Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:2057

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-03-2021
Datum publicatie
16-03-2021
Zaaknummer
8029268
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering teruggave auto. De vordering van eiser om een auto terug te geven, wordt afgewezen, omdat het autobedrijf dat de auto heeft gekocht te goeder trouw was bij de aankoop daarvan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Zaanstad

Zaaknr./rolnr.: 8029268 \ CV EXPL 19-4691

Uitspraakdatum: 4 maart 2021

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

verblijvende te [verblijfplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. R.J.A. Verhoeven, advocaat

tegen

de besloten vennootschap Auto Beeks B.V.

gevestigd en zaakdoende te Zaandam

gedaagde

verder te noemen: Auto Beeks

gemachtigde: mr. R.L.M. Cox, advocaat

Samenvatting van de zaak en de uitspraak

Deze zaak gaat over een vordering tegen een autobedrijf om een auto terug te geven. Het autobedrijf heeft de auto gekocht van de ex-partner van eiser. Eiser stelt dat de auto van hem is en dat het autobedrijf wist of had moeten weten dat de ex-partner niet bevoegd was om de auto te verkopen. De uitspraak is dat de vordering van eiser wordt afgewezen. De kantonrechter oordeelt dat het autobedrijf te goeder trouw was bij de koop, omdat de ex-partner alle autopapieren, de sleutels en de tenaamstellingscode had. Het autobedrijf hoefde niet te twijfelen dat de ex-partner bevoegd was om de auto te verkopen. Het autobedrijf is daarom eigenaar geworden van de auto en hoeft deze niet terug te geven. Eiser moet een schadevergoeding betalen, omdat de waarde van de auto is verminderd door beslag dat eiser heeft gelegd.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 4 september 2020 een vordering tegen Auto Beeks ingesteld. Auto Beeks heeft schriftelijk geantwoord en daarbij een tegenvordering ingediend.

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Auto Beeks een schriftelijke reactie heeft gegeven. [eiser] heeft vervolgens nog schriftelijk gereageerd in de zaak van de tegenvordering. Auto Beeks heeft zich daarna bij akte nog uitgelaten over overgelegde producties.

1.3.

Op 29 januari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De gemachtigde van [eiser] heeft gebruik gemaakt van pleitaantekeningen, die zijn overgelegd. Auto Beeks heeft op de zitting haar eis vermeerderd.

2 De feiten

2.1.

Op 16 december 2016 heeft [eiser] bij Auto Beeks een nieuwe personenauto gekocht van het merk Toyota, type C-HR (hierna: de auto).

2.2.

Op 27 februari 2018 heeft een incident plaatsgevonden in of rond de woning van [eiser] . Het incident betrof een conflict tussen [eiser] zijn toenmalige partner, mevrouw [yy] (hierna: [yy] . [eiser] is in verband met dit incident door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld wegens poging tot doodslag en is sindsdien gedetineerd.

2.3.

Op 7 maart 2019 heeft [yy] de auto verkocht aan Auto Beeks.

2.4.

Op 17 juni 2019 heeft [eiser] aangifte gedaan. In de aangifte is onder meer vermeld: “(…) Ik vind dat de Toyota dealer schuldig is aan heling van mijn voertuig, omdat hij mijn voertuig zonder mijn toestemming heeft gekocht van mevrouw [yy] (…)”

2.5.

Op 26 augustus 2019 is door de voorzieningenrechter aan [eiser] toestemming verleend voor het leggen van conservatoir beslag tot afgifte van goederen bij Auto Beeks.

2.6.

De auto bevindt zich tot op heden in de garage van Auto Beeks.

3 De vordering, het verweer en de tegenvordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter Auto Beeks veroordeelt tot afgifte van de auto en dat Auto Beeks bij gebreke daarvan een dwangsom zal verbeuren van € 1.000,00 per dag. [eiser] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Auto Beeks de auto op 7 maart 2019 heeft gekocht van [yy] , terwijl Auto Beeks wist dan wel behoorde te weten dat [yy] beschikkingsonbevoegd was om de auto te verkopen, omdat de auto toebehoort aan [eiser] en het kentekenbewijs op zijn naam staat. Volgens [eiser] heeft Auto Beeks de auto daarom niet in eigendom verkregen door de koop en moet zij de auto teruggeven aan [eiser] .

3.2.

Auto Beeks betwist de vordering. Zij voert aan – kort samengevat – dat zij bij de aankoop van de auto te goeder trouw was en dat zij de auto op basis van een geldige koopovereenkomst in eigendom heeft verkregen. Daarbij stelt Auto Beeks dat zij erop mocht vertrouwen dat [yy] bevoegd was om de auto te verkopen, omdat zij de bezitter was van de auto en over alle papieren, (het tweede gedeelte van) de tenaamstellingscode en de (reserve)sleutels beschikte. Auto Beeks vordert bij wijze van tegenvordering dat [eiser] wordt veroordeeld tot betaling van € 4.748,00 aan waardevermindering van de auto en stallingskosten, en dat het door [eiser] gelegde beslag wordt opgeheven.

4 De beoordeling

de vordering

4.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of Auto Beeks moet worden veroordeeld tot afgifte van de auto aan [eiser] .

4.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter moet de vordering van [eiser] worden afgewezen. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

4.3.

Vast staat dat [yy] de auto op 7 maart 2019 heeft verkocht en geleverd aan Auto Beeks. Ook staat vast dat van de kant van Auto Beeks bij die koop [zz] (hierna: [zz] ) als verkoper is opgetreden. [zz] heeft ook de schriftelijke koopovereenkomst van 7 maart 2019 namens Auto Beeks ondertekend.

4.4.

Daarnaast staat vast dat [yy] in het bezit was van de auto toen zij deze te koop aanbood bij Auto Beeks en dat zij beschikte over alle papieren, (het tweede gedeelte van) de tenaamstellingscode en de (reserve)sleutels. Verder staat niet ter discussie dat [eiser] en [yy] vanaf 2011 vaste klant waren bij Auto Beeks en bij Auto Beeks bekend als partners.

4.5.

De kantonrechter kan in het midden laten of [eiser] eigenaar en rechthebbende was ten aanzien van de auto ten tijde van de koop door Auto Beeks, dan wel [yy] Ook als [yy] geen eigenaar en rechthebbende was, is Auto Beeks namelijk rechtsgeldig eigenaar geworden van de auto, op de volgende gronden.

4.6.

Uit de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), volgt dat de overdracht van de auto door [yy] aan Auto Beeks geldig was, ook als [yy] onbevoegd was tot de verkoop en die overdracht, als Auto Beeks te goeder trouw was (artikel 3:86 lid 1 BW).

4.7.

Het is aan [eiser] feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen, waaruit kan volgen dat Auto Beek als koper bij de verkrijging van de auto niet te goeder trouw was.

4.8.

Volgens rechtspraak kan de koper van een tweedehands auto zich er niet op beroepen dat hij te goeder trouw was, als hij heeft nagelaten te controleren of de kentekenpapieren aanwezig waren en of die geen onregelmatigheden vertoonden (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 4 april 1986, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR: 1986:AB9446 (Apon/Bisterbosch) en van 21 oktober 2011, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2011:BR3057 (DFM/Mobile Lease)).

4.9.

Het feit dat een kenteken van een auto niet op naam van de verkoper staat, maar op naam van een ander, hoeft geen grond op te leveren om aan te nemen dat de koper niet te goeder trouw was. Die grond is er met name niet als de koper wél alle kentekenpapieren ontvangt waarmee een nieuwe tenaamstelling kan worden bewerkstelligd en er voor de ‘afwijkende’ tenaamstelling een aannemelijke verklaring kan worden gegeven (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 11 oktober 2002, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2002:AE4361 (Bull’s Eye/Chrysler)).

4.10.

De kantonrechter is van oordeel dat Auto Beeks, gelet op de hiervoor genoemde rechtspraak, bij de koop van de auto te goeder trouw was. [yy] beschikte immers over alle autopapieren, inclusief de tenaamstellingscode waarmee een nieuwe tenaamstelling kon worden bewerkstelligd. Daarbij weegt ook mee dat niet is betwist de stelling van Auto Beeks op de zitting dat zij de tenaamstellingscode ook direct op of rond de datum van de koop heeft gebruikt om een nieuwe tenaamstelling te bewerkstelligen en dat die tenaamstellingscode juist bleek te zijn. Verder is van belang dat er een eenvoudige en aannemelijke verklaring was voor het feit dat het kenteken van de auto op naam stond van [eiser] en niet op naam van [yy] , namelijk dat [eiser] en [yy] bij Auto Beeks vanaf 2011 bekend waren als vaste klant en als partners. Auto Beeks behoefde daarom niet te betwijfelen dat [yy] bevoegd was tot verkoop van de auto.

4.11.

Omdat Auto Beeks te goeder trouw was bij de koop van de auto, is de overdracht van de auto aan Auto Beeks geldig. Auto Beeks is dus eigenaar geworden van de auto.

4.12.

De stelling van [eiser] dat Auto Beeks niet te goeder trouw was, omdat zij op de hoogte was van het conflict tussen [eiser] en [yy] en wist van eerdergenoemde veroordeling door de rechtbank Noord-Holland wegens poging tot doodslag, treft geen doel. Auto Beeks heeft betwist dat zij deze omstandigheden kende en [eiser] heeft geen argumenten of gegevens naar voren gebracht waaruit blijkt dat Auto Beeks daarvan wel op de hoogte was. De enkele stelling dat de veroordeling in de media bekend is gemaakt en dat de directeur van Auto Beeks (destijds) in de buurt woonde van [eiser] en [yy] , is daarvoor niet genoeg. Bovendien is door [eiser] op de zitting erkend dat er geen reden is om aan te nemen dat de verkoper die bij de koop betrokken was, [zz] , op de hoogte was van het conflict en de veroordeling. Daarvan uitgaande is er temeer geen reden om te oordelen dat Auto Beeks niet te goeder trouw was.

4.13.

De conclusie is dus dat Auto Beeks rechtsgeldig eigenaar is geworden van de auto. De vordering van [eiser] tot afgifte van de auto moet daarom worden afgewezen.

4.14.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt. Die kosten zullen wat betreft het salaris van de gemachtigde van Auto Beeks worden vastgesteld op basis van de geschatte waarde van de auto.

de tegenvordering

4.15.

Het gaat bij de tegenvordering om de vraag of het door [eiser] gelegde beslag moet worden opgeheven en of [eiser] moet worden veroordeeld tot betaling van € 4.748,00 aan waardevermindering van de auto en stallingskosten.

4.16.

Het door [eiser] gelegde (conservatoire) beslag op de auto wordt opgeheven, omdat is gebleken dat [eiser] geen recht heeft op teruggave of afgifte van de auto en het beslag dus onterecht is gelegd (artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering).

4.17.

Op een beslaglegger rust een risicoaansprakelijkheid voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag als de vordering waarvoor beslag is gelegd geheel ongegrond is (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 11 april 2003, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl met nummer ECLI:NL:HR:2003:AF2841 (Hoda International)).

4.18.

Auto Beeks moet worden gevolgd in haar stelling dat [eiser] aansprakelijk is voor de gevolgen van het door hem gelegde beslag, omdat hiervoor is vastgesteld dat de vordering waarvoor het beslag is gelegd geheel ongegrond is.

4.19.

Voldoende aannemelijk is dat Auto Beeks schade heeft geleden, doordat zij de auto vanwege het beslag langere tijd niet heeft kunnen verkopen en de auto door het tijdsverloop in waarde is gedaald. Volgens Auto Beeks is die waardedaling een bedrag van € 4.500,00, volgens [eiser] gaat het, zo begrijpt de kantonrechter, om hooguit € 1.250,00 aan waardevermindering. Omdat beide partijen hun standpunt hebben gemotiveerd en onderbouwd, zal de kantonrechter de schade schatten op het gemiddelde van de door partijen genoemde bedragen, dus op € 2.875,00.

4.20.

De gevorderde schadevergoeding vanwege een vervanging van een accu, poetskosten en stallingskosten wordt afgewezen, omdat onvoldoende is gebleken dat die kosten noodzakelijk waren en direct verband houden met de onrechtmatige beslaglegging.

4.21.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Auto Beeks zal toewijzen tot een bedrag van € 2.875,00. De gevorderde wettelijke rente daarover is ook toewijsbaar.

4.22.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

5 De beslissing

De kantonrechter:

de vordering

5.1.

wijst de vordering af;

5.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Auto Beeks worden vastgesteld op een bedrag van € 746,00 aan salaris van de gemachtigde van Auto Beeks;

5.3.

verklaart de veroordeling onder 5.2 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

de tegenvordering

5.4.

heft op het door [eiser] op de auto gelegde (conservatoire) beslag;

5.5.

veroordeelt [eiser] tot betaling aan Auto Beeks van een bedrag van € 2.875,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 30 augustus 2019 tot de datum van dit vonnis;

5.6.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.7.

verklaart de beslissing en veroordeling onder 5.4 en 5.5 van dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.8.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.J. Jansen en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter