Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3278

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
10-03-2021
Datum publicatie
03-05-2021
Zaaknummer
8689128 \ CV EXPL 20-3915
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Terugbetaling van bedrag dat is geïncasseerd middels executoriaal beslag. Na vonnis hebben partijen een nadere regeling getroffen. Niet eiser maar gedaagde is tekortgeschoten in de nakoming daarvan, zodat de executiemaatregelen niet gerechtvaardigd zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8689128 \ CV EXPL 20-3915 BL

Uitspraakdatum: 10 maart 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. Y. Benjamins

toevoeging: 4OD3326

tegen

de besloten vennootschap Power Internet B.V.

gevestigd te Broek op Langedijk

gedaagde

verder te noemen: Power Internet

gemachtigde: P. de Ruijter

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 22 juli 2020 een vordering tegen Power Internet ingesteld. Power Internet heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Power Internet een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Power Internet is een dienstverlener op ICT gebied.

2.2.

Op 10 juni 2015 hebben partijen een overeenkomst gesloten, waarmee Power Internet zich – kort gezegd – verbonden heeft om tegen betaling de website van [eiser] te analyseren en optimaliseren, en een Google presentatie over het bedrijf van [eiser] te verzorgen.

2.3.

Bij vonnis van 6 oktober 2017 is [eiser] door de kantonrechter te Amsterdam veroordeeld om aan Power Internet te betalen een hoofdsom van € 482,79, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente, de proceskosten (€ 346,35) en nasalaris (€ 83,00). Het betreft een vordering van Power Internet, voortvloeiend uit de hiervoor genoemde overeenkomst.

2.4.

Naar aanleiding van dit vonnis zijn partijen een nadere regeling overeengekomen, die in een e-mail van 20 december 2017 door de gemachtigde van Power Internet als volgt aan de gemachtigde van [eiser] is bevestigd:

“Mijn opdrachtgever zal de werkzaamheden verrichten zodra de helft van het openstaande saldo is voldaan.”

2.5.

In de periode van januari tot en met juni 2018 heeft [eiser] vijf betalingen van € 100,00 aan Power Internet gedaan (dus een totaalbedrag van € 500,00).

2.6.

In een brief van 8 oktober 2018 schrijft de gemachtigde van Power Internet aan [eiser] dat het niet mogelijk is de werkzaamheden te hervatten, omdat Power Internet niet de benodigde gegevens van [eiser] in bezit heeft. Het gaat om de ‘Google code’ en de inloggegevens voor de website van [eiser] . Power Internet verzoekt [eiser] om aanlevering daarvan.

2.7.

In reactie daarop schrijft de gemachtigde van [eiser] in een e-mail van 17 oktober 2018 dat het gaat om de website [website] , waarbij een gebruikersnaam en wachtwoord is verstrekt. De gemachtigde eindigt zijn e-mail met: “Ervan uitgaande u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.”

2.8.

Op 25 oktober 2018 schrijft de gemachtigde van Power Internet in een e-mail aan haar cliënt: “Bijgaand de gegevens van dhr. [eiser] . Kunnen jullie de werkzaamheden zo weer oppakken?”

2.9.

Vervolgens heeft Power Internet werkzaamheden voor [eiser] verricht.

2.10.

Op 20 november 2018 schrijft de gemachtigde van Power Internet aan de gemachtigde van [eiser] :

“Onze cliënt heeft haar werkzaamheden opgepakt. In de bijlage treft u de analyse van de website van uw cliënt aan. Zoals afgesproken, zou uw cliënt de betalingen weer oppakken. Mogen wij een bevestiging vanuit uw cliënt ontvangen dat wij weer betal”

2.11.

In een e-mail van 27 november 2018 verzoekt de gemachtigde van Power Internet aan de gemachtigde van [eiser] om alsnog te reageren op de e-mail van 20 november 2018.

2.12.

Bij brieven van 11 en 19 december 2018 is [eiser] door Power Internet aangemaand tot betaling van het openstaande saldo van € 512,79 respectievelijk € 513,78.

2.13.

Op 24 juni 2019 heeft Power Internet executoriaal derdenbeslag gelegd op de bankrekening van [eiser] .

2.14.

Bij brief van 29 juli 2019 is [eiser] aangemaand tot betaling van € 768,98, zijnde het openstaande saldo inclusief € 257,35 voor executiekosten.

2.15.

Op 8 augustus 2019 schrijft de gemachtigde van [eiser] aan Power Internet dat de website nog altijd niet vindbaar is via Google en Google maps, het bedrijfsprofiel nog niet is ingericht en geoptimaliseerd en de website niet is herzien althans verbeterd, met het verzoek een en ander op te pakken.

2.16.

Op 30 april 2020 heeft Power Internet executoriaal derdenbeslag gelegd op het inkomen van [eiser] .

2.17.

De gemachtigde van [eiser] schrijft in een brief van 7 mei 2020 aan de opvolgend gemachtigde van Power Internet, dat [eiser] nog altijd bereid is om de tweede helft van de op 20 december 2017 overeengekomen regeling na te komen, maar pas nadat Power Internet de overeengekomen werkzaamheden heeft verricht. Daarbij stelt [eiser] zich op het standpunt dat Power Internet geen aanspraak kan maken op bijkomende kosten, omdat Power Internet in gebreke is gebleven bij de nakoming van de getroffen regeling.

2.18.

In reactie daarop deelt de gemachtigde van Power Internet op 13 mei 2020 mee dat Power Internet haar werkzaamheden niet heeft kunnen afronden omdat [eiser] de daarvoor benodigde gegevens niet heeft verstrekt, terwijl Power Internet hier bij herhaling om heeft gevraagd, zodat de regeling is komen te vervallen. Daarbij wordt een overzicht gegeven van het openstaande saldo van € 1.212,44 inclusief € 887,56 voor executiekosten.

2.19.

De gemachtigde van [eiser] reageert hierop bij brief van 15 mei 2020, waarbij wordt aangegeven dat Power Internet nadat op 17 oktober 2018 inloggegevens zijn verstrekt nooit om nadere gegevens heeft gevraagd, de regeling niet is vervallen en door Power Internet nog altijd niet is nagekomen, zodat de executie van het vonnis van 6 oktober 2017 onrechtmatig is.

2.20.

In een e-mail van 29 mei 2020 herhaalt de gemachtigde van Power Internet het standpunt dat de werkzaamheden door toedoen van [eiser] niet afgerond konden worden, zodat Power Internet aanspraak kan maken op volledige betaling en executie van het vonnis.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter Power Internet veroordeelt tot betaling van € 1.306,92. Hij legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat dit bedrag ten onrechte middels derdenbeslag door Power Internet is geïncasseerd, althans dat sprake is van onverschuldigde betaling, omdat het op basis van de nader overeengekomen regeling door [eiser] verschuldigde tweede gedeelte van de vordering van Power Internet (€ 469,02) nog niet opeisbaar is. Van verzuim aan de zijde van [eiser] is geen sprake, en de regeling is niet komen te vervallen. Daarmee is de executie van het vonnis onrechtmatig, zodat ook de executiekosten van € 837,90 onverschuldigd door [eiser] zijn betaald.

4 Het verweer

4.1.

Power Internet betwist de vordering, en voert daartoe – samengevat – het volgende aan. [eiser] heeft verzuimd om zijn Google code aan Power Internet te verstrekken, ondanks diverse verzoeken van Power Internet. Daardoor kan Power Internet de Google presentatie niet zichtbaar maken. Dit is aan [eiser] zelf te wijten, en kan niet aan Power Internet worden toegerekend. Power Internet is haar deel van de overeenkomst nagekomen, maar [eiser] heeft het resterende deel van de vordering niet betaald, ondanks herhaalde aanmaning. De regeling tussen partijen is daarmee vervallen, en Power Internet was genoodzaakt om het tussen partijen gewezen vonnis ten uitvoer te leggen.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of Power Internet gerechtigd was om het vonnis van de kantonrechter te Amsterdam van 6 oktober 2017 te executeren, en zo doende een bedrag van € 1.306,92 (inclusief € 837,90 voor executiekosten) door middel van executoriaal derdenbeslag ten laste van [eiser] mocht incasseren. De kantonrechter oordeelt van niet, en overweegt daarover het volgende.

5.2.

Het vonnis van 6 oktober 2017 heeft op zichzelf executoriale kracht, en kan met dwangmiddelen ten uitvoer gelegd worden op het vermogen van [eiser] . Power Internet mag haar executiebevoegdheid echter niet misbruiken. Tussen partijen staat vast dat zij, naar aanleiding van genoemd vonnis, op 20 december 2017 een nadere regeling hebben getroffen. Het komt erop neer dat Power Internet bij nakoming van deze regeling afziet van executie van het vonnis, zo blijkt ook uit de eigen stellingen van Power Internet. De nadere regeling is dus het uitgangspunt bij de beoordeling, zodat de vraag is of [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming daarvan, zoals Power Internet stelt. In dat geval zou Power Internet immers gerechtigd zijn om alsnog tot executie van het vonnis over te gaan, met alle bijkomende kosten van dien.

5.3.

De nadere regeling houdt in dat Power Internet de overeengekomen werkzaamheden zal verrichten na betaling van de helft van het op basis van het vonnis door [eiser] verschuldigde bedrag. Vast staat dat [eiser] vervolgens € 500,00 aan Power Internet heeft betaald, hetgeen meer is dan de helft van het destijds openstaande saldo. Daarmee was het de beurt aan Power Internet, om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten, waarna [eiser] het restant verschuldigde moet betalen. Partijen zijn het erover eens dat het verzorgen van een Google prestentatie onderdeel van de overeenkomst is. Power Internet erkent dat zij de Google presentatie niet zichtbaar heeft gemaakt, zodat als vaststaand moet worden aangenomen dat Power Internet niet volledig aan haar verplichtingen tegenover [eiser] heeft voldaan.

5.4.

Power Internet stelt zich echter op het standpunt dat zij de Google presentatie niet zichtbaar heeft kunnen maken, omdat zij daarvoor de Google code van [eiser] nodig heeft, en dat [eiser] deze code niet heeft verstrekt terwijl Power Internet daar bij herhaling om zou hebben gevraagd. Power Internet beroept zich daarmee op schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser] (artikel 6:58 BW). Het ligt op de weg van Power Internet om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de nakoming van haar verbintenis wordt verhinderd doordat [eiser] de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent. Voor het intreden van schuldeisersverzuim geldt niet het formele vereiste van een ingebrekestelling. Wel is het de vraag of de schuldenaar van zijn kant alles heeft gedaan wat voor nakoming nodig is. De kantonrechter is van oordeel dat Power Internet dit niet heeft gedaan. Daarvoor is het volgende redengevend.

5.5.

[eiser] betwist niet dat hij geen Google code aan Power Internet heeft verstrekt, maar stelt dat Power Internet daar na de brief van 8 oktober 2018 ook nooit meer om heeft gevraagd, en dat hij in de veronderstelling verkeerde in de e-mail van 17 oktober 2018 alle benodigde gegevens te hebben verstrekt. Power Internet stelt weliswaar dat zij bij herhaling aan [eiser] heeft gevraagd om de Google code te verstrekken, maar dit blijkt uit niets. De op 17 oktober 2018 door [eiser] verstrekte gegevens zijn op 25 oktober 2018 door de gemachtigde van Power Internet doorgeleid, waarbij de eigen gemachtigde nadrukkelijk vraagt of Power Internet daarmee de werkzaamheden kan oppakken. Daarna bevestigt de gemachtigde van Power Internet in de e-mail van 20 november 2018 aan [eiser] dat de werkzaamheden zijn opgepakt, zonder daarbij om de Google code te vragen. Power Internet stelt dat zij op 27 november 2018 telefonisch contact met [eiser] heeft gehad over de Google code, maar dit wordt door [eiser] betwist en door Power Internet niet onderbouwd. Niet is gebleken dat Power Internet eerder dan op 13 mei 2020 aan [eiser] kenbaar heeft gemaakt dat zij haar werkzaamheden pas kan afronden als [eiser] zijn Google code verstrekt. Toen waren de executiemaatregelen al door Power Internet genomen.

5.6.

Gelet op het voorgaande is geen schuldeisersverzuim aan de zijde van [eiser] ingetreden. Power Internet kan niet worden gevolgd in haar stelling dat zij haar deel van de overeenkomst, voor zover dit in haar macht lag, volledig is nagekomen. Dit betekent dat het restant van de vordering van Power Internet (€ 469,02) op basis van de getroffen regeling niet opeisbaar was toen Power Internet tot executie van het vonnis overging. Er was dus ook geen grond die de incassering daarvan door middel van executoriale beslagen rechtvaardigde.

5.7.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van [eiser] zal toewijzen. Ook de vanaf acht dagen na betekening van dit vonnis gevorderde wettelijke rente over de hoofdsom is toewijsbaar.

5.8.

De proceskosten komen voor rekening van Power Internet, omdat zij ongelijk krijgt. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de explootkosten niet mogelijk.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Power Internet tot betaling aan [eiser] van € 1.306,92, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf de datum acht dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt Power Internet tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [eiser] tot en met vandaag vaststelt op:

griffierecht € 83,00

salaris gemachtigde € 374,00

vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten ingaande de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. Voogd en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter