Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:9137

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
02-12-2020
Zaaknummer
8071895 CV EXPL 19-14559
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Substantiëringsplicht. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Vertraging is het gevolg van een besluit van de luchtverkeersleiding waarop de luchtvaartmaatschappij geen invloed had.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8071895 \ CV EXPL 19-14559

Uitspraakdatum: 16 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[de passagier]

wonende te [woonplaats] (Servië)

eiser

hierna te noemen de passagier

gemachtigde mr. D.E. Lof

tegen

de buitenlandse rechtspersoon

Austrian Airlines Aktiengesellschaft

gevestigd te Wenen (Oostenrijk), mede kantoorhoudende te Schiphol (gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen Austrian Airlines

gemachtigde mr. E.C. Douma

1 Het procesverloop

1.1.

De passagier heeft bij dagvaarding van 9 augustus 2019 een vordering tegen Austrian Airlines ingesteld. Austrian Airlines heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

De passagier heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Austrian Airlines een schriftelijke reactie heeft gegeven. De passagier heeft vervolgens nog een akte genomen.

2 De feiten

2.1.

De passagier heeft met Austrian Airlines een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Austrian Airlines de passagier diende te vervoeren van Amsterdam, via Wenen (Oostenrijk) naar Belgrado (Servië) op 5 juni 2019 met vluchten OS 380 en OS 735, hierna: de vlucht.

2.2.

Volgens de planning zou vlucht OS 380 naar Wenen om 14:00 uur lokale tijd vertrekken en om 15:55 uur lokale tijd arriveren. Dit zou de passagier 25 minuten geven om over te stappen op vlucht OS 735, welke om 16:45 uur lokale tijd zou vertrekken en 17:50 uur lokale tijd zou landen te Belgrado.

2.3.

Vlucht OS 380 is met een vertraging van 52 minuten uitgevoerd. De passagier heeft de overstap te Wenen gemist. De passagier is omgeboekt naar vlucht JU 605 en is om 22:16 uur lokale tijd gearriveerd op eindbestemming Belgrado.

2.4.

De passagier heeft compensatie van Austrian Airlines gevorderd in verband met voornoemde vertraging.

2.5.

Austrian Airlines heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

De passagier vordert dat Austrian Airlines, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00 vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 5 juni 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 37,50 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis, indien voldoening niet binnen die termijn plaatsvindt.

3.2.

De passagier heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat Austrian Airlines vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4 Het verweer

4.1.

Austrian Airlines betwist de vordering. Allereerst heeft Austrian Airlines aangevoerd dat de passagier niet heeft voldaan aan de substantiëringsplicht. Volgens Austrian Airlines had de passagier minimaal moeten stellen hoe, met welke vluchten en hoe laat hij in Belgrado is aangekomen om aan deze plicht te voldoen.

4.2.

Daarnaast doet Austrian Airlines een beroep op buitengewone omstandigheden. Austrian Airlines heeft aangevoerd dat de vlucht vertraagd is uitgevoerd als gevolg van een besluit van de luchtverkeersleiding. De vlucht kreeg meermaals een nieuwe CTOT toegewezen, hetgeen een vertraging in de uitvoering van 30 minuten opleverde. De CTOT zou specifiek zijn opgelegd aan vlucht OS 380. Austrian Airlines beroept zich op een buitengewone omstandigheid; zij moest gevolg geven aan de instructies van de luchtverkeersleiding. Austrian Airlines stelt dat zij geen invloed kan uitoefenen op beslissingen van de luchtverkeersleiding en dat zij de vertraging van vlucht OS 380 en daarmee het missen van de overstap op vlucht OS 735 niet kon voorkomen.

4.3.

Austrian Airlines voert voorts aan dat zij alle redelijke maatregelen heeft getroffen ter beperking of voorkoming van de vertraging.

4.4.

Austrian Airlines betwist tevens buitengerechtelijke kosten verschuldigd te zijn.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

Allereerst zal de kantonrechter het verweer van Austrian Airlines ten aanzien van de substantiëringsplicht van de passagier beoordelen. Dit verweer slaagt niet. In de dagvaarding staat de naam van de passagier, is de datum en het vluchtnummer vermeld, alsmede de vertrek- en aankomstplaats. Daarnaast wordt een beroep gedaan op artikel 7 van de Verordening. Weliswaar is dit summiere informatie, voor Austrian Airlines, die immers over alle vluchtinformatie beschikt, is dit voldoende informatie om zich te kunnen verweren. Voor zover de passagier in de dagvaarding niet aan zijn substantiëringsplicht heeft voldaan, is dat in de repliek hersteld. Het was voor Austrian Airlines zonder meer duidelijk waartegen zij zich moest verweren en zij heeft ook reeds in de conclusie van antwoord inhoudelijk verweer tegen de vordering gevoerd.

5.3.

Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming Belgrado, zodat Austrian Airlines op grond van de Verordening in beginsel gehouden is de compensatie als bedoeld in de Verordening te voldoen. Dit is anders indien zij kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van buitengewone omstandigheden als bedoeld in artikel 5 lid 3 van de Verordening. Gelet op het arrest Wallentin-Hermann (C-549/07) van het Hof van 22 december 2008 dient een luchtvaartmaatschappij in het voorkomende geval aan te tonen dat zij zelfs met de inzet van alle beschikbare materiële en personeelsmiddelen de buitengewone omstandigheden kennelijk niet had kunnen vermijden – behoudens indien zij op het relevante tijdstip onaanvaardbare offers uit het oogpunt van de mogelijkheden van haar onderneming had gebracht – dat de buitengewone omstandigheden waarmee zij werd geconfronteerd tot de langdurige vertraging van de vlucht leidden.

5.4.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Uit het door Austrian Airlines overgelegde vluchtrapport van vlucht OS 380 blijkt dat het toestel steeds een nieuwe CTOT opgelegd kreeg van de luchtverkeersleiding. Reden hiervoor was vertragingscode 81 (‘ATFM due to standard demand/capacity problems’). Dit leverde een vertraging van 30 minuten op. Wanneer een vlucht een CTOT opgelegd krijgt heeft deze vlucht niet de mogelijkheid toch eerder te vertrekken. Een CTOT moet immers altijd worden opgevolgd. Niet is gebleken dat de luchtverkeersleiding de CTOT heeft opgelegd door toedoen van Austrian Airlines. Naar het oordeel van de kantonrechter is in dit geval de opgelegde CTOT dan ook aan te merken als een buitengewone omstandigheid. Een CTOT is immers niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering en ligt buiten de macht van een luchtvaartmaatschappij. De vertraging van vlucht OS 380 is derhalve het gevolg van een buitengewone omstandigheid.

5.5.

Tevens is voldoende gebleken dat de uiteindelijke vertraging van de passagier van meer dan drie uur op de eindbestemming het directe gevolg is geweest van de vertraagde uitvoering van vlucht OS 380. De passagier heeft immers door deze vertraging de aansluitende vlucht OS 735 gemist. De uiteindelijke vertraging van de passagier is dan ook het gevolg van buitengewone omstandigheden.

5.6.

Voorts dient de vraag te worden beantwoord of Austrian Airlines alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging van de passagier te voorkomen dan wel te beperken. De vertraging die de vlucht opliep vanwege bovengenoemde buitengewone omstandigheid bedraagt 30 minuten. De geplande overstaptijd te Wenen was 50 minuten, waar de minimum overstaptijd ter plaatse 25 minuten bedraagt; een reservetijd die door de kantonrechter als adequaat gekwalificeerd wordt. Hoewel de passagier aanvoert dat er eerdere vluchten naar Belgrado beschikbaar zouden zijn, wordt dit verweer door Austrian Airlines voldoende gemotiveerd betwist. In de gegeven omstandigheden kon er niet meer van Austrian Airlines worden gevergd. Austrian Airlines heeft dan ook alle redelijke maatregelen getroffen om de vertraging van de passagier zo veel mogelijk te beperken.

5.7.

Gelet op het voorgaande zal de vordering van de passagier worden afgewezen.

5.8.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal de passagier worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt de passagier tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor Austrian Airlines worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van Austrian Airlines;

6.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter