Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:12395

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
13-12-2021
Datum publicatie
10-01-2022
Zaaknummer
C/15/320789 / FA RK 21-4738
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toewijzing verzoek wijziging geboorteakte minderjarig kind - registratie geslachtnaam volgens Spaanse recht (dubbele achternaam). Buiten toepassing laten van artikel 10:20 BW wegens strijd met artikelen 18 en 20 EU-Verdrag. De procedure tot geslachtsnaamwijziging op grond van artikel 1:7 BW juncto artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit Geslachtsnaamwijziging werpt een drempel op voor het effectueren van de uit het EU-verdrag voortvloeiende rechten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd

locatie Haarlem

beroep weigering medewerking ambtenaar burgerlijke stand

zaak-/rekestnr.: C/15/320789 / FA RK 21-4738

beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 13 december 2021

in de zaak van:

[verzoeker 1] en [verzoeker 2] ,

wonende te [woonplaats] ,

hierna mede te noemen: verzoekers,

advocaat mr. E.H.P. Dingenouts, kantoorhoudende te Rotterdam,

--tegen--

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Haarlem,

zetelend te Haarlem,

hierna mede te noemen: de ambtenaar,

advocaat mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter.

1 Procedure

1.1.

Voor het verloop van de procedure verwijst de rechtbank naar de volgende stukken:

- het verzoekschrift met bijlagen ontvangen op 24 september 2021;

- de brief met bijlage van verzoekers van 15 oktober 2021;

- het verweerschrift met bijlage van 12 november 2021.

1.2.

De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 12 november 2021 in aanwezigheid van :

- verzoekers bijgestaan door mr. E.H.P. Dingenouts,

- [naam 1] en [naam 2] , beiden ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Haarlem, bijgestaan door mr. I.M. van der Heijden en mr. M.P. Sluijter, en H. Bahadir, coördinator klantcontactcentrum.

2 Feiten en procesverloop

2.1.

Uit het huwelijk van verzoekers is op [geboortedatum] 2019 in de gemeente Haarlem geboren:

- [het kind], in Nederland geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand met de geslachtsnaam [A] en in Spanje geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand met de geslachtsnaam [B].

2.2.

De vader van [de minderjarige] heeft de Spaanse nationaliteit en de moeder de Nederlandse nationaliteit. [de minderjarige] heeft de Spaanse en de Nederlandse nationaliteit.

2.3.

De vader is op 17 december 2019 bij de gemeente Haarlem verschenen om geboorteaangifte van [de minderjarige] te doen. Nadat de ambtenaar had geweigerd om de geslachtsnaam van [de minderjarige] in te schijven conform het Spaanse naamrecht, te weten [geslachtsnaam B] , heeft de man een nieuwe afspraak gemaakt voor de dag erna.

2.4.

Bij e-mail van 18 december 2019 hebben verzoekers, voorafgaand aan de aangifte door de vader, de ambtenaar gemotiveerd verzocht [de minderjarige] correct in te schrijven conform het Spaanse naamrecht.

2.5.

Bij de aangifte op 18 december 2019 weigerde de ambtenaar toch nogmaals om de geslachtsnaam van [de minderjarige] in te schijven conform het Spaanse naamrecht en is [de minderjarige] geregistreerd in de registers van de burgerlijke stand met de naam [A] .

2.6.

Bij brief van 7 januari 2020 heeft de ambtenaar laten weten de e-mail van de advocaat te beschouwen als een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam. Volgens de ambtenaar is artikel 10:20 BW van toepassing is, wat inhoudt dat de geslachtsnaam van [de minderjarige] wordt bepaald door Nederlands recht. De geboorteakte is daarom correct opgemaakt. Omdat niet de ambtenaar, maar de Koning bevoegd is tot wijziging van de geslachtsnaam, adviseert de ambtenaar verzoekers om een verzoek tot geslachtsnaamwijziging op grond van artikel 1:7 BW in te dienen. Voorts wijst de ambtenaar op de mogelijkheid om op grond van artikel 10:21 BW een latere vermelding aan de geboorteakte van [de minderjarige] toe te voegen waarin staat dat hij volgens het Spaanse recht de geslachtsnaam [B] heeft.

2.7.

Bij brief van 30 juni 2021 hebben verzoekers de gemeente Lisse verzocht de geboorteakte te corrigeren. Dat verzoek is door de gemeente Lisse doorgestuurd naar de gemeente Haarlem.

2.8.

Bij besluit van 26 augustus 2021 heeft de ambtenaar geweigerd medewerking te verlenen aan het verbeteren van een akte van geboorte van [de minderjarige] . De ambtenaar stelt daartoe dat een advies van de staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 2 oktober 2003, Garcia Avello/België (C-148/02) zou overrulen zodat dit advies een einde zou hebben gemaakt aan het keuzerecht. De uitspraak van het HvJ-EU van 14 oktober 2008, Grunkin/Paul (C-353/06) zou voorts een andere situatie behelzen. De ambtenaar stelt dat artikel 10:20 BW onverkort dient worden toegepast.

3 Het verzoek

Verzoekers komen op tegen het besluit van de ambtenaar van 26 augustus 2021. Zij hebben verzocht:

- de bestreden beslissing te vernietigen;

- verbetering te gelasten van de onder nummer [aktenummer] in het register van geboorten van het jaar 2019 van de gemeente Haarlem voorkomende akte van geboorte door wijziging van de geslachtsnaam van het kind [naam] [geslachtsnaam A] in [naam] [geslachtsnaam B], en;

- verweerder te veroordelen in de kosten van deze procedure.

4 Het verweer en zelfstandig verzoek

De ambtenaar heeft verzocht:

- verzoekers niet-ontvankelijk te verklaren in hun verzoek, althans het verzoek af te wijzen,

- verzoekers te veroordelen in de kosten van het geding, zulks met bepaling dat over die proceskostenveroordeling de wettelijke rente verschuldigd zal zijn met ingang van de vijftiende dag na datum van de te wijzen beschikking;

- de verzoekers te veroordelen in de nakosten, conform het liquidatietarief begroot op € 163 dan wel, in het geval van betekening, € 248.

5 Beoordeling van het verzoek

verbetering geboorteakte

5.1.

De Nederlandse rechter is bevoegd om het verzoek te beoordelen, omdat verzoekers en [de minderjarige] in Nederland wonen. Op het verzoek is Nederlands recht van toepassing, omdat het verzoek betrekking heeft op Nederlandse aktes van de burgerlijke stand.

5.2.

Het HvJ-EU heeft bij uitspraak van 2 oktober 2003, Carlos Garcia Avello/België geoordeeld dat de artikelen 12 en 17 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, thans de artikelen 18 en 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (EU-verdrag), zich ertegen verzetten dat de overheid van een lidstaat weigert een gunstig gevolg te geven aan een verzoek om naamsverandering met betrekking tot minderjarige kinderen die in een lidstaat verblijven en de dubbele nationaliteit bezitten, die van die lidstaat en een tweede lidstaat, wanneer dat verzoek tot doel heeft dat de kinderen de namen kunnen dragen die zij zouden dragen op grond van het recht en de gebruiken van de tweede lidstaat.

5.3.

De uitspraak van het HvJ-EU heeft geleid tot wijziging van het Besluit Geslachtsnaamwijziging in die zin dat de geslachtsnaam van een minderjarig kind op grond van artikel 3a lid kan worden gewijzigd -kort gezegd- in de geslachtsnaam naar het recht van een staat waarvan het kind de nationaliteit bezit, indien het kind naast de Nederlandse nationaliteit een andere nationaliteit bezit.

5.4.

Verzoekers hebben aan hun verzoek ten grondslag gelegd dat de ambtenaar op grond van de uitspraak in de zaak Garcia Avello/België in strijd heeft gehandeld met de artikelen 18 en 20 EU-verdrag, door met beroep op artikel 10:20 BW te weigeren om [de minderjarige] in de registers van de burgerlijke stand te registreren conform het Spaanse naamrecht.

Weliswaar kunnen verzoekers op grond van artikel 1:7 BW juncto artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit Geslachtsnaamwijziging een verzoek tot geslachtsnaamwijziging indienen, maar dit stuit volgens verzoekers op twee bezwaren. Ten eerste werpen de hoge kosten van deze procedure (te weten € 835) een dermate hoge drempel op voor het verwezenlijken van een recht dat volgens het HvJ-EU aan gemeenschapsonderdanen toekomt, dat deze kosten als zodanig strijdig zijn met het gemeenschapsrecht. Ten tweede wordt de geboorteakte met die procedure niet alsnog gecorrigeerd, maar gewijzigd. Daardoor lijkt het alsof de geslachtsnaam wel correct is geregistreerd, maar later is veranderd.

Volgens verzoekers is toepassing van artikel 10:20 BW in dit geval strijdig met het Europees recht, nu een verzoek tot geslachtsnaamwijziging op grond van het HvJ-EU wel moet slagen, en dus bij voorbaat vaststaat dat toepassing van artikel 10:20 BW zal moeten worden gecorrigeerd. Doordat de ambtenaar de geslachtsnaam door toepassing van artikel 10:20 onjuist heeft geregistreerd, worden verzoekers gedwongen tot het volgen van een onnodige en omslachtige kostbare procedure (deze procedure hetzij de procedure tot naamswijziging) om hun rechten op grond van artikel 18 en 20 EU-verdrag te effectueren.

5.5.

De ambtenaar heeft daartegen als verweer gevoerd dat uit de uitspraak van het HvJ-EU in de zaak Garcia Avello/België niet volgt dat bij de geboorte al naamskeuze kan worden gedaan. Nu de wet niet voorziet in de mogelijkheid van zo’n naamskeuze, is de geslachtsnaam van [de minderjarige] correct geregistreerd en moet het verzoek worden afgewezen.

Om te bewerkstelligen dat [de minderjarige] toch de geslachtsnaam “ [B] ” kan voeren, kunnen verzoekers een verzoek om wijziging van geslachtsnaam indienen op grond van artikel 1:7 BW juncto artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit Geslachtsnaamwijziging. Gelet op deze mogelijkheid hebben verzoekers ook geen belang bij toewijzing van hun verzoek. Het alternatief om de geslachtsnaam te wijzigen, is in lijn met het arrest Garcia Avello/België. Alleen indien een verzoek tot naamswijziging geen soelaas zou bieden, rijst de vraag of bijzondere omstandigheden maken dat artikel 10:20 BW buiten toepassing moet blijven. De ambtenaar ziet niet in waarom niet van verzoekers gevergd kan worden om een procedure tot wijziging van de geslachtsnaam te voeren. De kosten van die procedure zijn niet zodanig hoog dat verzoekers daardoor worden belemmerd in de uitoefening van hun recht.

5.6.

De rechtbank overweegt als volgt. De uitspraak van het HvJ-EU in de zaak Garcia Avello/België is gebaseerd op de overweging dat, in het licht van de bepalingen van het EU-verdrag over non-discriminatie op grond van nationaliteit en over Europees burgerschap, verscheidenheid van namen bij dubbele nationaliteit een probleem kan opleveren.

Verscheidenheid van namen kan ook in dit geval voor [de minderjarige] in de toekomst ernstige ongemakken in zijn beroeps- en privé-leven veroorzaken, met name doordat hij zich in een lidstaat waarvan hij de nationaliteit bezit (Spanje), moeilijk kan beroepen op akten of documenten die zijn opgesteld onder de naam die wordt erkend in een andere lidstaat (Nederland) waarvan hij ook de nationaliteit bezit. Ook bestaat er bij een verschil tussen zijn twee familienamen het risico dat hij twijfel aan zijn identiteit zal moeten wegnemen. Met betrekking tot verklaringen, certificaten en diploma’s en alle andere documenten die blijk geven van een recht, kan tot slot een verschil in familienaam twijfel doen ontstaan aan de echtheid van de overgelegde documenten of aan de waarheidsgetrouwheid van de daarin vermelde gegevens.

In het licht van het voorgaande en het belang van [de minderjarige] om vanaf zijn geboorte in de EU onder een en dezelfde familienaam geregistreerd te staan, valt niet goed in te zien waarom artikel 10:20 BW, dat het Nederlandse naamrecht van toepassing verklaart voor personen met een dubbele nationaliteit, de toets aan de artikelen 18 en 20 EU-verdrag zou kunnen doorstaan.

De omstandigheid dat via een wijzigingsverzoek op grond van artikel 1:7 BW juncto artikel 3a lid 1 onder b van het Besluit geslachtsnaamwijziging de werking van artikel 10:20 BW later ongedaan gemaakt kan worden, acht de rechtbank onvoldoende om die toetsing anders te doen uitvallen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat voor die wijziging een afzonderlijke procedure vereist is die bovendien kosten met zich brengt, wat een drempel opwerpt voor het effectueren van de uit het EU-verdrag voortvloeiende rechten. Daar komt bij dat niet ter discussie staat dat zo’n verzoek tot geslachtsnaamwijziging zal worden toegewezen, waardoor onverkorte toepassing van artikel 10:20 BW zoals de ambtenaar voorstaat, zou leiden tot een onnodige en omslachtige procedure om [de minderjarige] alsnog een geslachtsnaam volgens het Spaanse naamrecht te geven. Tot slot is ook niet vast komen te staan dat een geslachtsnaamwijziging de hiervoor genoemde ongemakken en risico’s voor [de minderjarige] in de toekomst daadwerkelijk zou wegnemen.

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat artikel 10:20 BW in dit geval buiten toepassing dient te blijven wegens strijd met de artikelen 18 en 20 EG-Verdrag. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.

proceskosten

5.7.

De rechtbank ziet aanleiding voor een proceskostenveroordeling op de voet van artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), omdat verzoekers -door de weigering van de ambtenaar om mee te werken aan hun verzoek- genoodzaakt waren een procedure te voeren, terwijl verzoekers voorafgaand aan de geboorteaangifte gemotiveerd hebben verzocht om [de minderjarige] in te schijven conform het Spaanse naamrecht.

5.8.

Volgens artikel 239 Rv kunnen van de kosten van de wederpartij slechts de salarissen en verschotten van de advocaat van die wederpartij ten laste van de in het ongelijk gestelde partij worden gebracht. Voor het bepalen van het salaris van de advocaat wordt aangesloten bij het liquidatietarief, op basis waarvan 1 punt wordt toegekend voor het indienen van het verzoekschrift en 1 punt voor de mondelinge behandeling ter zitting. Uitgaande van tarief II, waarbij ieder punt wordt gewaardeerd op € 563, komt het salaris voor de advocaat op € 1.126.

Navraag bij de griffie heeft uitgewezen dat verzoeker voor het indienen van het verzoekschrift € 309 aan griffierecht hebben betaald.

De ambtenaar zal worden veroordeeld tot betaling van deze kosten.

6 Beslissing

De rechtbank:

6.1.

vernietigt het besluit van de ambtenaar van de gemeente Haarlem van 26 augustus 2021;

6.2.

gelast verbetering van de akte van geboorte onder nummer [aktenummer] van het jaar 2019 opgenomen in het register van geboorte in de gemeente Haarlem door middel van een latere vermelding in de betreffende akte van de burgerlijke stand in die zin, dat de geslachtsnaam van de minderjarige [naam] [geslachtsnaam A], geboren te Haarlem op [geboortedatum] 2019, wordt gewijzigd in [geslachtsnaam B];

6.3.

veroordeelt de ambtenaar in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van verzoekers begroot op € 1.126 aan advocaatkosten en € 309 aan griffiekosten.

6.4.

wijst af het meer of anders verzochte;

6.5.

draagt de griffier - op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking - en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld - een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Haarlem.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C.M. Swinkels, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.E.J. van Schie, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 13 december 2021.

Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en de verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.