Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:2086

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-03-2021
Datum publicatie
24-03-2021
Zaaknummer
8873277 AO VERZ 20-182
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
Inhoudsindicatie

Geen van partijen heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd. De arbeidsovereenkomst is van rechtswege geëindigd door het verstrijken van de bepaalde tijd. Verzoek tot betaling achterstallig salaris wordt toegewezen, transitievergoeding afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0364
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8873277 \ AO VERZ 20-182

Uitspraakdatum: 3 maart 2021

Beschikking in de zaak van:

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

verzoekende partij in het verzoek

verwerende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. P. Bilhaire

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid De Technische Detacheerder Diensten B.V.,

gevestigd te Hoofddorp

verwerende partij in het verzoek

verzoekende partij in het tegenverzoek

verder te noemen: TDD

gemachtigde: mr. C. Heefer

Samenvatting

In deze zaak gaat het om de vraag of de werkgever of de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. De kantonrechter is van oordeel dat geen van beiden de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd en dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd door het verstrijken van de bepaalde tijd. Het verzoek tot betaling van het achterstallige salaris wordt toegewezen. De transitievergoeding wordt afgewezen, omdat de werknemer duidelijk te kennen heeft gegeven dat zij de arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten.

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft een onder andere een verzoek gedaan om de opzegging van de arbeidsovereenkomst door TDD te vernietigen. [werknemer] heeft ook een verzoek gedaan om op grond van artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) een voorlopige voorziening te treffen. TDD heeft een verweerschrift en tegenverzoek ingediend. Op 2 februari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht.

2 De feiten

2.1.

TDD is een onderneming gericht op de bemiddeling van technisch personeel. [directeur] (hierna: [directeur] ) is de directeur van TDD.

2.2.

[werknemer] is op 1 juni 2020 in dienst getreden bij TDD voor bepaalde tijd tot 1 januari 2021. [werknemer] verrichtte werkzaamheden op de financiële administratie voor een salaris van € 2.545,- bruto per maand exclusief emolumenten. In de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd is geen tussentijds opzegbeding opgenomen. Verder staat in de arbeidsovereenkomst dat tijdens ziekte het salaris 100 % bedraagt.

2.3.

Op 24 augustus 2020 hebben partijen elkaar op het kantoor van TDD gesproken. Naar aanleiding van dit gesprek hebben partijen de volgende sms-berichten over en weer gestuurd:

[directeur]

“ [voornaam 1] , Laten we als pijldatum 1 dec aanhouden. Hebben we beide de ruimte om iets anders te vinden. Kunnen we de werkzaamheden ook correct afronden”

[werknemer]

“ [voornaam 2] , met 1 december kan ik niet akkoord gaan. Ik wil best nadenken over een andere einddatum maar dat zal dichtbij 1 oktober zijn. (…)”

2.4.

Op 25 augustus 2020 heeft de volgende e-mailwisseling – voor zover hier relevant – tussen partijen plaatsgevonden:

[directeur]

“ik heb jou niet ontslagen. Doe ik ook niet. Jij geeft zelf aan te willen stoppen”

[werknemer]

“(…) Het klopt dat ik wil stoppen omdat de vertrouwensband verbroken is (…)”

[directeur]

“Desalniettemin wil ik best meewerken met jouw wens hierin. Mijn voorstel is dat wij per 1 december de samenwerking uiterlijk beëindigen. Als je eerder weg wilt, werk ik niet mee aan een vaststellingsovereenkomst. Zo hebben wij beide voldoende ruimte op zoek te gaan naar iets anders.”

[werknemer]

“Dat is duidelijke taal. Uiteraard kan ik hier niet mee akkoord gaan. (…)”

[directeur]

“Ik ga geen vaststellingsovereenkomst aan, als je eerder dan 1 december stopt. (…)”

2.5.

[werknemer] heeft zich op 25 augustus 2020 tot haar gemachtigde gewend. De gemachtigden van partijen hebben daarna met elkaar onderhandeld. Dit heeft niet tot een oplossing geleid.

2.6.

[werknemer] heeft zich op 14 september 2020 ziekgemeld.

2.7.

Op 15 september 2020 heeft [directeur] de volgende e-mail aan [werknemer] gestuurd: “Zoals reeds eerder besproken en afgesproken nogmaals de mededeling van het beëindiging van onze samenwerking per 1 oktober 2020. Initieel heb jij aangegeven te stoppen met onze samenwerking en ik ben hiermee akkoord gegaan. Je hebt dit ook d.d. 24 augustus per schrijven gecommuniceerd te willen stoppen per (rond) 1 oktober.”

2.8.

Bij e-mail van 21 september 2020 heeft [directeur] het volgende geschreven: “Wij stoppen per 1 oktober zoals besproken.”

2.9.

In reactie hierop heeft [werknemer] geschreven dat zij niet heeft ingestemd met het einde van haar dienstverband. Zij wil zich richten op haar re-integratie. Daarop heeft TDD diezelfde dag [werknemer] de volgende e-mail gestuurd: “Jij hebt zelf je ontslag ingediend, en wenst per 1 oktober (of erg in de buurt van 1 oktober te willen stoppen) (…) Onze samenwerking stopt per 1 oktober(…)”.

2.10.

Vanaf 1 oktober 2020 heeft [werknemer] geen salaris meer ontvangen van TDD. Zij heeft zich wel beschikbaar gehouden voor haar werkzaamheden. Verder heeft [werknemer] de sleutels bij TDD (op haar verzoek) ingeleverd.

3 Het verzoek

3.1.

[werknemer] verzoekt primair – na wijziging van eis – vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door TDD en TDD te veroordelen tot betaling van het loon van [werknemer] vanaf 1 oktober 2020 tot het einde van de arbeidsovereenkomst, vermeerderd met de wettelijke verhoging. Verder heeft [werknemer] verzocht om betaling van de transitievergoeding van € 536,96 bruto. Subsidiair verzoekt [werknemer] om betaling van een transitievergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging. Zowel primair als subsidiair verzoekt [werknemer] om betaling van de wettelijke rente, afgifte van deugdelijke bruto/netto specificaties op straffe van een dwangsom van € 250,- per dag met een maximum van € 10.000, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.

3.2.

Aan dit verzoek legt [werknemer] (samengevat) ten grondslag dat TDD de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd. [werknemer] heeft recht op betaling van haar loon tot 1 januari 2021, omdat de arbeidsovereenkomst op die datum is geëindigd. Omdat de arbeidsovereenkomst door toedoen van TDD is geëindigd, heeft [werknemer] recht op een transitievergoeding.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

TDD verweert zich tegen het verzoek en verzoekt om afwijzing van de verzoeken van [werknemer] . Daartoe heeft TDD samengevat aangevoerd dat [werknemer] zelf de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd per begin oktober 2020. Op het verweer zal bij de beoordeling nader worden ingegaan.

4.2.

In de zaak van het (voorwaardelijk) tegenverzoek verzoekt TDD om voor recht te verklaren dat het dienstverband per 1 oktober 2020 dan wel begin oktober 2020 rechtsgeldig is geëindigd, met veroordeling van [werknemer] in de proceskosten en nakosten.

5 De beoordeling

De voorlopige voorziening

5.1.

Omdat in deze beschikking al een beslissing wordt gegeven over het verzoek van [werknemer] , is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek en het tegenverzoek

De opzegging van de arbeidsovereenkomst

5.2.

[werknemer] heeft gesteld dat [directeur] bij e-mailberichten van 15 en 21 september 2020 de arbeidsovereenkomst met haar heeft opgezegd. TDD betwist dit. [directeur] heeft met verwijzing naar het sms-bericht van 24 augustus 2020 bij e-mail van 15 september 2020 geschreven: “Zoals reeds eerder besproken en afgesproken nogmaals de mededeling van het beëindigen van onze samenwerking per 1 oktober 2020.” Op 21 september 2020 heeft [directeur] geschreven: “we stoppen per 1 oktober ”. De kantonrechter is van oordeel dat deze berichten op zichzelf en in onderling verband niet als opzegging gekwalificeerd kunnen worden. Partijen waren op dat moment met elkaar in onderhandeling om tot een vaststellingsovereenkomst te komen. In haar e-mail van 15 september 2020 is TDD er ten onrechte vanuit gegaan dat is besproken en afgesproken dat de arbeidsrelatie per 1 oktober 2020 zou eindigen. [werknemer] heeft dit aanbod niet gedaan. Daarvoor is de reactie van [werknemer] ‘ik wil best nadenken over een andere einddatum maar dat zal dichtbij 1 oktober zijn’ te weinig specifiek. Bovendien heeft [werknemer] deze mededeling gedaan voordat zij zich had laten informeren door haar gemachtigde over de gevolgen van het meewerken aan beëindiging van de arbeidsovereenkomst en heeft [directeur] eerst na de ziekmelding van [werknemer] willen instemmen met de datum van 1 oktober 2019. Ook de mededeling van [directeur] van 21 september 2020 kan bezwaarlijk op zichzelf – en zonder verdere context – als een opzegging van de arbeidsovereenkomst worden gelezen. Daarbij acht de kantonrechter het mede van belang dat de e-mail geen opzeggingsgrond bevat, niet wordt opgezegd met inachtneming van de opzegtermijn en door TDD geen eindafrekening is opgemaakt. Het enkele feit dat [werknemer] haar sleutels heeft ingeleverd, maakt dat niet anders. Uit de overige ingebrachte correspondentie blijkt evenmin dat TDD de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Ook van een werkgever mag duidelijkheid worden verwacht als het gaat om een (eenzijdige) beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze duidelijkheid ontbreekt. De e-mailberichten waarop [werknemer] zich beroept moeten worden gezien in het licht van de onderhandelingen tussen partijen over beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden. Onderhandelingen die niet tot resultaat hebben geleid. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat de arbeidsovereenkomst niet door TDD is opgezegd.

5.3.

TDD heeft betoogd dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst – tot drie keer toe – heeft opgezegd. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst TDD naar:

(1) het bericht van [directeur] van 24 augustus 2020 in reactie op én als bevestiging van het gesprek eerder die dag, waarin [werknemer] heeft aangegeven dat zij het dienstverband wilde beëindigen. Namelijk: “Laten we als pijldatum 1 dec aanhouden”

(2) de reactie daarop van [werknemer] diezelfde dag: “ [voornaam 2] , met 1 december kan ik niet akkoord gaan. Ik wil best nadenken over een andere einddatum maar dat zal dichtbij 1 oktober zijn”

(3) de e-mail van [werknemer] van 25 augustus 2020, waarin zij heeft geschreven: “Het klopt dat ik wil stoppen omdat de vertrouwensband verbroken is”.

5.4.

De kantonrechter is van oordeel dat uit de berichten niet kan worden afgeleid dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd. Daartoe wordt overwogen dat voor de opzegging van een arbeidsovereenkomst door een werknemer een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring is vereist, die erop is gericht de beëindiging van de arbeidsovereenkomst te bewerkstelligen. De ratio hierachter is dat de werknemer moet worden behoed voor de ernstige gevolgen die vrijwillige beëindiging van het dienstverband kan hebben, zoals het mogelijke verlies van ontslagbescherming en aanspraken op grond van de sociale zekerheidswetgeving, met name een werkloosheidsuitkering. In het voorliggende geval is van een dergelijke duidelijke en ondubbelzinnige verklaring geen sprake. Het enige dat uit de hiervoor vermelde berichten blijkt is dat [werknemer] wilde stoppen met haar werkzaamheden bij TDD en dat partijen – naar aanleiding van de mededeling van [werknemer] dat zij wilde stoppen – in onderhandeling zijn getreden om gezamenlijk tot een oplossing te komen. Ter zitting is gebleken dat partijen op 24 augustus 2020 met elkaar in gesprek zijn gegaan, omdat [werknemer] bepaalde werkzaamheden – die volgens haar in strijd waren met governanceregels – niet wilde uitvoeren. Naar aanleiding van dat gesprek heeft [werknemer] op verzoek van TDD op 24 augustus 2020 een vaststellingsovereenkomst opgesteld met als einddatum 1 september of 1 oktober 2020 (de exacte datum wist [werknemer] niet meer). Zij heeft deze (door haarzelf opgestelde) vaststellingsovereenkomst uiteindelijk niet overhandigd aan [directeur] . [werknemer] heeft zich op 25 augustus 2020 tot haar gemachtigde gewend. Op dat moment is voor haar duidelijk geworden wat de mogelijke consequenties van haar handelen zouden zijn. De onderhandelingen, eerst tussen partijen zelf en daarna tussen gemachtigden hebben uiteindelijk niet tot resultaat geleid.

Het verzoek

Loondoorbetaling en gefixeerde schadevergoeding

5.5.

Omdat de arbeidsovereenkomst door geen van partijen is opgezegd en de arbeidsovereenkomst ook anderszins niet is geëindigd, heeft deze voortgeduurd. Vaststaat dat [werknemer] vanaf 1 oktober 2020 geen loon/c.q. ziekengeld heeft ontvangen, terwijl zij zich wel beschikbaar heeft gehouden voor de arbeid. Dit betekent dat TDD is gehouden het loon c.q. het ziekengeld te betalen tot 1 januari 2021, de datum waarop de arbeidsovereenkomst van rechtswege is geëindigd door het verstrijken van de bepaalde tijd. Door TDD is de hoogte van de loonvordering en de wettelijke rente niet betwist. De kantonrechter zal het verzoek zoals hierna te melden toewijzen. De gefixeerde schadevergoeding zal worden afgewezen, omdat daarvoor geen grond bestaat. De wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW is bedoeld als een prikkel voor de werkgever om het loon tijdig te betalen. Die functie speelt in het onderhavige geval niet. Gezien de aard van het geschil is er immers sprake van een inhoudelijk (weliswaar onjuist) standpunt van TDD dat geen loon verschuldigd was. Daarom beperkt de kantonrechter de gevorderde wettelijke verhoging tot nihil.

Transitievergoeding

5.6.

Op grond van artikel 7:673 lid 1 BW is de transitievergoeding verschuldigd als de arbeidsovereenkomst op initiatief van de werkgever is geëindigd of de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op initiatief van de werkgever niet is voortgezet. Zoals eerder overwogen volgt duidelijk uit de ingebrachte stukken dat [werknemer] de arbeidsovereenkomst niet wilde voortzetten bij TDD. Dit heeft zij ter zitting ook bevestigd. Daarmee heeft [werknemer] – en niet TDD – het initiatief genomen om de arbeidsrelatie niet voort te zetten, zodat voor betaling van de transitievergoeding geen aanleiding bestaat.

Afgifte bruto/netto specificaties

5.7.

Op grond van de wet is TDD verplicht tot afgifte van deugdelijke loonspecificaties. De kantonrechter is – zonder nadere onderbouwing – niet gebleken dat TDD niet aan haar wettelijke verplichting zal voldoen, zodat dit verzoek zal worden afgewezen, evenals de gevorderde dwangsommen.

De buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten

5.8.

[werknemer] heeft verzocht om een bedrag van € 375,00 aan buitengerechtelijke incassokosten. TDD betwist de verschuldigdheid hiervan. [werknemer] heeft hiertegenover onvoldoende gesteld dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een (herhaalde) sommatie, het inwinnen van inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De kantonrechter wijst het verzoek tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten af. Nu partijen over en weer in het ongelijk zijn gesteld, acht de kantonrechter het redelijk dat iedere partij de eigen proceskosten draagt. TDD wordt veroordeeld tot betaling van € 124,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [werknemer] worden gemaakt.

het tegenverzoek

5.9.

In het verzoek is overwogen dat de arbeidsovereenkomst door geen van partijen is opgezegd en van rechtswege is geëindigd per 1 januari 2021. De kantonrechter wijst de verklaring voor recht dus af. Gelet op de samenhang met het verzoek, begroot de kantonrechter de kosten in het tegenverzoek op nihil.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

veroordeelt TDD tot betaling aan [werknemer] van het salaris c.q. ziekengeld van € 2.450,- bruto per maand vanaf 1 oktober 2020 tot 1 januari 2021, vermeerderd met de wettelijke rente;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.3.

veroordeelt TDD tot betaling van € 124,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [werknemer] worden gemaakt;

6.4.

wijst het verzoek voor het overige af;

6.5.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

het tegenverzoek

6.6.

wijst het tegenverzoek af;

6.7.

veroordeelt TDD tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] begroot op nihil;

6.8.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. W. Aardenburg, kantonrechter en op 3 maart 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter