Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8562

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
14-10-2020
Datum publicatie
28-10-2020
Zaaknummer
8265481
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Huurovereenkomst bedrijfsruimte. Na ontruimingsvonnis heeft gedaagde ondanks aanmaning daartoe een deel van de inventaris achtergelaten. Eiseres heeft niet onrechtmatuig gehandeld door deze spullen (restanten van een kringloopwinkel) te vernietigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind

locatie Alkmaar

Zaaknr./rolnr.: 8265481 \ CV EXPL 20-183 (WT)

Uitspraakdatum: 14 oktober 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiser]

wonende te [woonplaats]

eiser

verder te noemen: [eiser]

gemachtigde: mr. R. Kiewitt, advocaat te Alkmaar

toevoeging: 4NK0696

tegen

de besloten vennootschap FeeBee International B.V.

gevestigd te Warmenhuizen

gedaagde

verder te noemen: FeeBee

gemachtigde: mr. T.G. Gijtenbeek, advocaat te Amsterdam

1 Het procesverloop

1.1.

[eiser] heeft bij dagvaarding van 6 januari 2020 een vordering tegen FeeBee ingesteld. FeeBee heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

[eiser] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna FeeBee een schriftelijke reactie heeft gegeven. Beide partijen hebben producties in het geding gebracht.

2 De feiten

2.1.

[eiser] heeft van (de rechtsvoorganger van) FeeBee een bedrijfsruimte gehuurd aan de [adres] (hierna: het pand) waarin hij een kringloopwinkel exploiteerde.

2.2.

Op 1 maart 2017 is een auto van [eiser] naast het pand in brand gevlogen.

2.3.

Bij e-mail van 2 maart 2017 heeft ASR, de verzekeraar van FeeBee, aangegeven dat het pand in de aangetroffen staat niet werd verzekerd totdat bij een herinspectie blijkt dat de door de verzekeraar aangegeven verbeteringen zijn gerealiseerd.

2.4.

Op 8 maart 2017 heeft FeeBee een kortgedingprocedure aanhangig gemaakt. Bij vonnis in kort geding van de kantonrechter te Alkmaar d.d. 17 maart 2017 is [eiser] veroordeeld het door hem gehuurde pand binnen drie dagen na het gewezen vonnis te ontruimen en te verlaten onder afgifte van de sleutels aan FeeBee. [eiser] is van dit vonnis niet in hoger beroep gegaan.

2.5.

Op 20 maart 2017 was het pand nog niet ontruimd.

2.6.

Bij e-mail van 21 maart 2017 deelt de toenmalige gemachtigde van [eiser] (mr. [naam] ) aan de gemachtigde van FeeBee het volgende mee: (…) Inmiddels heeft cliënt aangegeven vrijwillig te zullen voldoen aan de inhoud van het vonnis. Hij is reeds druk doende de loods leeg te halen, maar het zal u niet verbazen dat de gestelde termijn eenvoudigweg te kort is omdat voor elkaar te krijgen. Cliënt heeft daarbij aangegeven dat hij er zorg voor zal dragen dat de loods uiterlijk aanstaande maandag leeg zal worden opgeleverd. Gaarne uw bevestiging dat deze termijn akkoord is.(…)

2.7.

FeeBee heeft [eiser] hierna nog twee dagen de tijd gegeven om het pand te ontruimen en de sleutels in te leveren. Op 23 maart 2017 is het vonnis aan [eiser] betekend en is door de deurwaarder aan hem meegedeeld dat op 27 maart 2017 tot ontruiming van het pand zou worden overgegaan.

2.8.

Op 27 maart 2017 heeft [eiser] vrijwillig de sleutel bij de deurwaarder ingeleverd en zijn onderneming opgeheven en uitgeschreven uit het handelsregister.

2.9.

[eiser] heeft het pand niet leeg opgeleverd. FeeBee heeft vervolgens het pand laten ontruimen en de door [eiser] achtergelaten goederen afgevoerd en laten vernietigen.

2.10.

Op 21 januari 2019 stelt de gemachtigde van [eiser] FeeBee in gebreke voor de schade die [eiser] stelt te hebben geleden door de gedwongen ontruiming van het pand.

2.11.

Op 6 december 2019 stelt de gemachtigde van [eiser] FeeBee nogmaals in gebreke.

3 De vordering

3.1.

[eiser] vordert dat de kantonrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat FeeBee onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en dat [eiser] als gevolg daarvan aansprakelijk is voor de daaruit voortgekomen nog nader te bepalen schade.

- FeeBee veroordeelt tot betaling, binnen veertien dagen na de betekening aan FeeBee, van het in deze te wijzen vonnis, van een bedrag van € 5.000,00 aan [eiser] , als voorschot op de totaal door [eiser] geleden en door FeeBee veroorzaakte schade, althans enig bedrag zoals de kantonrechter vermeent te behoren.

- FeeBee veroordeelt in de proceskosten.

3.2.

[eiser] legt aan de vordering – kort en zakelijk weergegeven – het volgende ten grondslag. FeeBee heeft in het kader van de ontruiming van het pand aan een derde opdracht gegeven de roerende zaken van [eiser] “direct te vernietigen en af te voeren”. De bewuste derde heeft hieraan gevolg gegeven. Door zo te handelen heeft FeeBee onrechtmatig gehandeld richting [eiser] . [eiser] stelt op geen enkele wijze afstand te hebben gedaan van de roerende zaken bestaande uit een complete inventaris van een Kringloopwinkel.

4 Het verweer

4.1.

FeeBee betwist de vordering (gedeeltelijk). Zij betwist – kort samengevat - dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en aansprakelijk is voor de door [eiser] gestelde geleden schade. Verder mist FeeBee onderbouwing van de door [eiser] gevorderde schade.

4.2.

FeeBee vordert veroordeling van [eiser] in de daadwerkelijk gemaakte proceskosten van FeeBee, begroot op € 5.000,00 en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten met ingang van 14 dagen na betekening van het te wijzen vonnis. FeeBee voert daartoe aan dat sprake is van misbruik van procesrecht nu [eiser] niet in hoger beroep is gegaan van het kortgeding vonnis van 17 maart 2017 en het pand door hem niet tijdig is ontruimd. [eiser] heeft de sleutels van het pand ingeleverd en zijn onderneming beëindigd. Daaruit blijkt dat hij nimmer het voornemen had zijn onderneming voort te zetten en dat hij afstand heeft gedaan van de waardeloze zaken die in het pand zijn achtergebleven. FeeBee wordt door de onderhavige procedure onnodig op kosten gejaagd.

4.3.

Voor zover van belang zal op de standpunten van FeeBee hierna bij de beoordeling verder worden ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

Het gaat in deze zaak om de vraag of FeeBee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld door na ontruiming van het pand de door [eiser] achtergelaten goederen niet op te slaan maar direct te vernietigen. De kantonrechter overweegt als volgt. Vast staat dat de ontruiming van het pand gegrond is op een rechterlijk vonnis. [eiser] heeft geen rechtsmiddel aangewend tegen het vonnis van 17 maart 2017, waarbij hij tot ontruiming van het pand is veroordeeld. De veroordeling heeft tussen partijen kracht van gewijsde gekregen. [eiser] had dan ook uit hoofde van het vonnis de verplichting het pand uiterlijk 20 maart 2017 te ontruimen.

5.2.

[eiser] betwist ook niet dat hij het pand binnen drie dagen na betekening van het vonnis diende te ontruimen, maar stelt dat hij hieraan niet kon voldoen omdat de termijn te kort was en de boedel te omvangrijk. [eiser] stelt geen afstand te hebben gedaan van de goederen. Hij verkeerde in de veronderstelling dat de resterende roerende zaken aan de weg zouden worden geplaatst, ter vrije beschikking van [eiser] .

5.3.

FeeBee betwist gemotiveerd dat zij onrechtmatig heeft gehandeld. Om het pand weer verzekerd te krijgen was het voor FeeBee noodzakelijk om alle achtergebleven spullen in en om het pand weg te halen en af te voeren. Verder lagen er asbestplaten op het pand die gezien de recente brand een gevaar vormden voor de omwonenden. FeeBee zag zich dan ook genoodzaakt het pand te laten ontruimen, nu [eiser] voldoende tijd had gekregen om het pand zelf te ontruimen en hij dit ondanks toezeggingen daartoe heeft nagelaten. Er bestond voor FeeBee geen reden om de goederen op te slaan nu de daarmee gepaard gaande opslag- en executiekosten de waarde van de goederen ver zou overtreffen, aldus FeeBee.

5.4.

De kantonrechter oordeelt als volgt. Het ontruimingsvonnis geeft de verhuurder het recht en verschaft hem een geldige titel om te ontruimen. Wanneer de verhuurder tot ontruiming wil overgaan, moet hij deze zorgvuldig laten verlopen en heeft hij daarbij de verplichting rekening te houden met de gerechtvaardigde belangen van de huurder. Als een huurder desondanks schade lijdt, komt dat voor rekening van de huurder, nu daarvoor een rechtvaardiging bestaat in de geldige titel tot ontruiming (ECLI:NL:GHDHA:2018:224)

5.5.

De ontruiming heeft plaatsgehad door de deurwaarder in opdracht van FeeBee op basis van het kortgedingvonnis van 17 maart 2017 dat op 23 maart 2017 is betekend en waarbij de deurwaarder aan [eiser] heeft meegedeeld dat op 27 maart 2017 tot ontruiming van het pand zou worden overgegaan. [eiser] heeft dan ook tot 27 maart 2017 gelegenheid gehad om het pand leeg te maken en de goederen ergens anders onder te brengen. Dit heeft hij nagelaten.

5.6.

De kantonrechter is van oordeel dat aan [eiser] voldoende tijd is gegeven om het pand volledig te ontruimen. Niet is gebleken dat [eiser] aan FeeBee heeft verzocht om een (nog) langere termijn voor ontruiming van het pand. FeeBee mocht er dan ook vanuit gaan dat [eiser] aan zijn verplichtingen neergelegd in het vonnis vrijwillig zou voldoen en het pand op 27 maart 2017 leeg zou opleveren. Temeer daar [eiser] dit nog eens bevestigde in de e-mail van zijn gemachtigde van 21 maart 2017. Onbetwist staat vast dat het pand niet eerder verzekerd kon worden dan nadat aan een aantal verbeterpunten zou zijn voldaan. Van FeeBee kon niet verlangd worden dat zij het pand nog langer onverzekerd zou laten. Zij is dan ook terecht na het inleveren van de sleutel door [eiser] overgegaan tot ontruiming van de door [eiser] achtergelaten spullen. Dat zij genoodzaakt was tot afvoer en vernietiging van de resterende onroerende zaken over te gaan, acht de kantonrechter met de door FeeBee gegeven toelichting op dit punt voldoende onderbouwd. Ook is gesteld noch gebleken dat [eiser] aan FeeBee uitdrukkelijk heeft meegedeeld geen afstand van de achtergelaten goederen te willen doen en dat hij deze goederen op korte termijn zou komen ophalen.
Niet eerder dan op 21 januari 2019 ontvangt FeeBee van de gemachtigde van [eiser] een aansprakelijkheidsstelling waarin [eiser] aangeeft schade te hebben geleden door het vernietigen van de achtergebleven goederen. De kantonrechter acht dit te laat.

5.7.

[eiser] vordert een bedrag van € 5.000,00 als voorschot op de door hem geleden schade. Nu FeeBee betwist dat [eiser] schade heeft geleden had het op de weg van [eiser] gelegen deze schade (nader) te onderbouwen. [eiser] , op wie de bewijslast van de waarde van de achtergebleven goederen rust, heeft daartoe geen bewijs aangeboden. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat de door [eiser] gestelde schade niet is komen vast te staan.

5.8.

Gelet op al het voorgaande komt de kantonrechter tot de slotsom dat FeeBee niet kan worden verweten dat zij onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] . De vordering van [eiser] zal dan ook worden afgewezen en [eiser] zal in de proceskosten worden veroordeeld.

5.9.

De proceskosten komen voor rekening van [eiser] , omdat hij ongelijk krijgt.
FeeBee verzoekt op grond van het voorgaande vergoeding van de volledige proceskosten. De kantonrechter overweegt dat plaats kan zijn voor integrale vergoeding van proceskosten indien sprake is van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen. Daarvan is pas sprake als het instellen van de vordering, gelet op de evidente ongegrondheid ervan, in verband met de betrokken belangen van de wederpartij achterwege had behoren te blijven. Hiervan kan eerst sprake zijn als eiser zijn vordering baseert op feiten en omstandigheden waarvan hij de onjuistheid kende dan wel behoorde te kennen of op stellingen waarvan hij op voorhand moest begrijpen dat deze geen kans van slagen hadden. Bij het aannemen van misbruik van procesrecht of onrechtmatig handelen door het aanspannen van een procedure past terughoudendheid, gelet op het recht op toegang tot de rechter dat mede gewaarborgd wordt door art. 6 EVRM (HR 6 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV7828). De kantonrechter is van oordeel dat deze situatie zich hier niet voordoet. Van een evidente situatie waarin het [eiser] op voorhand duidelijk moest zijn dat zijn stellingen geen kans van slagen zouden hebben, is hier geen sprake.

5.10.

Daarbij wordt [eiser] ook veroordeeld tot betaling van € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door FeeBee worden gemaakt.

5.11.

De gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor FeeBee worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van FeeBee;

6.3.

veroordeelt [eiser] tot betaling van € 120,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door FeeBee worden gemaakt

vermeerderd met de wettelijke rente over de proceskosten en het nasalaris, ingaande de 15e dag na de datum van betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

6.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W.S. Kiliç, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter