Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2021:11046

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
04-06-2021
Datum publicatie
28-12-2021
Zaaknummer
9096108
Rechtsgebieden
Bestuursstrafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

WAHV, De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft aangevoerd dat er ter plaatse geen bord aanwezig is. De verbalisant heeft verklaard dat betrokkene een van de twee aanwezige borden moet zijn gepasseerd. De kantonrechter gaat uit van de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft, ondanks zijn overgelegde foto, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het bord er ten tijde van de gedraging niet stond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknummer : 9096108 \ WM VERZ 21-101

CJIB-nummer : 233798173

Uitspraakdatum : 4 juni 2021

Uitspraak op een beroep als bedoeld in artikel 9 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV)

in de zaak van

[betrokkene]

Het verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna te noemen: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond dan wel niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.

De zaak is behandeld op de zitting van 4 juni 2021. Op de zitting is de vertegenwoordiger van de officier van justitie verschenen. Op verzoek van de rechtbank heeft betrokkene laten weten dat hij/zij niet naar de zitting wil komen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Overwegingen

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd, luidt – kort omschreven – als volgt: als bestuurder handelen in strijd met een gesloten verklaring in beide richtingen.

Betrokkene is het niet eens met de beslissing van de officier van justitie en heeft in het beroepschrift de gronden daarvoor aangevoerd.

In WAHV-zaken biedt de verklaring van een verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling van de gedraging. Dit is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert die aanleiding geven te twijfelen.

De officier van justitie heeft een aanvullend proces-verbaal laten opmaken door de verbalisant. In dit aanvullend proces-verbaal, ondersteund met foto’s, is het volgende vermeld: “Ik, [verbalisant] zag dat betrokkene twee keer een bord geslotenverklaring in beide richtingen negeerde, bord C1. Er staat zo een bord aan het begin op de Abe Bonnemaweg ter hoogte van J.J.P. Oudweg te Heerhugowaard. (…) Er staat zo een bord aan het einde van de parkeerplaat, ter hoogte van de paaltjes van het Strand van Luna te Heerhugowaard. (…) Ik, [verbalisant] heb de betrokkene over de Abe Bonnemaweg richting het Strand van Luna te Heerhugowaard en vice versa zien rijden. Hij is in beide gevallen een van de twee borden gepasseerd.”

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken die zich in het dossier bevinden – met name uit de verklaring van de verbalisant – voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Betrokkene heeft aangevoerd dat er ter plaatse geen bord aanwezig is. De verbalisant heeft verklaard dat betrokkene een van de twee aanwezige borden moet zijn gepasseerd. De kantonrechter gaat uit van de verklaring van de verbalisant. Betrokkene heeft, ondanks zijn overgelegde foto, onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het bord er ten tijde van de gedraging niet stond. De kantonrechter ziet geen aanleiding om in hetgeen door betrokkene is aangevoerd een rechtvaardiging voor deze gedraging te zien. Derhalve treft het verweer geen doel.

Betrokkene heeft daarnaast aangegeven dat meerdere personen zich schuldig maakten aan dezelfde gedraging als die betrokkene wordt verweten. Iedere weggebruiker die zich niet aan de verkeersregels houdt loopt het risico om bekeurd te worden. Het is daarom niet relevant of meerdere personen al dan niet zijn bekeurd voor dezelfde gedraging.

De boete is dus terecht opgelegd. De kantonrechter ziet in hetgeen betrokkene heeft aangevoerd ook geen reden om de boete te matigen.

Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak

De kantonrechter:

‒ verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. B. Voogd, kantonrechter, bijgestaan door de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

De griffier De kantonrechter

Tegen deze uitspraak kan op grond van artikel 14 WAHV hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, binnen 6 weken na de hieronder vermelde dag van toezending. Hoger beroep is in beginsel alleen mogelijk als de boete in de uitspraak is bepaald op een bedrag van meer dan € 70,00. Het beroepschrift moet worden verzonden aan de afdeling Kanton van de rechtbank Noord-Holland, Postbus 251, 1800 BG Alkmaar. De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht. Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Datum toezending: