Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:9035

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
03-11-2020
Datum publicatie
13-11-2020
Zaaknummer
AWB - 17 _ 3489
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Douanerecht. Indeling van lcd-beeldschermen voor kleurenweergave. Op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van deze lcd-beeldschermen valt niet te verwachten dat deze uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevens verwerkend systeem. Het ligt zeer voor de hand dat de beeldschermen worden gebruikt voor het kijken naar televisiebeelden of in voorkomende gevallen naar beelden afkomstig van een dvd-speler. Geen monitors, maar ontvangsttoestellen voor televisie. Ook geen delen van ontvangsttoestellen. Op grond van indelingsregels 1, 2a en 6 ingedeeld onder Taric-code 8528 72 40 00.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 13-11-2020
FutD 2020-3388
DouaneUpdate 2020-0491
NTFR 2020/3461
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 17/3489

uitspraak van de meervoudige douanekamer van 3 november 2020 in de zaak tussen

[X] , s.r.o., gevestigd te [Z] ,

eiseres,

(gemachtigde: voorheen mr. [A] , thans geen)

en

de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Eindhoven, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft met dagtekening 8 augustus 2016 aan eiseres een uitnodiging tot betaling (hierna: utb) uitgereikt ten bedrage van € 657.402 aan douanerechten op industriële producten.

Verweerder heeft bij uitspraak van 26 juni 2017 het bezwaar van eiseres tegen deze utb deels gegrond verklaard en voor het overige heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft een verdere aanvulling van gronden ingediend, die door de rechtbank op
21 november 2018 is ontvangen.

Voorafgaand aan de zitting van 5 februari 2020 heeft mr. [A] de rechtbank bij brief van 4 februari 2020 bericht dat hij niet langer als advocaat van eiseres optreedt.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 februari 2020 te Haarlem.

Namens eiseres is niemand verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [B] .

Ter zitting van 5 februari 2020 is het onderzoek geschorst en is verweerder verzocht om de rechtbank te informeren over de status van eiseres, eventuele naamwisselingen en rechtsopvolgers en de rechtbank adressen te doen toekomen waarop de rechtbank eiseres en/of belanghebbenden voor een volgende behandeling ter zitting zou kunnen oproepen.

Het onderzoek is ter zitting van 22 september 2020 te Haarlem hervat. Namens eiseres en/of andere belanghebbende(n) is/zijn, alhoewel op een drietal adressen (aangetekend) aangeschreven en nadien (aangetekend) opgeroepen, niemand verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mrs. [B] en [C] .

Overwegingen

Feiten

1. In de periode van 9 augustus 2013 tot en met 19 september 2013 heeft [D] B.V. (hierna: [D] ) als direct vertegenwoordiger van eiseres via het geautomatiseerde aangiftesysteem “Douane Sagitta Invoer”(hierna: DSI) acht aangiften ingediend voor het plaatsen van goederen onder de regeling “in het vrije verkeer brengen”. De goederen betreffen 56.655 stuks 23 inch lcd-beeldschermen voor kleurenweergave van het merk [E] of [F] . Op de aangiften is vermeld: modelnummers [# 1] (zonder dvd-speler) en [# 2] (met dvd-speler) en Taric-code

8528 51 00 90.

2. Eén van de aangiften (met nummer eindigend op [# 3] ) is aangehouden voor verificatie voor wat betreft één van de twee op die aangifte vermelde artikelen. De goederen die betrekking hebben op het andere op die aangifte vermelde artikel zijn op 22 augustus 2013 vrijgegeven.

3. Op 27 augustus 2013 heeft een fysieke controle plaatsgevonden van de niet vrijgegeven goederen van de hiervoor onder 2 genoemde aangifte. Verweerder heeft van deze goederen een monster genomen.

4. Tijdens de verificatie heeft [D] de volgende stukken overgelegd: 18 facturen, een aankooporder voor 55.0000 stuks monitors (modelnummers [# 1] en [# 2] ) voor een totale waarde van $ 5.926.150 en drie bindende tariefinlichtingen (hierna: BTI’s) op naam van eiseres voor model [# 1] ( [## 1] ), model [# 2] ( [## 2] ) en de modellen [# 4] en [# 5] ( [## 3] ).

5. Nadat verweerder reeds eerder zijn voornemen om de hiervoor onder 2 genoemde aangifte te corrigeren had kenbaar gemaakt, heeft hij bij brief van 30 januari 2014 aan [D] medegedeeld dat de verificatie van de aangifte met betrekking tot het nog niet vrijgegeven artikel is beëindigd en dat de in de aangifte vermelde Taric-code wordt gewijzigd in 8528 72 40 00. Tevens heeft verweerder eiseres op deze datum een utb opgelegd van € 159.350,66.

6. Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 5 juni 2014 het door eiseres op 7 maart 2014 tegen de utb aangetekende bezwaar gegrond verklaard.

7. Verweerder is op 31 juli 2014 op grond van artikel 78 van het Communautaire Douanewetboek (hierna: CDW) tot een administratieve controle van de juistheid van de acht aangiften (met uitzondering van de onder 2 genoemde aangifte) bij [D] overgegaan. Tijdens de controle heeft verweerder [D] meermaals verzocht om de gebruikershandleidingen van de op de aangiften vermelde goederen (‘23 inch lcd monitor’) te overleggen. [D] heeft een “user guide” van modelnummer [# 1] en een “user guide” van modelnummer [# 2] aan verweerder verstrekt.

8. Op grond van zijn bevindingen is verweerder van mening dat er aanleiding bestaat om de aangiften met Taric-code 8528 51 00 90 te corrigeren naar Taric-code 8528 72 40 00.

Volgens verweerder betreffen de goederen geen monitors, maar ontvangtoestellen voor televisie met lcd-scherm.

9. Op 20 april 2016 heeft verweerder een voorlopig controlerapport van 19 april 2016 (kenmerk [# 6] ) naar [D] gestuurd. Tevens heeft verweerder bij brief van 20 april 2016 (in de brief staat abusievelijk 20 april 2014 vermeld) haar voornemen kenbaar gemaakt om aan eiseres een utb van € 657.402 uit te reiken.

10. Bij brief van 26 mei 2016 heeft eiseres haar standpunt tegen het voorgenomen besluit van verweerder kenbaar gemaakt.

11. Bij brief van 8 augustus 2016 heeft verweerder het definitieve controlerapport (met onderzoeksnummer [# 6] en datum 8 augustus 2016) naar [D] gestuurd. Tevens heeft verweerder op deze datum een utb van € 657.402 aan eiseres uitgereikt.

12. Bij uitspraak op bezwaar van 26 juni 2017 heeft verweerder de utb met een bedrag van € 95.624,76 verminderd, omdat eiseres een geslaagd beroep heeft gedaan op de haar op 28 augustus 2013 verleende BTI’s voor toestellen met modelnummers [# 1] en [# 2] .

Geschil en standpunten van partijen

13. In geschil is of de utb terecht is uitgereikt. Meer in het bijzonder is de indeling van de lcd-beeldschermen in geschil.

14. Bij het op 31 juli 2017 ingediende beroepschrift heeft eiseres voorlopige gronden van beroep aangevoerd. Zij stelt dat verweerder het recht van verdediging heeft geschonden, dat verweerder onvoldoende bewijs heeft aangevoerd om van de aangiften te mogen afwijken en dat verweerder de als monitoren afgegeven goederen ten onrechte heeft ingedeeld als kleurentelevisies. Dit laatste te meer omdat eiseres beschikt over BTI’s voor monitoren.

15. Bij de aanvulling van gronden heeft eiseres primair gesteld dat het bezwaar ten onrechte slechts gedeeltelijk is toegewezen, omdat de onderhavige toestellen terecht zijn aangegeven onder GN-code 8528 51 00. Uit de door eiseres in het geding gebrachte “user guide” voor het type [# 1] blijkt duidelijk dat het om een monitor gaat. Vanwege het ontbreken van het recht om monitors van dit merk in Europa te verkopen heeft eiseres besloten om de monitors om te bouwen tot televisies. Dat ombouwen vond echter plaats geruime tijd nadat de monitors waren vrijgegeven voor het vrije verkeer en behoort derhalve niet meer te worden meegenomen bij de behoordeling van de indeling in de GN. Dat het ging om monitors, hoofdzakelijk bestemd voor gebruik in combinatie met een automatisch gegevensverwerkend systeem, blijkt daarnaast ook uit de specificaties van de monitors. In het bijzonder de kleine beeldschermdiagonaal, de kleine pixelafstand, de korte reactiesnelheid en de relatief beperkte brightness maken dat deze beeldschermen vooral geschikt zijn voor gebruik van dichtbij en daarmee de kenmerken hebben van een monitor.

Subsidiair stelt eiseres dat op de facturen voor de onderhavige zendingen staat vermeld dat de fabrikant monitoren van het type [# 4] heeft geleverd. Voor dit model is op 17 januari 2013 ook een BTI met eiseres als rechthebbende afgegeven (GN-code 8528 51 00 ). Op grond van artikel 12, tweede lid van het CDW behoort de navordering op de in geschil zijnde aangiften achterwege te blijven.

16. Bij een op 21 november 2018 ontvangen brief heeft eiseres de gronden van haar beroep verder aangevuld. Indien en voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat het beroep op de primaire grond faalt, omdat de schermen niet kunnen worden ingedeeld onder GN-code 8528 51 00 voor lcd-monitors en tevens het beroep op de subsidiaire grond faalt omdat de BTI toch geen rechtsbescherming biedt, voert eiseres een meer subsidiaire grond voor haar beroep aan. Eiseres meent dat de onderhavige schermen dan moeten worden ingedeeld onder Taric-code 8529 90 92 99 voor ‘delen van ontvangtoestellen voor televisie’. Voor die code geldt een douanerecht van 5%, zodat de utb in ieder geval moet worden verlaagd tot € 200.634,55. Eiseres stelt dat de onderhavige goederen ten tijde van de invoer niet beschikten over een tuner en daarom technisch niet in staat zijn om televisiesignalen te ontvangen. Onder verwijzing naar algemene indelingsregel stelt eiseres dat het essentiële kenmerk van een compleet ontvangsttoestel voor televisie het kunnen ontvangen van televisiesignalen. Ten tijde van de invoer waren de toestellen niet voorzien van een tuner en daarom technisch niet in staat om televisiesignalen te ontvangen. Dit maakt dat de toestellen ten tijde van de invoer niet beschikten over de essentiële kenmerken van een compleet ontvangsttoestel. Ter onderbouwing van deze stelling verwijst eiseres naar de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 16 juli 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:3379).

17. Eiseres concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de utb, primair en subsidiair tot nihil en meer subsidiair tot € 200.634,55 met veroordeling van verweerder tot vergoeding van de kosten van de bezwaar- en beroepsprocedure en van het griffierecht.

18. Verweerder stelt dat hij in de bezwaarprocedure door de vermindering van de utb heeft rekening gehouden met de afgegeven BTI’s voor de toestellen met de modelnummers [# 1] en [# 2] . In geschil zijn derhalve nog slechts de zes aangiften die vóór
29 augustus 2013 werden aanvaard. Verweerder stelt - anders dan eiseres - dat de in geschil zijnde goederen toestellen betreffen met de modelnummers [# 1] en [# 2] .

Deze vaststelling is onder meer gebaseerd op het feit dat eiseres als bewijs voor de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product zowel een “user guide” van het modelnummer [# 1] als een “user guide” van het modelnummer [# 2] heeft overgelegd en dat eiseres tijdens de hoorzitting van 18 mei 2017 een toestel met modelnummer [# 2] heeft getoond en hierbij heeft verklaard dat dit model “eenzelfde model is als ten invoer aangegeven”. Voorts blijkt uit de “Purchase order” dat eiseres toestellen van de modellen [# 1] en [# 2] heeft besteld en geen toestellen met modelnummer [# 4] . Verweerder stelt dat uit de aankoopopdracht volgt dat de overgelegde handelsfacturen een onjuist modelnummer vermelden. Nu eiseres, in afwijking van hetgeen door haarzelf in bezwaar is verklaard, in beroep stelt dat de ingevoerde toestellen een ander model betreffen dan modelnummers [# 1] en [# 2] dient zij hiervoor het bewijs te leveren. De enkele verwijzing naar de vermeldingen op de handelsfacturen is niet voldoende. Eiseres is de meest gerede partij om helderheid te verschaffen over de door haar ingevoerde goederen. Nu zij dit heeft nagelaten, dient een eventuele onduidelijkheid over de identificatie van de goederen voor haar rekening te komen.

19. Verweerder stelt dat de in geschil zijnde goederen ten tijde van de invoer niet over een TV-tuner beschikken en deze goederen dus geen televisiesignalen kunnen ontvangen of weergeven. Op grond van enkel indelingsregel 1 kunnen deze goederen ten tijde van de invoer niet zonder meer ingedeeld worden als ontvangtoestel voor televisie. Verweerder stelt echter dat de goederen met inachtneming van indelingsregel 2a (en indelingsregels 1 en 6) toch ingedeeld moeten worden als ontvangtoestel voor televisie met lcd-beeldscherm met GN-code 8528 72 40 of, indien ze tevens een dvd-speler bevatten als ontvangtoestel voor televisie met ingebouwd video-opname- of videoweergavetoestel, met GN-code 8528 72 20. Gezien hun objectieve eigenschappen en kenmerken, namelijk een sleuf voor de inbouw van een zogenaamde TV-tuner, de aanwezigheid van een MPEG-decoder en elektronica voor het bedienen van de zenderkeuze (tuning) en opslag, hebben de toestellen de essentiële kenmerken van complete ontvangtoestellen voor televisie. Indeling onder GS-code 8528 51 of 8528 59 als monitor is derhalve volgens verweerder uitgesloten. Steun voor zijn opvatting vindt verweerder in uitvoeringsverordening (EU) Nr. 1156/2013 van de Commissie van 14 november 2013 en in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) van 17 juli 2014, Panasonic Italia SpA, ECLI:EU:C:2014:2082.

Voor het geval de rechtbank van oordeel mocht zijn dat indelingsregel 2a in de onderhavige zaak niet van toepassing is, stelt verweerder zich op het standpunt dat de onderhavige goederen met toepassing van indelingsregels 1 en 6 en met inachtneming van hun inherente bestemming op dezelfde wijze ingedeeld moeten worden.

20. Tijdens het onderzoek ter zitting van 22 september 2020 heeft verweerder een subsidiair standpunt ingenomen. Mocht de rechtbank het primaire standpunt van verweerder over de indeling van de onderhavige lcd-beeldschermen als televisieontvangtoestellen niet volgen, dan stelt verweerder dat deze lcd-beeldschermen moeten worden ingedeeld onder Taric-code 8528 59 40 90 als ‘andere monitors voor kleurenweergave met lcd-beeldscherm, andere’. De door eiseres aangevoerde subsidiaire standpunt, dat de lcd beeldschermen onder Taric-code 8529 90 92 99 als ‘delen van ontvangsttoestellen’ moeten worden ingedeeld, kan naar de mening van verweerder niet slagen. Volgens verweerder moeten de ingevoerde goederen als compleet product worden aangemerkt nu het ingevoerde goed de essentiële kenmerken heeft van het complete product.

21. Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.

22. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Toepasselijke regelgeving

23. GS-post 8528 luidde in de periode van 9 augustus 2013 tot en met 19 september 2013 (vgl. uitvoeringsverordening (EU) Nr. 927/2012) - voor zover van belang - als volgt:

8528 Monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor

televisie; ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd

ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of

weergeven van geluid of van beelden:

(...)

- andere monitors:

(...)

8528 51 00 - - van de soort die uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt in een

automatisch gegevensverwerkend systeem als bedoeld bij post 8471 .......

8528 51 00 90 - - - andere

(...)

- ontvangtoestellen voor televisie, ook indien met ingebouwd

ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of

weergeven van geluid of van beelden:

(...)

8528 72 - - andere, voor kleurenweergave:

(...)

8528 72 20 00 - - - toestellen met een ingebouwd video-opname- of videoweergavetoestel

- - - andere

(...)

8528 72 40 00 - - - - met lcd-beeldscherm

(...)

8529 Delen waarvan kan worden onderkend dat zij uitsluitend of hoofdzakelijk

bestemd zijn voor toestellen bij de posten 8525 tot en met 8528................

(...)

8529 90 - andere:

(...)

8529 90 92 - - - - (...) of van toestellen bedoeld bij de posten 8527 en 8528........

2. De toelichting van de Internationale Douaneraad (IDR) op GS-post 8528 (7220) luidt - voor zover van belang - als volgt:

“Deze post omvat:

  1. monitors en projectietoestellen, niet uitgerust met ontvangtoestel voor televisie;

  2. televisieontvangtoestellen, ook indien met ingebouwd ontvangtoestel voor radio-omroep of toestel voor het opnemen of weergeven van geluid of van beelden, voor het weergeven van signalen (televisiesets);

  3. apparaten voor de ontvangst van televisiesignalen, zonder de mogelijkheid deze weer te geven (bijvoorbeeld ontvangtoestellen voor satelliettelevisie).

Monitors, projectoren en televisiesets gebruiken verschillende technologieën, zoals kathodestraalbuizen, vloeibare kristallen (lcd), mechanische microspiegel (digital micromirror devices (DMD), organische luminescentiedioden (organic light-emitting diodes (OLED)) en plasma, voor het weergeven van beelden.

Monitors en projectoren kunnen de mogelijkheid hebben om verschillende signalen van verschillende bronnen te ontvangen, indien zij echter een televisietuner bevatten worden zij aangemerkt als ontvangtoestellen voor televisie.”

Beoordeling van het geschil

24. Voor de indeling zijn wettelijk bepalend de bewoordingen van de posten en de postonderverdelingen, de aantekeningen op de afdelingen en op de hoofdstukken en de algemene indelingsregels. Het is vaste jurisprudentie van het HvJ, dat in het belang van de rechtszekerheid en van een gemakkelijke controle, het beslissende criterium voor de tariefindeling van goederen in het algemeen moet worden gezocht in hun objectieve kenmerken en eigenschappen, zoals deze in de tekst van de GN-posten en in de aantekeningen op de afdelingen en de hoofdstukken zijn omschreven. Hierbij vormen de GS- en de GN-toelichtingen nuttige aanwijzingen voor de tariefindeling, ook al zijn deze toelichtingen slechts uitleggingen en rechtens niet bindend (zie recent HvJ 26 april 2017, C-51/16 (Stryker EMEA Supply Chain Services BV), r.o. 39 en 45). De inhoud van GS- en GN- toelichtingen moet in overeenstemming zijn met de GN-bepalingen en mag de strekking daarvan niet wijzigen. Toelichtingen moeten, indien zij in strijd blijken met de tekst van de GN-posten en de aantekeningen bij de afdelingen of hoofdstukken, terzijde worden geschoven (zie onder meer HvJ 26 november 2015, C-44/15 (Duval GmbH & Co, KG.), r.o. 24).

25. Volgens algemene regel 2a voor de interpretatie van de GN heeft de vermelding van een goed in een post eveneens betrekking op dat goed in niet-complete of in niet-afgewerkte staat, voor zover dit de essentiële kenmerken van het complete of het afgewerkte goed vertoont.

26. Voorts kan, volgens de rechtspraak van het HvJ, de bestemming van het product een objectief indelingscriterium zijn wanneer die bestemming inherent is aan het product. Die inherentie moet worden beoordeeld aan de hand van de objectieve kenmerken en eigenschappen van het product.

27. Tussen partijen is niet in geschil dat de door eiseres ingevoerde goederen ten tijde van de invoer niet beschikten over een TV-tuner en dat deze goederen daarom dus geen televisiesignalen konden ontvangen of weergeven.

Schending van het recht van verdediging van eiseres

28. Verweerder heeft in zijn uitspraak op bezwaar uitvoerig uiteengezet waarom naar zijn inzicht het recht van verdediging van eiseres niet is geschonden. In beroep heeft eiseres de door haar gestelde schending van het recht van verdediging niet nader onderbouwd of toegelicht. Zij heeft ter zake geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd. Gelet op hetgeen verweerder in zijn uitspraak op bezwaar heeft vermeld, ziet de rechtbank geen reden om eiseres te volgen in haar stelling dat sprake is van een schending van het recht van verdediging.

Afwijken aangiften

29. Verweerder heeft eiseres onder meer een voorlopig en een definitief controlerapport toegezonden. Uit deze rapporten blijkt dat verweerder bij het vaststellen van de juistheid van de indeling van de goederen een aansluiting heeft gemaakt tussen de aangiften, de facturen waarop deze aangiften betrekking hebben en de productspecificaties die verweerder van [D] heeft ontvangen dan wel zelf heeft gevonden op internet. Tevens blijkt uit de rapporten dat verweerder een koppeling heeft gemaakt tussen de facturen, de “seawaybills” en de “packing lists”, dat verweerder op basis van deze koppeling de artikelnummers en modelnummers heeft kunnen vaststellen en dat verweerder bij deze modelnummers op de website van [E] naar productspecificaties in de vorm van een gebruikershandleiding heeft gezocht. Verweerder heeft aanvankelijk op grond van deze gebruikershandeling geconstateerd dat in de goederen een tuner zou zijn verwerkt, maar nadien is verweerder gebleken dat de toestellen bij invoer geen tuner hadden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder voldoende aannemelijk gemaakt te kunnen afwijken van de aangiften .

Ingevoerde goederen en indeling.

30. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met hetgeen hij heeft aangevoerd (zie m.n. rechtsoverweging 18) voldoende aannemelijk gemaakt dat lcd-beeldschermen met de modelnummers [# 1] en [# 2] zijn ingevoerd. Het enkele feit dat op de handelsfacturen een ander modelnummer heeft gestaan, maakt dit niet anders. De subsidiaire grond van het beroep kan daarom geen doel treffen.

31. Verweerder heeft zich - gelet op hetgeen over de ingevoerde goederen is aangevoerd en vastgesteld - terecht op het standpunt gesteld dat sprake is geweest van ontvangtoestellen voor televisie (met ingebouwd video-opname of videoweergavetoestel). Uit de gegeven omschrijvingen van de beide modelnummers blijkt van de aanwezigheid van diverse voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een sleuf voor de inbouw van een TV-tuner, in voorkomende gevallen een dvd-speler, een CI-slot voor het insteken van een CI-module met een kaart voor het ontsleutelen van gecodeerde digitale televisiesignalen, een ontvanger voor signalen van een afstandsbediening en twee luidspekers. Op basis van de objectieve kenmerken en eigenschappen van deze lcd-beeldschermen valt niet te verwachten dat deze uitsluitend of hoofdzakelijk worden gebruikt in een automatisch gegevens verwerkend systeem. Het ligt zeer voor de hand dat de beeldschermen worden gebruikt voor het kijken naar televisiebeelden of in voorkomende gevallen naar beelden afkomstig van een dvd-speler. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat het product specifieke eigenschappen van een monitor zou bezitten.

De rechtbank is daarom van oordeel dat verweerder de ingevoerde goederen terecht op grond van de indelingsregels 2a, 1 en 6 heeft ingedeeld onder Taric-code 8528 72 40 00.

32. De door eiseres in haar meer subsidiaire grond voorgestane indeling als delen van ontvangsttoestellen voor tv kan niet worden gevolgd, nu de ingevoerde goederen reeds de essentiële kenmerken hebben van complete ontvangsttoestellen.

33. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

34. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan op 3 november 2020 door mr. P.H. Lauryssen, voorzitter, en mr. drs. C.M. van Wechem en mr. S. Kleij, leden, in aanwezigheid van mr. W.G. van Gastelen, griffier. Als gevolg van maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (douanekamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.