Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:9281

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
30-09-2020
Datum publicatie
12-11-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 242
Rechtsgebieden
Bestuursprocesrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

8:57 Awb. CBR. Ongeldigverklaring rijbewijs. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de conclusies uit het rapport van de psychiater heeft mogen volgen en heeft kunnen concluderen dat er sprake is van alcoholmisbruik.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/242

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.S. Rozenbeek),

en

de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat uit onderzoek is gebleken dat zij niet geschikt is voor de rijbewijscategorieën AM en B.

Bij besluit van 2 december 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Partijen hebben toestemming gegeven voor het doen van een uitspraak zonder zitting. Op grond van artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. Het onderzoek is vervolgens gesloten.

Overwegingen

1.1

Op 30 november 2018 is eiseres aangehouden op verdenking van alcoholgebruik als bestuurder van een motorrijtuig, nadat zij een eenzijdige aanrijding heeft veroorzaakt. Op 16 januari 2019 heeft de politie, eenheid Noord-Holland, mededeling gedaan van het vermoeden dat eiseres niet langer voldoet aan de eisen van geschiktheid waaraan zij, gezien het aan haar afgegeven rijbewijs, dient te voldoen. Verweerder heeft op 31 januari 2019 besloten dat eiseres een onderzoek moet laten doen naar haar alcoholgebruik en de geldigheid van het rijbewijs geschorst. Eiseres heeft bezwaar en beroep ingesteld tegen dit besluit, waarna verweerder haar bezwaar ongegrond verklaarde op 8 juli 2019. Eiseres heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en dit beroep later weer ingetrokken.

1.2

Verweerder heeft eiseres verwezen voor een keuring door een psychiater. De keuring heeft op 4 mei 2019 plaatsgevonden. In het rapport van 29 mei 2019 komt de keurend psychiater tot de conclusie dat bij eiseres sprake is van alcoholmisbruik. Verweerder wordt geadviseerd eiseres ongeschikt te achten.

1.3

De keurend psychiater heeft de psychiatrische diagnose alcoholmisbruik in ruime zin gesteld. De psychiater leidt dit af uit de verhoogde tolerantie voor alcohol van eiseres, omdat zij bij een alcoholgehalte van 2.18 procent zich alles kon herinneren, alles prima kon doen en zich nuchter voelde. Formeel gezien is volgens de psychiater sprake van onderraportage en loochening van feiten en moet er sprake zijn van een hoog normaal alcoholgebruik.

2. Bij besluit 16 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres medegedeeld dat uit onderzoek is gebleken dat zij niet geschikt is voor de rijbewijscategorieën AM en B.

Aan dit besluit heeft verweerder het rapport van de keurend psychiater van 29 mei 2019 ten grondslag gelegd.

3. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage en maakt onderdeel uit van deze uitspraak.

4. Eiseres voert aan dat de beslissing op bezwaar onzorgvuldig tot stand is gekomen. De persoon van eiseres, het medisch onderzoek en de verklaring van eiseres stroken niet met het bij eiseres geconstateerde promillage. Een contra-indicatie voor alcoholmisbruik is dat bij eiseres niet sprake is van volledig disfunctioneren, zoals bij een dergelijk promillage valt te verwachten. Voorts is de rapportage van het door psychiater [naam 1] uitgevoerde onderzoek naar de geschiktheid - met als conclusie alcoholmisbruik - innerlijk tegenstrijdig en onvoldoende concludent. De rapportage rechtvaardigt niet de conclusie dat sprake is van alcoholmisbruik, omdat hier geen aanwijzingen voor zijn. Eiseres heeft bloedonderzoeken laten doen bij haar huisarts, mevrouw [naam 2] . In een verklaring van 12 maart 2019 heeft deze huisarts verklaard dat aangezien eiseres een magere vrouw is en zij de hele dag niet had gegeten of gedronken, de concentratie bij een zelfde inname van alcohol uiteraard hoger kan zijn. Verder verwijst eiseres naar het onderzoeksrapport ‘Opname en afbraak van alcohol in het menselijk lichaam’, waarin is vastgesteld dat bij een vrouwelijk proefpersoon van 54 kg, bij inname van 9 glazen bier, een alcoholgehalte is vastgesteld van 1,5 promille. Verder is de psychiatrische diagnose onder 13.2 dat sprake is van ‘onderraportage, loochening van feiten en een hoog normaal alcoholgebruik’ ongefundeerd.

5.Verweerder stelt zich op het standpunt dat uitgegaan mag worden van het geconstateerde alcoholgehalte en ziet geen reden om te twijfelen aan het rapport van psychiater. Op 30 november 2018 werd een alcoholgehalte vastgesteld van 2.18 procent. Eiseres heeft een contra-expertise na haar aanhouding uit laten voeren op haar bloed, daarbij werd een alcoholgehalte vastgesteld van 2.06 procent. Opleggen van een onderzoek en schorsing van de geldigheid van het rijbewijs is daarom gerechtvaardigd, omdat zowel bij het onderzoek als bij de contra-expertise het alcoholgehalte boven de 1,8 procent lag. Dit alcoholgehalte is in rechte vast komen te staan omdat eiseres haar beroep tegen de oplegging van het onderzoek heeft ingetrokken. Verweerder stelt zich op het standpunt dat het feit dat eiseres op 30 november 2018 niet de daarbij te verwachten intoxicatietoestand vertoonde, erop duidt dat bij eiseres sprake moet zijn van een verhoogde tolerantie voor alcohol. De verklaring van de huisarts, dat eiseres drie glazen prosecco zou hebben gedronken en de hele dag niet had gegeten of gedronken, berust op de eigen verklaring van eiseres en wordt niet ondersteund door de feiten. Voorts doet de stelling dat de concentratie verhoogd zou zijn door het lage vochtgehalte in de bloedbaan en het gewicht van eiseres niet af aan het feitelijk geconstateerde alcoholgehalte, waarbij eiseres dus niet de verwachte ernstige intoxicatietoestand vertoonde. Verweerder kan de redenering van de psychiater, dat sprake is van onderraportage en loochening van de feiten volgen.

6.1

Zoals de Afdeling heeft overwogen (zie onder meer de uitspraak van 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1788), mag een bestuursorgaan, in dit geval verweerder, in beginsel uitgaan van de juistheid van een op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Dat geldt evenzeer voor de rechter, tenzij tegenbewijs noopt tot afwijking van dit uitgangspunt.

De keurend artsen bij de onderzoeken mochten als uitgangspunt nemen dat bij de aanhouding op 30 november 2018 bij haar een alcoholgehalte van 2.18 procent is geconstateerd. Dit alcoholgehalte is nadrukkelijk opgenomen in het besluit van 8 juli 2019. De rechtbank stelt vast dat eiseres tegen dit besluit beroep heeft ingesteld en dit beroep daarna heeft ingetrokken, zodat dit besluit in rechte onaantastbaar is geworden.

6.2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie onder meer de uitspraak van 5 februari 2014 ECLI:NL:RVS:2014:277) bestaat er in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin is gesteld, voor de rechter slechts aanleiding om de ongeldigverklaring van het rijbewijs niet in stand te laten, indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat verweerder zich daarop niet heeft mogen baseren. Het is aan eiseres om een rapport van een medisch deskundige te overleggen, waarin de diagnoses van de keurend arts worden weersproken (uitspraak van de Afdeling van 1 augustus 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BX3257).

6.3

In de uitspraak van 24 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1339 heeft de Afdeling een deskundige ingeschakeld om in algemene zin meer inzicht te krijgen in de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’. Daaruit volgt, samengevat weergegeven, dat ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ een beschrijvende diagnose is waarbij alle gegevens worden gebruikt die wijzen in de richting van problemen rond alcoholgebruik, terwijl aanwijzingen dat het onwaarschijnlijk is dat bij betrokkene sprake is van met alcoholgebruik gerelateerde problemen niet aanwezig zijn. Er zijn meerdere, indirecte aanwijzingen nodig om tot deze diagnose te komen, omdat de betrouwbaarheid van anamnestische gegevens in de keuringssituatie laag is. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan de omstandigheden van de aanhouding, het goed of langdurig kunnen functioneren met hoge promillages alcohol, afwijkende bloedwaarden die zich voordoen bij mensen met een chronisch hoge consumptie en lichamelijke afwijkingen die zich voordoen bij chronisch overmatig alcoholgebruik. De diagnose kan niet uitsluitend worden gesteld op grond van de anamnese in combinatie met een sterk verhoogd ademalcoholgehalte, terwijl ook geldt dat de diagnose soms wel kan worden gesteld als het laboratoriumonderzoek geen afwijkende resultaten geeft. Het ontbreken van afwijkende bloedwaarden in de laboratoriumuitslagen betekent niet dat de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet kan worden gesteld, omdat enkele weken alcoholabstinentie al kan leiden tot normalisering van de bloedwaarden.

7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de conclusies uit het rapport van de psychiater heeft mogen volgen en heeft kunnen concluderen dat er sprake is van alcoholmisbruik. De psychiater heeft deze diagnose gesteld aan de hand van meerdere omstandigheden. In het onderzoeksrapport is de diagnose 'alcoholmisbruik in ruime zin' onder meer gebaseerd op de conclusie dat aannemelijk is dat eiseres een zekere alcoholtolerantie heeft opgebouwd. Daarbij heeft de psychiater in aanmerking genomen dat eiseres bij haar aanhouding zich alles kon herinneren, de auto goed kon vinden en starten, prima kon lopen en rijden, zich nuchter voelde en er totaal niet bij stil heeft gestaan dat ze teveel had gedronken om te mogen rijden. Het goed of langdurig kunnen functioneren met hoge promillages alcohol is een aanwijzing voor alcoholtolerantie. De psychiater heeft erop gewezen dat de verhoogde alcoholtolerantie van eiseres niet waarschijnlijk is bij het door haar beschreven normale alcoholgebruik. Het onderzoeksrapport heeft voorts inzichtelijk gemaakt dat sprake is van een discrepantie tussen het door eiseres opgegeven alcoholgebruik ten tijde van haar aanhouding en het bij haar geconstateerde alcoholgehalte. In het onderzoeksrapport is uiteengezet dat gelet op de verklaringen van eiseres over haar alcoholgebruik van drie glazen prosecco in vijf uur op de dag van de aanhouding een alcoholpromillage van onder de 0.5 procent zou worden verwacht. Derhalve is in het onderzoeksrapport voldoende inzichtelijk gemaakt dat aanwijzingen bestaan dat sprake is van onderrapportage.

8. De verklaring van de huisarts is volgens het oordeel van de rechtbank onvoldoende om aan het rapport van de psychiater te twijfelen. De verklaring van de huisarts doet niet af aan het geconstateerde alcoholgehalte en dat eiseres met dit hoge promillage alcohol goed kon functioneren. Voorts geeft de huisarts aan dat zij geen expert is en zij geen verklaring wil afleggen bij een rechter. Naar het oordeel van de rechtbank leidt de verklaring van de huisarts dus niet tot de conclusie dat het rapport van de psychiater naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig of anderszins niet of niet voldoende concludent is. Ook wat eiseres verder heeft aangevoerd leidt niet tot deze conclusie. Verweerder heeft zich dus op dit deskundigenrapport mogen baseren en heeft kunnen concluderen dat sprake is van alcoholmisbruik. Dat het gemeten alcoholgehalte op zichzelf geen grond vormt voor de conclusie dat sprake is van misbruik van alcohol en dat uit het laboratoriumonderzoek geen aanwijzingen voor alcoholmisbruik volgen, brengt niet mee dat, gelet op de overige bevindingen uit het onderzoeksrapport de diagnose ‘alcoholmisbruik in ruime zin’ niet gesteld kan worden.

9. Het beroep is ongegrond.

10. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, rechter, in aanwezigheid van mr. L. van Broekhoven, griffier.

Deze uitspraak is gedaan op 30 september 2020. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.

Bijlage

Wegenverkeerswet

Artikel 123

1. Onverminderd de artikelen 122 en 131, tweede lid, verliest een rijbewijs zijn geldigheid:

f. door ongeldigverklaring, voor de categorie of categorieën waarop de ongeldigverklaring betrekking heeft dan wel, indien de ongeldigverklaring betrekking heeft op een deel van de geldigheidsduur, voor dat deel van de geldigheidsduur;

Artikel 124

1. Onverminderd de artikelen 132, tweede lid, 132b, tweede lid, en 134, vierde lid, wordt een rijbewijs overeenkomstig bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde regels voor een of meer categorieën van motorrijtuigen of voor een deel van de geldigheidsduur ongeldig verklaard indien:

d. de houder blijkens een op diens verzoek uitgevoerd onderzoek niet langer beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft, voor die categorie of categorieën en, indien bij dat onderzoek blijkt dat hij tevens niet beschikt over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van een andere categorie of andere categorieën dan waarop het onderzoek betrekking heeft, tevens voor die andere categorie of categorieën

2. De ongeldigverklaring geschiedt:

e. in de in het eerste lid, onderdeel d, bedoelde gevallen door het CBR;

7. Indien het rijbewijs dat voor ongeldigverklaring op grond van het eerste lid, onderdeel d, in aanmerking komt, zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur, plaatst degene die ingevolge het tweede lid is belast met de ongeldigverklaring, een aantekening in het rijbewijzenregister waaruit blijkt dat de houder bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs op de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde wijze dient aan te tonen dat hij beschikt over de lichamelijke en geestelijke geschiktheid die is vereist voor het besturen van motorrijtuigen van de categorie of categorieën waarop het onderzoek betrekking heeft.

Artikel 130

1. Indien bij de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen personen een vermoeden bestaat dat de houder van een rijbewijs niet langer beschikt over de rijvaardigheid dan wel over de lichamelijke of geestelijke geschiktheid, vereist voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor dat rijbewijs is afgegeven, doen zij daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling aan het CBR onder vermelding van de feiten en omstandigheden die aan het vermoeden ten grondslag liggen. Bij ministeriële regeling worden de feiten en omstandigheden aangewezen die aan het vermoeden ten grondslag dienen te liggen en worden ter zake van de uitoefening van deze bevoegdheid nadere regels vastgesteld.

Artikel 131

1. Indien een schriftelijke mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, is gedaan, besluit het CBR in de bij ministeriële regeling aangewezen gevallen respectievelijk tot:

c. een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid.

Artikel 132

1. Behoudens de bij algemene maatregel van bestuur vastgestelde uitzonderingen is diegene verplicht zijn medewerking te verlenen aan de opgelegde maatregel, die zich:

c. ingevolge artikel 131, eerste lid, aanhef en onderdeel c, dient te onderwerpen aan een onderzoek naar de rijvaardigheid of geschiktheid.

Regeling eisen geschiktheid 2000

Artikel 2

De eisen met betrekking tot de lichamelijke en geestelijke geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen worden vastgesteld overeenkomstig de bij deze regeling behorende bijlage.

Bijlage behorende bij de Regeling eisen geschiktheid 2000

Paragraaf 8.8

Voor de beoordeling of sprake is van misbruik van psychoactieve middelen is een specialistisch rapport vereist.

Personen die misbruik maken van dergelijke middelen zijn zonder meer ongeschikt.

Indien zij aannemelijk of aantoonbaar zijn gestopt met dit misbruik, dient een recidiefvrije periode van een jaar te zijn gepasseerd voordat zij door middel van een herkeuring - op basis van een specialistisch rapport geschikt - kunnen worden geacht.

Een strenge opstelling van de keurend arts is aangewezen, gezien de gevaren die het gebruik van deze middelen oplevert voor de verkeersveiligheid.