met [de medeverdachte 2] afgesproken om naar een Airbnb in Limmen te gaan voor een seksafspraak. Hij heeft haar daartoe opgehaald in Amsterdam en is daarna met [de medeverdachte 2] doorgereden naar Limmen.

Op basis van de stukken in het dossier kan worden vastgesteld dat de verdachte op zowel 26 mei 2020 als op 14 juni 2021 de chauffeur is geweest die de afdreigers en [de medeverdachte 2] naar de plaats delict (op 14 juni 2020 [de medeverdachte 2] naar de afgesproken ontmoetingsplaats in Amsterdam), heeft gereden. Ook kan worden vastgesteld dat de verdachte [de medeverdachte 2] op beide data met de auto heeft vervoerd om te kunnen gaan pinnen, met de pinpassen die de aangevers afhandig waren gemaakt.

26 mei 2020
De verdachte heeft verklaard dat hij de gebruiker was van het telefoonnummer, eindigend op ‘ [nummer] ’. Voorts kan worden vastgesteld dat de verdachte de beschikking had over een Rover met [kenteken 2] en een rode Ford Focus met [kenteken 1] .
Uit tapgesprekken op 26 mei 2020 blijkt dat de verdachte om 12.57 uur (pag. 888) belt met [de medeverdachte 1] en aangeeft dat hij er is met [de medeverdachte 2] . [de medeverdachte 1] geeft aan dat hij eraan komt. Vervolgens belt [de medeverdachte 1] om 13.06 uur (pag. 891) met [de medeverdachte 4] en geeft aan dat ze er zijn. [de medeverdachte 4] zegt dat hij eraan komt. De rechtbank leidt hieruit af dat de verdachte en [de medeverdachte 2] , achtereenvolgens [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 4] met de auto hebben opgehaald. Vervolgens valt uit de ARS gegevens van de auto die de verdachte die dag rijdt ( [kenteken 2] ) (pag. 349) op te maken dat de auto op 13.19 vertrekt uit Purmerend, om 13.27 uur aankomt in Amsterdam en rond 16.00 uur weer vertrekt uit Amsterdam terug naar Purmerend.
Ook blijkt uit de telefoongegevens van de verdachte (nummer [nummer] ) dat hij tussen 14.00 uur en 16.00 uur, aanstraalt in Amsterdam in de omgeving van de plaats delict (Nova Apartments te Amsterdam). Verder valt uit de bewijsmiddelen op te maken dat de verdachte in dat tijdsbestek contact heeft met [de medeverdachte 2] , dat zij gaat pinnen en dat de verdachte in dat verband met haar afspreekt bij de auto.

14 juni 2020

Wat betreft 14 juni 2020 valt op grond van de bewijsmiddelen, met name de telefoongegevens en de ARS gegevens van de auto met [kenteken 1] , vast te stellen dat de verdachte, [de medeverdachte 1] en een medeverdachte naar Limmen heeft gereden (en [de medeverdachte 2] naar Amsterdam) en na de gebeurtenissen weer met hen is teruggereden naar Purmerend. De verdachte heeft dit ook erkend en aangegeven dat zij met zijn vieren in de auto waren.

Verwezen wordt in dit verband in het bijzonder naar het proces-verbaal van bevindingen Analyse ARS/ANPR route [kenteken 1] en route zendmastaanstralingen telefoons (pag. 354 e.v.), als ook het proces-verbaal van bevindingen Ford-Focus (pag. 362 e.v.). Hieruit valt ook op te maken dat de verdachte [de medeverdachte 2] heeft gereden toen zij is gaan pinnen (onder meer) in Castricum, met de van aangever afgenomen passen.

19 mei 2020

Verder valt uit het proces-verbaal van bevindingen analyse telefoonnummer [de verdachte] (pag. 915 e.v.) en de ARS gegevens van de auto met [kenteken 1] (pag. 349) op te maken, dat de verdachte ook aanwezig was nabij de Sloterplas op 19 mei 2020, tussen 14.00 uur en 15.00 uur, alwaar [de medeverdachte 2] op dat moment een eerste ontmoeting had met aangever [het slachtoffer 2] . Ook zijn er aanwijzingen in het dossier dat de verdachte [de medeverdachte 2] op 6 juni 2020 naar Den Bosch heeft gebracht voor de eerste ontmoeting met aangever [het slachtoffer 1] .

De conclusie van al het voorgaande is dat de verdachte in ieder geval op 26 mei 2020 en 14 juni 2020 de chauffeur is geweest van de medeverdachten, naar en van de plaats delict, als ook de chauffeur was die heeft gereden toen [de medeverdachte 2] is gaan pinnen met de afgenomen pinpassen van de aangevers. Tevens is de verdachte als chauffeur betrokken geweest bij de eerste ontmoeting op 19 mei 2020 met aangever [het slachtoffer 2] en is aannemelijk dat hij betrokken was bij de eerste ontmoeting met aangever [het slachtoffer 1] .

Medeplichtigheid

De rechtbank stelt voorop dat voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid aan een misdrijf is vereist dat niet alleen wordt bewezen dat het opzet van de verdachte was gericht op zijn handelingen als medeplichtige als bedoeld in artikel 48, aanhef en onder 1 of 2 van het Wetboek van Strafrecht (Sr), maar ook dat zijn opzet, al dan niet in voorwaardelijke vorm, was gericht op het door de dader gepleegde misdrijf (het gronddelict). Bij de bewezenverklaring en kwalificatie van de medeplichtigheid moet worden uitgegaan van de door de dader verrichte handelingen, ook indien het opzet van de medeplichtige slechts was gericht op een deel daarvan. Het opzet van de medeplichtige hoeft niet te zijn gericht op de precieze wijze waarop het gronddelict wordt begaan. Voor de bewezenverklaring van medeplichtigheid is voldoende dat de verdachte een bijdrage aan het misdrijf heeft geleverd, die het misdrijf daadwerkelijk heeft bevorderd of gemakkelijk gemaakt.
Door als chauffeur te fungeren naar de plaats van de eerste ontmoeting in Amsterdam, de plaats delict en het vervoer te verzorgen naar de pinautomaten is de verdachte behulpzaam geweest bij het ten laste gelegde en heeft hij de uitvoering gemakkelijk gemaakt. Zijn rol in dit verband was in die zin onmisbaar, dat de verdachte naar eigen zeggen de enige was met een rijbewijs.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat de verdachte zowel opzet heeft gehad op het behulpzaam zijn, als opzet op de ten laste gelegde gronddelicten (telkens: afdreiging en diefstal met valse sleutel). Uit de verklaringen van [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] blijkt dat zij welbewust het plan hadden opgevat om personen die chantabel waren geld afhandig te maken, en dat daartoe persoonlijke gegevens waren verzameld. [de medeverdachte 1] heeft -over de afdreiging van 26 mei 2020- verklaard dat iedereen wist wat er ging gebeuren, en dat iedereen zijn eigen ding had om te doen. Ook heeft hij verklaard dat het buitgemaakte geld eerlijk verdeeld is, ter grootte van ieders rol in het geheel. Dat verdachte wist van genoemde plannen kan ook uit de bij het bewijs opgenomen telefoongesprekken worden afgeleid. Daaruit blijkt dat medeverdachten, wanneer zij over de verdenkingen spreken, de verdachte als ‘insider’ zien en niet als onwetende buitenstaander.

De enkele stelling van de verdachte dat hij wel vaker mensen een lift gaf en dat hij verder van niets wist, acht de rechtbank in het licht van alle bewijsmiddelen volstrekt ongeloofwaardig. Temeer omdat dat hij ten behoeve van het tenlastegelegde drie maal voor langere duur met zijn medeverdachte(n) in de auto op pad is geweest.

Ter terechtzitting heeft [de medeverdachte 1] als getuige een verklaring afgelegd, onder meer over de mogelijke betrokkenheid of wetenschap bij de verdachte. De rechtbank acht die verklaring niet geloofwaardig en gaat daaraan voorbij. De rechtbank acht het onwaarschijnlijk dat, zoals de getuige verklaart, ze op 14 juni 2020 onderweg ergens zijn gestopt, er toen een koffer of zak is meegenomen die vervolgens door de bijrijder is weggegooid en dat dit niet zichtbaar is geweest voor de chauffeur. Dit strookt ook niet met hetgeen [de getuige] (pag. 137) verklaart te hebben gezien. Gelet hierop en hetgeen de getuige verder heeft verklaard, lijken zijn antwoorden ingegeven te zijn door de wens om de verdachte uit de wind te willen houden en hem niet te belasten.

Het verweer dat de verdachte met zijn bijdrage aan het tenlastegelegde geen opzet op het gronddelict had wordt dan ook verworpen.

3.4.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair,

3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat

1. subsidiair

[de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] , tezamen en in vereniging met een ander op 14 juni 2020 te Limmen en Castricum, een groot geldbedrag, dat aan een ander dan aan die voornoemde personen en/of aan verdachte toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl zijn mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door pintransacties uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 1] en de aan die pas gekoppelde pincode,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 14 juni 2020 te Limmen en Castricum opzettelijk behulpzaam is geweest door

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 1] en een ander naar de afgesproken locatie in Limmen te vervoeren en

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander op te wachten in de vluchtauto

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 2] naar een pinautomaat te vervoeren;

3 subsidiair

[de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] op 14 juni 2020 te Limmen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of het openbaren van een geheim [het slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), die aan [het slachtoffer 1] toebehoorde, welke bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of het openbaren van een geheim hierin bestond dat zijn mededaders hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 1] seks wenste te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] )

bij het plegen van welk misdrijf verdachte op 14 juni 2020 te Limmen en Castricum opzettelijk behulpzaam is geweest door

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 1] en een ander naar de afgesproken locatie in Limmen te vervoeren en

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander op te wachten in de vluchtauto en

- op 14 juni 2020 [de medeverdachte 2] naar een pinautomaat te vervoeren;

4 subsidiair

[de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] op 26 mei 2020 te Amsterdam tezamen en in vereniging met een ander een (groot) geldbedrag, dat aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan [het slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl zijn mededaders dat weg te nemen geldbedrag onder hun bereik hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door een pintransactie uit te voeren met gebruikmaking van de bankpas op naam van die [het slachtoffer 2] en de aan die pas gekoppelde pincode

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 19 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest door

- op 19 mei 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] naar de met [het slachtoffer 2] afgesproken locatie in Amsterdam te vervoeren en

- op 26 mei 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander naar de met [het slachtoffer 2] afgesproken locatie in Amsterdam te vervoeren en

- op 26 mei 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander op te wachten in de vluchtauto;

6 subsidiair

[de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] op 26 mei 2020 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/of het openbaren van een geheim [het slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van zijn pinpas (inclusief pincode), die aan [het slachtoffer 2] toebehoorde, welke bedreiging met smaad en/of smaadschrift en/ of het openbaren van een geheim hierin bestond dat zijn mededaders hebben gedreigd openbaar te maken dat [het slachtoffer 2] seks wenste te hebben met een (zogenaamd) minderjarige meisje (te weten [de medeverdachte 2] )

bij het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 19 mei 2020 tot en met 26 mei 2020 te Amsterdam opzettelijk behulpzaam is geweest door

- op 19 mei 2020 [de medeverdachte 1] en een ander naar de met [het slachtoffer 2] afgesproken locatie in Amsterdam te vervoeren en

- op 26 mei 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander naar de met [het slachtoffer 2] afgesproken locatie in Amsterdam te vervoeren en

- op 26 mei 2020 [de medeverdachte 1] en [de medeverdachte 2] en een ander op te wachten in de vluchtauto.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd. Blijkens het verhandelde op de terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in zijn verdediging.

Hetgeen aan de verdachte onder meer of anders is ten laste gelegd dan hier als bewezen is aangenomen, is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken.

4 Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten

Het bewezenverklaarde levert op:

de voortgezette handeling van:

medeplichtigheid aan afdreiging (feit 3 subsidiair),

en

medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels, meermalen gepleegd (feit 1 subsidiair),

en de voortgezette handeling van:

medeplichtigheid aan afdreiging (feit 6 subsidiair),

en

medeplichtigheid aan diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels (feit 4 subsidiair)

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden waardoor de wederrechtelijkheid aan het bewezenverklaarde zou ontbreken. Het bewezenverklaarde is derhalve strafbaar.

5 Strafbaarheid van de verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is derhalve strafbaar.

6 Motivering van de sanctie

6.1

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren. Voorts heeft de officier van justitie verzocht om een contactverbod met aangever [het slachtoffer 1] op te leggen en te bepalen dat deze voorwaarde dadelijk uitvoerbaar is.

6.2

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft naar voren gebracht dat de verdachte hooguit medeplichtig is aan de feiten en dat hij het niet eens is met het standpunt van de officier van justitie dat de richtlijn of de oriëntatiepunten straftoemeting voor woningovervallen van toepassing moet zijn. De raadsman heeft gewezen op het advies van de reclassering waarin staat dat het onwenselijk is dat de verdachte terug moet naar de gevangenis. Hij heeft de rechtbank verzocht om aan de verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen in combinatie met een taakstraf.

6.3

Oordeel van de rechtbank

Bij de beslissing over de sancties die aan de verdachte moeten worden opgelegd, heeft de rechtbank zich laten leiden door de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede de persoon van de verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

In het bijzonder heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is behulpzaam geweest bij een tweetal afdreigingen en diefstallen. De rechtbank gaat er bij deze feiten vanuit dat de slachtoffers vooraf zorgvuldig zijn uitgezocht, waarbij de medeverdachten op uiterst geraffineerde wijze te werk zijn gegaan. [de medeverdachte 1] heeft op een datingsite een profiel aangemaakt en zich daar voorgedaan als een jonge vrouw, genaamd Laura, waarbij de foto van [de medeverdachte 2] is gebruikt omdat zij er erg jong uitzag. Vervolgens heeft gedurende een zekere periode contact plaatsgevonden met de slachtoffers, om hen tot een afspraak te verleiden. Hierbij is uiteindelijk ook aangegeven dat Laura minderjarig was, om de slachtoffers te kunnen chanteren met het feit dat zij met een minderjarig meisje seksuele handelingen wilden verrichten, en hen zodoende geld afhandig te kunnen maken. Met de slachtoffers heeft [de medeverdachte 2] een eerste ontmoeting gehad om kennis te maken en vertrouwen te winnen, waarna de met de slachtoffers een vervolgafspraak is gemaakt in een hotel of Airbnb om seks te hebben. [de medeverdachte 2] is door een van de slachtoffers opgepikt en met hem naar de Airbnb gereden. Met het andere slachtoffer had zij afgesproken in het hotel zelf. Eenmaal binnen met de slachtoffers heeft [de medeverdachte 2] twee medeverdachten binnengelaten en zijn de slachtoffers door hen afgedreigd, waarna [de medeverdachte 2] aanzienlijke geldbedragen heeft gepind met de bankpassen van de slachtoffers. Dit geld is uiteindelijk verdeeld tussen de medeverdachten. Om de slachtoffers te bewegen tot afgifte van hun bankpassen en pincodes is een mapje met een uitdraai van de (app)contacten die zij met ‘Laura’ hebben gehad en persoonlijke informatie van de slachtoffers aan hen getoond, en daarbij is gedreigd dat deze informatie zou worden verspreid of de politie zou worden ingeschakeld als de slachtoffers niet zouden meewerken.

De rechtbank gaat er voor wat betreft de rol van de verdachte vanuit dat hij degene is geweest die heeft gezorgd voor het vervoer naar Amsterdam voor de eerste ontmoeting met aangever [het slachtoffer 2] en voor het vervoer van en naar de Airbnb in Limmen en het hotel in Amsterdam en dat hij ook het vervoer van [de medeverdachte 2] naar de pinautomaten heeft verzorgd. De rechtbank gaat er daarbij vanuit dat de verdachte daardoor behulpzaam is geweest bij de strafbare feiten en heeft zijn rol daarbij als medeplichtige gekwalificeerd. De verdachte is vrijgesproken van de tenlastegelegde afpersingen.

De rechtbank weegt in nadeel van de verdachte mee dat de verdachte geen openheid heeft gegeven over zijn betrokkenheid bij de feiten en daarmee niet de volledige verantwoordelijkheid daarvoor heeft genomen.

Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 17 november 2020 is verdachte niet eerder veroordeeld voor het plegen van een strafbaar feit. Verder houdt de rechtbank er rekening mee dat het bewezenverklaarde onder de feiten 1 en 3, (telkens subsidiair) en onder de feiten 4 en 6 (telkens subsidiair) telkens als voortgezette handeling is begaan. Dit leidt ertoe dat de rechtbank bij de strafoplegging telkens alleen artikel 311 toepast, zijnde de strafbepaling waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.

Uit het reclasseringsadvies d.d. 31 maart 2021 komt naar voren dat de verdachte in zijn periode van schorsing uit preventieve hechtenis een fulltime baan als chauffeur/bezorger heeft gekregen en zich ook heeft gericht op zijn inschrijving voor een opleiding in september 2021. De verdachte heeft zich ook ingezet om hulp voor zijn blowgedrag te ondergaan.

Als beschermende factor ziet de reclassering dat de verdachte zich inzet om zich op een goede toekomst te richten. Voorts is positief te benoemen dat de moeder van de verdachte een hoge mate van betrokkenheid bij haar zoon toont en zich inzet hem te ondersteunen bij het nemen van toekomstige stappen om zijn leven stabiel en op de rit te krijgen/behouden.

De reclassering acht interventies of toezicht niet nodig en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Gelet op de jonge leeftijd van de verdachte en het gegeven dat hij fundamentele basiszaken weer op de rit heeft gekregen gedurende zijn schorsing, acht de reclassering niet wenselijk dat aan de verdachte een gevangenisstraf (de rechtbank begrijpt: een gevangenisstraf die langer duurt dan het reeds ondergane voorarrest) wordt opgelegd.

De rechtbank is - alles afwegende - van oordeel dat passend is een gevangenisstraf voor de duur van 165 dagen, met aftrek van de tijd die de verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Gelet op de beperkte rol die de verdachte had bij het incident in Limmen ziet de rechtbank onvoldoende grond voor het opleggen van het gevraagde contactverbod met het slachtoffer [het slachtoffer 1] .

De verdachte zal daarnaast worden veroordeeld tot een taakstraf, in de vorm van een werkstraf, voor de duur van 180 uren.

8 Vordering benadeelde partij

[de benadeelde partij] heeft een vordering tot schadevergoeding van € 15.238,68 ingediend tegen de verdachte wegens materiële en immateriële schade die hij als gevolg van het onder 2 ten laste gelegde feit zou hebben geleden, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat nu niet wettig en overtuigend is bewezen hetgeen aan de verdachte onder feit 2 is tenlastegelegd, de benadeelde partij niet in de vordering, die blijkens de toelichting betrekking heeft op dat ten laste gelegde feit, kan worden ontvangen.

Gelet hierop zal de rechtbank bepalen dat de benadeelde partij niet ontvankelijk is in de vordering.

9 Toepasselijke wettelijke voorschriften

De volgende wetsartikelen zijn van toepassing:

artikel 14a, 14b, 14c, 36f, 56, 57, 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 Beslissing

De rechtbank:

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder 1 primair, 2, 3 primair, 4 primair, 5 en 6 primair is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 1 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan zoals hiervoor onder 3.4 weergegeven.

Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt hem daarvan vrij.

Bepaalt dat de onder 1 subsidiair, 3 subsidiair, 4 subsidiair en 6 subsidiair bewezen verklaarde feiten de hierboven onder 4. vermelde strafbare feiten opleveren.

Verklaart de verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 165 (zegge: honderd vijf en zestig) dagen.

Beveelt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 60 (zegge: zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.

Stelt als algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Bepaalt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van dit vonnis in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Verklaart [de benadeelde partij] niet-ontvankelijk in de vordering.

Veroordeelt de verdachte tot het verrichten van 180 (zegge: honderd tachtig) uren taakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 90 dagen hechtenis.

Heft op het reeds geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte.

Samenstelling rechtbank en uitspraakdatum

Dit vonnis is gewezen door

mr. I.A.M. Tel, voorzitter,

mr. L. Boonstra, kinderrechter en mr. A. Buiskool, rechter,

in tegenwoordigheid van de griffier J.A. Huismans,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 26 april 2021.

mr. Boonstra is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.