Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3231

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-04-2021
Datum publicatie
02-05-2021
Zaaknummer
C/15/296064 / HA ZA 19-723
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Internationale handelszaak. Weens Koopverdrag. IPR. Betaling van facturen voor uit China geleverde veiligheidsschoenen. Te laat geklaagd mbt een order. Mbt een andere order schadevergoeding toegekend op grond van non-conforme levering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

Zittingsplaats Alkmaar

zaaknummer / rolnummer: C/15/296064 / HA ZA 19-723

Vonnis van 21 april 2021

in de zaak van

de rechtspersoon naar buitenlands recht

GAOMI LONGFEI SHOES CO LTD,

gevestigd te Gaomi City, China,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. H. Loonstein te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE JONG SHOES B.V.,

gevestigd te Alkmaar,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. G.C. Haulussy te Rotterdam.

Partijen zullen hierna Gaomi en De Jong genoemd worden.

De zaak in het kort

Deze zaak gaat over de vraag of De Jong een aantal facturen voor geleverde veiligheidsschoenen én schadevergoeding wegens niet tijdige betaling verschuldigd is aan Gaomi. De rechtbank oordeelt dat dit het geval is en dat De Jong de wettelijke handelsrente en proceskosten moet betalen. Verder wordt geoordeeld dat Gaomi schadevergoeding aan De Jong moet betalen op grond van een niet-conforme levering van een partij veiligheidsschoenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 8 november 2019 met producties 1-15;

  • -

    de conclusie van antwoord in conventie tevens incidentele conclusie ex artikel 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), tevens conclusie van eis in reconventie met producties 1-24;

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident;

  • -

    het vonnis in incident van 25 maart 2020, waarbij de rechtbank Gaomi heeft bevolen ten behoeve van De Jong zekerheid te stellen voor de proceskosten;

  • -

    de conclusie van repliek in conventie tevens conclusie van antwoord in reconventie met producties 16-22;

  • -

    de conclusie van dupliek in conventie tevens van repliek in reconventie tevens wijziging van eis in reconventie tevens incidentele vordering zekerheidsstelling proceskosten met producties 25-37;

  • -

    de akte houdende vermeerdering van eis in reconventie met productie 38;

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie tevens reactie op wijziging eis en conclusie van antwoord in het incident met productie 23;

  • -

    het vonnis in incident van 2 december 2020, waarbij de rechtbank Gaomi heeft bevolen ten behoeve van De Jong aanvullende zekerheid te stellen voor de proceskosten en in de hoofdzaak een mondelinge behandeling heeft bepaald op 12 maart 2021;

  • -

    het bericht met producties 40-44 van de zijde van De Jong;

  • -

    de mondelinge behandeling op 12 maart 2021, waar de griffier aantekeningen heeft gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Mr. H. Loonstein heeft gebruik gemaakt van spreekaantekeningen, die hij ter zitting aan de rechtbank heeft overgelegd en die daarmee onderdeel zijn van de processtukken.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Feiten

2.1.

Gaomi is producent van schoenen.

2.2.

De Jong houdt zich bezig met de handel in schoenen.

2.3.

Partijen hebben van 2011 tot 2018 handel gedreven, waarbij De Jong schoenen bestelde bij Gaomi voor haar klanten in Europa.

2.4.

Tussen partijen kwam steeds een koopovereenkomst tot stand doordat De Jong een bestelling plaatste, Gaomi vervolgens een pro-forma invoice stuurde, en De Jong ten slotte de pro-forma invoice ondertekend terugstuurde.

2.5.

De door De Jong ontvangen en ondertekende pro-forma invoices van Gaomi vermelden onder andere:

Terms of Payment:

Discrepancy : in case of quality discrepancy,

Claim should be lodged by the Buyers within 15 days after the arrival of the goods at the port of destination, while the quantity discrepancy claims should be lodged by the Buyers within 15 days after the arrival of the goods at the port of destination. In all cases, claims must be accompanied by Survey Reports of Recognized Public Surveyors agreed to by the Sellers.

2.6.

In februari 2018 heeft een levering plaatsgevonden door Gaomi aan De Jong van een partij veiligheidsschoenen die bestemd was voor Aldi UK Stores Ltd. uit Engeland (hierna: de Aldi-order).

2.7.

In juni 2018 heeft een levering plaatsgevonden door Gaomi van een partij veiligheidsschoenen die bestemd was voor Hofer AG uit Oostenrijk (hierna: de Hofer-order).

2.8.

Gaomi heeft in de periode 7 april 2018 tot en met 30 mei 2018 vijftien facturen aan De Jong toegestuurd. Het betreft de volgende facturen:

factuur datum vervaldag factuurbedrag aantal paar

LF343 07/04/2018 22/05/2018 $ 58 125,00 8500

LF345 20/04/2018 04/06/2018 $ 155 781,00 22260

LF347 20/04/2018 04/06/2018 $ 37 576,00 6160

LF349 03/05/2018 17/06/2018 $ 57 308,25 8505

LF282-3 07/05/2018 21/06/2018 $ 57 375,00 11250

LF285-1 08/05/2018 22/06/2018 $ 48 248,00 6520

LF285-2 18/05/2018 02/07/2018 $ 66 952,20 8953

LF352 12/05/2018 26/06/2018 $ 41 773,00 5845

LF357 17/05/2018 01/07/2018 $ 49 096,00 6270

LF359 17/05/2018 01/07/2018 $ 39 627,50 6050

LF360 17/05/2018 01/07/2018 $ 39 627,50 6050

LF363 24/05/2018 08/07/2018 $ 4 928,00 665

LF358 25/05/2018 09/07/2018 $ 46 500,00 6310

LF337 27/05/2018 11/07/2018 $ 30 480,00 4800

LF348 30/05/2018 14/07/2018 $ 37 515,00 6150

Totaal $ 770 912,45 114288

De Jong heeft deze facturen ontvangen. Van deze facturen heeft De Jong alleen de factuur van 30 mei 2018, zijnde een bedrag van $ 37.515,00, betaald.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Gaomi vordert veroordeling van De Jong tot betaling van:
I. een bedrag van $ 733.397,45, om te rekenen in EUR volgens de officiële koers gepubliceerd door de ECB, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a Burgerlijk Wetboek (BW) over de factuurbedragen vanaf de vervaldata van de facturen tot op de dag der algehele voldoening;
II. een bedrag van $ 73.339,70 aan buitengerechtelijke kosten, om te rekenen in EUR volgens de officiële koers gepubliceerd door de ECB;

III. de proceskosten.

3.2.

De Jong voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4.

De Jong vordert na wijziging van eis, samengevat, veroordeling van Gaomi tot betaling van
I. bedragen van GBP 119.715,43, € 38.209,00 en $ 164.338,00, ter zake van de Aldi order, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de datum van levering van de Aldi order dan wel vanaf de datum van het vonnis;

II. bedragen van € 219.467,21 en GBP 316,00, ter zake van de Hofer order, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de datum van levering van de Aldi (de rechtbank begrijpt: Hofer) order, dan wel vanaf de datum van het vonnis;

III. het bedrag van GBP 2.793.642,00, ter zake van de door De Jong geleden schade als gevolg van de toerekenbare tekortkoming door Gaomi, vermeerderd met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW vanaf de datum van de levering van de Aldi order, dan wel vanaf de datum van het vonnis;

IV. de kosten van de procedure.

3.5.

Gaomi voert verweer.

3.6.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De rechtbank zal zich eerst uitlaten over de bevoegdheid en het toepasselijk recht. Daarna behandelt de rechtbank achtereenvolgens de vorderingen in reconventie, de vorderingen in conventie en de aangehouden proceskostenveroordeling in de eerder besliste incidenten.

in conventie en reconventie

Bevoegdheid

4.2.

Bij tussenvonnis van 25 maart 2020 heeft de rechtbank vastgesteld dat de Nederlandse rechter bevoegd is omdat De Jong in Nederland is gevestigd.

Toepasselijk recht

4.3.

Het gaat hier om de verkoop van goederen tussen partijen die gevestigd zijn in Nederland en China. China en Nederland zijn aangesloten bij het op 11 april 1980 in Wenen gesloten Verdrag der Verenigde Naties inzake internationale koopovereenkomsten betreffende roerende zaken (hierna: Weens Koopverdrag). Dit betekent dat het Weens Koopverdrag van toepassing is op de koopovereenkomsten tussen Gaomi en De Jong.1

4.4.

Vragen met betrekking tot de door het Weens Koopverdrag geregelde onderwerpen die in dit verdrag niet uitdrukkelijk zijn geregeld, worden beantwoord aan de hand van de algemene beginselen waarop dit verdrag berust, en bij gebreke van zodanige beginselen in overeenstemming met het krachtens de regels van internationaal privaatrecht toepasselijke recht.2 Verordening (EG) Nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (hierna: Rome I) bepaalt dat een overeenkomst voor de koop van roerende zaken wordt beheerst door het recht van het land waar de verkoper zijn gewone verblijfplaats heeft.3 Dit betekent dat in deze zaak Chinees recht van toepassing is op onderwerpen die niet uitdrukkelijk in het Weens Koopverdrag zijn geregeld, en waarvoor algemene beginselen in het verdrag ontbreken.

4.5.

Voor wat betreft het vaststellen van de wettelijke (handels)rente hebben partijen op de mondelinge behandeling verklaard dat Nederlands recht moet worden toegepast.

Kern van het geschil

4.6.

De kern van het geschil gaat over de vraag of Gaomi nakoming van de met De Jong gesloten koopovereenkomst mag verlangen. De Jong heeft de door Gaomi geleverde veiligheidsschoenen behouden, maar de hiervoor in rekening gebrachte facturen niet betaald.

4.7.

De Jong stelt zich op het standpunt dat Gaomi tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen door veiligheidsschoenen te leveren die niet voldeden aan de door partijen overeengekomen kwaliteitseisen. Volgens De Jong was de constructie van de veiligheidsschoenen niet stevig genoeg om het gewicht van de stalen neuzen te weerstaan. De Jong stelt op grond van deze non-conforme levering schade te hebben geleden, waaronder opslagkosten wegens onverkoopbare schoenen in de Europese Unie en gevolgschade door het verlies van haar klant Aldi.

4.8.

Bij wijze van verweer in conventie heeft De Jong zich beroepen op opschorting van haar betalingsverplichting jegens Gaomi, totdat de rechtbank in reconventie over haar schadevordering heeft beslist, en op verrekening met wat de rechtbank haar in die procedure zal toewijzen.

4.9.

De rechtbank komt aan beoordeling van het beroep op opschorting en verrekening toe, indien komt vast te staan dat Gaomi veiligheidsschoenen heeft afgeleverd die niet aan de tussen partijen gesloten koopovereenkomst beantwoorden, dat De Jong hierover tijdig bij Gaomi heeft geklaagd en dat De Jong een schadevergoeding uit hoofde van non-conformiteit toekomt. Of daarvan sprake is, is de vraag die centraal staat in reconventie. De rechtbank zal daarom eerst de vorderingen in reconventie bespreken.

in reconventie

4.10.

De Jong vordert schadevergoeding wegens tekortkomingen door Gaomi in de Aldi-order en in de Hofer-order.

Aldi-order

4.11.

Eén van de verweren van Gaomi tegen de vorderingen van De Jong, is dat De Jong te laat heeft geklaagd en daarmee haar recht op schadevergoeding heeft verspeeld. Dit verweer slaagt, wat leidt tot afwijzing van (dit deel van) de vordering, waarbij in het midden kan blijven of er een tekortkoming was en of daar schade door is geleden. De rechtbank licht dit oordeel als volgt toe.

4.12.

Het Weens Koopverdrag bepaalt dat de koper de zaken binnen een zo kort mogelijke termijn moet keuren.4 Het Weens Koopverdrag bepaalt verder dat de koper het recht verliest om zich op een tekortkoming te beroepen, indien hij niet binnen een redelijke termijn nadat hij dit heeft ontdekt of had behoren te ontdekken de verkoper hiervan in kennis stelt.5

4.13.

Gaomi beroept zich op de leveringsvoorwaarde (zie hiervoor onder 2.5) die er op neer komt dat de koper klachten over de kwaliteit of de kwantiteit binnen vijftien dagen na aankomst in de haven van bestemming moet indienen, en dat klachten vergezeld moeten gaan van een keuringsrapport van een publiek erkende keuringsinstantie die door de verkoper is geaccepteerd. De Jong heeft steeds opnieuw getekend voor deze leveringsvoorwaarde, en de toepasselijkheid en de inhoud daarvan niet betwist, zodat de rechtbank vaststelt dat de voorwaarde onderdeel is van de overeenkomst tussen partijen.

4.14.

De rechtbank beschouwt de gehanteerde klachttermijn van vijftien dagen na aankomst in de haven van bestemming als een door partijen gegeven invulling van de door het Weens Koopverdrag gestelde termijn waarbinnen de koper over een tekortkoming moet klagen om niet het recht te verliezen om zich op die tekortkoming te beroepen.

4.15.

De schoenen van de Aldi-order zijn op 8 februari 2018 en op 16 februari 2018 aangekomen in de havens van bestemming. Het betreft een partij veiligheidsschoenen van hetzelfde type in de kleuren beige en bruin. Volgens afspraak met De Jong heeft Gaomi vooraf de schoenen laten testen in China door Intertek. Intertek heeft naar aanleiding van deze test op 7 februari 2018 een CE-certificaat afgegeven, dat vervolgens door Gaomi aan De Jong is doorgestuurd.

4.16.

De Jong beklaagt zich voor het eerst over de kwaliteit van de schoenen op 20 maart 2018, dat is (minimaal) 32 dagen na aankomst van de laatste zending en daarmee buiten de klachttermijn van vijftien dagen. De Jong informeert Gaomi op die dag per email over een negatieve testuitslag uit Engeland:

[…] Britisch local authorities have picked up some pairs from ALDI shops (one style from us, one style from a competitor of ours) and performed Impact- and Compression resistance on your boot with result FAIL […]

4.17.

De Jong stelt weliswaar dat zij op 9 februari 2018 al heeft geklaagd, echter in de email waar De Jong naar verwijst staat slechts te lezen dat De Jong zich afvraagt waarom de bruine schoenen niet zijn getest door Intertek. Naar het oordeel van de rechtbank betreft dit een vraag en geen klacht. Overigens is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat er een verplichting rustte op Gaomi om de schoenen in beide kleuren te laten testen, zodat het ontbreken van een test van de bruine schoen op zichzelf geen tekortkoming kan opleveren.

4.18.

Voor zover De Jong beoogt te stellen dat zij niet eerder kon klagen, omdat de vooraf door Intertek geteste schoenen (samples) niet dezelfde waren als de geleverde schoenen, volgt de rechtbank haar niet. Naar het oordeel van de rechtbank lag het op de weg van De Jong, gelet op de op haar rustende keuringsplicht, ervoor zorg te dragen dat Intertek (een aantal paren van) de daadwerkelijk geleverde schoenen aangeboden had gekregen om te testen, bijvoorbeeld bij wijze van steekproef kort vóór de verscheping of in de haven van bestemming. Dat De Jong dat niet heeft gedaan, komt voor haar risico.

4.19.

De conclusie is dat De Jong te laat over de Aldi-order heeft geklaagd en zich daarom niet op eventuele tekortkomingen kan beroepen, zodat de daarop gestoelde vorderingen tot schadevergoeding zullen worden afgewezen.

4.20.

Ten overvloede overweegt de rechtbank dat de gevorderde schadevergoeding van GBP 2.793.642,00 (ruim € 3 miljoen) wegens het verlies van Aldi als klant niet toewijsbaar zou zijn, ook al zou er tijdig en terecht door De Jong zijn geklaagd. De reden voor dat oordeel is dat De Jong onvoldoende onderbouwing heeft gegeven voor het gestelde causale verband tussen de gebeurtenissen rondom de Aldi-order en het wegvallen van Aldi als klant. Daarnaast is de hoogte van de gestelde schade onvoldoende onderbouwd.

Hofer-order

4.21.

Met betrekking tot de Hofer-order komt de rechtbank tot een ander oordeel. De Jong heeft hier wel tijdig geklaagd en ook is er sprake van een tekortkoming. Een deel van de gevorderde schadeposten komt daarom voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank licht dit als volgt toe.

Tijdig geklaagd?

4.22.

Net als bij de Aldi-order geldt ook voor de Hofer-order dat de koper moet klagen binnen vijftien dagen na aankomst in de haven van bestemming, en dat de klacht vergezeld moet gaan van een keuringsrapport van een publiek erkende keuringsinstantie die door de verkoper is geaccepteerd.

4.23.

De Hofer-order is in twee gedeelten verscheept. De aankomstdata zijn 6 juni 2018 en 14 juni 2018.

4.24.

De Jong heeft op 4 juni 2018 geklaagd over de kwaliteit van de schoenen, als De Jong Gaomi per email informeert over negatieve testuitslagen van het keuringsinstituut TUV Rheinland (hierna: TUV) met betrekking tot een overschrijding van de toegestane hoeveelheden van bepaalde chemische bestanddelen in het leer van de schoenen:

[…] The testing lab (see attachment) has confirmed more or less the same FAIL results as per previous TUV report from bulk production: this makes these shoes not suitable for selling, so please stop your search about a possible solution with Kevlar insole (it’s useless, since the chemical problems are unsolvable) […]

4.25.

Dit betekent dat De Jong tijdig heeft geklaagd, namelijk twee dagen voor aankomst van de eerste levering. Gaomi heeft zich er niet op beroepen dat TUV een niet door haar geaccepteerde publiek erkende keuringsinstantie is, zodat de rechtbank er van uit gaat dat ook aan het tweede element van de tussen partijen geldende klachtregeling is voldaan.

Tekortkoming?

4.26.

Gaomi betwist dat zij is tekort geschoten, en voert daartoe aan (1) dat de TUV rapporten waar De Jong zich op beroept niet gaan over de schoenen van de Hofer-order, en (2) dat uit een latere test van het gebruikte leer blijkt dat er geen overschrijding is van de toegestane hoeveelheid chemische bestanddelen. De rechtbank volgt Gaomi niet in dit verweer en licht dit hieronder toe.

4.27.

Gaomi beroept zich tijdens deze procedure voor het eerst op de onjuistheid van de TUV rapporten, terwijl zij deze rapporten al ruim twee jaar in bezit heeft. Verder heeft De Jong op de mondelinge behandeling gemotiveerd uitgelegd aan de hand van nummers en producteigenschappen dat de TUV rapporten wel degelijk betrekking hebben op schoenen uit de Hofer-order. De Jong heeft onderbouwd dat er vaker is getest en dat dat komt doordat het leer van de schoenen telkens werd afgekeurd. In het licht van deze uitleg door De Jong is de betwisting door Gaomi onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de TUV rapporten betrekking hebben op schoenen uit de Hofer order.

4.28.

Gaomi beroept zich daarnaast op twee in haar opdracht uitgevoerde leertesten uit juni 2018, waaruit blijkt dat er geen overschrijding is van de toegestane hoeveelheid chemische bestanddelen. De Jong heeft de relevantie van deze testen direct na ontvangst betwist, en aangevoerd dat niet blijkt dat het geteste leer hetzelfde leer is dat voor de schoenen is gebruikt. Gaomi heeft hier onvoldoende tegen in gebracht, zodat de rechtbank de uitkomst van de leertesten verder buiten beschouwing laat, en uitgaat van de juistheid van de inhoud van de TUV rapporten waar De Jong zich op beroept.

4.29.

Gaomi betwist niet dat de door TUV gemeten overschrijding van de toegestane hoeveelheden chemische bestanddelen een tekortkoming oplevert, waarmee die tekortkoming is komen vast te staan.

Schadevergoeding?

4.30.

Het Weens Koopverdrag bepaalt dat de schadevergoeding wegens een tekortkoming van een partij bestaat uit een bedrag gelijk aan de schade, met inbegrip van de gederfde winst, die door de andere partij als gevolg van de tekortkoming wordt geleden. Een zodanige schadevergoeding mag evenwel niet hoger zijn dan de schade die de partij die in de nakoming is tekort geschoten bij het sluiten van de overeenkomst voorzag of had behoren te voorzien als mogelijk gevolg van de tekortkoming, gegeven de feiten die zij kende of die zij had behoren te kennen.6

4.31.

De Jong vordert vergoeding van de volgende schadeposten:

  • -

    Zeevracht + Luchtvracht + Duty + Transport kosten € 28.973,01

  • -

    Test labs kosten (GRIFFIN + TUV) € 44.854,86

  • -

    Test labs kosten (ITS) € 369,00 (GBP 316,00)

  • -

    Italiaans leer € 40.721,12

  • -

    Boete Hofer € 60.000,00

  • -

    Opslagkosten € 20.680,00

  • -

    Gederfde winst € 24.238,22

4.32.

De onder (1), (2) en (3) genoemde schadeposten zijn door De Jong voldoende onderbouwd en worden door Gaomi niet betwist, zodat de rechtbank de vergoeding daarvan zal toewijzen.

4.33.

Als onderbouwing voor de onder (4) genoemde schadepost ‘Italiaans leer’ voert De Jong aan dat zij nog voorafgaand aan de productie van de schoenen aan Gaomi Italiaans leer heeft geleverd, omdat Gaomi niet beschikte over leer dat schoon genoeg was om gebruikt te worden voor de productie van de schoenen.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat het door De Jong gekochte Italiaanse leer op 11 maart 2018 en 15 maart 2018 per luchtvracht in China is gearriveerd. De chemische tests (met uitslag: “fail”) zijn door TUV op 17 mei 2018 uitgevoerd. De zendingen schoenen zijn op 8 juni 2018 en 14 juni 2018 uit China in Nederland aangekomen.
De Jong heeft niet duidelijk gemaakt wat er met het Italiaanse leer is gebeurd. Als het in de geleverde schoenen is verwerkt, was het kennelijk niet goed, gelet op de test van TUV en de stelling van De Jong dat de geleverde schoenen onverkoopbaar zijn. Als het niet in de geleverde schoenen is verwerkt, dan is onduidelijk wat er dan wel mee is gebeurd.

In beide gevallen heeft De Jong het causale verband tussen de tekortkoming en de gestelde schade (koopprijs Italiaans leer) onvoldoende onderbouwd, zodat dit onderdeel van de vordering niet toewijsbaar is.

4.34.

De schadepost ‘Boete Hofer’ (5) bestaat uit één boete van € 20.000,00 van 8 februari 2018 wegens vertraging in de levering, en één boete van € 40.000,00 van 18 september 2018 wegens leveringsuitval. Gaomi betwist de boetes weliswaar, maar De Jong heeft de boetes met facturen en betaalbewijzen voldoende onderbouwd, zodat de rechtbank er van uit gaat dat de boetes aan De Jong zijn opgelegd.
Gaomi voert nog aan dat slechts een deel van het boetebedrag, namelijk € 45.000,00, is betaald, zodat ten hoogste dat bedrag kan worden toegewezen. De rechtbank volgt dit verweer niet. Dat de boete nog niet volledig is betaald, betekent niet dat de boete niet alsnog volledig betaald moet worden.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het totale boetebedrag als schadepost te gelden en is deze schadepost geheel toewijsbaar. Daarbij acht de rechtbank van belang dat uit het verhandelde ter zitting is gebleken aan de opgelegde boetes een lang traject vooraf is gegaan. Sinds december 2016 waren Gaomi en De Jong al bezig met de (voorbereiding van de) order. Gaomi kreeg het echter niet voor elkaar schone materialen aan te leveren, waardoor de productie niet kon worden opgestart en de levertermijn steeds werd opgeschoven. De boetes zijn het gevolg van het feit dat Gaomi de schoenen niet tijdig aan De Jong heeft kunnen leveren en De Jong als gevolg daarvan niet aan haar klant Hofer. De rechtbank is daarom van oordeel dat Gaomi de aan De Jong opgelegde boetes moet vergoeden.

4.35.

De schadepost ‘Opslagkosten’ (6) wordt door Gaomi betwist. Gaomi stelt dat nergens uit blijkt dat de schoenen zijn opgeslagen en niet gewoon zijn geleverd aan Hofer. Naar het oordeel van de rechtbank heeft De Jong dit onderdeel van de vordering voldoende met bewijsmateriaal zoals foto’s onderbouwd. De rechtbank zal de schadepost van € 20.680,00 daarom als onvoldoende gemotiveerd betwist toewijzen.

4.36.

Gaomi betwist de schadepost ‘Gederfde winst’ (7) en voert daartoe aan dat de schoenen nog waarde hebben en verkoopbaar zijn. De Jong heeft tijdens de mondelinge behandeling erkend dat de schoenen nog enige waarde hebben, maar de verkoopwaarde van de schoenen ingeschat op niet meer dan € 2,00 per paar. Dit laatste is door Gaomi niet betwist. Met deze informatie en de beschikbare gegevens uit de schadestaatberekening van De Jong (productie 29), komt de rechtbank tot de volgende berekening ten aanzien van de gederfde winst:

Verkoopwaarde (als aan Hofer zou zijn geleverd) € 169.792,00

Inkoopwaarde € 104.832,66 –

Restwaarde (15432 paar x € 2,00) € 30.864,00 –

Gederfde winst € 34.095,34

Dit schadebedrag is echter niet toewijsbaar, omdat Gaomi een lager bedrag, namelijk € 24.238,22, heeft gevorderd. De rechtbank zal de schadepost ‘Gederfde winst’ tot dit bedrag toewijzen.

4.37.

Samengevat zal de rechtbank de volgende bedragen aan schadevergoeding toekennen:

Zeevracht + Luchtvracht + Duty + Transport kosten € 28.973,01

Test labs kosten (GRIFFIN + TUV) € 44.854,86

Test labs kosten (ITS) € 369,00

Boete Hofer € 60.000,00

Opslagkosten € 20.680,00

Gederfde winst € 24.238,22 +

Totaal € 179.115,09

Rente

4.38.

De Jong vordert de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het schadebedrag met ingang van de leveringsdatum. De verplichting tot schadevergoeding is echter geen verbintenis tot betaling van een geldsom die voortvloeit uit een handelsovereenkomst waarop artikel 6:119a BW betrekking heeft. Wel toewijsbaar is de wettelijke rente in de zin van artikel 6:119 BW. De wettelijke rente is toewijsbaar met ingang van de dag van indiening van de eis in reconventie, zijnde 12 februari 2020, nu voor een eerdere verzuimdatum (de datum van levering) onvoldoende is gesteld.

Proceskosten

4.39.

Aangezien partijen in reconventie op onderdelen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

in conventie

Hoofdsom

4.40.

Gaomi vordert betaling door De Jong van een aantal facturen en voert daartoe aan dat De Jong haar verplichtingen uit de onderliggende koopovereenkomsten moet nakomen. Het bestaan van de koopovereenkomsten wordt door De Jong niet betwist. Dat betekent dat De Jong in beginsel moet nakomen en de facturen aan Gaomi moet betalen.7

4.41.

De Jong betwist de verschuldigdheid van de facturen LF-285-1 en LF-285-2 voor de Hofer-order, omdat de schoenen niet volgens de daaraan te stellen kwaliteitseisen zijn geleverd. De rechtbank heeft hiervoor de vordering van De Jong tot de schadevergoeding met betrekking tot de Hofer-order in reconventie behandeld. Daarbij is onder andere een vergoeding voor gederfde winst toegekend met als uitgangspunt dat De Jong een inkoopprijs voor de schoenen betaalt. Die inkoopprijs is de prijs van de factuur. De conclusie is dat De Jong ook de facturen van de Hofer-order moet betalen.

4.42.

Het beroep van De Jong op opschorting en verrekening is niet langer relevant, omdat de door De Jong ingestelde tegenvorderingen al in reconventie zijn behandeld en, voor zover door de rechtbank gegrond bevonden, tot een veroordeling van Gaomi hebben geleid.

4.43.

De conclusie is dat de gevorderde hoofdsom van $ 733.397,45 zal worden toegewezen.

Rente

4.44.

Gaomi vordert wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW, vanaf de vervaldata van de facturen (zie hiervoor onder 2.8), tot aan de dag dat volledig is betaald. De rechtbank zal deze vordering toewijzen, omdat de overeenkomsten tussen partijen handelsovereenkomsten zijn waarop de regeling van de wettelijke handelsrente van artikel 6:119a BW van toepassing is, en omdat de vervaldata door De Jong niet zijn weersproken.

Buitengerechtelijke kosten

4.45.

Gaomi vordert betaling van buitengerechtelijke kosten, en begroot deze op $ 73.339,70 (10% van de hoofdsom).

4.46.

De Jong verweert zich met de stelling dat Gaomi met die vordering juridische kosten en ‘punitive damages’ vordert, en dat dit op grond van het Weens Koopverdrag niet is toegestaan.

4.47.

De rechtbank volgt De Jong niet in haar verweer. Gaomi voert als kostenposten op administratieve kosten, personele kosten, incassokosten en advocaatkosten. Deze kosten kwalificeren naar het oordeel van de rechtbank als buitengerechtelijke kosten, en niet als ‘punitive damages’. Het Weens Koopverdrag biedt de mogelijkheid om vergoeding van buitengerechtelijke kosten te vorderen, en uit niets blijkt dat daar niet ook juridische kosten onder kunnen vallen.8 Omdat het Weens Koopverdrag niets bepaalt over de hoogte van de in aanmerking te nemen buitengerechtelijke kosten, moet de vergoeding hiervan worden vastgesteld naar het Chinees recht9. Uit een oogpunt van doelmatigheid en kostenbesparing voor partijen ziet de rechtbank er vanaf om de precieze inhoud van het Chinese recht op dit punt vast te stellen en zal zij aansluiting zoeken bij hetgeen partijen haar op dit punt hebben voorgehouden. Nu De Jong de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke kosten op zichzelf niet heeft betwist, zal de rechtbank het bedrag van $ 73.339,70 toewijzen.

Proceskosten

4.48.

De Jong zal als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld worden in de proceskosten van Gaomi, die de rechtbank als volgt begroot:

Dagvaarding € 104,54

Griffierecht € 4.030,00

Salaris advocaat € 9.642,00 (3 punten × tarief € 3.214,00)

Totaal € 13.776,54

in de incidenten

4.49.

De rechtbank heeft in haar tussenvonnissen van 25 maart 2020 en 2 december 2020 Gaomi veroordeeld om, kort gezegd, ten behoeve van De Jong zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan zij in conventie zou kunnen worden veroordeeld. De rechtbank heeft de beslissing omtrent de kosten van de incidenten aangehouden. De rechtbank veroordeelt Gaomi als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de incidenten en begroot deze op € 1.126,00 (2 punten × tarief € 563,00).

5 De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt De Jong om aan Gaomi te betalen een bedrag van $ 733.397,45, om te rekenen in EUR volgens de officiële koers gepubliceerd door de ECB, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over de factuurbedragen vanaf de in r.o. 2.8 genoemde vervaldata van de facturen tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt De Jong om aan Gaomi te betalen een bedrag van $ 73.339,70 aan buitengerechtelijke kosten, om te rekenen in EUR volgens de officiële koers gepubliceerd door de ECB,

5.3.

veroordeelt De Jong in de proceskosten, aan de zijde van Gaomi tot op heden begroot op € 13.776,54,

in reconventie

5.4.

veroordeelt Gaomi om aan De Jong te betalen een bedrag van € 179.115,09, te vermeerderen met wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 12 februari 2020 tot de dag van volledige betaling,

5.5.

compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af,

in de incidenten

5.7.

veroordeelt Gaomi in de kosten van de incidenten, aan de zijde van De Jong tot op heden begroot op € 1.126,00,

in conventie, in reconventie en in de incidenten

5.8.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 5.1, 5.2, 5.3, 5.4 en 5.7 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.C. Haverkate, mr. L.J. Saarloos en mr. D.J. Straathof en in het openbaar uitgesproken op 21 april 2021.10

1 Artikel 1 lid 1 sub a Weens Koopverdrag

2 Artikel 7 lid 2 Weens Koopverdrag

3 Artikel 4 lid 1 sub a Rome I

4 Artikel 38 Weens Koopverdrag

5 Artikel 39 Weens Koopverdrag

6 Artikel 74 Weens Koopverdrag

7 Artikel 53 Weens Koopverdrag

8 Artikel 74 Weens Koopverdrag

9 Artikel 7 Weens Koopverdrag en Rome I

10 type: ST/DJS coll: ACH/LS