Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3374

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
07-05-2021
Zaaknummer
8746529 CV EXPL 20-4516
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Incasso-opdracht op basis van no cure no pay. Opdrachtnemer is na opzegging van de overeenkomst geen kosten verschuldigd

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8746529 \ CV EXPL 20-4516 KB

Uitspraakdatum: 21 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap e-Legal incasso advocaten B.V.

gevestigd te Rotterdam

eiseres

verder te noemen: e-Legal

gemachtigde: mr. A.C. Mohabir

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [naam]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

procederende in persoon.

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over een incasso-opdracht van [gedaagde] aan e-Legal op basis van no cure no pay. [gedaagde] heeft de opdracht opgezegd. e-Legal heeft het dossier daarna aangehouden in afwachting van een mogelijke betaling. Omdat [gedaagde] daarna niets meer van zich liet horen, heeft e-Legal hem alsnog kosten in rekening gebracht wegens het overtreden van haar spelregels. De kantonrechter is van oordeel dat hiervoor geen grond bestaat, omdat de overeenkomst is beëindigd en hierover niets is afgesproken. e-Legal heeft haar vordering verder onvoldoende onderbouwd.

1 Het procesverloop

1.1.

e-Legal heeft bij dagvaarding van 27 augustus 2020 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

e-Legal heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] heeft in november 2019 e-Legal ingeschakeld om een factuur van de eenmanszaak van [gedaagde] op een debiteur tot een bedrag van € 1.694,00 te incasseren. Partijen zijn overeengekomen dat e-Legal haar werkzaamheden verricht op basis van no cure no pay.

2.2.

Op 14 november 2019 heeft e-Legal een opdrachtbevestiging aan [gedaagde] gestuurd. De opdrachtbevestiging bevat een toelichting op de werkzaamheden van e-Legal en (in de bijlagen) de incassovoorwaarden en algemene voorwaarden van e-Legal. In de incassovoorwaarden staan een aantal spelregels die e-Legal hanteert, waaronder:

“Spelregel 1: u dient een gegronde vordering in ter incasso (…)

Spelregel 2: u stelt ons in staat ons werk te doen (geen belemmering)

Het is óók in uw belang dat wij in staat worden gesteld ons werk te doen. Hiervan is geen sprake indien u: (…)

  • -

    niet of niet inhoudelijk reageert op een informatieverzoek (…) binnen een termijn van uiterlijk 14 dagen (…)

  • -

    de incasso-opdracht tussentijds beëindigt zonder onze instemming (…)

Bij overtreding van deze spelregels bent u ons daarom een incassoprovisie verschuldigd over de hoofdsom van de ter incasso ingediende vordering. De incassoprovisie bedraagt 15% over de eerste € 25.000,00 (…), met een minimum van € 350,00 (exclusief btw), onverminderd eventuele overige vergoedingen die ons kantoor toekomen. Wij zijn in dat geval bovendien gerechtigd om de opdracht op te zeggen en het dossier te sluiten.”

2.3.

e-Legal is haar incassowerkzaamheden gestart en heeft de debiteur van [gedaagde] aangeschreven.

2.4.

Op 4 mei 2020 heeft e-Legal aan [gedaagde] een factuur gezonden van € 917,71 voor (a) kosten wegens overtreding spelregels 1 en/of 2 (€ 350,00), (b) incassokosten (€ 254,10), (c) rente (€ 154,34) en (d) de btw over alle bedragen (€ 159,27).

2.5.

e-Legal heeft het dossier van [gedaagde] diezelfde dag gesloten omdat hij zich niet aan spelregels 1 en/of 2 heeft gehouden.

3 De vordering

3.1.

e-Legal vordert dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 917,71 aan hoofdsom, een bedrag van € 52,35 aan contractuele rente tot 13 augustus 2020, een bedrag van € 250,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2.

e-Legal legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij de opdracht heeft uitgevoerd en [gedaagde] de tussen hen geldende voorwaarden heeft overtreden, doordat [gedaagde] zich niet aan de spelregels 1 en/of 2 heeft gehouden. [gedaagde] heeft de zaak belemmerd door meermaals niet op informatieverzoeken van e-Legal te reageren. e-Legal heeft het dossier daarom op 4 mei 2020 afgesloten en [gedaagde] conform de opdrachtovereenkomst gefactureerd. Verder is relevant dat bij opzegging ook artikel 2.3 van de algemene voorwaarden van toepassing is.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij voert aan – samengevat – dat hij een no cure no pay traject met e-Legal is overeengekomen. e-Legal heeft in dit traject geen incasso kunnen innen, zodat er sprake is van “no pay”. e-Legal heeft aangegeven dat er voor een vervolg incassotraject (maatwerk) kosten gemaakt moeten worden. [gedaagde] heeft vervolgens afgezien van verdere behandeling van het dossier (op 21 januari 2021). Hij heeft dus de opdracht ingetrokken en geen verdere incasso-opdracht gegeven. Voor [gedaagde] was daarmee de zaak afgehandeld en gesloten en daarom heeft hij niet meer in het digitale dossier van e-Legal gekeken. Daarnaast vraagt [gedaagde] zich af welke voorwaarden van e-Legal hij heeft overtreden. Verder voert [gedaagde] aan dat hij nooit van e-Legal heeft vernomen dat hij de spelregels overtrad.

5 De beoordeling

5.1.

Naar aanleiding van het verweer van [gedaagde] heeft e-Legal de grondslag van haar vordering verduidelijkt. e-Legal stelt bij repliek dat [gedaagde] op 15 januari 2020 en 21 januari 2020 heeft meegedeeld dat hij geen vervolg traject wilde en e-Legal het dossier daarna nog drie maanden heeft aangehouden. e-Legal heeft dat op 22 januari 2020 schriftelijk aan [gedaagde] bevestigd. Volgens e-Legal heeft [gedaagde] hier geen bezwaar tegen gemaakt en stond het haar ook vrij om het dossier nog drie maanden aan te houden. Daarbij verwijst e-Legal naar de opdrachtbevestiging en artikel 2 van de incassovoorwaarden. e-Legal stelt verder dat zij vervolgens nog verschillende werkzaamheden heeft verricht (zoals het verzenden van specificaties aan de debiteur van [gedaagde]) en dat zij [gedaagde] herhaaldelijk om informatie heeft verzocht. Omdat [gedaagde] nooit meer heeft gereageerd en daarmee de spelregels overtrad, heeft e-Legal de opdracht opgezegd en de afgesproken bedragen in rekening gebracht. Voor het geval [gedaagde] de overeenkomst op 21 januari 2020 wel heeft opgezegd, stelt e-Legal dat hij de kosten verschuldigd is, omdat tussentijdse opzegging van de opdracht een overtreding van spelregel 2 oplevert en hij op grond van artikel 2.3 van de algemene voorwaarden bij tussentijdse opzegging rente, incassokosten en provisie verschuldigd is.

5.2.

[gedaagde] heeft hiertegen aanvullend verweer gevoerd. [gedaagde] voert aan dat e-Legal op eigen initiatief (zonder akkoord van [gedaagde]) het dossier heeft voortgezet en daarmee in het nadeel van [gedaagde] heeft gehandeld. [gedaagde] heeft de opdracht beëindigd. Desondanks heeft e-Legal de zaak opengehouden. Dat is haar eigen keuze waar [gedaagde] niet om gevraagd heeft. Hij was slechts in afwachting van een mogelijke betaling door zijn debiteur.

5.3.

De kantonrechter oordeelt het volgende. e-Legal heeft op 30 december 2019 aan [gedaagde] gemaild dat voor de verdere behandeling van het dossier maatwerk nodig is en dat ze hem daarvoor een prijsvoorstel doet. In de e-mail van e-Legal staat ook dat e-Legal het incassodossier nog enige tijd zal aanhouden in afwachting van mogelijke betaling door de debiteur, als [gedaagde] de incasso niet wil voortzetten. Uit het dossieroverzicht blijkt dat [gedaagde] op 15 januari 2020 telefonisch aan e-Legal heeft meegedeeld dat hij geen verdere stappen wil ondernemen en dat op 21 januari 2020 schriftelijk aan haar heeft bevestigd. [gedaagde] schrijft in zijn notitie van 21 januari 2020 dat hij niet kan ingaan op het prijsvoorstel voor een verdere behandeling van het dossier omdat hij het niet in verhouding vindt staan met het te vorderen bedrag, en dat hij de kosten zelf zal proberen te verhalen op de schuldenaar. Deze telefonische en schriftelijke mededelingen zijn duidelijk: [gedaagde] wil geen verdere incassostappen ondernemen en slaat het aanbod van e-Legal voor verdere behandeling van het dossier af. Daarmee heeft [gedaagde] de overeenkomst met e-Legal opgezegd. Deze opzegging heeft op zich tot gevolg dat de overeenkomst met e-Legal is geëindigd.

5.4.

e-Legal stelt dat de opdracht niet is beëindigd, omdat zij [gedaagde] zowel voor als na de opzegging heeft bericht dat zij het dossier nog drie maanden zou aanhouden in afwachting van een mogelijke betaling van de debiteur en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Volgens e-Legal stond het haar ook vrij om het dossier nog drie maanden aan te houden, omdat partijen zijn overeengekomen dat e-Legal gerechtigd is de incassomaatregelen naar eigen inzicht te bepalen. De kantonrechter is het daar niet mee eens. De opdrachtgever kan de overeenkomst van opdracht te allen tijde opzeggen.1 De wil van [gedaagde] was duidelijk gericht op beëindiging van de overeenkomst, omdat voortzetting van de opdracht hem teveel zou kosten. Het is de kantonrechter niet gebleken dat [gedaagde] ermee heeft ingestemd dat e-Legal het dossier drie maanden zou aanhouden met toepassing van de eerder overeengekomen voorwaarden (waaronder de spelregels). Uit het feit dat [gedaagde] niet reageerde op haar brief van 22 januari 2020 heeft e-Legal redelijkerwijs niet mogen afleiden dat [gedaagde] daarmee akkoord was. In de brief staat namelijk alleen maar (samengevat) dat het dossier nog drie maanden wordt aangehouden en daarna bericht zal volgen over een nadere termijn of sluiting van het dossier. In de brief staat niets over de (algemene) voorwaarden van e-Legal, de door haar gehanteerde spelregels en/of eventuele kosten voor [gedaagde]. Ook heeft [gedaagde] hieruit niet moeten begrijpen dat hij ondanks de opzegging toch kosten verschuldigd zou zijn, als hij niets meer van zich zou laten horen.

5.5.

De verwijzing van e-Legal naar artikel 2.3 van haar algemene voorwaarden2 kan haar ook niet baten. Daarin staat dat partijen gerechtigd zijn de opdracht door opzegging, desgewenst met onmiddellijke ingang, (tussentijds) te beëindigen en dat e-Legal in geval van beëindiging aanspraak behoudt op betaling van de tot dan toe verrichte werkzaamheden en de met de beëindiging verband houdende werkzaamheden en kosten. In artikel 2.3 staat ook dat - als e-Legal voor wat betreft de vergoeding van haar werkzaamheden (mede) afhankelijk is van het behalen van een bepaald resultaat (zoals bij een overeengekomen vergoeding ter hoogte van de verschuldigde rente, incassokosten en /of (incasso)provisie) en dit resultaat niet langer kan worden behaald vanwege de (tussentijdse) beëindiging - de opdrachtgever deze bedragen niettemin volledig verschuldigd is als de opdracht wordt beëindigd door de opdrachtgever. Verder verwijst artikel 2.3 voor de wijze waarop de hoogte van de (incasso)provisie wordt vastgesteld, naar artikel 5.9 van de algemene voorwaarden. In artikel 5.9 van de algemene voorwaarden staat dat de (incasso)provisie in geval van (tussentijdse) beëindiging wordt vastgesteld op het bedrag dat zou zijn verschuldigd als het beoogde resultaat volledig zou zijn behaald, waarbij de hoogte van de vordering leidend is.

5.6.

De kantonrechter constateert dat e-Legal de kosten wegens overtreding van spelregel 1 en/of 2 vordert en niet de in artikel 5.9 van de algemene voorwaarden genoemde (incasso)provisie. Zonder nadere toelichting van e-Legal kan de kantonrechter niet aannemen dat die kosten en de (incasso)provisie hetzelfde zijn. Uit de stellingen van e-Legal3 volgt dat [gedaagde] in geval van een geslaagde incasso (alleen) de bij de debiteur in rekening gebrachte rente en incassokosten verschuldigd is. e-Legal heeft niet gesteld welke bedragen dat betreft. Zij heeft haar vordering daarom onvoldoende onderbouwd.

5.7.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering zal afwijzen.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van e-Legal, omdat zij ongelijk krijgt. Deze kosten worden begroot op nul, omdat [gedaagde] in persoon procedeert en overigens geen proceskosten vordert.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt e-Legal tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.H. Lips en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

1 Zie artikel 7:408 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).

2 Zie dagvaarding, productie 1.

3 Zie dagvaarding, pagina 3, onder 1.10 sub a.