Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8811

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
12-11-2020
Datum publicatie
20-11-2020
Zaaknummer
AWB - 20 _ 375
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Cocensus is bevoegd tot het opleggen van de aanslag rioolheffing, afvsalstoffenheffing en onroerende-zaakbelastingen.

Wetsverwijzingen
Wet waardering onroerende zaken 22
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Viditax (FutD), 23-11-2020
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank noord-holland

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: HAA 20/375

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 november 2020 in de zaak tussen

[X] , wonende te [Z] , eiseres

(gemachtigde: mr. M.M. Vrolijk),

en

de heffingsambtenaar van Cocensus, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) met dagtekening 28 februari 2019 de waarde van de onroerende zaak [adres] (hierna: de woning) voor het kalenderjaar 2019 vastgesteld op € 289.000. In hetzelfde geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2019, de rioolheffing 2019 en de afvalstoffenheffing 2019 bekend gemaakt.

Verweerder heeft op 12 april 2019 een bezwaarschrift tegen de beschikking en de heffingen ingediend, van gronden voorzien op 24 mei 2019.

Bij uitspraak op bezwaar van 20 november 2019 heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft daartegen beroep ingesteld, door de rechtbank ontvangen op 12 december 2019.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 oktober 2020 te Haarlem.

Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen. De rechtbank heeft ter zitting onderzocht of eiseres behoorlijk is uitgenodigd voor de zitting, zodat het onderzoek kan worden voltooid. De griffier heeft de gemachtigde van eiseres bij aangetekende brief, verzonden op 13 augustus 2020 en gericht aan het in het beroepschrift vermelde adres, onder vermelding van plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. De brief is niet retour gekomen. Nu uit informatie van de website van PostNL is gebleken dat de brief op 14 augustus 2020 is uitgereikt, is eiseres behoorlijk uitgenodigd om op de zitting te verschijnen.

Verweerder is met kennisgeving daarvan aan de rechtbank niet verschenen.

Overwegingen

Geschil
1. In geschil is of verweerder bevoegd was tot het opleggen van de aanslagen en of de betreffende verordeningen op de juiste wijze zijn gepubliceerd.

2. Eiseres voert in beroep aan dat in bezwaar is aangevoerd dat verweerder niet bevoegd is, dat de verordeningen niet correct zijn gepubliceerd, dat is gemotiveerd waarom de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld en dat sprake is van overschrijding van de opbrengstlimiet. Verweerder is volgens eiser niet op alle grieven ingegaan.

3. Verweerder stelt dat de standpunten in het bezwaar betreffende de heffingen over 2019 zich beperken tot de bevoegdheid en de publicatie. In beroep zijn dienaangaande geen nieuwe argumenten naar voren gebracht.

4. Voor het overige verwijst de rechtbank naar de gedingstukken.

Beoordeling van het geschil

5. De bevoegdheid tot het opleggen van een aanslag rioolheffing voor het jaar 2019 heeft verweerder ontleend aan de op artikel 228a van de Gemeentewet gebaseerde Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2019 van de gemeente Haarlem, zoals vastgesteld door in de raadsvergadering d.d. 29 november 2018 en gepubliceerd in het Gemeenteblad 2018, nr. 259015.

6. De bevoegdheid tot het opleggen van een aanslag afvalstoffenheffing voor het jaar 2019 heeft verweerder ontleend aan de op artikel 229, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet en artikel 15:33 van de Wet milieubeheer gebaseerde Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2019 van de gemeente Haarlem, zoals vastgesteld door in de raadsvergadering d.d. 29 november 2018 en gepubliceerd in het Gemeenteblad 2018, nr. 259057.

7. De WOZ-beschikking is genomen op grond van artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken. De bevoegdheid tot het opleggen van een aanslag onroerende-zaakbelastingen heeft verweerder ontleend aan de op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet gebaseerde Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2019 van de gemeente Haarlem, zoals vastgesteld door in de raadsvergadering d.d. 29 november 2018 en gepubliceerd in het Gemeenteblad 2018, nr. 259094.

8. Ten aanzien van de door eiser betwiste bevoegdheid van Cocensus wijst de rechtbank op het door verweerder overgelegde Besluit 2009/DB0001, waarin de directeur van Cocencus als de ‘Inspecteur’ als bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub a, van de Gemeentewet en de adjunct-directeur van Cocensus als de ‘Ontvanger’ als bedoeld in artikel 232, vierde lid, sub b, van de Gemeentewet wordt aangewezen.

9. De rechtbank concludeert dat verweerder bevoegd was tot het opleggen van de aanslagen en dat de relevante verordeningen zijn gepubliceerd.

10. Met betrekking tot de aanslagen rioolheffing en afvalstoffenheffing stelt eiseres in het beroepschrift dat in bezwaar de overschrijding van de opbrengstlimiet aan de orde is gekomen. De rechtbank overweegt dat eiseres dit punt in bezwaar niet heeft genoemd doch in het beroepschrift voor de eerste maal naar voren heeft gebracht. Weliswaar is het toegestaan in beroep andere argumenten aan te voeren dan in bezwaar, doch eiseres heeft dit argument op geen enkele wijze toegelicht laat staan onderbouwd. De rechtbank verwerpt daarom de stelling dat sprake zou zijn van overschrijding van de opbrengstlimiet.

11. Ook ten aanzien van de vastgestelde WOZ-waarde stelt eiseres in het beroepschrift dat reeds in bezwaar argumenten zijn aangevoerd ter verdediging van een lagere waarde. Ook dienaangaande geldt dat het bezwaar louter formele argumenten bevat en de hoogte van de WOZ-waarde niet eerder onderwerp van geschil is geweest. Nu eiseres eerst in beroep opkomt tegen de hoogte van de vastgestelde waarde, daarbij volstaat met het noemen van enkele korte grieven, zonder enige motivering, en bovendien niet ter zitting is verschenen om een nadere toelichting te geven, kan de rechtbank zich niet uitlaten over de hoogte van de vastgestelde waarde.

12. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het verweerschrift niet is ingegaan op de argumenten van eiseres met betrekking tot de opbrengstlimiet en de WOZ-waarde. Gezien het feit dat eiseres en haar gemachtigde, zonder berichtgeving daarvan aan de rechtbank, beiden niet ter zitting zijn verschenen om deze thans opgeworpen punten toe te lichten, ziet de rechtbank geen aanleiding om de zaak hiervoor aan te houden.

13. Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep ongegrond te worden verklaard.

Proceskosten

14. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is op 12 november 2020 gedaan door B. van Walderveen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C. Anema, griffier. Als gevolg van de maatregelen rondom het coronavirus is deze uitspraak niet uitgesproken op een openbare uitsprakenzitting. Zodra het openbaar uitspreken weer mogelijk is, wordt deze uitspraak, voor zover nodig, alsnog in het openbaar uitgesproken.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na verzending hoger beroep instellen bij het gerechtshof Amsterdam (belastingkamer), Postbus 1312,

1000 BH Amsterdam.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.