Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:9166

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
02-11-2020
Datum publicatie
11-11-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 790
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Aanslag leges omgevingsvergunning. Uitspraak in klare taal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 11-11-2020
V-N Vandaag 2020/2757
FutD 2020-3406
Belastingblad 2020/487 met annotatie van L.J. Boone
NTFR 2020/3472
V-N 2021/4.24.25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/790

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 november 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiseres

(gemachtigde: B.J.A.M. Martens-Lohman),

en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Deze rechtszaak gaat over de aanslag leges die is opgelegd aan mevrouw [X] (zij is eiseres in deze zaak). De aanslag is in opdracht van de gemeente Haarlem opgelegd door de heffingsambtenaar van Cocensus (verweerder in deze zaak). In deze uitspraak zal met ‘de gemeente’ of ‘de gemeente Haarlem’ ook verweerder worden bedoeld.

De gemeente Haarlem heeft aan mevrouw [X] met datum 20 september 2019 een legesaanslag van € 2.066,50 (de aanslag) opgelegd.

De gemeente Haarlem heeft uitspraak op bezwaar gedaan en heeft de aanslag gelaten zoals hij was.

Mevrouw [X] heeft daartegen beroep ingesteld.

De gemeente Haarlem heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 september 2020 in Haarlem.
Mevrouw [X] is naar de zitting gekomen, samen met haar gemachtigde
B.J.A.M. Martens-Lohman. De gemeente Haarlem wilde zich op de zitting laten vertegenwoordigen door [A] . Zij kon vanwege opkomende ziekteverschijnselen echter niet naar de zitting komen en kon geen vervanging meer regelen. Zij heeft ermee ingestemd dat de zitting door mocht gaan zoals gepland en was tijdens de zitting telefonisch bereikbaar voor inlichtingen.

Overwegingen

De uitspraak

1. De rechtbank geeft de gemeente Haarlem gelijk. De gemeente Haarlem mocht de aanslag voor de vergunning van de viskiosk aan mevrouw [X] opleggen. Hieronder legt de rechtbank uit waarom dat zo is.

Waarover gaat deze rechtszaak?

2. Mevrouw [X] verkoopt vis vanuit haar kiosk met de naam ‘ [B] ’. Mevrouw [X] en haar familie doen dat al sinds lange tijd op een plek aan de [C] in Haarlem, in de buurt van de [D] .

3. In het jaar 2006 werd de [D] verbouwd. [B] moest toen van de gemeente verplaatsen naar een andere plek bij de [D] . De gemeente heeft op de nieuwe plek een plateau voor de viskiosk gemaakt. De kiosk van [B] staat sinds die tijd op dat plateau.

4. In het jaar 2018 bleek dat [B] in strijd met het bestemmingsplan en zonder omgevingsvergunning op die plek stond. Na een actie van buurtbewoners om [B] daar te behouden ging de gemeente Haarlem akkoord met het verlenen van een vergunning daarvoor.

5. Mevrouw [X] heeft de vergunning aangevraagd en gekregen, maar ze is het er niet mee eens dat zij hiervoor leges moet betalen.

Waarom is mevrouw [X] het niet eens met de aanslag?

6. Mevrouw [X] is het niet eens met de aanslag. Het bedrag lijkt haar te hoog. Bovendien heeft de gemeente Haarlem in 2006 zelf vergeten om voor het plateau voor de kiosk een vergunning aan te vragen. Als dat gebeurd was, dan had [B] dat later niet meer hoeven doen. Verder vindt mevrouw [X] ook dat de gemeente niet goed heeft uitgelegd waarom zij deze aanslag moet betalen.

Waarom vindt de gemeente de aanslag wel juist?

7. De gemeente Haarlem vindt dat zij de aanslag terecht heeft opgelegd. De gemeente heeft namelijk de aanvraag van de vergunning van mevrouw [X] in behandeling genomen, zodat zij leges mag heffen. De aanslag is niet te hoog, want de gemeente is uitgegaan van het bedrag van de kosten voor de viskiosk dat mevrouw [X] heeft opgegeven aan de gemeente. De kwestie van het plateau moet los gezien worden van de vergunning die mevrouw [X] nodig heeft voor haar viskiosk. Er was ook geen afspraak dat de gemeente Haarlem de kosten van de vergunning voor de viskiosk voor mevrouw [X] zou betalen.

Waarom geeft de rechtbank de gemeente gelijk?

8. De gemeente Haarlem mag leges heffen voor het behandelen van een vergunningaanvraag. Dit staat in de regels die gelden voor de gemeente Haarlem1.
De gemeente heeft de aanvraag van de vergunning voor de viskiosk van mevrouw
[X] behandeld, zoals in die regels staat. Daarom mocht de gemeente de legesaanslag aan mevrouw [X] opleggen.

9. De rechtbank heeft geen aanwijzing gevonden dat het bedrag van de aanslag niet klopt. Mevrouw [X] heeft gezegd dat zij niet precies weet wat de kosten zijn geweest, maar dat zij een bedrag van € 50.000 als bouwkosten heeft opgegeven bij haar aanvraag. De gemeente heeft daarover omzetbelasting berekend (dat was € 10.500). Over het totale bedrag (van € 60.500) is de aanslag berekend. Het lijkt door die omzetbelasting misschien wel alsof de gemeente Haarlem met € 60.500 van een te hoog bedrag is uitgegaan, maar dat is niet zo2. Ook het aanslagbedrag van € 2.066,50 is dan juist berekend3.

10. Mevrouw [X] heeft gezegd dat er inderdaad geen afspraak was dat de gemeente de kosten voor haar vergunning zou betalen. Dit betekent dat de gemeente Haarlem geen belofte heeft gebroken door de aanslag op te leggen.

Hoe zit het met de verplaatsing naar het plateau in 2006?

11. [B] is altijd een vaste kiosk geweest, maar mevrouw [X] had eigenlijk alleen een vergunning voor een mobiele standplaats, zoals bij een marktkraam of ‘foodtruck’. De werkelijke situatie klopte dus niet met de juridische situatie.

12. Toen [B] in 2006 moest verplaatsen van de gemeente, had dit aangepast kunnen worden. De gemeente maakte en betaalde zelfs een plateau voor de verplaatsing van de vaste kiosk. Het is dan logisch dat mevrouw [X] dacht dat haar situatie toen goed geregeld was. Maar dat was helaas niet zo.

13. De situatie van de viskiosk werd pas goed geregeld toen mevrouw [X] een vergunning kreeg voor de vaste plaats. Maar zij wist niet dat ze daarvoor nog wel leges moest betalen. Dat was een teleurstelling voor mevrouw [X] . Maar helaas is dat juridisch wel correct (zie hierboven onder nummers 8, 9 en 10).

14. Er is bovendien verwarring ontstaan doordat de gemeente ontdekte dat zij zelf geen vergunning aangevraagd had voor het plateau, want ook een gemeente mag niet zonder vergunning bouwen. Mevrouw [X] dacht dat met de vergunning voor dat plateau ook de vergunning voor haar viskiosk in één keer geregeld zou zijn. Dat is een misverstand, omdat de vergunning voor de aanleg van het plateau door de gemeente en de vergunning voor het plaatsen van de vaste kiosk door mevrouw [X] juridisch twee verschillende dingen zijn.

De uitleg die door de gemeente is gegeven

15. Mevrouw [X] heeft niet goed begrepen wat haar juridische situatie was en ook niet welke gevolgen er aan de vergunningaanvraag vast zaten. In de uitspraak op bezwaar heeft de gemeente Haarlem het juridisch noodzakelijke opgeschreven. Er staat in waarom de aanslag is opgelegd en voor welk bedrag. Er staat ook in dat de aanslag niet anders wordt door de verplaatsing van de kiosk en de aanleg van het plateau. Dat is op zich voldoende. De gemeente was ook niet verplicht om mevrouw [X] te horen in een hoorgesprek, omdat zij daarom had moeten verzoeken4 en dat niet gedaan heeft. Toch was het met de uitleg die de gemeente heeft gegeven voor mevrouw [X] nog niet duidelijk hoe het precies zat met het plateau en de vergeten vergunningaanvraag door de gemeente Haarlem. Wat meer uitleg had de misverstanden uit de weg kunnen ruimen en misschien was deze rechtszaak dan ook niet nodig geweest.

Slotsom

16. Het beroep van mevrouw [X] moet ongegrond worden verklaard.

Proceskosten

17. De rechtbank kent mevrouw [X] geen proceskostenvergoeding toe voor deze rechtszaak. Er zijn geen kosten die daarvoor in aanmerking komen en daarbij komt dat de rechtbank mevrouw [X] niet in het gelijk stelt.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 2 november 2020 gedaan door mr. M. Ferrier, rechter, in aanwezigheid van mr. N.G.U. Wasch, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

1 Dit staat in artikel 229, eerste lid en onderdeel b, van de Gemeentewet: er mogen leges worden geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. De gemeente Haarlem heeft dit geregeld met de vaststelling van de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2019 (de Verordening). Op grond van artikel 2, eerste lid en onder a, van de Verordening worden onder de naam ‘leges’ rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. In hoofdstuk 3 van de Tarieven leges 2019 (de Tarieventabel) staat het tarief voor het in behandeling nemen van de aanvraag voor een omgevingsvergunning (Gemeenteblad van 12 december 2018, nr. 258950).

2 In artikel 2.1.1.2 van de Tarieventabel staat dat de gemeente uitgaat van bouwkosten inclusief omzetbelasting.

3 De berekening voor een vergunning voor een bouwwerk in afwijking van het bestemmingsplan is dan € 60.500 x 2,50% = € 1.512,50 (artikel 2.3.1.1 van de Tarieventabel) + € 554 (artikel 2.3.3.2 van de Tarieventabel) = € 2.066,50.

4 Dat staat in artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 231, eerste lid, van de Gemeentewet.