Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:3192

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-04-2021
Datum publicatie
06-05-2021
Zaaknummer
8239613 \ CV EXPL 19-19837
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Vertraging wegens buitengewone omstandigheden. Alle redelijke maatregelen genomen?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8239613 \ CV EXPL 19-19837

Uitspraakdatum: 7 april 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]

beiden pro se en in hoedanigheid van wettelijke vertegenwoordiger voor hun minderjarige kinderen [minderjarige 1] en [minderjarige 2]

allen wonende te [woonplaats]

eisers

hierna te noemen: de passagiers

gemachtigde: mr. T.C. Splinter (SRK Rechtsbijstand B.V.)

tegen

Transavia Airlines C.V.

gevestigd te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

gemachtigde: mr. M. Reevers en mr. L. Kloot

1 Het procesverloop

1.1.

De passagiers hebben bij dagvaarding van 19 december 2019 een vordering tegen de vervoerder ingesteld. De vervoerder heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagiers hebben hierop schriftelijk gereageerd, waarna de vervoerder een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagiers hebben vervolgens nog een akte genomen.

1.3.

Op 11 maart 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft de vervoerder bij brieven van 10 en 24 februari 2021 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Valencia (Spanje) naar Eindhoven op 9 augustus 2019, hierna: de vlucht.

2.2.

De passagiers zijn met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming aangekomen.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.5.

De passagiers zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren.

3 De vordering

3.1.

De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 2 oktober 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 150,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.

3.2.

De passagiers hebben aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is hen te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00 per passagier.

4 Het verweer

4.1.

De vervoerder betwist de vordering en doet een beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Daartoe heeft hij, onder meer, het volgende aangevoerd.

4.2.

Op 9 augustus 2019 ondervond de vervoerder hinder in zijn operatie door de besluiten van de luchtverkeersleiding. Hierdoor kon de vlucht in kwestie niet tijdig vertrekken. Voorafgaand aan de vlucht in kwestie heeft het toestel de vlucht Eindhoven-Valencia uitgevoerd. Deze vlucht is vertraagd uitgevoerd doordat Eurocontrol, een externe partij die het Europese luchtverkeer reguleert bij verstoringen, verschillende CTOT’s (Calculated Take-off Time) aan het toestel heeft opgelegd. Het toestel zou volgens de oorspronkelijke planning om 15:40 UTC vanaf Eindhoven vertrekken en om 18:00 UTC in Valencia aankomen. Het toestel kreeg echter vanaf 13:40 UTC verschillende CTOT’s opgelegd. Hierdoor is het toestel uiteindelijk met een vertraging van 52 minuten om 18:52 UTC in Valencia aangekomen. De vervoerder heeft vervolgens om een short turn around verzocht en de vertrektijd voor de vlucht in kwestie met een half uur verlegd naar 19:15 UTC. De luchtverkeersleiding heeft aan het toestel een tijdslot van 19:39 UTC opgelegd. De vervoerder heeft deze slottijd echter niet gehaald, omdat de brandstofwagen niet op tijd aanwezig was. Door het wachten op het tanken is een additionele vertraging van 25 minuten ontstaan. Tanken wordt op voorhand aangevraagd en ingepland. Dit betekent dat de tankwagen reeds op het platform staat te wachten op het moment dat het toestel aankomt, of binnen enkele minuten arriveert. De omdraaitijd is ongeveer 40 minuten en tanken duurt ongeveer tien minuten. Er zit dus de nodige speling in de planning om te kunnen tanken. Een vertraging van 25 minuten levert normaliter dus ook geen problemen op, maar in dit geval wel omdat er al de nodige vertraging door de slotberichten was ontstaan. Uiteindelijk kreeg het toestel een laatste slottijd van 20:58 UTC opgelegd en die heeft de vervoerder ook gebruikt. Door de wettelijke sluitingstijd van de luchthaven van Eindhoven is de vervoerder uitgeweken naar Amsterdam. Vanaf Amsterdam zijn de passagiers met bussen naar Eindhoven vervoerd.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Vast staat dat de passagiers met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming zijn aangekomen, zodat de vervoerder op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien hij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden op grond van artikel 5, lid 3, van de Verordening. In punt 15 van de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever er op gewezen dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt.

5.3.

De vraag die thans voorligt is of de vervoerder met zijn overgelegde stukken en zijn toelichting daarop voldoende gemotiveerd heeft aangetoond dat de langdurige vertraging op de eindbestemming door buitengewone omstandigheden is veroorzaakt. Deze vraag wordt bevestigend beantwoord. Het eerste deel van de vertraging is veroorzaakt doordat aan het toestel tijdens de voorafgaande vlucht verschillende CTOT’s zijn opgelegd. Blijkens de overgelegde slotberichten zijn deze CTOT’s opgelegd wegens code WE 81 en code SE 82. Anders dan door de passagiers wordt gesteld, heeft de vervoerder gemotiveerd onderbouwd dat code WE 81 staat voor “Thunderstorm; low visibility; strongcross winds; ATFM due to ATC Staff/Equipment Enroute” en dat code SE 82 staat voor “ATFM due to ATC ENROUTE DEMAND/CAPACITY.” Omdat Eurocontrol steeds nieuwe vertrektijden aan het toestel heeft opgelegd, was het niet mogelijk om toch eerder te vertrekken; de instructie van de luchtverkeersleiding moet immers altijd worden opgevolgd. Het tweede en derde deel van de vertraging is veroorzaakt doordat de vervoerder de tijdslot van 19:39 UTC niet heeft gehaald, omdat hij moest wachten op de brandstofwagen. Hoewel de kantonrechter van oordeel is dat dit in beginsel geen buitengewone omstandigheid oplevert, heeft de vervoerder gemotiveerd onderbouwd dat dit specifieke toestel slechts voor één vlucht tankt, omdat het vliegen met een dubbele hoeveelheid aan brandstof onwenselijk is, doordat er ijsvorming op de vleugels kan ontstaan en met ijs op de vleugels mag niet worden gevlogen. Tegenover de stelling van de passagiers dat niet is gebleken waarom de tankbeurt vóór de short turn niet nodig is geweest en na het verkrijgen van een later tijdslot wel heeft de vervoerder gemotiveerd weerlegd dat normaliter een vertraging van 25 minuten geen problemen oplevert, omdat de er de nodige speling in de planning is om te kunnen tanken, maar in dit geval leverde de vertraging wel problemen op doordat er al vertraging wegens de slotberichten was ontstaan. Blijkens de slotberichten heeft Eurocontrol als laatst een slot van 20:58 UTC afgegeven wegens code SE 82. Met de vervoerder is de kantonrechter van oordeel dat dit omstandigheden zijn waarop de vervoerder geen invloed heeft kunnen uitoefenen. In verband met de wettelijke sluitingstijd van de luchthaven van Eindhoven is het toestel naar Amsterdam uitgeweken. Vanaf Amsterdam heeft de vervoerder bussen ingezet die om 02:10 UTC in Eindhoven zijn gearriveerd. De vertraging die is ontstaan wegens het uitwijken naar Amsterdam is niet los te zien van de hiervoor genoemde vertragingsoorzaken. Gelet op het voorgaande is de vertraging van de passagiers het gevolg van buitengewone omstandigheden.

5.4.

De volgende vraag die beantwoord dient te worden is of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. De vlucht van de passagiers is om 23:07 UTC in Amsterdam gearriveerd. Uit de overgelegd producties blijkt dat de bussen om 00:15 UTC vanaf Amsterdam zijn vertrokken. De passagiers stellen dat de bussen niet tijdig zijn ingeschakeld, omdat de bussen pas om 00:15 UTC vanaf Amsterdam zijn vertrokken. De kantonrechter gaat voorbij aan deze stelling van de passagiers, omdat niet is gebleken hoelang de passagiers uiteindelijk op de bussen hebben gewacht voordat zij de taxi naar huis hebben genomen. Daar komt bij dat de vervoerder gemotiveerd heeft aangevoerd dat het enige tijd heeft gekost om de passagiers en de bagages uit te laden en vervolgens de passagiers op de bus te zetten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder dan ook alle redelijke maatregelen getroffen om de langdurige vertraging op de eindbestemming te beperken. In de gegeven situatie kon er niet meer van de vervoerder worden verwacht. De vordering van de passagiers zal dan ook worden afgewezen.

5.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten komen voor rekening van de passagiers, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 372,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 62,00 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter