Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8568

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
22-10-2020
Datum publicatie
28-10-2020
Zaaknummer
8650468 \ AO VERZ 20-67
Rechtsgebieden
Arbeidsrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Beschikking
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding arbeidsovereenkomst. Geen voldragen d-grond, wel ontbinding op g-grond. Ernstig verwijtbaar handelen werkgever. Billijke vergoeding en transitievergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1291
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./repnr.: 8650468 \ AO VERZ 20-67 BL

Uitspraakdatum: 22 oktober 2020

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

de besloten vennootschap Pixelhobby B.V.

gevestigd te Wervershoof

verzoekende partij

verder te noemen: Pixelhobby

vertegenwoordigd door haar directie: [naam 4] , [naam 2] en [naam 1]

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

verwerende partij

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. V. Stavleu

1 Het procesverloop

1.1.

Pixelhobby heeft een verzoek gedaan om de arbeidsovereenkomst tussen partijen te ontbinden. [gedaagde] heeft een verweerschrift en een tegenverzoek ingediend.

1.2.

Op 24 september 2020 heeft een zitting plaatsgevonden. Partijen hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [gedaagde] heeft ook pleitaantekeningen overgelegd. Vóór de zitting heeft Pixelhobby bij brief van 11 september2020 gereageerd op het verweerschrift en daarbij nadere stukken toegezonden. [gedaagde] heeft bij brief van 17 september 2020 een nader verweerschrift met aanvullende producties toegezonden, waarbij [gedaagde] zijn tegenverzoek heeft aangevuld.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] , geboren [geboortedatum] 1977, is in dienst bij Pixelhobby. Partijen hebben op 26 april 2018 een schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend.

2.2.

De functie van [gedaagde] is Technisch Project Manager met een salaris van € 4.400,00 bruto per maand, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag.

2.3.

Op 19 november 2018 zijn partijen in aanvulling op de arbeidsovereenkomst een overeenkomst terbeschikkingstelling leaseauto aangegaan (verder: de overeenkomst leaseauto). Op basis daarvan heeft Pixelhobby aan [gedaagde] een leaseauto van het merk Tesla, model X (verder: de leaseauto) beschikbaar gesteld voor de duur van drie jaar.

2.4.

Artikel 2.2 van de overeenkomst leaseauto luidt als volgt.

“Indien werknemer langer dan 1 maand door ziekte niet in staat is zijn werkzaamheden te verrichten, op non-actief is gezet of in strijd handelt met het bepaalde in artikel 4, dan kan de werkgever de terbeschikkingstelling al dan niet tijdelijk beëindigen.”

2.5.

Op 24 juni 2020 is [gedaagde] door Pixelhobby, bij monde van [naam 1] , per direct op non-actief gesteld en gesommeerd om de sleutel van het bedrijfspand en de leaseauto in te leveren. [gedaagde] heeft daarop de leaseauto niet ingeleverd.

2.6.

Pixelhobby heeft bij de salarisbetaling voor de maand juli 2020 een bedrag van € 1.684,50 netto ingehouden wegens ‘Onrechtmatig auto gebruik tijdens non-actiefstelling’.

3 Het verzoek

3.1.

Pixelhobby verzoekt de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] met onmiddellijke ingang te ontbinden vanwege – kort gezegd – disfunctioneren. Als ontbinding op die grond niet wordt toegewezen, wordt verzocht om ontbinding wegens een verstoorde arbeidsverhouding. Ter toelichting daarvan is – samengevat – aangevoerd dat [gedaagde] ongeschikt is voor zijn functie, hetgeen met name duidelijk werd door de manier waarop hij het zwaluwstaartjesproject heeft uitgevoerd, en dat het disfunctioneren heeft geleid tot een verstoorde arbeidsverhouding.

4 Het verweer en het tegenverzoek

4.1.

[gedaagde] betwist dat hij ongeschikt is voor zijn functie, of dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding die ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt. Volgens [gedaagde] heeft Pixelhobby nooit kenbaar gemaakt dat sprake zou zijn van disfunctioneren. Bovendien heeft [gedaagde] geen eerlijke kans gekregen zijn functioneren, zo nodig, te verbeteren. Indien sprake zou zijn geweest van een verbetertraject, dan voldoet dit niet aan de daaraan te stellen eisen. Pixelhobby heeft [gedaagde] uit het niets op non-actief gesteld en vervolgens direct aangestuurd op beëindiging van het dienstverband en de arbeidsverhouding moedwillig onder druk gezet. Daarmee heeft Pixelhobby ernstig verwijtbaar gehandeld.

4.2.

Voor het geval de arbeidsovereenkomst toch zou moeten worden ontbonden, verzoekt [gedaagde] onder meer om toekenning van een billijke vergoeding van € 42.768,00 bruto en een transitievergoeding.

4.3.

Bij wijze van tegenverzoek wordt verzocht Pixelhobby te veroordelen tot betaling van € 1.684,50, dat ten onrechte is ingehouden op het salaris van [gedaagde] wegens het niet direct inleveren van de leaseauto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van € 842,25 en wettelijke rente.

5 De beoordeling

het verzoek

5.1.

Het gaat in deze zaak in de eerste plaats om de vraag of de arbeidsovereenkomst tussen partijen moet worden ontbonden.

5.2.

Een arbeidsovereenkomst kan alleen worden ontbonden als daar een redelijke grond voor is. In de wet, het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW), is bepaald wat een redelijke grond is (artikel 7:669 lid 3 BW). Ook is voor ontbinding vereist dat herplaatsing van de werknemer binnen een redelijke termijn niet mogelijk is of niet in de rede ligt (artikel 7:669 lid 1 BW).

5.3.

Onder een redelijke grond voor ontbinding wordt onder meer verstaan – kort gezegd – ongeschiktheid van de werknemer (anders dan door ziekte of gebreken) tot het verrichten van de bedongen arbeid (artikel 7:669 lid 3, onderdeel d, BW, de zogenoemde d-grond) en een verstoorde arbeidsverhouding (artikel 7:669 lid 3, onderdeel g, BW, de zogenoemde g-grond).

D-grond: disfunctioneren

5.4.

Voor ontbinding wegens disfunctioneren is vereist dat de werkgever de werknemer van de ongeschiktheid tijdig in kennis heeft gesteld, en dat de werknemer in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren. Ook is vereist dat de ongeschiktheid niet het gevolg is van onvoldoende zorg van de werkgever voor scholing van de werknemer of voor de arbeidsomstandigheden van de werknemer. Bij de beoordeling of de werknemer voldoende in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren, gaat het erom of de werkgever daarvoor aan de werknemer serieus en reëel gelegenheid heeft geboden (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:933 (Ecofys)). Welke hulp, ondersteuning en begeleiding in een concreet geval van de werkgever mag worden verwacht ter verbetering van het functioneren van de werknemer, en op welke wijze een en ander moet worden vastgelegd, hangt af van de omstandigheden van het geval.

5.5.

[gedaagde] betwist dat hij niet goed functioneert, en volgens [gedaagde] is ook nooit concreet met hem gesproken over disfunctioneren en het verbeteren daarvan. Pixelhobby erkent ter zitting dat tot januari 2020 geen functioneringsgesprekken met [gedaagde] zijn gevoerd. In het verzoekschrift onder punt 4 stelt Pixelhobby dat [naam 1] in januari 2020 tegen [gedaagde] heeft gezegd dat iemand met een hernia nooit een baan had moeten accepteren met een reistijd van twee uur per dag, en daarbij heeft doorgegeven dat [gedaagde] niet in het team past. Waarom [gedaagde] niet in het team zou passen is niet geconcretiseerd. Enkele dagen later zou [naam 2] met [gedaagde] hebben besproken dat er beter gecommuniceerd moet worden en dat hij de werkplek netjes moet achterlaten. Van dit (functionerings)gesprek is geen verslag opgemaakt, aldus Pixelhobby ter zitting. Volgens Pixelhobby is de directie na dit gesprek tot de conclusie gekomen dat er een chronisch gebrek aan prioriteitstelling en taakoverzicht is bij [gedaagde] . Pixelhobby heeft echter geen enkel stuk overgelegd waaruit blijkt dat zij dit duidelijk met [gedaagde] heeft gecommuniceerd. Daarmee heeft Pixelhobby onvoldoende onderbouwd dat [gedaagde] ongeschikt is voor zijn functie en daarvan tijdig in kennis is gesteld.

5.6.

Pixelhobby stelt verder dat zij na het gesprek van [naam 2] met [gedaagde] heeft besloten een externe consultant ( [naam 3] bedrijfsmanagement) in te huren, en dat vervolgens in januari 2020 onder begeleiding van [naam 3] een verbetertraject is gestart. [gedaagde] betwist dit, en voert aan dat [naam 3] al langere tijd werkzaamheden verrichtte voor Pixelhobby en de gehele bedrijfsvoering ondersteunde. Pixelhobby verwijst ter onderbouwing van haar standpunt naar een factuur van 1 april 2020 van [naam 3] , waarin voor [gedaagde] 5 contacturen en 4 (korte) telefonische consulten in rekening zijn gebracht. [gedaagde] heeft naar eigen zeggen wel met [naam 3] gesproken, maar niet in het kader van een verbetertraject. [gedaagde] zegt (op aandringen van [naam 4] ) bij [naam 3] te hebben aangekaart, het vervelende gevoel dat hij had overgehouden na de opmerking van [naam 1] dat hij niet de geschikte man voor Pixelhobby zou zijn.

5.7.

Zelfs indien Pixelhobby zou worden gevolgd in haar standpunt dat in januari 2020 een verbetertraject is gestart, dan stelt [gedaagde] terecht dat dit traject niet voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Naar het oordeel van de kantonrechter is niet gebleken dat [gedaagde] een serieuze en reële gelegenheid heeft gekregen om zijn functioneren te verbeteren. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

5.8.

[naam 3] heeft bij zijn factuur van 1 april 2020 een tussentijds beoordelingsformulier gevoegd, dat niet is ingevuld. Ter toelichting daarop schrijft [naam 3] dat het formulier niet is ingevuld en ook niet door hem met [gedaagde] is gecommuniceerd, omdat het traject wegens COVID-19 niet afgemaakt is en geen gedegen beoordeling gemaakt kan worden. Volgens Pixelhobby is de begeleiding begin maart 2020 onderbroken vanwege de coronamaatregelen, met de intentie het traject te continueren zodra de overheidsmaatregelen dat zouden toelaten. Zover is het niet gekomen, nu [gedaagde] op 24 juni 2020 door Pixelhobby op non-actief is gesteld. Die dag kwamen voor [naam 1] de missende competenties van [gedaagde] ‘in één keer duidelijk naar boven, doordat er geen zwaluwstaartjes gemaakt konden worden’, aldus Pixelhobby. Ter toelichting hierop heeft [naam 4] ter zitting nog naar voren gebracht dat het zwaluwstaartjesproject half februari 2020 gestart is, prioriteit had, hoogstens twee maanden had mogen duren, meermalen door verschillende mensen aan [gedaagde] gevraagd is wanneer de zwaluwstaartjesmatrijs erop zou gaan, en dat op 24 juni 2020 het punt werd bereikt dat ingezien werd dat het project door [gedaagde] niet tot een goed einde werd gebracht. In reactie hierop geeft [gedaagde] ter zitting een andere lezing. Hij verklaart dat hij naast het zwaluwstaartjesproject ook andere arbeidsintensieve taken had, dat hij bij Pixelhobby heeft aangegeven dat het ging wringen en gevraagd heeft wat hij dan met andere klussen moest doen, waarop werd geantwoord dat die óók moesten gebeuren, en dat hem voor de zwaluwstaartjesmatrijs geen deadline is gesteld. Het ligt op de weg van Pixelhobby als verzoekende partij om haar stellingen voldoende te onderbouwen. Pixelhobby heeft echter geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat het zwaluwstaartjesproject binnen twee maanden geregeld moest zijn, of dat daarvoor een concrete termijn aan [gedaagde] is gegeven.

5.9.

Verder is van belang dat [naam 4] ter zitting heeft verklaard ook met [naam 3] te hebben besproken dat de zwaluwstaarten prioriteit hadden, en dat dit bovenaan de lijst van [naam 3] stond. Pixelhobby stelt dus enerzijds [gedaagde] een verbetertraject te hebben gegund waarin het half februari 2020 gestarte zwaluwstaartjesproject hoogste prioriteit had, maar anderzijds meent Pixelhobby op 24 juni 2020 [gedaagde] op non-actief te hebben mogen stellen vanwege aanhoudend disfunctioneren op dit project, terwijl de gestelde begeleiding door [naam 3] al begin maart 2020 voortijdig is geëindigd, en niet is gesteld of gebleken dat de begeleiding anderszins is gecontinueerd. Deze standpunten van Pixelhobby zijn innerlijk tegenstrijdig, en de stelling van Pixelhobby dat zij de intentie had het verbetertraject te hervatten zodra de coronamaatregelen dat mogelijk zouden maken, hetgeen in retrospectief volgens Pixelhobby zou zijn geweest per 1 juli 2020, is daarmee niet aannemelijk. Van een adequaat en afgerond verbetertraject is gelet op het voorgaande geen sprake geweest.

5.10.

De conclusie is dat geen sprake is van een voldragen d-grond die een ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigt.

G-grond: verstoorde arbeidsverhouding

5.11.

Een redelijke grond voor ontbinding kan ook zijn gelegen in een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Dat een verstoring van de arbeidsverhouding (grotendeels) aan de werkgever is te wijten, hoeft niet in de weg te staan aan ontbinding (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 30 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2218 (Servicenow Nederland)).

5.12.

Subsidiair verzoekt Pixelhobby ontbinding op deze grond. De kantonrechter kan gelet op de stukken en de zitting niet anders dan concluderen dat de arbeidsverhouding tussen Pixelhobby en [gedaagde] inmiddels duurzaam en onherstelbaar is verstoord. De directie van Pixelhobby bestaat uit vader ( [naam 1] ), moeder ( [naam 2] ) en zoon ( [naam 4] ). [gedaagde] is als Technisch Project Manager de enige fulltime medewerker in vaste dienst. Het overige personeel bestaat hoofdzakelijk uit flexibel inzetbare (productie)medewerkers. [gedaagde] werkt in zijn functie nauw samen met [naam 1] en [naam 4] , en in mindere mate met [naam 2] . De communicatie tussen [naam 1] en [gedaagde] verliep vanaf het begin moeizaam. Inmiddels hebben ook de andere directie leden geen vertrouwen meer in [gedaagde] als Technisch Project Manager. De voltallige directie wil niet meer met [gedaagde] samenwerken, zo is op de zitting benadrukt. [gedaagde] heeft zich aanvankelijk steeds op het standpunt gesteld reële mogelijkheden te zien tot terugkeer op de werkvloer, maar ter zitting verklaard tot zijn spijt te moeten accepteren dat dit niet gaat lukken omdat er inmiddels te veel verstoord is geraakt.

5.13.

Onder deze omstandigheden ziet de kantonrechter niet in dat de arbeidsovereenkomst nog zinvol kan worden voortgezet. De verstoring van de arbeidsverhouding is zodanig dat van Pixelhobby in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.

5.14.

Herplaatsing ligt gelet op de aard en achtergrond van de verstoorde arbeidsverhouding niet in de rede.

5.15.

De kantonrechter zal het subsidiaire verzoek van Pixelhobby dan ook toewijzen, en de arbeidsovereenkomst ontbinden. Het einde van de arbeidsovereenkomst zal worden bepaald op 1 december 2020. Dat is de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd. De wettelijke opzegtermijn bedraagt voor Pixelhobby één maand. Zoals hierna zal worden overwogen, is de kantonrechter van oordeel dat de ontbinding het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen van Pixelhobby. De duur van de procedure zal daarom niet in mindering worden gebracht op de opzegtermijn (artikel 7:671b lid 9 BW).

Billijke vergoeding

5.16.

De kantonrechter ziet aanleiding om aan [gedaagde] een billijke vergoeding toe te kennen. Een billijke vergoeding kan worden toegekend als de ontbinding van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever (artikel 7:671b lid 9 BW). Dat zal zich alleen voordoen in uitzonderlijke gevallen en als een werkgever de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst in ernstige mate schendt (Kamerstukken II, 2013-2014, 33 818, nr. 3, pag. 34). In dit geval is sprake van dergelijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Daarbij neemt de kantonrechter het volgende in aanmerking.

5.17.

De verstoring van de arbeidsverhouding is in belangrijke mate toe te rekenen aan het optreden van Pixelhobby. [naam 1] heeft [gedaagde] op de vroege ochtend van 24 juni 2020 te verstaan gegeven dat hij zijn spullen kon pakken en vertrekken. De kantonrechter volgt [gedaagde] in zijn stelling dat deze non-actiefstelling voor hem min of meer uit de lucht is komen vallen. Pixelhobby voert immers zelf ook aan dat zij [gedaagde] direct op non-actief heeft gesteld omdat missende competenties bij haar in een keer duidelijk naar boven kwamen, terwijl – zoals hiervoor is geoordeeld – niet aannemelijk is geworden dat [gedaagde] ongeschikt is voor zijn functie, hij daarvan tijdig in kennis is gesteld en in voldoende mate in de gelegenheid is gesteld zijn functioneren te verbeteren. In vervolg op de non-actiefstelling heeft Pixelhobby alleen nog aangestuurd op een zo spoedig mogelijke beëindiging van het dienstverband, en is zij daarbij bijzonder voortvarend te werk gegaan. Pixelhobby heeft [gedaagde] op 24 juni 2020 direct afgesloten van de digitale werkomgeving en aan de overige medewerkers gecommuniceerd dat [gedaagde] niet meer zou terugkeren. In de middag van 24 juni 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [naam 4] en [gedaagde] , waarin tegen [gedaagde] is gezegd dat hij tot 1 september 2020 de tijd zou krijgen om een andere baan te zoeken en dat daarna zo nodig een ontslagprocedure zal worden gestart. In reactie daarop heeft [gedaagde] zich in een e-mail van 25 juni 2020 beschikbaar gehouden de bedongen werkzaamheden voor Pixelhobby uit te voeren, waaruit Pixelhobby heeft afgeleid dat [gedaagde] niet van plan was een andere baan te gaan zoeken. Daarop heeft Pixelhobby op 29 juni 2020 een voorstel gedaan tot beëindiging van het dienstverband met wederzijds goedvinden. Pixelhobby stelt daarover dat zij in streep wilde zetten onder de ontstane situatie, en met de versoepeling van de coronamaatregelen en het begin van de schoolvakantie snelle afhandeling met een ruime vergoeding voor haar belangrijker was dan het juridisch toetsen van de mogelijkheden. Omdat [gedaagde] hiermee niet akkoord ging heeft Pixelhobby haar ontbindingsverzoek ingediend. Het verzoekschrift van Pixelhobby is gedateerd 3 juli 2020, slechts 9 dagen na de non-actiefstelling. Zonder toestemming van of overleg met [gedaagde] heeft Pixelhobby op 9 juli 2020 de voormalig werkgever van [gedaagde] benaderd met de vraag of deze werk voor hem had. Uit de gang van zaken rijst het beeld dat Pixelhobby vastbesloten was hoe dan ook de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] te beëindigen, waarbij zij nauwelijks oog heeft gehad voor de belangen van haar werknemer, hetgeen de arbeidsverhouding onherstelbaar heeft verstoord en ernstig verwijtbaar handelen van Pixelhobby oplevert.

5.18.

Voor het vaststellen van de hoogte van de toe te kennen billijke vergoeding zijn in rechtspraak uitgangspunten geformuleerd (zie de uitspraak van de Hoge Raad van 9 juni 2018, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, onder nummer ECLI:NL:HR:2018:878 (Zinzia)). De kantonrechter moet bij het bepalen van de billijke vergoeding rekening houden met alle (uitzonderlijke) omstandigheden van het geval en die vergoeding moet daarbij aansluiten. Het gaat er uiteindelijk om dat de werknemer wordt gecompenseerd voor het ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Ook met de gevolgen van de ontbinding kan rekening worden gehouden, voor zover die gevolgen zijn toe te rekenen aan het verwijt dat de werkgever kan worden gemaakt. De billijke vergoeding heeft geen bestraffend doel, maar met de billijke vergoeding kan ook worden tegengegaan dat werkgevers ervoor kiezen een arbeidsovereenkomst op ernstig verwijtbare wijze te laten eindigen.

5.19.

[gedaagde] voert aan dat een eerlijk en deugdelijk verbetertraject ten minste zes maanden in beslag zou hebben genomen. Indien en voor zover bij eindevaluatie van een reëel verbetertraject zou zijn gebleken dat [gedaagde] ongeschikt is voor zijn functie, dan had Pixelhobby ontbinding kunnen verzoeken. Rekening houdend met proceduretijd en opzegtermijn zou Pixelhobby zich, indien zij de zaak zorgvuldig had aangepakt, geconfronteerd hebben gezien met een periode van ten minste negen maanden voordat de arbeidsovereenkomst daadwerkelijk zou zijn geëindigd, aldus [gedaagde] . De hoogte van de billijke vergoeding wordt daarom door [gedaagde] berekend aan de hand van zijn verlies aan inkomen over een periode van negen maanden, zijnde € 42.768,00 bruto. Deze berekening en de onderbouwing daarvan kan de kantonrechter heel goed volgen. Pixelhobby heeft daartegen ook geen concreet verweer gevoerd. Zij herhaalt in dit verband ter zitting slechts haar standpunt dat een werkgever moet ingrijpen als een werknemer incompetent blijft.

5.20.

De billijke vergoeding zal dan ook worden toegewezen op basis van de door [gedaagde] gestelde uitgangspunten, met dien verstande dat de periode van negen maanden wordt geacht te zijn aangevangen op het moment van de non-actiefstelling. De hoogte van de billijke vergoeding kan daarom in beginsel worden vastgesteld aan de hand van het verlies aan inkomen over de periode 24 juni 2020 tot 24 maart 2021. Over de periode van 24 juni 2020 tot 1 december 2020 heeft [gedaagde] echter aanspraak op loon op grond van de nog bestaande arbeidsovereenkomst, en is geen sprake van verlies aan inkomen. De billijke vergoeding zal daarom worden vastgesteld op een bedrag van € 19.000,00 bruto, een bedrag gelijk aan ongeveer vier maanden inkomensverlies van [gedaagde] . Daarmee wordt [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter ook in voldoende mate gecompenseerd. De kantonrechter ziet in dit geval geen aanleiding om bij het vaststellen van de hoogte van de billijke vergoeding rekening te houden met de transitievergoeding, die hierna worden besproken, gelet op de aard en ernst van het verwijtbare gedrag van Pixelhobby.

5.21.

Die vergoeding is niet verschuldigd binnen veertien dagen na deze beschikking, zoals [gedaagde] stelt, alleen al niet omdat Pixelhobby de gelegenheid krijgt haar verzoek in te trekken. Daarom zal worden bepaald dat die vergoeding uiterlijk 1 december 2020 moet worden betaald en dat ook vanaf dat moment wettelijke rente verschuldigd is.

5.22.

Omdat aan de ontbinding een billijke vergoeding wordt verbonden, zal Pixelhobby in de gelegenheid worden gesteld om het verzoek in te trekken, binnen de hierna genoemde termijn (artikel 7:686a lid 6 BW).

Transitievergoeding

5.23.

Het verzoek om Pixelhobby te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding kan worden toegewezen. Tussen partijen is op zichzelf niet in geschil dat [gedaagde] recht heeft op een transitievergoeding. Wel verschillen partijen van mening over de datum van indiensttreding van [gedaagde] , die van invloed is op de hoogte van de transitievergoeding. Vast staat dat [gedaagde] op 12 en 13 april 2018 werkzaamheden voor Pixelhobby heeft verricht, en vervolgens vanaf 1 juni 2018. [gedaagde] stelt dat als datum van indiensttreding heeft te gelden 12 april 2018. Pixelhobby stelt dat [gedaagde] per 1 juni 2018 in dienst is getreden, en op 12 en 13 april 2018 slechts twee dagen heeft proefgedraaid en tot 1 juni 2018 nog een dienstverband elders had. De kantonrechter volgt [gedaagde] en zal bij de berekening van de transitievergoeding uitgaan van indiensttreding per 12 april 2018. Daartoe wordt het volgende overwogen.

5.24.

Pixelhobby heeft aan [gedaagde] salaris uitbetaald voor de op 12 en 13 april 2018 gewerkte uren. Daarvoor is een salarisspecificatie gedateerd 30 april 2018 over periode 4 aan [gedaagde] verstrekt (productie 2 bij verweerschrift). Daarop staat vermeld het uitbetaalde loon over april 2018, vermeerderd met compensatie voor vakantiedagen en reiskosten, onder inhouding van loonheffing. Hieruit blijkt dat de op 12 en 13 april 2018 verrichte werkzaamheden arbeidsrechtelijk gezien meer omvatten dan vrijblijvend proefdraaien. Daarbij neemt de kantonrechter ook in aanmerking dat op de salarisstrook van april 2018, maar ook op de overgelegde salarisspecificaties van juni 2020 en juli 2020, Pixelhobby onder werknemersgegevens als datum in dienst heeft vermeld 12 april 2018. Verder is in dit verband van belang dat in de door partijen ondertekende schriftelijke arbeidsovereenkomst geen exacte datum van indiensttreding is opgenomen, maar is bepaald dat [gedaagde] uiterlijk per 1 september 2018 in dienst treedt, of eerder indien [gedaagde] dit wenst.

5.25.

Uitgaande van indiensttreding op 12 april 2018, ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 december 2020 en een bruto maandloon van € 4.400,00 vermeerderd met 8% vakantietoeslag, bedraagt de transitievergoeding € 4.178,78 bruto, zodat dit bedrag wordt toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding zal worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, te weten 1 januari 2021 (artikel 7:686a lid 1 BW).

5.26.

Verder verzoekt [gedaagde] (na aanvulling van zijn subsidiair verweer) om in geval van ontbinding Pixelhobby te veroordelen over te gaan tot een correcte eindafrekening binnen een maand nadat de arbeidsovereenkomst eindigt, en daarbij – kort gezegd – geen vakantiedagen in mindering te brengen over de periode van non-actiefstelling. De kantonrechter ziet aanleiding dit verzoek toe te wijzen, nu dit door [gedaagde] wordt gedaan in reactie op het aanvullend verzoekschrift van Pixelhobby, waarin Pixelhobby onder punt 68 uitdrukkelijk aankondigt drie weken vakantieverlof van het tegoed aan vakantiedagen van [gedaagde] af te schrijven tijdens de non-actiefstelling. Pixelhobby is daartoe niet gerechtigd. Gezien hetgeen hiervoor is overwogen en beslist komt de non-actiefstelling van [gedaagde] voor rekening en risico van Pixelhobby.

5.27.

De proceskosten komen voor rekening van Pixelhobby, omdat sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van Pixelhobby. Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van [gedaagde] worden vastgesteld op 720,00. Als Pixelhobby het verzoek intrekt, zal Pixelhobby de proceskosten van [gedaagde] moeten betalen. Daarbij zal het salaris van de gemachtigde van [gedaagde] worden vastgesteld op 720,00.

het tegenverzoek

5.28.

[gedaagde] vordert een bedrag van € 1.684,50 voor achterstallig loon. Dit is het bedrag dat Pixelhobby op het salaris van juli 2020 heeft ingehouden wegens onrechtmatig gebruik door [gedaagde] van de leaseauto tijdens de non-actiefstelling.

5.29.

[gedaagde] beroept zich op het onder de feiten geciteerde artikel 2.2. van de overeenkomst leaseauto. Gelet op de bewoordingen en strekking van deze bepaling concludeert de kantonrechter dat de daarin genoemde termijn van één maand ziet op de situatie van arbeidsongeschiktheid, en niet geldt voor de andere twee gevallen waarop het artikel betrekking heeft. Pixelhobby kon dus op basis van artikel 2.2 de terbeschikkingstelling van de leaseauto al dan niet tijdelijk beëindigen. De overeenkomst leaseauto biedt echter geen grondslag voor Pixelhobby om de door haar aan de leasemaatschappij verschuldigde leasevergoeding in te houden op het salaris van [gedaagde] van juli 2020, en Pixelhobby heeft ook geen andere grondslag gesteld op basis waarvan deze inhouding gerechtvaardigd is. Het verzoek van Pixelhobby om de leaseauto in te leveren was dus wel gerechtvaardigd, maar het inhouden van de verschuldigde leasebijdrage op het salaris niet, zodat de vordering wordt toegewezen. De kantonrechter ziet aanleiding de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot 10%. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf 14 dagen na dagtekening van deze beschikking, zijnde de door [gedaagde] verzochte betaaltermijn.

5.30.

De kantonrechter zal bepalen dat partijen in de zaak van de tegenvordering ieder hun eigen proceskosten moeten betalen, omdat geen sprake is van (ernstig) verwijtbaar handelen of nalaten van één van beide partijen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

het verzoek

6.1.

bepaalt dat de termijn, waarbinnen Pixelhobby het verzoek kan intrekken (door middel van een schriftelijke mededeling aan de griffier, met toezending van een kopie daarvan aan de (gemachtigde van de) wederpartij), zal lopen tot en met 6 november 2020;

Voor het geval Pixelhobby het verzoek niet binnen die termijn intrekt:

6.2.

ontbindt de arbeidsovereenkomst tussen partijen met ingang van 1 december 2020;

6.3.

veroordeelt Pixelhobby om aan [gedaagde] een billijke vergoeding te betalen van € 19.000,00 bruto, uiterlijk op 1 december 2020, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf die datum tot aan de dag van volledige betaling;

6.4.

veroordeelt Pixelhobby om aan [gedaagde] een transitievergoeding te betalen van € 4.178,78 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 1 januari 2021 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.5.

veroordeelt Pixelhobby om voor 1 januari 2021 over te gaan tot een correcte eindafrekening met [gedaagde] , en daarbij de opgebouwde doch niet genoten vakantiedagen met [gedaagde] af te rekenen, zonder daarbij vakantiedagen in mindering te brengen over de periode dat de non-actiefstelling heeft geduurd;

6.6.

veroordeelt Pixelhobby tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op:
griffierecht € 124,00

salaris gemachtigde € 720,00 ;

6.7.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Voor het geval Pixelhobby het verzoek binnen die termijn intrekt:

6.8.

veroordeelt Pixelhobby tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op:
salaris gemachtigde € 720,00;

6.9.

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;

het tegenverzoek

6.10.

veroordeelt Pixelhobby om aan [gedaagde] te betalen € 1.684,50 voor achterstallig loon, vermeerderd met de wettelijke verhoging tot een maximum van 10%, te betalen binnen 14 dagen na dagtekening en vanaf die datum te vermeerderen met de wettelijke rente tot aan de dag van de gehele betaling;

6.11.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten betaalt;

6.12.

verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.


Deze beschikking is gegeven door mr. S.W.S. Kiliç en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter