Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:12810

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
21-01-2021
Datum publicatie
27-06-2022
Zaaknummer
C/15/311259 / HA RK 20-230
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Beschikking
Inhoudsindicatie

Op grond van artikel 474g, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is de rechtbank van de plaats van vestiging van de vennootschap bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank oordeelt dat met de plaats van vestiging wordt bedoeld de plaats waar de vennootschap statutair is gevestigd. Nu de vennootschappen alle statutair zijn gevestigd in Amsterdam, is de rechtbank Noord-Holland onbevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rekestnummer: C/15/311259 / HA RK 20-230

Beschikking van 21 januari 2021

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van Isle of Man,

S4 LIMITED,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

verzoekster,

advocaten mr. A.A.H.J. Huizing en mr. J.Y. van Gameren te Amsterdam,

en

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TENNOR HOLDING B.V.,

gevestigd te Schiphol,

verweerster.

Verzoekster zal hierna S4L en verweerster Tennor Holding worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het op 18 december 2020 door de griffie van de rechtbank ontvangen verzoekschrift strekt tot het verlenen van verlof aan S4L tot het verkopen van de in beslag genomen aandelen van Tennor Holding in de vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Kore Coal Investment B.V., Tennor International Services B.V., Sapinda Me II B.V., Sapinda Me I B.V., Civitas Properties Investment B.V., Degros Investment B.V., La Perla Fashion Investment B.V., rent Petroleum Investment B.V., Advert Investment B.V., Tennor Finance B.V., Peil Investment B.V., Tennor Properties Investment B.V., Severn Reinsurance Investment B.V., Robotic Mis Investment B.V., Tennor Middle East B.V., Tennor Maritime Holding B.V., West 66 Property Investment B.V. en Sports Streaming Invest B.V. (hierna: de vennootschappen) onder vermelding van de wijze waarop en de voorwaarden waaronder de verkoop zal dienen plaats te vinden alsmede tot veroordeling van Tennor Holding tot afgifte aan S4L van diverse in het verzoekschrift genoemde bescheiden.

2 De beoordeling

2.1.

Op grond van artikel 474g, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv) is de rechtbank van de plaats van vestiging van de vennootschap bevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De rechtbank oordeelt dat met de plaats van vestiging wordt bedoeld de plaats waar de vennootschap statutair is gevestigd. De rechtbank verwijst in dat verband naar de kamerstukken van de Tweede Kamer waarin het volgende is opgenomen:

Vergaderjaar 2003-2005, 28 863, nr. 5, pagina 11:

“Tenslotte hebben de leden (…) een vraag gesteld over artikel 474g, eerste lid, Rv. Is niet beter om de rechtbank van de vestigingsplaats of het kantoor van de vennootschap waar het beslagexploot is gedaan, bevoegd te maken, zo vragen de leden. Artikel 474g, eerste lid, Rv voorziet thans in een verplichting voor de beslaglegger om bij de rechtbank van het arrondissement waarin hij bij het beslagexploit woonplaats heeft gekozen, een verzoek in te dienen om te bepalen binnen welke termijn tot verkoop en overdracht van de beslagen aandelen kan worden overgegaan. Tot inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001 was dit tevens het arrondissement waarin het kantoor van de vennootschap waar het beslagexploot was gedaan, was gelegen. Met name bij meer beslagleggers en verschillende belanghebbende aandeelhouders kan overzichtelijk zijn om de verzoeken ex artikel 474g, eerste lid, Rv te concentreren bij de rechtbank in het arrondissement waarin de vennootschap haar vestigingsplaats heeft. Uit oogpunt van ordelijkheid en continuïteit bevat (…) de nota van wijziging daartoe een aanpassing van artikel 474g, eerste lid, Rv, in deze zin.”

Vergaderjaar 2003-2005, 28 863, nr. 6 pagina 7:

“Artikel 474g, eerste lid, Rv regelt bepaalde aspecten van een executoriaal beslag op aandelen op naam. Het bepaalt thans dat een verzoek tot bepaling van een termijn voor verkoop en overdracht moet worden ingediend bij de rechtbank in het arrondissement waarin de beslaglegger bij het beslagexploit woonplaats heeft gekozen. Voor de inwerkingtreding van de Gerechtsdeurwaarderswet op 15 juli 2001 was dit ook het arrondissement waarbinnen het kantoor van de vennootschap waaraan het exploot was gedaan, was gelegen. Een deurwaarder kon toen immers uitsluitend in zijn eigen arrondissement beslag leggen. Met de invoering van de Gerechtsdeurwaarderswet is deze automatische band komen te vervallen. De bepaling van de bevoegde rechtbank is in zoverre van belang dat deze alvorens te beslissen de beslaglegger, de geëxecuteerde, de vennootschap en zonodig ook andere belanghebbenden oproept. Bij dit laatste zal het met name gaan om medeaandeelhouders van de aandeelhouder ten laste van wie het beslag is gelegd. Vooral als sprake is van meer dan een beslaglegger en verschillende belanghebbenden is overzichtelijk om slechts een rechtbank bevoegd te maken. De rechtbank van de plaats van vestiging van de vennootschap ligt dan het meest voor de hand. Uit oogpunt van ordelijkheid en continuïteit bevat onderdeel EEb een aanpassing van artikel 474g, eerste lid, Rv in deze zin.”

2.2.

Nu de vennootschappen alle statutair zijn gevestigd in Amsterdam, is de rechtbank Noord-Holland onbevoegd om van het onderhavige verzoek kennis te nemen. De bevoegde rechtbank is de rechtbank Amsterdam. De rechtbank Noord-Holland zal op de voet van artikel 270 Rv de zaak in de stand waarin deze zich bevindt verwijzen naar de rechtbank Amsterdam.

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het verzoek,

3.2.

verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rechtbank Amsterdam.

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. Bellaart en in het openbaar uitgesproken op

21 januari 2021.1

1 Conc.: 1289