Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:11982

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
23-12-2021
Datum publicatie
19-01-2022
Zaaknummer
9547319 \ VV EXPL 21-156
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Kort geding
Inhoudsindicatie

Werknemer vordert in deze procedure betaling van achterstallig loon. Werkgever heeft de loonbetaling tijdens ziekte gestopt omdat werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet zou nakomen. Geschil tussen partijen of de eigen werkzaamheden van werknemer passend zijn in het kader van de re-integratie. Onduidelijk deskundigenoordeel. Het voorlopig oordeel is dat uit het deskundigenoordeel volgt dat de eigen werkzaamheden passend waren, waardoor de werkgever de loonbetaling niet had mogen stoppen en de loonvordering wordt toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2022-0106
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 9547319 \ VV EXPL 21-156

Uitspraakdatum: 23 december 2021

Vonnis van de kantonrechter in kort geding in de zaak van:

[werknemer]

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [werknemer]

gemachtigde: mr. C. Sesver

tegen

Werkned Uitzenddiensten B.V.

gevestigd te Zwanenburg

gedaagde

verder te noemen: Werkned

gemachtigde: R.C. Wentel

Zaak in het kort

Werknemer vordert in deze procedure betaling van achterstallig loon. Werkgever heeft de loonbetaling tijdens ziekte gestopt omdat werknemer zijn re-integratieverplichtingen niet zou nakomen. Geschil tussen partijen of de eigen werkzaamheden van werknemer passend zijn in het kader van de re-integratie. Onduidelijk deskundigenoordeel. Het voorlopig oordeel is dat uit het deskundigenoordeel volgt dat de eigen werkzaamheden passend waren, waardoor de werkgever de loonbetaling niet had mogen stoppen en de loonvordering wordt toegewezen.

1 Het procesverloop

1.1.

[werknemer] heeft Werkned op 7 december 2021 gedagvaard. Werkned heeft geen conclusie van antwoord ingediend.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 15 december 2021. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten, naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [werknemer] nog een akte vermeerdering eis toegezonden.

2 De feiten

2.1.

[werknemer] , geboren [in 1981] , is sinds 1 maart 2018 in dienst bij Werkned, laatstelijk op basis van een uitzendovereenkomst voor bepaalde tijd tot 4 november 2021.

2.2.

De functie die [werknemer] vervulde was die van schoonmaker tegen een bruto maandsalaris van € 2.160,48 exclusief emolumenten. Zijn werkzaamheden bestonden uit het verwijderen van graffiti van treinen bij een inlener van Werkned.

2.3.

Op 2 april 2021 is [werknemer] uitgevallen wegens ziekte.

2.4.

In zijn rapportage heeft de bedrijfsarts op 6 juni 2021 [werknemer] geadviseerd om drie maal per week, vier uur per dag te re-integreren in lichte werkzaamheden. In de rapportage is onder het kopje ‘Conclusie & Advies’ opgenomen: “geadviseerd wordt een gesprek tussen werknemer en werkgever in te plannen om een duidelijk plan op te stellen qua werkzaamheden voor de komende tijd. Werknemer kan op geleide van zijn belastbaarheid starten met re-integratie. Geadviseerd wordt om te starten met re-integratie in zijn eigen functie met de beperkingen inachtneming.”

2.5.

Vervolgens is tussen partijen discussie ontstaan over de invulling van de re-integratie.

2.6.

Bij brief van 15 september 2021 heeft Werkned een loonstop aangekondigd, omdat [werknemer] zonder deugdelijke grond zijn re-integratieverplichtingen niet zou nakomen.

2.7.

Bij brief van 14 oktober 2021 heeft (de gemachtigde van) [werknemer] zich beschikbaar gesteld voor werk en Werkned gesommeerd tot betaling van het achterstallige salaris alsmede de wettelijke rente en wettelijke verhoging.

2.8.

Op 20 oktober 2021 heeft het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (hierna: UWV – op verzoek van [werknemer] – een deskundigenoordeel afgegeven. Daarbij is als onderzoeksvraag gesteld: “Is het werk dat ik moet of wil doen passend?” Het deskundigenoordeel luidt, voor zover van belang, als volgt: “ik vind het werk passend omdat het past bij de krachten en bekwaamheden van de werknemer en ook in billijkheid te aanvaarden is. Er is geen sprake van storingen en onderbrekingen omdat werknemer zich op 1 taak kan richten. Hooghandelingstempo en deadlines komen niet voor. De werkzaamheden werden binnen een tijdsduur van 5 uur verricht. Daarbij was er geen sprake van gehaast werken. Werknemer had geen leidinggevende of complexe taken. Als ik naar de belasting in de functie kijk en naar de belastbaarheid van de werknemer acht ik het werk dat werknemer heeft aangewezen passend.”

2.9.

Voorts is in de begeleidende brief bij het deskundigenoordeel opgenomen: “Uw werkgever heeft u werk aangeboden dat volgens hem passend is. U heeft echter aangegeven dat het werk niet passend is. Ons oordeel is dat het werk wél passend is.”

2.10.

De arbeidsovereenkomst is per 4 november 2021 geëindigd, nu Werkned deze niet heeft verlengd.

3 De vordering

3.1.

[werknemer] vordert dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening Werkned veroordeelt tot betaling van het achterstallige salaris van € 2.160,48 bruto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente, vanaf 15 september 2021 tot aan de dag dat de dienstbetrekking rechtsgeldig is geëindigd. Daarnaast vordert [werknemer] dat de kantonrechter bij wijze van voorlopige voorziening Werkned, op straffe van een dwangsom, veroordeelt tot verstrekking van de salarisspecificaties vanaf 15 september 2021 waarop bovenstaande betalingen zijn verwerkt. Ten slotte vordert [werknemer] veroordeling van Werkned tot betaling van de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente en nakosten.

3.2.

[werknemer] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat het juist Werkned is die haar re-integratieverplichtingen niet nakomt, door hem ten onrechte niet te laten re-integreren in zijn eigen werk. [werknemer] heeft aangeboden zijn eigen werkzaamheden, te weten het verwijderen van graffiti van treinen, te verrichten met een urenbeperking. Zowel de bedrijfsarts als het UWV heeft dit werk ook passend geacht. Werkned dient op grond van artikel 7:658a van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dan ook eerst deze werkzaamheden aan te bieden voordat zij over gaat tot het aanbieden van alternatieve werkzaamheden. Daarnaast zijn de door Werkned aangeboden alternatieve werkzaamheden niet passend. Werkned handelt dan ook zonder deugdelijke grond in strijd met het advies van de bedrijfsarts en het UWV.

4 Het verweer

4.1.

Werkned betwist de vordering. Zij heeft daartoe ter zitting – samengevat – aangevoerd dat de door Werkned aan [werknemer] aangeboden alternatieve werkzaamheden passend zijn. Werkned beroept zich daarbij op de passage uit de begeleidende brief bij het deskundigenoordeel (zie 2.9. bij De feiten), waarin het UWV heeft geschreven dat de door de werkgever aangeboden werkzaamheden passend zijn. Deze zijn ten onrechte door [werknemer] geweigerd en Werkned was dan ook gerechtigd om de loonbetaling stop te zetten. Op basis hiervan dient de vordering van [werknemer] te worden afgewezen.

4.2.

Daarnaast betwist Werkned dat het eigen werk passend is. Volgens Werkned was het bij de inlener niet mogelijk om voor vier uur per dag de eigen werkzaamheden te verrichten. Om die reden is Werkned gaan kijken naar passende werkzaamheden bij andere inleners, waar de werkdruk lager was. Dit is gedaan in overleg met de arbodienst en in alle gevallen ging het om schoonmaakwerkzaamheden conform de Cao.

5 De beoordeling

[werknemer] heeft een spoedeisend belang bij zijn vordering

5.1.

De vordering in kort geding kan alleen worden toegewezen als [werknemer] daarbij een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval, nu het hier gaat om een loonvordering.

5.2.

Verder is voor toewijzing van de vordering in dit kort geding vereist dat de aan die vordering ten grondslag gelegde feiten en omstandigheden voldoende aannemelijk zijn en dat het ook in voldoende mate waarschijnlijk is dat die vordering in een nog te voeren gewone procedure (bodemprocedure) zal worden toegewezen. Voor nader onderzoek naar bepaalde feiten en omstandigheden of voor bewijslevering door bijvoorbeeld getuigen is in dit kort geding in beginsel geen plaats. Dat moet gebeuren in een eventuele bodemprocedure. De beoordeling in dit kort geding is dan ook niet meer dan een voorlopig oordeel over het geschil tussen partijen.

5.3.

De kantonrechter is van oordeel dat het in voldoende mate waarschijnlijk is dat de loonvordering van [werknemer] in een bodemprocedure zal worden toegewezen. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Eigen arbeid van [werknemer] was passend

5.4.

Artikel 7:658a lid 1 BW bepaalt dat de werkgever, ten aanzien van de werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, de inschakeling in de arbeid in zijn bedrijf bevordert. Daarbij is de werkgever verplicht zodanige maatregelen te treffen als redelijkerwijs nodig, zodat de werknemer in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten (artikel 7:658a lid 2 BW). Dit artikel bouwt voort op rechtspraak van de Hoge Raad. Daaruit volgt dat een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die zich bereid verklaart de bedongen arbeid te verrichten voor het gedeelte waartoe hij in staat is, daartoe in beginsel door de werkgever moet worden toegelaten, tenzij op grond van door de werkgever te stellen en zo nodig te bewijzen omstandigheden moet worden geoordeeld dat dit redelijkerwijze van haar niet valt te vergen. Dit geldt ook wanneer de werkgever hiervoor de nodige organisatorische maatregelen moet treffen (HR 13 december 1991, NJ 1992/441 (Goldsteen/Roeland)).

5.5.

De kantonrechter is van oordeel dat het eigen werk als passend moet worden aangemerkt. Vast staat dat zowel in het deskundigenoordeel van het UWV als in het advies van de bedrijfsarts van 6 juni 2021 is geoordeeld dat de eigen werkzaamheden passend zijn. [werknemer] heeft zich ook bereid verklaard zijn eigen werk, met een urenbeperking, te verrichten. Werkned heeft ter zitting betwist dat het eigen werk passend is. Daartoe heeft zij aangevoerd dat het werk als reiniger van treinen niet in vier uur per dag gedaan kan worden. Ook zou er op locatie geen begeleiding beschikbaar zijn, was de veiligheid niet te garanderen en zou er geen mogelijkheid zijn geweest voor meerdere pauzes. Met een enkele mondelinge toelichting ter zitting heeft Werkned dit standpunt echter onvoldoende onderbouwd. De werkzaamheden werden doorgaans immers binnen een tijdsduur van vijf uur verricht en volgens het deskundigenoordeel zou er geen sprake zijn geweest van gehaast werken. Er valt dan ook niet in te zien waarom er met een urenbeperking geen sprake zou zijn van passend werk. Daarnaast heeft Werkned ook niet betwist dat zij collega’s van [werknemer] wel in het eigen werk heeft laten re-integreren. De kantonrechter is dan ook voorlopig van oordeel dat uit de gestelde omstandigheden onvoldoende aannemelijk is geworden dat [werknemer] zijn eigen werkzaamheden niet met de urenbeperking kon verrichten.

Was de door Werkned aangeboden arbeid passend?

5.6.

Verder heeft Werkned nog ter zitting aangevoerd dat uit de begeleidende brief bij het deskundigenoordeel volgt dat het aangeboden werk (ook) passend is. Zoals hiervoor overwogen waren de eigen werkzaamheden passend en had Werkned deze moeten aanbieden. Het is voor de beoordeling van de loonvordering dan ook niet relevant of het door Werkned aangeboden alternatieve werk ook als passend kan worden aangemerkt. Ten overvloede wordt in dat kader nog het volgende overwogen.

5.7.

De kantonrechter acht het niet onwaarschijnlijk dat de door Werkned aangehaalde passage uit de begeleidende brief een standaard tekstblok betreft. De inhoud van de brief komt ook niet overeen met de inhoud van het deskundigenoordeel. Zonder nadere toelichting, die ook ontbreekt, valt niet in te zien waarom het aangeboden werk als passend moet worden aangemerkt. Het deskundigenoordeel maakt duidelijk dat de eigen werkzaamheden als passend worden aangemerkt. Er is ook niet een deskundigenoordeel aangevraagd voor beantwoording van de vraag naar de passendheid van de aangeboden alternatieve werkzaamheden. Het had op de weg van Werkned gelegen om een dergelijk oordeel aan te vragen. Dit heeft zij echter nagelaten en komt voor haar rekening en risico. Gelet op het voorgaande faalt dit verweer van Werkned.

Betaling achterstallig salaris

5.8.

Nu vast is komen te staan dat de eigen werkzaamheden passend zijn, wijst de kantonrechter de vordering van [werknemer] tot betaling van het achterstallige salaris vanaf 15 september 2021 toe. Ter zitting hebben partijen te kennen gegeven dat zij het er over eens zijn dat de arbeidsovereenkomst op 4 november 2021 rechtsgeldig is geëindigd. De kantonrechter zal daarom de loonvordering toewijzen over de periode van 15 september 2021 tot 4 november 2021.

Wettelijke verhoging en wettelijke rente

5.9.

De kantonrechter zal de gevorderde wettelijke verhoging toewijzen nu de niet tijdige voldoening van het salaris van [werknemer] aan Werkned moet worden toegerekend. De kantonrechter ziet in het kader van de voorlopige voorziening aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen tot 10%.

5.10.

De gevorderde wettelijke rente over het loon is eveneens toewijsbaar.

Salarisspecificaties

5.11.

Verder heeft [werknemer] om afgifte van zijn salarisspecificaties verzocht. De kantonrechter gaat er vanuit dat Werkned als goed werkgever deze specificaties aan [werknemer] zal verstrekken. Nu Werkned geen verweer heeft gevoerd tegen de gevorderde dwangsom van € 100,- per dag, zal de kantonrechter deze vordering eveneens toewijzen, met een maximum van € 10.000,-.

Proceskosten

5.12.

De proceskosten komen voor rekening van Werkned, omdat zij ongelijk krijgt. Daarbij wordt Werkned ook veroordeeld tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Werkned tot betaling aan [werknemer] van het verschuldigde loon, ad
€ 2.160,48 bruto per maand, over de periode van 15 september 2021 tot 4 november 2021, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 10% en de wettelijke rente;

6.2.

veroordeelt Werkned tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [werknemer] tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 98,52

griffierecht € 240,00

salaris gemachtigde € 747,00 ;

6.3.

veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 124,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter