Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3201

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-04-2021
Datum publicatie
26-04-2021
Zaaknummer
315199 RK HO 21.295
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Beschikking ex artikel 383 lid 4 Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2021-0136
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

Beschikking ex artikel 383 lid 4 Faillissementswet (Fw)

rekestnummer: 315199 RK HO 21.295

uitspraakdatum: 16 april 2021

beschikking ex artikel 383 lid 4 Fw in de zaak van:

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Amero Compressoren B.V.

statutair gevestigd te Badhoevedorp,

verzoekster,

advocaat: mr. A.G. Moeijes, kantoorhoudende te Velsen-Zuid.

1 De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 9 april 2021 ter griffie van deze rechtbank een startverklaring als bedoeld in artikel 370 lid 3 Faillissementswet (Fw) gedeponeerd.

1.2.

Vervolgens heeft verzoekster op 13 april 2021 ter griffie van deze rechtbank een verzoekschrift tot homologatie van een akkoord ex artikel 383 Fw ingediend.

2 De beoordeling

2.1.

De rechtbank stelt allereerst vast dat het onderhavige verzoek het eerste verzoek is dat verzoekster aan de rechtbank heeft voorgelegd na het deponeren van de startverklaring. Dat betekent dat de rechtbank thans dient vast te stellen welk soort akkoordprocedure als bedoeld in artikel 369 lid 6 Fw door verzoekster is gekozen bij de voorbereiding van het akkoord. Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen of aan haar de rechtsmacht en relatieve bevoegdheid toekomen om van het verzoek kennis te nemen.

2.2.

Blijkens de gedeponeerde startverklaring en het verzoekschrift tot homologatie van een akkoord kiest verzoekster voor een openbare akkoordprocedure. Of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft om verzoeken als het onderhavige in behandeling te nemen wordt in artikel 369 lid 7 Fw bepaald:

a. op grond van de in artikel 5, derde lid, genoemde verordening voor zover het verzoeken betreft die worden ingediend in het kader van een openbare akkoordprocedure buiten faillissement en de genoemde verordening van toepassing is, dan wel

b. artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

2.3.

Voor toepassing van de in artikel 5 lid 3 Fw genoemde verordening (hierna: de Insolventieverordening) is vereist dat sprake is van een collectieve insolventieprocedure als bedoeld in artikel 1 lid 1 van de Insolventieverordening en zoals opgesomd in bijlage A bij die verordening. De Wet Homologatie Onderhands Akkoord staat (nog) niet in deze bijlage vermeld, zodat de Insolventieverordening niet van toepassing is op onderhavig verzoek. De rechtsmacht dient daarom te worden ontleend aan artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Verzoekster is statutair gevestigd in Badhoevedorp. Hieruit volgt dat aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt, en dat de rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem relatief bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

2.4.

De openbare akkoordprocedure en de bevoegdheid van de rechtbank liggen hiermee voor de volledige duur van de akkoordprocedure vast.

2.5.

Ingevolge artikel 383 lid 4 Fw zal een zitting worden bepaald waarop de rechtbank de homologatie behandelt.

2.6.

Daarnaast zal de rechtbank verzoekster ingevolge artikel 383 lid 5 Fw opdragen van deze beschikking onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders.

2.7.

Aangezien het akkoord is aangeboden in het kader van een openbare akkoordprocedure wijst de rechtbank verzoekster er voorts op dat zij ingevolge artikel 370 lid 4 Fw de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld dient te verzoeken in de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 19a Fw, en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in artikel 24 van de Insolventieverordening.

3 De beslissing

De rechtbank

  • -

    bepaalt dat de rechtbank de homologatie ter (digitale) openbare terechtzitting zal behandelen op 22 april 2021 te 12.30 uur,

  • -

    draagt verzoekster op van deze beschikking onverwijld schriftelijk kennis te geven aan de stemgerechtigde schuldeisers en aandeelhouders,

  • -

    wijst verzoekster er op dat zij ingevolge artikel 370 lid 4 Fw de griffier van de rechtbank Den Haag onverwijld dient te verzoeken in de registers, bedoeld in de artikelen 19 en 19a Fw, en in de Staatscourant melding te maken van de gegevens, bedoeld in artikel 24 van de Insolventieverordening.

Deze beschikking is gegeven door mr. M. Wouters (voorzitter), mr. R. Cats en mr. M.D.E. Leppens, rechters, en in het openbaar uitgesproken door mr. M. Wouters op 16 april 2021 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.