Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:2796

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
27-01-2021
Datum publicatie
28-04-2021
Zaaknummer
8221518 \ CV FORM 19-19180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak (EPGV). Passagiers stellen dat sprake was van een instapweigering. Vervoerder heeft betwist en aangetoond dat de passagiers te laat waren met inchecken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8221518 \ CV FORM 19-19180

Uitspraakdatum: 27 januari 2021

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

1 [passagier sub 1]

2. [passagier sub 2]
beiden pro se en in de hoedanigheid als wettelijk vertegenwoordigers van

3. [passagier sub 3]

4. [passagier sub 4]
allen wonende te [woonplaats]

verzoekende partij

verder te noemen: de passagiers

gemachtigde: A. Rondberg (ARAG Legal Services B.V. (Flight Claim))

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Deutsche Lufthansa Aktiengesellschaft

gevestigd te Keulen (Duitsland) en mede kantoorhoudende te Frankfurt, gemeente Haarlemmermeer

verwerende partij

verder te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

Dit verloop blijkt uit:

  • -

    het vorderingsformulier (formulier A), ingekomen ter griffie op 12 december 2019;

  • -

    het antwoordformulier (formulier C), ingekomen ter griffie op 14 januari 2020;

  • -

    de conclusie van repliek, ingekomen ter griffie op 19 februari 2020;

  • -

    de conclusie van dupliek, ingekomen ter griffie op 24 april 2020.

2 De feiten

2.1.

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder de passagiers diende te vervoeren van Amsterdam, via München (Duitsland), naar Alicante (Spanje) op 19 april 2019.

2.2.

De passagiers zijn met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming gearriveerd.

2.3.

De passagiers hebben compensatie van de vervoerder verzocht in verband met voornoemde vertraging.

2.4.

De vervoerder heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

2.5.

De passagiers zijn door de kantonrechter gemachtigd de onderhavige procedure namens hun minderjarige kinderen te voeren.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

De passagiers verzoeken de vervoerder te veroordelen tot betaling van:

- € 2.188,67, waarvan € 1.600,00 aan compensatie op grond van de Verordening en € 588,67 aan aanvullende kosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 328,30 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 17 juli 2019;
- de proceskosten.

3.2.

De passagiers baseren het verzoek op de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Europese Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof).

3.3.

De passagiers stellen dat de vervoerder vanwege de vertraging gehouden is compensatie te betalen conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 400,00 per passagier. Daarnaast maken de passagiers aanspraak op betaling door de vervoerder van de buitengerechtelijke kosten en de wettelijke rente.

3.4.

De vervoerder betwist de verschuldigdheid en de hoogte van het verzochte. Op het verweer wordt - voor zover relevant - bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van het verzoek kennis te nemen.

4.2.

De passagiers hebben bij verzoekschrift gesteld dat zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn gearriveerd, omdat de vlucht van Amsterdam naar München zou zijn geannuleerd. De vervoerder heeft bij verweerschrift aangetoond dat de betreffende vlucht wél is uitgevoerd. Bij repliek zijn de passagiers hierop teruggekomen; het missen van de vlucht zou zijn beleefd als een annulering, maar zou eigenlijk een instapweigering hebben behelst. De vlucht zou overboekt zijn geweest, waardoor passagiers de toegang tot de vlucht is ontzegd. De daaruit voortvloeiende vertraging heeft ertoe geleid dat zij hotelkosten en maaltijdkosten hebben moeten maken, stellen de passagiers. Ook hebben zij extra kosten moeten maken betreffende een reservering op een huurauto. De vervoerder heeft de stellingen van de passagiers betwist. Zij voert aan dat de passagiers simpelweg te laat waren voor de vlucht, ten gevolge van een lange rij bij de check-in balie. Uit coulance zijn de passagiers kosteloos omgeboekt naar een vlucht via Zürich, aldus de vervoerder.

4.3.

De vervoerder heeft met het overleggen van een vluchtrapport onderbouwd dat de vlucht van Amsterdam naar München niet overboekt was. Dat zij in een eerdere mailwisseling iets anders heeft gecommuniceerd is daarmee duidelijk weerlegd. Ook heeft de vervoerder met het overleggen van (reserverings)gegevens van de passagiers onderbouwd dat zij volgens haar interne systemen te laat waren met inchecken. De passagiers hebben bij repliek niet betwist of anderzijds toegelicht dat het late inchecken buiten haar eigen verantwoordelijkheid lag. Het verweer van de vervoerder wordt derhalve gevolgd. Het komt voor eigen risico en verantwoordelijkheid van de passagiers dat zij op tijd op de luchthaven zijn en bijtijds zijn ingecheckt voor de vlucht. De passagiers hebben niet voldaan aan de vereisten van art. 3 lid 2 van de Verordening. De Verordening is derhalve niet van toepassing op de vordering van de passagiers.

4.4.

Als zodanig zal de vordering van de passagiers voor compensatie op grond van de Verordening worden afgewezen. Daarmee wordt tevens de vordering aangaande de aanvullende kosten afgewezen, nu er geen recht op verzorging als bedoeld in art. 9 van de Verordening bestaat.

4.5.

De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat deze ongelijk krijgen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

wijst het verzochte af;

5.2.

veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de vervoerder tot en met vandaag worden begroot op € 420,00 aan salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door mr. M.M. Kruithof, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open