Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:1291

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
17-02-2021
Datum publicatie
19-02-2021
Zaaknummer
8707805 \ CV EXPL 20-4072
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Gemeente Heiloo heeft onrechtmatig gehandeld jegens voormalig theatermanager van theater De Beun in Heiloo en is aansprakelijk voor de door hem geleden schade. De gemeente is haar in rechte te honoreren toezegging dat de theatermanager mee over zou gaan naar de nieuwe exploitant van De Beun onder gelijke rechten en verplichtingen als hij bij de gemeente had, niet nagekomen. Geen eigen schuld. Begroting van de schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2021-0209
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8707805 \ CV EXPL 20-4072 (ST/SS)

Uitspraakdatum: 17 februari 2021 (bij vervroeging)

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

toev.nr. 4OD0505

[eiser]

wonende te [woonplaats] ,

eiser,

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. Th.C.J. Kaandorp

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

gemeente Heiloo,

gevestigd te Heiloo

gedaagde,

verder te noemen: de gemeente

gemachtigde: mr. F.I.M. Tevette

1 Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 11 augustus 2020 met producties 1-20;

  • -

    de conclusie van antwoord tevens houdende incidentele vordering tot niet-ontvankelijkheid en onbevoegdheid met producties 1-55;

  • -

    het vonnis in incident van 9 december 2020, waarbij de incidentele vordering van de gemeente is afgewezen;

  • -

    het bericht van mr. Kaandorp van 21 januari 2021 met producties 21-24;

  • -

    het bericht van mr. Tevette van 25 januari 2021 met producties 56-71;

  • -

    de mondelinge behandeling op 5 februari 2021, waar [eiser] , vergezeld van mr. Kaandorp, en mr. Tevette namens de gemeente zijn verschenen.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Stichting Theater De Beun (hierna: de stichting) heeft jaren het Theater de Beun (hierna: De Beun) geëxploiteerd. [eiser] was vanaf 1 augustus 2010 in dienst van deze stichting als beheerder/theatermanager.

2.2.

De gemeente is eigenaar van het theatergebouw en fungeert als verhuurder. Vanwege een voornemen van de gemeente tot substantiële huurverhoging per 1 september 2016 heeft de stichting de huur opgezegd per die datum. Er zijn nadien gesprekken gevoerd met de gemeente, de stichting en Sport Servicepunt Langedijk (nu genaamd Stichting Social Leisure, hierna: SSL) om te bezien of SSL de exploitatie van De Beun wenste over te nemen.

2.3.

De overname door SSL is niet doorgegaan als gevolg waarvan de gemeente op 12 juli 2016 heeft besloten De Beun per 1 september 2016 tijdelijk zelf te gaan exploiteren.

2.4.

Bij brief van 14 juli 2016 heeft de gemeente aan de stichting bevestigd dat zij de exploitatie van De Beun vanaf 1 september 2016 zelf ter hand zal nemen. In die brief is verder het volgende vermeld:
Overgang theatermanager
De gemeente zal er voor zorgdragen dat de activiteiten worden voortgezet. Ten aanzien van de manager betekent het dat hij zijn functie zal kunnen blijven uitoefenen op dezelfde voorwaarden en met behoud van alle rechten & plichten zoals hij die bij de stichting had. Ook dit besluit is bekrachtigd in de collegevergadering van 12 juli jongstleden.”

2.5.

Op 15 juli 2016 heeft de gemeente een persbericht laten uitgaan. Dat luidt als volgt, voor zover hier relevant:
Beheerder Theater de Beun blijft aan
Theater de Beun behoudt zijn huidige beheerder de heer [eiser] . Per 1 september komt hij in dienst van de gemeente Heiloo. De gemeente gaat het beheer van het theater aanbesteden en neemt tijdelijk de exploitatie van De Beun op zich tot er een nieuwe exploitant is gevonden. Ook dan zal de heer [eiser] beheerder blijven. De gemeente vindt het belangrijk dat een theater dat zo’n prominente plek inneemt in het dorp, blijft voortbestaan.”

2.6.

Bij besluit van 15 augustus 2016 heeft de gemeente [eiser] met ingang van
1 september 2016 aangesteld als ambtenaar als bedoeld in de CAR/UWO (de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst voor de sector gemeente) in de functie van beheerder/theatermanager van De Beun. Het betrof een aanstelling voor onbepaalde tijd tot De Beun in andere handen zou komen. In het aanstellingsbesluit is hierover het volgende vermeld:
“In september 2016 zal een plan worden opgesteld voor de aanbesteding van het theater. Een van de eisen zal zijn dat jij in de nieuwe organisatie dezelfde functie behoudt. We gaan ons inspannen dat jij jouw functie per datum van de overgang naar de nieuwe exploitant opnieuw volgt. De verwachting is dat deze functie dan opnieuw passend zal zijn. De verwachting is dat de exploitatie op afstand voor het seizoen 2017/2018 wordt gerealiseerd. Gelet hierop verklaren wij jou boventallig per 1 september 2017. Na ingang van de boventalligheid per 1 september 2017 zal jij in voorkomend geval feitelijk jouw werkzaamheden bij De Beun blijven verrichten tot de datum van de formele overgang naar de nieuwe exploitant op basis van deze aanstelling bij de gemeente Heiloo.”
2.7. Tegen dit besluit heeft [eiser] geen bezwaar gemaakt. De Beun bleef zich bezig houden met het operationele management van De Beun. De horeca werd uitbesteed aan SSL, als opvolger van een (voor de kantonrechter onbekende) derde partij.

2.8.

De gemeente heeft op 9 juni 2017 ten behoeve van de uitbesteding van het beheer en de exploitatie van De Beun een Aanbestedingsleidraad opgesteld (hierna: de Aanbestedingsleidraad). In dit document heeft de gemeente het volgende opgenomen, voor zover hier relevant:
4 Achtergrond en exploitatie-informatie
(…)
4.2.1 Algemeen
Personele formatie
Binnen het theater is momenteel 1 medewerker (de theatermanager) werkzaam op basis van 1 FTE. De theatermanager is nu bij de gemeente in dienst, maar zal bij overgang van de exploitatie door de nieuwe exploitant overgenomen moeten worden met behoud van alle rechten en plichten. Een overzicht hiervan is bijgevoegd en opgenomen in de bijlagen van deze uitnodiging tot inschrijving. (…)
5 Algemene uitgangspunten en randvoorwaarden
(…)

Deze uitgangspunten en randvoorwaarden dienen voor de gegadigden als kaderstellende en verplichte onderdelen en bieden voor de gemeente Heiloo waarborgen tot behoud van de continuïteit en de maatschappelijke functie van de betrokken accommodatie.

Voorliggend hoofdstuk biedt deze inzichten die door de gemeente Heiloo bij de aanbesteding als vaststaande gegevens gehanteerd worden. Bij inschrijving committeren gegadigden zich aan deze uitgangspunten en voorwaarden (…).

(…)
5.5 Personeel
* De exploitatie die door de exploitant wordt voortgezet, wordt gezien als overgang van onderneming.
* Alle bestaande rechten en plichten van de huidige medewerker worden in stand gehouden en zijn rechtspositie blijft volledig in tact.”
2.9. [eiser] heeft interesse getoond om de exploitatie van De Beun zelf ter hand te nemen, maar voldeed niet aan de voorwaarden. SSL heeft ingeschreven op de aanbesteding en kwam in juli 2017 als meest gerede partij naar voren. [eiser] heeft vervolgens aan de gemeente zijn visie over ‘het gevaar van SSL’ als exploitant van De Beun gegeven.

2.10.

[eiser] heeft - na contact via SMS hierover met de heer [naam 1] (werkzaam voor de gemeente) - de directeur van SSL, de heer [naam 2] , benaderd voor een gesprek. Op 1, 18 en 22 september 2017 hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen [eiser] en [naam 2] . Het laatste gesprek ging over de invulling van [eiser] rol bij De Beun na overname door SSL. Besproken is onder meer dat [eiser] de algehele dagelijkse leiding over het theater zou krijgen qua programmering, techniek, aansturing personeel, administratie, schoonmaak en horeca. Ook is gesproken over de inschaling en salariëring conform de CAO Zwembaden.
Daarnaast hebben hierover gesprekken en e-mailwisselingen plaatsgevonden tussen [eiser] en [naam 1] . De beoogde overgangsdatum van 1 september 2017 is gedurende dit traject verschoven naar 1 oktober 2017 en vervolgens naar 1 november 2017.

2.11.

Na het gesprek van 22 september 2017 heeft [eiser] via WhatsApp aan een aantal gebruikers/huurders van De Beun het volgende bericht:
“ [voornaam] en ik hebben een aantal gesprekken gevoerd de afgelopen tijd die uiteindelijk in niets geresulteerd hebben. De gemeente is de grote afwezige partij momenteel. Zal waarschijnlijk op het aanbod zoals dat er nu ligt in moeten gaan omdat ik geen andere keus heb. Vervolgens zal ik op zoek gaan naar een andere uitdagende job. Hoe lang in bij Ssl zal blijven is niet bekend maar wilde deze gelegenheid gebruiken jullie te voorzien van een stukje informatie van mijn kant.”

2.12.

Bij e-mail van 27 september 2017 heeft [naam 1] aan [eiser] gevraagd naar zijn formele standpunt.
Bij e-mail van 3 oktober 2017 heeft [eiser] als reactie gegeven dat hij geen genoegen kan nemen met ontslag en de daarbij behorende vergoeding vanuit de gemeente (3-4 maanden bruto). Verder heeft hij meegedeeld dat hij zal over willen gaan naar SSL en dat hij zijn taken zal overdragen op het moment dat hij een andere passende baan heeft gevonden. Hij gaat niet akkoord met het voorstel van SSL, omdat het managen van het gehele theater, inclusief horeca en personeelszaken maar met minder mankracht, zijn takenpakket vergroot en niet past binnen de uren waarvoor hij is aangenomen. [eiser] heeft, tot slot, aangegeven zich grote zorgen te maken over het voortbestaan van De Beun op deze manier.

2.13.

De gemeente heeft [eiser] op 30 oktober 2017 een waarschuwingsbrief gestuurd, omdat zijn gedrag in haar ogen onacceptabel was. [eiser] heeft medegedeeld slechts over te willen gaan naar SSL om zo snel mogelijk een nieuwe baan te zoeken. Daarnaast heeft hij promotie/bevordering geëist van SSL en de gebruikers van De Beun geïnformeerd over de in zijn ogen negatieve ontwikkelingen in de gesprekken met SSL, waardoor onrust is ontstaan onder de gebruikers van het theater. Volgens de gemeente heeft [eiser] zich niet als een goed ambtenaar gedragen en zou dit gedrag kunnen worden aangemerkt als (toerekenbaar) plichtsverzuim. Bovendien belemmert [eiser] de goede overgang en voortgang van de exploitatie van De Beun en veroorzaakt hij het risico op imagoschade en aanzienlijke financiële schade. [eiser] wordt in de brief dringend verzocht zich per direct van dit gedrag te onthouden en op redelijke wijze te gaan meewerken. Hij wordt gewaarschuwd dat de gemeente zich over mogelijke rechtspositionele gevolgen moet gaan beraden als hij zijn houding/gedrag voortzet.

2.14.

Op 3 en 30 november 2017 hebben er gesprekken plaatsgevonden tussen de gemeente en [eiser] over het einde van [eiser] dienstverband bij de gemeente en de formele overgang van het theater.

2.15.

SSL heeft per e-mail van 6 november 2017 aan de gemeente laten weten dat zij niet bereid is de gunning gestand te doen met de wetenschap dat [eiser] op voorhand heeft aangegeven op zoek te willen gaan naar een andere baan vanuit zijn toekomstig dienstverband met SSL. SSL is bereid de gunning gestand te doen als er een acceptabele oplossing wordt gevonden door de gemeente. Als deze niet komt, zal SSL zich terugtrekken uit de aanbestedingsprocedure.

2.16.

De gemeente heeft op 21 november 2017 het verificatiegesprek gevoerd met SSL. In het gespreksverslag is vermeld dat de gemeente zich genoodzaakt heeft gezien een ontslagprocedure te gaan opstarten tegen [eiser] . Dat houdt, aldus het verslag, in dat [eiser] niet langer overgenomen hoeft c.q. kan worden door SSL en dat de exploitatie dus zonder personeel wordt overdragen. De gemeente heeft in de aanbesteding de eis tot overname van [eiser] laten vallen.
2.17. De gemeente heeft vervolgens op 22 november 2017 het voornemen geuit om [eiser] eervol ontslag te verlenen per 1 januari 2018, primair op grond van artikel 8:3, eerste lid, van de CAR/UWO vanwege reorganisatie en subsidiair op grond van artikel 8:8 van de CAR/UWO vanwege een onoverbrugbare impasse in de arbeidsrelatie.

2.18.

Op 4 december 2017 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [eiser] en de gemeente naar aanleiding van het voornemen tot ontslag. Per e-mail van 5 december 2017 heeft [eiser] zijn zienswijze gegeven. Op 21 december 2017 heeft de gemeente conform het voornemen het ontslagbesluit genomen. Tegen dit besluit heeft [eiser] bezwaar gemaakt, dat de gemeente ongegrond heeft verklaard.

2.19.

De exploitatie van De Beun is per 1 januari 2018 overgegaan naar de SSL zonder dat er een dienstverband met [eiser] tot stand is gekomen.

2.20.

Bij uitspraak van 27 maart 2020 heeft de bestuursrechter het beroep van [eiser] tegen het in bezwaar gehandhaafde ontslagbesluit ongegrond verklaard. In die uitspraak heeft de bestuursrechter tevens het verzoek van [eiser] om schadevergoeding afgewezen. Onder rechtsoverweging 11 heeft de bestuursrechter overwogen dat, voor zover [eiser] meent schade te hebben geleden als gevolg van een onrechtmatige daad dan wel wanprestatie van de gemeente, het hem vrij staat zich met een verzoek om schadevergoeding tot de civiele rechter te wenden. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep ingesteld.

2.21.

Bij uitspraak van diezelfde datum heeft de bestuursrechter beslist op de beroepen van de gemeente tegen de door het Uwv aan [eiser] betaalde (voorschotten) WW-uitkering, alsook tegen de verhaalsbesluiten van het Uwv.
De bestuursrechter heeft het Uwv gevolgd in haar stelling dat [eiser] niet verwijtbaar werkloos is. Het Uwv heeft echter nagelaten om de WW-uitkering van [eiser] , zoals verzocht door de gemeente, af te stemmen. Daarom heeft de bestuursrechter de beroepen van de gemeente gegrond verklaard en heeft zij bepaald dat de gemeente nieuwe besluiten op bezwaar moet nemen. Op 6 mei 2020 heeft het Uwv de bezwaren van de gemeente wederom ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft de gemeente beroep ingesteld bij de bestuursrechter, waarop nog niet is beslist.

2.22.

[eiser] is met ingang van 18 maart 2019 als plaatsvervangend supermarktmanager gaan werken bij Lidl. Hij is op 18 maart 2020 ziek uit dienst gegaan na afloop van zijn contract voor bepaalde tijd. Hij ontvangt nu een Ziektewet-uitkering.

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert samengevat – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, de gemeente:
I. veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 25.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de dagvaarding;

II. veroordeelt in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

3.2.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat de gemeente schadeplichtig is jegens hem. Hij baseert zijn vordering tot schadevergoeding op verschillende grondslagen. Ten eerste stelt [eiser] dat er sprake is van wanprestatie (6:74 BW) dan wel onrechtmatig handelen (artikel 6:162 BW) van de gemeente, waaronder begrepen handelen in strijd met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Volgens [eiser] heeft de gemeente zich onvoorwaardelijk tegenover hem verbonden zorg te dragen voor de continuering van zijn dienstverband bij de opvolgend exploitant van De Beun. Hij wijst in dit verband op de op onder 2.4 weergegeven brief van de gemeente aan de stichting, op zijn aanstellingsbesluit en op de artikelen 4.2.1. en 5.5 van de Aanbestedingsleidraad. Volgens [eiser] heeft de gemeente niet gehandeld in overeenstemming met deze documenten. De gemeente heeft zich niet gehouden aan de door haarzelf gestelde eis c.q. voorwaarde dat [eiser] bij overgang naar de opvolgend exploitant (één op één) meegaat en dat zijn bestaande rechtspositie met alle rechten en plichten intact wordt gehouden. Daarmee is de gemeente tekort geschoten in de nakoming van haar verplichting, dan wel heeft zij onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. [eiser] stelt verder dat de gemeente ook na de gunning aan SSL onzorgvuldig heeft gehandeld door hem bij de overgang naar SSL niet te begeleiden zoals een goed werkgever betaamt.

Als tweede grondslag voert [eiser] aan dat voornoemde eis c.q. voorwaarde uit de Aanbestedingsleidraad dat zijn positie behouden moet blijven, als een (niet nagekomen) derdenbeding moet worden aangemerkt.

Ten derde betoogt [eiser] dat de gemeente in strijd met de aanbestedingswetgeving de gewijzigde inschrijving van SSL heeft geaccepteerd. Volgens [eiser] heeft de gemeente ten onrechte niet onderkend dat de aanbesteding was mislukt en dat deze overgedaan had moeten worden. Dan had [eiser] zijn dienstverband gewoon kunnen vervolgen en geen (inkomens)schade geleden.

3.3.

De gemeente voert verweer. Zij betwist dat de documenten waarop [eiser] een beroep doet een garantie opleveren als gevolg waarvan [eiser] automatisch en onvoorwaardelijk over zou gaan naar de opvolgend exploitant van De Beun. Dat is volgens de gemeente nooit gezegd of bedoeld. De gemeente heeft enkel toegezegd om zich voor het behoud van [eiser] voor De Beun in te spannen. Een inspanning garandeert geen resultaat. Met het stellen van de eis tot overname in de Aanbestedingsleidraad is invulling gegeven aan haar inspanningsverplichting. Aan haar inspanningsverplichting heeft de gemeente, zo voert zij verder aan, adequaat en in ruime mate voldaan. Zij heeft veel tijd en aandacht aan [eiser] besteed. Het is aan [eiser] zelf te wijten dat hij niet in dienst is getreden bij SSL. Zijn weigering om in te stemmen met het reële en passende aanbod van SSL was een onvoorziene omstandigheid. Het laten mislukken van de aanbesteding was voor de gemeente financieel en vanuit het risico op imagoschade gezien geen optie. Een en ander heeft geleid tot het bestuursstandpunt van november 2017 dat de eis tot overname van [eiser] in de aanbesteding is komen te vervallen. Volgens de gemeente is het uiteindelijk laten vallen van deze eis geschied conform de aanbestedingsregels. Zij betwist dat artikel 5.5 van de Aanbestedingsleidraad een derdenbeding inhoudt. Als [eiser] zich anders had gedragen en het aanbod van SSL had aanvaard, dan was hij in dienst getreden bij SSL aansluitend aan het ontslag bij de gemeente, aldus de gemeente.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Ontslagbesluit

4.1.

De kantonrechter stelt voorop dat, zoals zij in het vonnis in incident heeft geoordeeld, voor vergoeding van de schade als gevolg van het ontslagbesluit in deze civielrechtelijke procedure geen ruimte is. Het beginsel van formele rechtskracht en de taakverdeling tussen de civiele rechter en de bestuursrechter staan eraan in de weg dat de kantonrechter zich over het ontslag (waaronder begrepen de inhoud en totstandkoming van het ontslagbesluit) een oordeel vormt.

Grondslagen schadevordering

4.2.

De schadevordering van [eiser] is echter niet beperkt tot de bestuursrechtelijke besluitvorming. [eiser] stelt schade te hebben geleden als gevolg van een onrechtmatige daad dan wel wanprestatie van de gemeente. Als grondslag voor de schadevordering voert [eiser] ook aan dat de gemeente in strijd met de aanbestedingsregels heeft gehandeld door de gewijzigde inschrijving van SSL te accepteren. Verder doet [eiser] onder verwijzing naar artikel 5.5 van de Aanbestedingsleidraad een beroep op een derdenbeding. Deze grondslagen konden in de bestuursrechtelijke procedure niet aan de orde komen en behoren door een civiele rechter te worden beoordeeld.

Onrechtmatig handelen

4.3.

De kantonrechter zal allereerst ingaan op de vraag of de gemeente jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld. De kern van het geschil betreft de vraag of de gemeente in het aanstellingsbesluit van 15 augustus 2016 heeft gegarandeerd dat [eiser] in de nieuwe organisatie van De Beun dezelfde functie met al zijn rechten en plichten zou behouden. [eiser] stelt dat dit het geval is, de gemeente bepleit het tegendeel.

Onvoorwaardelijke toezegging of inspanningsverplichting?

4.4.

Of sprake is van een onvoorwaardelijke toezegging of een inspanningsverplichting van de gemeente om [eiser] per datum van de overgang naar de nieuwe exploitant over te laten gaan is een kwestie van uitleg van het aanstellingsbesluit aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Dit betekent dat de kantonrechter zal beoordelen wat partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van het aanstellingsbesluit mochten toekennen en wat zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Bij deze uitleg zijn alle omstandigheden van het concrete geval van beslissende betekenis, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.

4.5.

Voorafgaand aan de aanstelling van [eiser] bij de gemeente waren er tussen de stichting, de gemeente en SSL gesprekken gaande over de overgang van de exploitatie van De Beun naar SSL. De gemeente heeft [eiser] bij brief van 11 februari 2016 laten weten dat met SSL ook is gesproken over het overnemen van het personeel. Daarbij was de verwachting - zo staat in die brief - dat (de functie van) [eiser] in de toekomstige situatie behouden zou blijven. Omdat de overname door SSL niet is doorgegaan, is op 12 juli 2016 door het college besloten dat de gemeente De Beun tijdelijk zelf met ingang van 1 september 2016 zou gaan exploiteren. De gemeente heeft de stichting hierover ingelicht in haar brief van 14 juli 2016. Daarbij heeft de gemeente aangegeven dat ook het besluit dat [eiser] zijn functie zal kunnen blijven uitoefenen op dezelfde voorwaarden en met behoud van alle rechten en plichten zoals hij die bij de stichting had, in de collegevergadering van 12 juli 2016 is bekrachtigd.

4.6.

Op 15 juli 2016 heeft de gemeente een persbericht met als titel ‘Beheerder Theater de Beun blijft aan’ laten uitgaan (zie ov. 2.5). In dit persbericht is vermeld dat [eiser] beheerder van De Beun zal blijven, ook nadat de gemeente een nieuwe exploitant heeft gevonden. Vervolgens heeft de gemeente in het aanstellingsbesluit aangekondigd dat één van de eisen bij de aanbesteding voor de exploitatie van De Beun zal zijn dat [eiser] in de nieuwe organisatie dezelfde functie behoudt. Aan deze aankondiging heeft de gemeente uitvoering gegeven door in de Aanbestedingsleidraad de eis vast te leggen dat de theatermanager door de nieuwe exploitant moet worden overgenomen, dat alle bestaande rechten en plichten van hem in stand worden gehouden en dat zijn rechtspositie volledig intact blijft (zie ov. 2.8).

4.7.

Dat de gemeente met het stellen van deze eis tot overname in de Aanbestedingsleidraad invulling heeft gegeven aan haar inspanningsverplichting, zoals zij stelt, volgt de kantonrechter niet. Het samenstel van omstandigheden dat [eiser] heeft aangedragen en zoals hierboven is weergegeven, biedt de kantonrechter geen grond om aan te nemen dat op de gemeente slechts een inspanningsverplichting tot behoud van [eiser] voor De Beun rustte.
De verwijzing van de gemeente naar de zinsneden uit het aanstellingsbesluit ‘We gaan ons inspannen dat jij jouw functie per datum van de overgang naar de nieuwe exploitant opnieuw volgt. De verwachting is dat deze functie dan opnieuw passend zal zijn.’ is hiervoor onvoldoende. Daarbij neemt de kantonrechter ook in aanmerking dat een onduidelijke formulering in de regel voor risico van de werkgever komt, in dit geval voor de gemeente die het aanstellingsbesluit heeft opgesteld.

Uitleg aanstelling

4.8.

Het samenstel van omstandigheden leidt er in dit geval toe dat het aanstellingsbesluit niet anders kan en moet worden uitgelegd dan dat de gemeente een in rechte te honoreren toezegging jegens [eiser] heeft gedaan dat hij mee over zou gaan naar de nieuwe exploitant onder gelijke rechten en verplichtingen als hij bij de gemeente had. De gemeente heeft geen andere concrete feiten of omstandigheden gesteld, waaruit blijkt dat het de bedoeling was dat de gemeente zich slechts zou inspannen en dat [eiser] niet in redelijkheid mocht verwachten dat de gemeente zou zorgen voor het toegezegde resultaat, te weten (een-op-een) overgang naar de opvolgend exploitant met behoud van alle bestaande rechten en plichten.

Naleving toezegging

4.9.

De gemeente heeft haar toezegging niet nageleefd. Zij heeft immers in de aanbesteding om haar moverende redenen de eis tot overname van [eiser] laten vallen én [eiser] ontslagen zonder ervoor zorg te dragen dat een arbeidsovereenkomst tussen hem en de uiteindelijke exploitant van De Beun tot stand was gekomen.

Daarmee heeft de gemeente gehandeld in strijd met verschillende beginselen van behoorlijk bestuur, meer concreet het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Die beginselen zijn ook in civielrechtelijke verhoudingen van toepassing.

Conclusie onrechtmatigheid

4.10.

Dat betekent dat de gemeente in strijd heeft gehandeld met hetgeen in het ongeschreven recht in het maatschappelijk verkeer betaamt en dat dit handelen aan de gemeente kan worden toegerekend. Het handelen van de gemeente leidt tot het oordeel dat zij onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld.


Relativiteit en causaliteit

4.11.

De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van de gemeente dat in dit geval niet aan de vereisten van relativiteit en causaliteit is voldaan. Enige onderbouwing van dit verweer ontbreekt. Dat er geen causaal verband is tussen de beweerdelijke schade en het rechtmatige ontslagbesluit, zoals de gemeente stelt, is in deze civielrechtelijke zaak niet aan de orde.

Eigen schuld?

4.12.

Het verweer van de gemeente dat aansprakelijkheid aan haar kant ontbreekt, omdat het aan [eiser] zelf te wijten is dat SSL haar aanbod niet meer gestand wilde doen en de gemeente de eis van overname heeft moeten laten vallen, gaat niet op.
Ook al is in dit geval geen sprake van ‘overgang van een onderneming’ als bedoeld in artikel 7:663 e.v. BW, op grond waarvan de rechten en verplichtingen van [eiser] van rechtswege overgaan naar de opvolgend exploitant, de gemeente heeft een dergelijke overgang zoals hierboven reeds is overwogen wél toegezegd. [eiser] was niet afhankelijk van een aanbod van de nieuwe exploitant. Terecht stelt hij dat het accepteren van een passende functie niet aan de orde was. Het feit dat [eiser] het – in de ogen van de gemeente passende – aanbod van SSL weigerde, kan hem dan ook niet worden aangerekend. Voor weigering was overigens voldoende reden, gezien de verzwarende elementen ten opzichte van zijn vorige functie (horeca en personeelszaken).

4.13.

Bovendien heeft [eiser] nooit onvoorwaardelijk geweigerd. [eiser] stond weliswaar niet positief tegenover de samenwerking met SSL, maar hij heeft steeds het standpunt kenbaar gemaakt, zo ook in zijn e-mail van 3 oktober 2017 aan de gemeente, dat hij over zou willen gaan naar SSL onder de toegezegde voorwaarden. Hij was immers onderdeel van de overgang van de exploitatie naar SSL.
Dat [eiser] heeft gewaarschuwd voor ‘het gevaar van SSL’ en gebruikers van De Beun heeft bericht dat zijn gesprekken met SSL in niets geresulteerd hebben, dat de gemeente de grote afwezige partij was en dat hij geen andere keus had dan het functieaanbod van SSL te aanvaarden totdat hij een andere baan zou hebben, was niet handig. Hierdoor is onder andere onrust ontstaan onder de gebruikers van De Beun. In het licht van de gegeven omstandigheden was deze reactie echter wel begrijpelijk.
De gedragingen van [eiser] staan niet in de weg aan de vaststelling van aansprakelijkheid van de gemeente. Anders dan de gemeente is de kantonrechter dus van oordeel dat de gevorderde schade niet is ontstaan door enig handelen of nalaten van [eiser] zelf. Het eigen schuld verweer van de gemeente slaagt niet.

Verwijt gemeente

4.14.

Het is juist de gemeente die anders had kunnen en moeten handelen. Zij had ofwel de eis tot overname niet moeten intrekken, ook al zou dit conform de aanbestedingsregels zijn - zij had nu eenmaal een bindende toezegging aan haar werknemer gedaan - ofwel deze eis wel moeten laten vallen, tegelijkertijd moeten constateren dat zij daarmee haar toezegging jegens [eiser] niet zou kunnen naleven en hem financieel moeten compenseren of een andere oplossing moeten aanbieden. Dat heeft de gemeente niet gedaan. Haar aanbod van drie tot vier maandsalarissen kwam uit coulance en was geen passend alternatief.

4.15.

Het voorgaande leidt ertoe dat [eiser] het de gemeente terecht verwijt dat zij in de aanbesteding de eis tot overname heeft laten vallen en zijn dienstverband heeft laten eindigen zonder hem een alternatieve baan of financiële tegemoetkoming aan te bieden. Hoewel volgens het ambtenarenrecht [eiser] mocht worden ontslagen, heeft de gemeente in civielrechtelijke zin dus onrechtmatig gehandeld jegens [eiser] en is zij daarom aansprakelijk voor de door hem geleden schade.

Schadebegroting

4.16.

Vervolgens komt de kantonrechter toe aan de vraag of en zo ja, hoeveel schade [eiser] door het onrechtmatig handelen van de gemeente heeft geleden.

4.17.

[eiser] stelt dat hij zowel materiële als immateriële schade heeft geleden en ook in de toekomst nog zal lijden. Hij gaat uit van de volgende schadeposten: een beëindigingsvergoeding, inkomensschade, sollicitatiekosten en kosten om zijn curriculum vitae via een abonnement web te onderhouden. Hij heeft zijn schadevordering afgerond op een totaal bedrag van € 25.000,00.

4.18.

De kantonrechter overweegt dat niet met zekerheid valt te zeggen wat er gebeurd zou zijn als de gemeente juist had gehandeld. De kantonrechter acht wel aannemelijk dat [eiser] (inkomens)schade heeft geleden. Zij begroot de schade van [eiser] als gevolg van het niet naleven van de toezegging door de gemeente op de wijze die het meest met de aard daarvan in overeenstemming is. Omdat de omvang van de schade in dit geval niet nauwkeurig kan worden vastgesteld, zal deze op grond van artikel 6:97 BW moeten worden geschat aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

4.19.

Bij de schatting neemt de kantonrechter mee dat [eiser] na zijn ontslag langdurig werkloos is geweest, terwijl dat voorkomen had kunnen worden als de gemeente had gehandeld zoals hierboven onder 4.14 is weergegeven. [eiser] is zijn geliefde baan in het theater kwijtgeraakt, ontving flink minder salaris en ervaarde veel stress. In de periode na zijn ontslag raakte hij in diverse rechtszaken verwikkeld. Hij heeft bij de bestuursrechter tevergeefs geprocedeerd tegen het ontslagbesluit. Daarnaast is hij als belanghebbende geconfronteerd met procedures die de gemeente tegen het Uwv voerde (en nog steeds voert) over de betaling van de WW-uitkering aan hem en over het verhaal op de gemeente. Dit heeft niet alleen hoge juridische kosten met zich gebracht, maar ook leed bij [eiser] veroorzaakt. Inmiddels zit hij al geruime tijd ziek thuis en hij heeft zich onder psychische behandeling moeten stellen. Daarnaast hebben (online) publicaties over zijn ontslag bij De Beun impact op hem als persoon gehad en kunnen deze publicaties ook een negatief effect hebben (gehad) op het vinden van een nieuwe dienstbetrekking.

4.20.

Na afweging van alle hierboven weergegeven omstandigheden begroot de kantonrechter de schade van [eiser] naar billijkheid op een bedrag van € 20.000,00. De kantonrechter zal de gemeente veroordelen dit bedrag aan [eiser] te betalen.

Slotsom

4.21.

De slotsom is dus dat de kantonrechter de vordering van [eiser] tot dit bedrag zal toewijzen. Tegen de gevorderde rente is geen afzonderlijk verweer gevoerd. De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 11 augustus 2020 tot aan de dag van algehele voldoening. Het meer gevorderde zal worden afgewezen. Aan de overige door [eiser] aangevoerde grondslagen en verweren van de gemeente wordt niet toegekomen.

Proces- en nakosten

4.22.

De proceskosten komen voor rekening van de gemeente omdat zij grotendeels ongelijk krijgt. [eiser] procedeert op basis van een toevoeging. Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de explootkosten niet mogelijk.

De kantonrechter begroot de proceskosten aan de zijde van [eiser] op:

- griffierecht € 83,00

- salaris advocaat € 996,00 (twee punten × tarief € 498,00)

Totaal € 1.079,00

De vordering tot veroordeling van de gemeente om de wettelijke rente over de proceskosten te betalen is toewijsbaar als na te melden.

4.23.

De gemeente wordt ook veroordeeld tot betaling van € 124,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt.

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt de gemeente Heiloo om aan [eiser] te betalen een schadevergoeding van € 20.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 11 augustus 2020 tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt de gemeente Heiloo in de proceskosten, die tot en met vandaag worden vastgesteld op een bedrag van € 1.079,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over dit bedrag met ingang van de veertiende dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3.

veroordeelt de gemeente Heiloo tot betaling van € 124,00 aan nasalaris voor zover daadwerkelijk nakosten door [eiser] worden gemaakt,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Slijkhuis en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter