Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:1849

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
18-03-2021
Datum publicatie
23-03-2021
Zaaknummer
8951605
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsgeldig ontslag op staande voet, Volledig verlies transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0382
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8951605 \ AO VERZ 20-114

Uitspraakdatum: 18 maart 2021

Beschikking in de zaak van:

[verzoeker] ,

wonende te Middenbeemster

verzoekende partij

verder te noemen: [verzoeker]

gemachtigde: L.J.G. Westenberg

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Peter Appel Transport B.V.,

gevestigd te Middenmeer

verwerende partij

verder te noemen: Peter Appel

gemachtigde: mr. S. van Ketel

1 Het procesverloop

1.1.

[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om ten laste van Peter Appel onder meer een billijke vergoeding toe te kennen. Peter Appel heeft een verweerschrift ingediend.

1.2.

Op 18 februari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Partijen hebben pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft [verzoeker] bij brief van 12 februari 2021 nog stukken toegezonden.

2 De feiten

2.1.

Peter Appel exploiteert een transportbedrijf en heeft 45 standplaatsen in Nederland. Haar opdrachtgevers bestaan voornamelijk uit retailers, producenten en foodservice bedrijven.

2.2.

[verzoeker] , geboren op [geboortedatum] 1966, is sinds 1 oktober 2001 in dienst van (de rechtsvoorganger van) Peter Appel in de functie van chauffeur met een salaris van laatstelijk € 2.577,12 bruto per vier weken exclusief 8 % vakantietoeslag.

2.3.

[verzoeker] is in de uitoefening van zijn functie als chauffeur werkzaam voor Technische Unie (TU) in Alkmaar, waarbij hij producten die TU aan haar klanten heeft verkocht, bij deze klanten aflevert. [verzoeker] rijdt bij aanvang van zijn dienst met zijn auto naar de parkeerplaats op het terrein van Peter Appel waar de vrachtauto met een logo van TU staat. Vervolgens rijdt hij met deze vrachtauto naar het magazijn van TU. Voor TU worden acht routes gereden. [verzoeker] helpt medewerkers van TU met het sorteren van de pakketten voor de juiste route. Op elk pakket zit een etiquette met daarop de route vermeld.

2.4.

Op 21 augustus 2020 is [verzoeker] tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden betrokken bij een aanrijding met dodelijke afloop. [verzoeker] wordt als verdachte aangemerkt.

2.5.

Op 30 oktober 2020 rijdt [verzoeker] de M-route (Medemblik). Ook die dag helpt hij voorafgaand aan zijn transportwerkzaamheden met sorteren van de pakketten. Daarbij legt [verzoeker] een pakket, een Bahco Dopsleutelset, bestemd voor de H-route in een pallet voor de M-route.

2.6.

Op 3 november 2020 om 6:30 uur, nodigt de heer [rrr] , [functie] bij Peter Appel, [verzoeker] uit voor een gesprek op het kantoor van TU. Bij dat gesprek zijn ook de heer [sss] , [functie] bij TU, en de heer [ttt] van de afdeling Internal Control van TU, aanwezig. Op de vraag of hij de dopsleutelset heeft meegenomen, antwoordt [verzoeker] tweemaal ontkennend. Nadat [ttt] een foto aan [verzoeker] laat zien waarop hij met een dopsleutelset staat, bevestigt [verzoeker] dat hij de dopsleutelset heeft meegenomen.

2.7.

Op 3 november 2020 om 13:30 uur vindt een gesprek plaats op het kantoor van Peter Appel. Namens Peter Appel zijn [rrr] en mevrouw [uuu] , [functie] , aanwezig. [verzoeker] beantwoordt de vraag of hij de dopsleutelset heeft meegenomen bevestigend. Tijdens dat gesprek wordt [verzoeker] op staande voet ontslagen.

2.8.

Peter Appel bevestigt het ontslag op staande voet in een brief aan [verzoeker] van 3 november 2020.

2.9.

Op 9 november 2020 bericht de officier van justitie aan [verzoeker] dat hij ten onrechte als verdachte is aangemerkt bij een verkeersongeval met dodelijke afloop.

2.10.

[verzoeker] schrijft in de brief van 12 november 2020 aan Peter Appel onder meer:
“Wel weet ik dat ik iets heb meegenomen, zonder de intentie te hebben het achterover te drukken. De set lag dinsdag dat ik naar Middenmeer reed nog op dezelfde plaats in mijn auto. Het hele weekend ben ik de handeling kwijt geweest; gedachteloos, black out, gevolg van eerdere voorvallen? Een doppen set heb ik ook helemaal niet nodig, die heb ik zelf, in gedachten heb ik deze blijkbaar meegenomen, doch er was en is geen enkele opzet in het spel. Dat blijkt, nogmaals, uit het feit dat de set dinsdag nog steeds op dezelfde plek in mijn auto lag.”

2.11.

In de brief van 17 december 2020 bericht de gemachtigde van [verzoeker] aan Peter Appel dat het ontslag ten onrechte is gegeven en verzoekt hij de kwestie in der minne op te lossen.

2.12.

In de brief van 21 december 2020 laat de gemachtigde van [verzoeker] aan Peter Appel weten dat [verzoeker] de dopsleutelset niet heeft weggenomen, maar slechts heeft bewaard.

2.13.

De verklaring van [rrr] over de gesprekken op 3 november 2020 luidt als volgt:
“(…)
In dit gesprek heeft de bedrijf recherche gevraagd aan [vvv] of hij de dag er voor goederen meegenomen heeft die niet bestemd was voor zijn route. Dit ontkende [vvv] . De vraag werd enkele maken herhaald. [vvv] bleef ontkennen. Hierna werd een verklaring van een medewerker TU die bij het laadproces aanwezig is geweest en verklaard heeft dat [vvv] een doppen set die niet voor zijn route bestemd was, stond ook niet op zijn strek, gepakt heeft en onder andere goederen in een verzamelbak in zijn vrachtauto gezet heeft. Dit is ook op camera beelden te zien. Deze werden [vvv] ook getoond.
Wederom werd [vvv] de vraag gesteld. [vvv] reageerde niet. Toen is er voorgesteld dat [xxx] en de bedrijf recherche de spreekkamer voor een aantal minuten zouden verlaten. Zodat [rrr] en [vvv] alleen achter bleven. Toen wij alleen bleven heb ik [vvv] gevraagd of hij deze goederen heeft meegenomen en aan het eind van zijn rit niet retour heeft afgegeven bij TU Alkmaar. Dit bevestigde hij. Ik heb toen nog gevraagd waarom hij dit gedaan heeft. Dit beantwoorde [vvv] dat hij het erg stom vond van hem zelf maar gewoon omdat het kon. Hij had deze spullen helemaal niet nodig. Ik heb ook nog gevraagd of er iets speelt qua financieel maar dat was niet zo. Ik heb [vvv] toen gemeld dat hij per direct op non actief gesteld is. Daarna heb ik [xxx] en de bedrijf recherche er weer bij geroepen en in hun aanwezigheid gemeld dat [vvv] bevestigd heeft de goederen mee genomen heeft en niet retour gebracht. [vvv] bevestigde dit ook.
(…)
Daarna heb ik [vvv] uitgenodigd voor gesprek op kantoor Middenmeer om 13:30uur samen met [uuu] . [vvv] heeft tijdens het gesprek de doppen set bij mij ingeleverd. Deze had hij eigenzeggen nog in zijn achterbak van zijn privé auto onaangeroerd staan.
In dit gesprek [vvv] nogmaals gevraagd waarom hij de doppen set heeft meegenomen. [vvv] herhaalde dat het stom is en hij het gedaan heeft omdat het kon.
(…)”

3 Het verzoek

3.1.

[verzoeker] verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat een dringende reden voor het ontslag op staande voet ontbreekt en Peter Appel te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 16.406,00, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging van
€ 11.792,00, een billijke vergoeding van € 2.500,00 en verstrekking van een bruto/netto specificatie. Aan dit verzoek legt [verzoeker] ten grondslag – kort weergegeven – dat geen sprake is van een rechtsgeldig ontslag op staande voet.

3.2.

In dat kader heeft [verzoeker] het volgende aangevoerd. [verzoeker] bestrijdt dat hij de dopsleutelset met het oogmerk deze wederrechtelijk toe te eigenen heeft meegenomen. Hij heeft per ongeluk de dopsleutelset in een pallet van de M-route gelegd. Tijdens zijn transportwerkzaamheden ziet hij het pakket en legt hij deze onder een stellingkast aan de achterwand van de luidruimte. Rond 15:00 uur kwam [verzoeker] terug bij TU en heeft hij de lege bakken en de bakken met retourzendingen naar het magazijn gebracht. Daarbij heeft hij de dopsleutelset over het hoofd gezien. Daarna is [verzoeker] met de vrachtauto naar de parkeerplaats van Peter Appel gereden. Volgens afspraak heeft hij de sleutels van de vrachtauto in de laadruimte gelegd en zag toen de dopsleutelset. Omdat de laadruimte en ook het parkeertermijn niet wordt afgesloten, heeft [verzoeker] de dopsleutelset in de kofferbak van zijn auto gelegd, zodat hij deze later kon inleveren. [verzoeker] is daarna het voorval vergeten. Na het gesprek op 3 november 2020 bij TU is [verzoeker] op non-actief gesteld. [verzoeker] was dichtgeklapt en aangeslagen. [verzoeker] weet dat er bij TU camera’s hangen. Indien hij de dopsleutelset had willen stelen, had hij dit heimelijker gedaan. Peter Appel heeft nagelaten een behoorlijk onderzoek in te stellen. Temeer nu [verzoeker] was dichtgeklapt en in een moeilijke periode zat nadat hij betrokken was bij een dodelijk ongeval, had van Peter Appel meer zorgvuldigheid mogen worden verwacht. Ook heeft geen belangenafweging plaatsgevonden, wat gelet op zijn lange dienstverband en goede staat van dienst wel op de weg van Peter Appel had gelegen.

4 Het verweer

4.1.

Peter Appel verweert zich tegen het verzoek. Daartoe is – samengevat – het volgende aangevoerd. Een medewerker van TU heeft gezien dat [verzoeker] een dopsleutelset voor zijn route had gesorteerd, terwijl deze voor een andere route was bestemd. Daarvan is melding gedaan aan de afdeling Internal Control van TU. TU heeft daar vervolgens onderzoek naar gedaan, waaronder het bekijken van camerabeelden. Daarop was [verzoeker] te zien met de dopsleutelset. Op 3 november 2020 is [verzoeker] daarover gehoord. Eerst door TU en vervolgens door Peter Appel. Het onderzoek heeft zorgvuldig plaatsgevonden. Dat voor Peter Appel de uitkomst al vaststond wordt betwist. [verzoeker] heeft eerst ontkend en nadat [ttt] een foto van de camerabeelden had laten zien, heeft hij erkend de dopsleutelset te hebben meegenomen. TU heeft toen kenbaar gemaakt dat [verzoeker] niet meer kan worden ingezet als chauffeur voor TU. In het tweede gesprek met Peter Appel heeft [verzoeker] opnieuw erkend de dopsleutelset te hebben meegenomen, terwijl hij wist dat dat niet mocht. De lezing van het voorval van [verzoeker] acht Peter Appel onaannemelijk. [verzoeker] heeft de diefstal erkend en pas 1,5 maand na het voorval geeft hij deze verklaring. Diefstal levert een dringende reden voor ontslag op staande voet op. Bij de afweging van de belangen heeft Peter Appel oog gehad voor de belangen van [verzoeker] , echter diefstal kan niet worden getolereerd. Op dat punt hanteert Peter Appel een zero tolerance beleid en in het handboek staat ook dat dit een reden is voor ontslag op staande voet.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of het ontslag op staande voet geldig is en of Peter Appel moet worden veroordeeld tot betaling van een billijke vergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzetting en een transitievergoeding.

5.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter is het ontslag op staande voet rechtsgeldig. Daarover wordt het volgende overwogen.

5.3.

De wettelijke regels voor ontslag op staande voet staan in het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Volgens die regels is zo’n ontslag alleen geldig als daarvoor een dringende reden bestaat (artikel 7:677 lid 1 BW). Ook moet er onverwijld worden opgezegd en moet de dringende reden onverwijld worden meegedeeld aan de werknemer.

5.4.

Tussen partijen is niet is geschil dat het ontslag onverwijld is gegeven. Bij de beoordeling van de vraag of er ook een dringende reden is voor het ontslag op staande voet, moet de kantonrechter alle omstandigheden van het geval in aanmerking nemen. Belangrijk is de aard en ernst van de dringende reden. Ook kunnen meespelen de duur van de dienstbetrekking en de persoonlijke omstandigheden van de werknemer. Verder kan meewegen wat de gevolgen zijn voor de werknemer van een ontslag op staande voet. Maar ook als zo’n ontslag grote gevolgen heeft voor de werknemer, kan dat ontslag toch gerechtvaardigd zijn. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn vanwege de aard en de ernst van de dringende reden (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 21 januari 2000, te vinden op www.rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2000:AA4436 (Hema)).

5.5.

Vast staat dat [verzoeker] een Bahco dopsleutelset heeft meegenomen op zijn route, terwijl deze voor een andere route was bestemd, dat hij dit tijdens of (kort) na zijn dienst niet heeft gemeld bij TU of Peter Appel en dat hij de dopsleutelset niet uit eigen beweging heeft teruggegeven aan TU of Peter Appel. Het voorgaande is TU gebleken nadat zij een melding had ontvangen van een medewerker en daarna een onderzoek had ingesteld. Vervolgens is [verzoeker] op 3 november 2020 bij aanvang van zijn dienst apart genomen en heeft in het kantoor van TU een gesprek met hem plaatsgevonden. In dat gesprek is [verzoeker] daarnaar gevraagd. [verzoeker] heeft aanvankelijk ontkend en nadat aan hem een foto is getoond, heeft hij bevestigd de set te hebben meegenomen. Begin van de middag heeft een tweede gesprek plaatsgevonden, nu op het kantoor van Peter Appel. In dat gesprek erkende [verzoeker] opnieuw dat hij de dopsleutelset had meegenomen. In beide gesprekken, ook niet in het tweede gesprek dat uren later plaatsvond, heeft [verzoeker] geen verklaring gegeven. Pas anderhalve week na het ontslag heeft [verzoeker] in een brief aan Peter Appel gezegd dat hij niet de intentie had de set achterover te drukken en anderhalve maand later heeft hij verklaard dat hij per ongeluk de set in een onjuiste pallet had gelegd, hij de intentie had deze terug te geven, maar dat hij het voorval was vergeten.

5.6.

Peter Appel heeft met de stukken, waaronder verklaringen van de heren [rrr] en [ttt] , voldoende toegelicht dat zowel in het gesprek bij TU als bij Peter Appel aan [verzoeker] is gevraagd waarom hij de set had meegenomen. Aan [verzoeker] is dan ook gelegenheid gegeven een verklaring te geven. Dit blijkt ook uit de verklaring van mevrouw [uuu] , [functie] en aanwezig tijdens het gesprek op 3 november 2020 in de middag, tijdens de mondelinge behandeling. Volgens [uuu] antwoordde [verzoeker] op de vraag waarom hij het had gedaan dat hij de set mooi vond. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [verzoeker] ook bevestigd dat aan hem is gevraagd waarom hij de set had meegenomen; hij heeft tegen Peter Appel gezegd dat hij niet weet waarom hij het had gedaan.

5.7.

Voor zover [verzoeker] zich op het standpunt stelt dat de vraagstelling op 3 november 2020 intimiderend was of dat hij zich onder druk gezet voelde, heeft hij dit niet onderbouwd. Ook heeft [verzoeker] onvoldoende onderbouwd dat Peter Appel hem bij voorbaat al schuldig had bevonden. Dit is gemotiveerd betwist door Peter Appel. [uuu] heeft daarover tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat zij voorafgaand aan het gesprek op 3 november 2020 juist hoopte dat zou blijken dat [verzoeker] het niet had gedaan.

5.8.

[verzoeker] stelt dat hij tijdens de gesprekken dichtklapte en dat dit ook gebeurde tijdens het verhoor na het ongeluk op 21 augustus 2020. Ook heeft [verzoeker] een verklaring van zijn vrouw overgelegd waarin staat dat hij sindsdien slecht slaapt, onrustig is en vergeetachtig is. Aan de zijde van Peter Appel is echter onbetwist aangevoerd dat na het ongeluk begeleiding is aangeboden en herhaaldelijk aan [verzoeker] is gevraagd hoe het met hem gaat en dat hij op die momenten niet kenbaar maakte dat het niet goed met hem ging. Dat voor Peter Appel kenbaar was of moest zijn dat [verzoeker] dichtklapte en het onderzoek daarom onzorgvuldig was, is niet gebleken.

5.9.

De kantonrechter is van oordeel dat Peter Appel onder voornoemde omstandigheden ervan uit mocht gaan dat [verzoeker] een product van een klant had meegenomen zonder hiervoor te betalen. Het meenemen en niet retourneren van de dopsleutelset en daarvan ook geen melding maken is niet alleen een ernstige schending van de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst, maar levert ook een dringende reden op die ontslag op staande voet rechtvaardigt.

5.10.

De conclusie is dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is. Het verzoek van [verzoeker] om voor recht te verklaren dat niet rechtsgeldig is opgezegd, wordt dan ook afgewezen. Ook het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding en een vergoeding wegens onregelmatige opzegging wordt daarom afgewezen.

5.11.

Volgens de wet hoeft Peter Appel de transitievergoeding niet te betalen, als het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van [verzoeker] (artikel 7:673 lid 7, onderdeel c, BW). Dat is hier het geval. De kantonrechter heeft hiervoor geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven, omdat daarvoor een dringende reden aanwezig was. Een dringende reden valt niet zonder meer samen met ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van een werknemer. Maar gelet op de aard en ernst van het handelen van [verzoeker] , is dit handelen niet alleen verwijtbaar, maar ook ernstig verwijtbaar.

5.12.

Soms kan de kantonrechter toch een (gedeeltelijke) transitievergoeding toekennen, ook al is het ontslag het gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Volgens de wettelijke regels kan dat als het verlies van de transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 7:673 lid 8 BW). Het gaat daarbij om uitzonderlijke gevallen, waarbij alle omstandigheden van het geval van belang zijn.

5.13.

De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het verlies van de gehele transitievergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Daarbij is van belang dat sprake is van een lang dienstverband van [verzoeker] van negentien jaar, dat hij 55 jaar oud is, [verzoeker] tot dusver geen andere baan heeft gevonden en niet gesteld of gebleken is dat hij eerder in de fout is gegaan. Ook weegt mee dat kort voor het voorval [verzoeker] betrokken was bij een ernstig verkeersongeval waarbij hij als verdachte was aangemerkt. Pas op 9 november 2020, dus na het voorval, kreeg hij bericht dat dit ten onrechte was. Onder deze omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding om aan [verzoeker] een gedeeltelijke transitievergoeding van € 10.000,00 bruto toe te kennen.

5.14.

De wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen met ingang van 3 december 2020, te weten een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd (artikel 7:686a lid 1 BW).

5.15.

Ook zal Peter Appel worden veroordeeld tot het verstrekken van een bruto/netto specificatie waarin de transitievergoeding is verwerkt. De gevorderde dwangsom zal worden afgewezen, omdat deze niet is onderbouwd en het te vroeg is om te oordelen dat niet vrijwillig zal worden voldaan aan het vonnis.

5.16.

De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ernstig verwijtbaar heeft gehandeld en overwegend ongelijk krijgt. Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van Peter Appel worden vastgesteld op € 747,00.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Peter Appel om aan [verzoeker] een transitievergoeding te betalen van

€ 10.000,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 november 2020 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.2.

veroordeelt Peter Appel tot het verstrekken van een deugdelijke bruto/netto specificatie van de transitievergoeding;

6.3.

wijst het verzoek van [verzoeker] voor het overige af;

6.4.

veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Peter Appel tot en met vandaag vaststelt op € 747,00;

6.5.

verklaart onderdeel 6.1. van deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gewezen door mr. M.C. van Rijn, kantonrechter en op 18 maart 2021 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter