Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8537

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
28-10-2020
Datum publicatie
23-11-2020
Zaaknummer
8117599 CV EXPL 19-16066
Rechtsgebieden
Intellectueel-eigendomsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Inbreuk op portretrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel – Kanton -Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8117599 CV EXPL 19-16066

Uitspraakdatum: 28 oktober 2020

Vonnis in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [plaats] ( [land] ),

eisende partij,

verder te noemen [eiseres] ,

gemachtigde: mr. L.J. van Manen,

tegen

de naamloze vennootschap

Royal Schiphol Group N.V.,

statutair gevestigd en kantoor houdende te Schiphol,

gedaagde partij,

verder te noemen: Schiphol,

gemachtigde: mr. A.F. Fernhout.

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 15 oktober 2019 een vordering tegen Schiphol ingesteld. Schiphol heeft bij incidentele conclusie zekerheidsstelling van de proceskosten ex 224 Rv gevorderd. Nadat partijen over en weer op elkaars stellingen in het incident hebben gereageerd heeft de kantonrechter deze incidentele vordering bij vonnis van 1 april 2020 afgewezen. Schiphol heeft vervolgens schriftelijk geantwoord in de hoofdzaak.

1.2.

[eiseres] heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna Schiphol een schriftelijke reactie heeft gegeven.

1.3.

Vervolgens is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De Stichting [naam] (hierna [de Stichting] ) is een organisatie die zich inzet voor de gezondheidszorg in [Continent] . [de Stichting] leidt zorgverleners in [Continent] op, biedt basiszorg en geeft voorlichting.

2.2.

[eiseres] is verloskundige van beroep in [land] . Zij heeft met behulp van de steun van [de Stichting] een driejarige opleiding tot verloskundige gevolgd. [eiseres] heeft zich gedurende vele jaren ingezet om aandacht te vragen voor de moeilijke omstandigheden waaronder vrouwen in [land] moeten bevallen.

2.3.

Schiphol heeft eind 2016 een sponsoringsovereenkomst gesloten met [de Stichting] voor de duur van ongeveer drie jaar (hierna: de sponsoringsovereenkomst). Deze sponsoring bestond uit meerdere onderdelen, onder andere uit het gedurende die drie jaar gratis publiciteit verschaffen in de terminals van Schiphol. Op grote schermen in deze terminals werden uitingen van [de Stichting] getoond, welke uitingen [de Stichting] als pdf-bestand (hierna: artwork) aanleverde aan Schiphol.

2.4.

De door [de Stichting] aangeleverde artworks heeft Schiphol opgeslagen op haar servers en gepubliceerd op haar billboards. Onderdeel van deze artworks was onderstaande foto van [eiseres] , met begeleidende tekst. Dit artwork heeft [de Stichting] in 2017 aangeleverd en is ruim een jaar afgebeeld geweest op een groot scherm in de B-pier van Schiphol.

[foto 1]

2.5.

Ergens in 2018 heeft [eiseres] aan [de Stichting] te kennen gegeven dat zij wilde dat het gebruik van haar portret op Schiphol zou worden stopgezet. [de Stichting] en [eiseres] hebben daarover op 21 november 2018 een schikkingsovereenkomst gesloten en [de Stichting] heeft vervolgens aan Schiphol laten weten dat het betreffende artwork met de foto van [eiseres] niet meer gebruikt kon worden. Schiphol heeft het betreffende artwork vervolgens van haar billboards verwijderd.

2.6.

Op [datum] is om [tijdstip] op de website van [het Platform] , een platform dat zich bezig houdt met marketing, media en communicatie en zich richt op partijen die werkzaam zijn in deze segmenten, een artikel van Schiphol, aangeleverd door Schiphol media, geplaatst over de sponsoringsovereenkomst tussen Schiphol en [de Stichting] . Het artikel draagt de titel “ [titel] ”. In het artikel wordt het doel van de samenwerking beschreven: zo’n 4.000 mensen in [Continent] medische training geven, waardoor circa twee miljoen mensen toegang krijgen tot gezondheidszorg. Verder staat in het artikel onder meer dat adverteerders op Schiphol een miljoenenpubliek hebben. Onderaan het artikel staat dat Schiphol al decennialang als een belangrijke internationale hub geldt. Bij dit artikel is de volgende foto van [eiseres] (hierna ook: de foto van [eiseres] ) geplaatst:

[foto 2]

2.7.

Op 29 januari 2019 heeft [de Stichting] Schiphol er op gewezen dat de foto van [eiseres] niet gebruikt had mogen worden. Schiphol heeft [het Platform] direct verzocht de foto van [eiseres] te verwijderen. Op [datum] om [tijdstip] is de foto van [eiseres] vervangen door onderstaande foto:

[foto 3]

2.8.

Voor zover kon worden nagegaan was het artikel met de foto van [eiseres] , tot het moment van het verwijderen van de foto, door circa 73 mensen bekeken. Het artikel is tevens (deels automatisch) gedeeld via Twitter.

2.9.

Begin mei 2019 raakten [eiseres] en haar advocaat op de hoogte van het gebruik van de foto van [eiseres] op [het Platform] .nl. Op 8 mei 2019 heeft de advocaat van [eiseres] Schiphol aangeschreven met het verzoek in overleg te treden over een vorm van compensatie door Schiphol aan [eiseres] . Er is telefonisch en schriftelijk overleg gevoerd maar partijen hebben geen overeenstemming bereikt. Op 5 augustus 2019 heeft Schiphol [eiseres] een bedrag van € 1.500,00 aangeboden. Dit aanbod heeft Schiphol op 13 september 2019 herhaald.

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert – samengevat - dat de kantonrechter voor recht zal verklaren dat Schiphol inbreuk heeft gemaakt op haar portretrecht en privacy door het verveelvoudigen en openbaar (laten) maken van haar portret en andere op het portret zichtbare persoonsgegevens (naam (naamkaartje) en beroep (in uniform afgebeeld) en aansprakelijk is voor de als gevolg daarvan door haar geleden schade en dat de kantonrechter Schiphol zal veroordelen tot betaling van € 23.000,- aan schadevergoeding (bestaande – ingeval van toepasselijkheid van Nederlands recht) uit € 5.000,- aan immateriële schadevergoeding voor schending van de privacy van [eiseres] en € 18.000,- aan materiële schadevergoeding voor schending van het commercieel portretrecht van [eiseres] vanwege de verzilverbare populariteit), te vermeerderen met rente en kosten.

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat Schiphol onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar door inbreuk te maken op haar portretrecht als vastgelegd in artikel 21 Auteurswet (hierna: Aw), in strijd te handelen met de Algemene Verordening Gegevensbescherming (hierna: AVG) en in strijd te handelen met artikel 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Zij stelt dat Schiphol inbreuk heeft gemaakt op haar persoonlijkheidsbelangen en haar recht op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Voorts voert zij aan dat er sprake is van verlies van controle over haar persoonsgegevens. Voor zover de door Schiphol aangeboden vergoeding (van € 1.500) als een redelijke vergoeding moet worden aangemerkt, kan deze volgens [eiseres] de onrechtmatigheid van het gebruik van haar portret niet helen, nu in deze zaak ook privacy belangen aan de orde zijn. [eiseres] voert in dit verband aan dat zij zich niet heeft willen laten associëren met een bedrijf als Schiphol en dat het gebruik van haar portret, naam en beroep in [land] de indruk wekt dat zij veel geld verdiend zou hebben met de advertentie van Schiphol, hetgeen leidt tot sociale en veiligheidsaspecten in [land] . Zij wijst in dat verband op een uitspraak van een rechtbank in [plaats] ( [land] ) van 22 april 2016 in een zaak van een andere [nationaliteit] vrouw, van wie de foto was gebruikt in een reclamecampagne in [land] . Zij wijst er op dat er in die uitspraak over wordt gesproken dat zelfs bij mensen in de directe omgeving van die vrouw de indruk was ontstaan dat zij veel geld had verdiend met de campagne als gevolg waarvan bij haar de vrees was ontstaan dat zij door mensen met minder goede intenties bestolen of beroofd kon gaan worden, voor welke vrees aan de vrouw een schadevergoeding werd toegekend ten laste van degene die haar foto had gebruikt zonder haar toestemming. [eiseres] stelt dat, nu haar van tevoren geen toestemming is gevraagd voor het gebruik van haar foto, zij zich niet heeft kunnen voorbereiden op deze sociale en veiligheidsaspecten. Zij benadrukt dat als Schiphol haar vooraf toestemming had gevraagd om haar portret te mogen gebruiken, zij alleen ingestemd zou hebben met dit commercieel gebruik van haar portret tegen een vergoeding van € 23.000,-. De zwaarwegende nadelige privacy aspecten zouden dan verdisconteerd zijn geweest in het bedrag van de vergoeding, aldus [eiseres] . Naast schending van haar privacy belangen is volgens [eiseres] ook sprake van schending van haar commerciële belangen omdat de publicatie op de website van [het Platform] afbreuk doet aan de wijze waarop [eiseres] haar bekendheid en verzilverbare populariteit wenst te exploiteren.

3.3.

Volgens [eiseres] zijn een portret, naam en beroep aan te merken als persoonsgegevens in de zin van artikel 4 onder 1 AVG. Er is volgens [eiseres] ook sprake geweest van onrechtmatige verwerking van persoonsgegevens, een datalek, als bedoel in artikel 4 onder 12 AVG, waarin is bepaald dat onder ‘inbreuk in verband met persoonsgegevens’ wordt verstaan een inbreuk op de beveiliging die per ongeluk of op onrechtmatige wijze leidt tot de vernietiging, het verlies, de wijziging of de ongeoorloofde verstrekking van of de ongeoorloofde toegang tot doorgezonden, opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens. De verwerking van deze persoonsgegevens door Schiphol voldoet volgens [eiseres] niet aan de artikelen 5 en 6 AVG. Volgens [eiseres] ontbreken de grondslagen voor verwerking als genoemd in artikel 6 AVG en is bovendien sprake van schending van diverse onderdelen van artikel 5 AVG, namelijk artikel 5 lid 1 sub b (doelbinding) en artikel 5 lid 1 sub f (integriteit en vertrouwelijkheid). Bovendien had Schiphol op grond van artikel 14 AVG aan [eiseres] moeten meedelen dat na maart 2018 (toen aan Schiphol was gemeld dat het portret van [eiseres] niet meer gebruikt mocht worden) gegevens van haar werden verwerkt. Tot slot had, op grond van artikelen 33 en 34 AVG, de inbreuk in verband met de persoonsgegevens onverwijld aan de Autoriteit Persoonsgegevens (hierna: de AP) respectievelijk [eiseres] moeten worden gemeld, tenzij niet waarschijnlijk was dat de inbreuk in verband met de persoonsgegevens een (hoog) risico in zou houden voor de rechten en vrijheden van [eiseres] , aldus nog steeds [eiseres] .

4 Het verweer

4.1.

Schiphol betwist de vordering. Zij voert – samengevat – het volgende aan. In de eerste plaats heeft [de Stichting] volgens Schiphol in de schikkingsovereenkomst van 21 november 2018 tussen [de Stichting] en [eiseres] mogelijk finale kwijting ten behoeve van derden bedongen terzake het gebruik van [eiseres] ’s portret. [eiseres] dient hier op grond van artikel 21 Rv openheid van zaken over te geven, aldus Schiphol. Nu [eiseres] dat niet doet, wordt Schiphol in haar verweer gefrustreerd en moet de vordering als onvoldoende gesteld en onvoldoende onderbouwd worden afgewezen. Verder voert Schiphol aan dat er geen sprake is van een schending van artikel 21 Aw omdat [eiseres] geen redelijk belang heeft om zich tegen publicatie van de foto te verzetten op grond van haar portretrecht. Schiphol wijst er op dat [eiseres] zoals zij zelf stelt grote bekendheid heeft gekregen als ‘het gezicht van alle verloskundigen in [Continent] ’ en dat personen die in de openbaarheid optreden zich meer van de pers moeten laten welgevallen dan ‘gewone’ burgers. Schiphol benadrukt dat de foto van [eiseres] betrekking heeft op haar functioneren als verloskundige en bovendien, net als soortgelijke foto’s van [eiseres] , via Google Image Search te vinden is op meerdere websites toegankelijk voor een groot publiek, zodat de foto niet in relevante mate betrekking heeft op de persoonlijke levenssfeer van [eiseres] . Schiphol stelt dat de door [eiseres] overgelegde uitspraak van de rechtbank te [plaats] ( [land] ) betrekking heeft op een heel andere situatie dan de onderhavige situatie. Daarbij voert Schiphol aan dat het maar de vraag is of er mensen uit de gemeenschap van [eiseres] kennis hebben kunnen nemen van een Nederlandstalig bericht, op een Nederlandse website, gericht op Nederlands publiek dat slechts 23 uur zichtbaar is geweest. Bovendien voert [eiseres] zelf aan dat haar portret voor meerdere marketingcampagnes is gebruikt, zoals voor commerciële bedrijven als [bedrijf] en [bank] . Ook gelet op die campagnes valt niet in te zien dat [eiseres] als gevolg van deze portretpublicatie op de website van [het Platform] een groter risico loopt om aangesproken te worden door haar gemeenschap dan voorheen.

4.2.

Schiphol betwist verder dat sprake is geweest van een schending van de AVG. Zij heeft aangevoerd dat zij een gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 6 lid 1 sub f AVG had voor de verwerking van de in het geding zijnde persoonsgegevens. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat het gebruik van de foto van [eiseres] bij het artikel aansloot bij het doel van het artikel: een podium te bieden aan [de Stichting] . Verder was er volgens Schiphol geen sprake van aanvullende inbreuk op de rechten en vrijheden van [eiseres] als bedoeld in de AVG omdat haar portret voor de publicatie op de website van [het Platform] al ruimschoots bekend, zichtbaar en beschikbaar was via verschillende kanalen, waaronder de campagne van [de Stichting] op Schiphol. Verder heeft Schiphol met een beroep op de journalistieke exceptie van artikel 43 Uitvoeringswet AVG (hierna: UAVG) en artikel 85 AVG aangevoerd dat de informatieverplichting van artikelen 13 en 14 AVG in dit geval niet van toepassing is. Het bericht op de website van [het Platform] had een journalistiek oogmerk, aldus Schiphol. Ook heeft Schiphol zich beroepen op de uitzondering op de kennisgevingsplicht van artikel 14 lid 5 sub a en b AVG, stellende dat medewerkers van de marketingafdeling zich niet bewust waren van de contactgegevens van [eiseres] , zodat het onmogelijk was informatie over de verwerking aan [eiseres] te verstrekken, en dat het bewuste portret van [eiseres] in veelvoud beschikbaar was op internet en [eiseres] zich ervan bewust was dat Schiphol haar portret al eerder had gebruikt. Verder heeft Schiphol bestreden dat sprake is van een inbreuk op de persoonsgegevens, een datalek, in de zin van artikel 4 sub 12 AVG omdat geen sprake is van inbreuk op de beveiliging. Voor zover wel sprake zou zijn van een datalek is zij in deze volgens Schiphol niet meldplichtig in de zin van de artikelen 33 en 34 AVG. Volgens Schiphol is er namelijk geen sprake van een (hoog) risico voor de rechten en vrijheden van [eiseres] .

4.3.

Tot slot voert Schiphol verweer tegen de hoogte van de gevorderde schadevergoeding.

5 De beoordeling

IPR

5.1.

Aangezien [eiseres] woont in [land] en Schiphol is gevestigd in Nederland draagt de zaak een internationaal karakter en dienen eerst de vragen over de rechtsmacht van de kantonrechter en het toepasselijke recht te worden beantwoord.

internationale rechtsmacht

5.2.

Aangezien Schiphol is gevestigd in Nederland komt de Nederlandse rechter op grond van artikel 4 van Verordening (EU) nr. 1215/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (de Brussel I-bis Verordening, ook wel ‘herschikte EEX-Verordening) rechtsmacht toe.

toepasselijk recht

5.3.

Vervolgens komt aan de orde welk recht van toepassing is op het onderhavige geschil.

5.4.

[eiseres] baseert haar vorderingen op onrechtmatig handelen door Schiphol. In de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) PbEG L 199/40 (hierna: de verordening Rome II) is in artikel 1 tweede lid aanhef en onder g bepaald dat van het toepassingsgebied van de verordening Rome II uitgesloten zijn niet-contractuele verbintenissen die voortvloeien uit een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer of op de persoonlijkheidsrechten. De vordering van [eiseres] is gebaseerd op een inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer en persoonlijkheidsrechten, zodat de verordening Rome II in beginsel niet van toepassing is op haar vordering. Echter in artikel 10:159 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) is bepaald dat op verbintenissen die buiten de werkingssfeer van de verordening Rome II en de terzake geldende verdragen vallen en die als onrechtmatige daad kunnen worden aangemerkt, de bepalingen van de verordening Rome II van overeenkomstige toepassing zijn. Dit betekent dat aan de hand van de bepalingen van de verordening Rome II het toepasselijke recht moet worden vastgesteld.

5.5.

In artikel 4 lid 1 van de verordening Rome II is bepaald dat het recht van toepassing is van het land waar de schade zich voordoet, ongeacht in welk land de schadeveroorzakende gebeurtenis zich heeft voorgedaan en ongeacht in welke landen de indirecte gevolgen van die gebeurtenis zich voordoen. Op grond van die bepaling zou dan ook in beginsel [het recht van [land]] van toepassing zijn. Echter, in artikel 4 lid 3 van de verordening Rome II is bepaald dat als uit het geheel van de omstandigheden blijkt dat de onrechtmatige daad een kennelijk nauwere band heeft met een ander dan het in de leden 1 en 2 bedoelde land, het recht van dat andere land van toepassing is. Een kennelijk nauwere band met een ander land zou met name kunnen berusten op een reeds eerder bestaande, nauw met de onrechtmatige daad samenhangende betrekking tussen de partijen, zoals een overeenkomst.

5.6.

De inbreuk waar het hier om gaat is ontstaan doordat Schiphol op haar servers nog beschikte over een foto van [eiseres] die zij in het kader van de sponsoringsovereenkomst met [de Stichting] onder zich had gekregen. De van [de Stichting] verkregen foto is maandenlang verwerkt in een artwork van [de Stichting] , op de luchthaven Schiphol, dus in Nederland, zichtbaar geweest. De foto waar het in de onderhavige zaak om gaat is uitsluitend op 28 en 29 januari 2019 relatief korte tijd (minder dan 24 uur) zichtbaar geweest bij een Nederlands artikel op een Nederlandse website. De kantonrechter is van oordeel dat gelet op alle omstandigheden in dit geval gesproken kan worden van een nauwere band met Nederland dan met [land] en dat derhalve het Nederlandse recht van toepassing is op dit geschil. Bovendien heeft Schiphol bij conclusie van antwoord ingestemd met toepasselijkheid van Nederlands recht. Mede gelet op de stellingen van [eiseres] volgt hieruit naar het oordeel van de kantonrechter een rechtskeuze voor Nederlands recht als bedoeld in artikel 14 lid 1 verordening Rome II.

vorderingen

5.7.

In deze procedure staat de vraag centraal of Schiphol met het gebruik van de foto van [eiseres] bij het artikel over de sponsoringsovereenkomst tussen Schiphol en [de Stichting] op de website van [het Platform] inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van [eiseres] en in hoeverre [eiseres] zich daartegen kan verzetten. Verder is aan de orde of Schiphol met het gebruik van de foto van [eiseres] in strijd heeft gehandeld met de AVG.

artikel 21 Rv verweer

5.8.

Schiphol heeft in de eerste plaats ten verwere aangevoerd dat de vordering als onvoldoende gesteld en onvoldoende onderbouwd moet worden afgewezen omdat [eiseres] onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven over een eventueel kwijtingsbeding ten behoeve van derden in de schikkingsovereenkomst van 21 november 2018 tussen [de Stichting] en [eiseres] . Anders dan Schiphol is de kantonrechter van oordeel dat [eiseres] hier wel voldoende openheid van zaken over heeft gegeven. [eiseres] heeft immers gemotiveerd gesteld dat de kwijting alleen ziet op gebruik van het portret van [eiseres] tot aan het moment van ondertekening van de schikkingsovereenkomst, op 21 november 2018, en dat dit ook gebruikelijk en voor de hand liggend is, omdat anders de geportretteerde of auteursrechthebbende een onbeperkte toestemming aan de wederpartij zou geven. Voorts heeft [eiseres] in dit verband aangevoerd dat dit wordt bevestigd door het feit dat het [de Stichting] is geweest die, op 29 januari 2019, aan Schiphol heeft gevraagd de foto van [eiseres] te verwijderen en dat Schiphol ook na contact met de (toenmalige, in 2019) advocaat van [de Stichting] heeft kenbaar gemaakt dat het gebruik van het portret van [eiseres] op een vergissing berustte. Het had op de weg van Schiphol gelegen haar verweer tegenover deze gemotiveerde betwisting nader te onderbouwen. Dat [eiseres] , die zich gebonden acht aan de jegens [de Stichting] afgesproken geheimhouding, de schikkingsovereenkomst niet in het geding heeft gebracht doet hieraan niet af. Schiphol is niet in haar verweer gefrustreerd.

portretrecht, artikel 21 Aw

5.9.

[eiseres] heeft gesteld dat Schiphol heeft gehandeld in strijd met artikel 21 Aw. Uitgangspunt is dat degene die op een foto is afgebeeld, zonder dat hij of zij daartoe opdracht heeft gegeven, zich op grond van artikel 21 Aw kan verzetten tegen publicatie van die foto door de auteursrechthebbende dan wel een derde, indien hij of zij daarbij een redelijk belang heeft, zoals zijn of haar recht op privacy, de bescherming van zijn of haar eer en goede naam en/of een financieel belang.

geen toestemming

5.10.

Als de geportretteerde toestemming heeft gegeven tot het publiceren van de foto, heeft hij of zij daarmee afstand gedaan van een beroep op artikel 21 Aw. Van toestemming is evenwel alleen dan sprake indien de geportretteerde met de wijze waarop de foto is gepubliceerd expliciet heeft ingestemd dan wel geacht moet worden daarmee impliciet te hebben ingestemd. Afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waaronder de aard van de publicatie, zal de gebruiker van de foto zich er voldoende van moeten vergewissen dat toestemming voor de betreffende publicatie inderdaad door de geportretteerde is gegeven.

5.11.

Uit de stukken blijkt dat [eiseres] geen toestemming heeft gegeven voor het gebruik van haar foto bij het artikel op de website van [het Platform] . De omstandigheid dat de foto van [eiseres] eerder gebruikt was voor de reclamecampagne van [de Stichting] op Schiphol maakt dit niet anders. Zeker niet nu [de Stichting] nog tijdens de sponsoringsovereenkomst aan Schiphol heeft laten weten dat het artwork met de foto van [eiseres] niet meer gebruikt mocht worden en het ook [de Stichting] is geweest die Schiphol daarop nogmaals heeft gewezen op 29 januari 2019.

redelijk belang

5.12.

Vervolgens moet de vraag beantwoord worden of [eiseres] een redelijk belang heeft als bedoeld in artikel 21 Aw om zich te verzetten tegen publicatie van haar foto bij het artikel op de website van [het Platform] . De kantonrechter neemt hierbij – zich baserend op het ook door beide partijen aangehaalde Cruijff-Tirion arrest van de Hoge Raad van 13 juni 2013 (ECLI:NL:HR:2013:CA2788) - het volgende tot uitgangspunt. Een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 Aw kan zowel zien op persoonlijke (privacy)belangen als op commerciële belangen. Uit het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, dat naar zijn inhoud mede door artikel 8 EVRM wordt bepaald, vloeit voort dat indien door de openbaarmaking van een portret op dit recht inbreuk wordt gemaakt, in beginsel sprake is van een redelijk belang van de geportretteerde als bedoeld in artikel 21 Aw dat zich tegen die openbaarmaking verzet. De beoordeling van de vraag of openbaarmaking jegens de geportretteerde onrechtmatig is, vergt een afweging in het kader van het door artikel 8 EVRM beschermde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en van het door artikel 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid, welke afweging met inachtneming van alle bijzonderheden van het gegeven geval ertoe strekt na te gaan welk van de betrokken belangen het zwaarst weegt. Bij deze afweging kunnen van belang zijn de persoon van de geportretteerde, de plaats en de wijze van totstandkoming van de afbeelding, de aard en mate van intimiteit waarin de geportretteerde is afgebeeld, het karakter van de afbeelding, de context van de publicatie, de juistheid van de overige in de publicatie verstrekte informatie, alsmede het maatschappelijk belang, de nieuwswaarde of informatieve waarde van de openbaarmaking hiervan. Ook personen die bekendheid of publieke belangstelling genieten, mogen legitieme verwachtingen hebben als het gaat om de eerbiediging van hun persoonlijke levenssfeer. De aan artikel 8 EVRM te ontlenen bescherming is verder niet beperkt tot privé-activiteiten, maar is ook mogelijk ten aanzien van professionele of zakelijke activiteiten. De in artikel 21 Aw neergelegde norm brengt voorts mee dat geportretteerden niet behoeven toe te laten dat hun in de uitoefening van hun beroep verworven populariteit commercieel wordt geëxploiteerd door openbaarmaking van hun portretten, zonder dat zij daarvoor een vergoeding ontvangen. Het meedelen in de voordelen van deze exploitatie is een redelijk belang in de zin van artikel 21 Aw.

5.13.

Voor zover gericht op de bescherming van privacy-belangen is het portretrecht een persoonlijkheidsrecht waaraan in de regel een zwaarwegend gewicht zal toekomen. Dit geldt vooral ten aanzien van geportretteerden die geen publieke bekendheid genieten, in die zin dat zij openbaarmaking van hun portret in beginsel niet behoeven te dulden. Ten aanzien van personen die door hun beroepsuitoefening bekendheid genieten, geldt evenwel dat de openbaarmaking van foto's die deze beroepsuitoefening betreffen en zijn gemaakt in voor het algemeen publiek toegankelijke plaatsen, tot op zekere hoogte inherent is aan hun beroepsuitoefening en de daarmee gemoeide bekendheid en belangstelling van het publiek. Indien de openbaarmaking de beroepsuitoefening van een daardoor bekende geportretteerde betreft, komt derhalve in de regel groot gewicht toe aan factoren als algemene nieuwswaarde en informatie aan het publiek in verhouding tot diens enkele verzet tegen openbaarmaking.

5.14.

Juist bij de personen die door hun beroepsuitoefening bekendheid genieten, kunnen commerciële belangen gemoeid zijn bij de openbaarmaking van hun portret. Ook dergelijke belangen vinden onder artikel 8 EVRM bescherming en kunnen worden betrokken in de afweging tegen het onder artikel 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid. Welk gewicht aan het door de geportretteerde gestelde commerciële belang in een gegeven geval toekomt, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Is bij een geportretteerde met verzilverbare populariteit enkel sprake van een zodanig belang en is geen sprake van omstandigheden die rechtvaardigen om aan dat belang voorbij te gaan, dan kan bij de beoordeling een belangrijke rol spelen of een redelijke vergoeding is aangeboden. Wat in dit verband als een redelijke vergoeding heeft te gelden, zal moeten worden vastgesteld aan de hand van de omstandigheden van het geval. In ieder geval zal de vergoeding recht moeten doen aan de mate van populariteit of bekendheid van de geportretteerde en in overeenstemming dienen te zijn met de waarde van het exploitatiebelang van de geportretteerde in het economisch verkeer. Indien vaststaat of onbetwist is dat een redelijke vergoeding is aangeboden (en bescherming van privacy-belangen niet aan de orde is), zullen in beginsel bijkomende omstandigheden nodig zijn voor het oordeel dat openbaarmaking jegens de geportretteerde onrechtmatig is.

5.15.

De kantonrechter meent dat [eiseres] gelet op alle omstandigheden van het onderhavige geval een redelijk persoonlijkheidsbelang heeft als bedoeld in artikel 21 Aw om zich te verzetten tegen publicatie van haar foto bij het artikel op de website van [het Platform] nu het gebruik mede valt aan te merken als gebruik in een reclame-uiting van de samenwerking tussen Schiphol en [de Stichting] . Anders dan Schiphol is de kantonrechter namelijk van oordeel dat het artikel op de website van [het Platform] wel degelijk mede een commercieel karakter heeft, in die zin dat het – gelet op de tekst en context van het artikel - reclame maakt voor door Schiphol toegepaste merkstrategie en ‘impactbeleid’ en voor Schiphol in het algemeen. Dat Schiphol (in ieder geval: ook) commerciële intenties had met het artikel vindt bevestiging in de stelling van Schiphol bij conclusie van dupliek dat zij op dit moment niet meer samenwerkt met [het Platform] omdat zij nog nooit omzet heeft kunnen koppelen aan de samenwerking met [het Platform] . Dat het artikel behalve een commerciële intentie ook informatieve waarde heeft doet aan het bovenstaande niet af, nu het niet zo is dat de foto van [eiseres] een zodanige informatieve waarde heeft over het onderwerp van het artikel dat juist deze foto moest worden gebruikt. Nu het gaat om gebruik van een portret zonder toestemming in een reclame-uiting heeft [eiseres] naar het oordeel van de kantonrechter zonder meer een redelijk (persoonlijkheids)belang om zich te verzetten tegen gebruik van haar portret ter ondersteuning van deze commerciële reclame-uiting. [eiseres] zal als geportretteerde door het publiek immers geassocieerd worden met het betreffende product of de dienst, in dit geval Schiphol en het door Schiphol toegepaste ‘impactbeleid’, waarbij het publiek in het algemeen - en doorgaans terecht - ervan uit zal gaan dat het gebruik van het portret niet zal zijn geschied zonder toestemming van de geportretteerde en de opname van het portret in de reclame-uiting zal opvatten als een blijk van publieke ondersteuning van het product of de dienst door de geportretteerde. Op deze gronden is het op een dergelijke wijze gebruiken van een portret in beginsel aan te merken als een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de geportretteerde (strijd met artikel 8 EVRM). Dit brengt mee dat in beginsel sprake is van een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 Aw, dat zich tegen die openbaarmaking verzet (vgl. HR 2 mei 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2364, NJ 1997,661, r.o. 3.3, het Discodanser arrest). Dat de foto van [eiseres] is gemaakt van [eiseres] in de uitoefening van haar beroep, en niet in haar privé sfeer, doet hier niet aan af. Indien voorts een afweging wordt gemaakt tussen het belang van [eiseres] op grond van artikel 8 EVRM en artikel 10 EVRM, de vrijheid van meningsuiting, weegt in casu zwaar dat sprake is van een reclame-uiting. Een en ander klemt te meer nu uit de stukken blijkt dat [eiseres] , nadat haar foto maandenlang was gebruikt als blikvanger van de campagne van [de Stichting] op Schiphol, haar (zichtbare) medewerking aan de campagne van [de Stichting] nog tijdens de duur van de sponsoringsovereenkomst met Schiphol heeft beëindigd, waarna de foto ook niet meer is gebruikt in deze campagne. Door de foto in januari 2019 bij het artikel op de website van [het Platform] te plaatsen kon [eiseres] toch weer met deze campagne geassocieerd worden, en werd deze associatie als het ware ‘nieuw leven ingeblazen’. De kantonrechter acht in dit verband verder van belang dat het hier om een foto gaat waarop [eiseres] centraal staat en – mede door de zichtbaarheid van haar naam en beroep - herkenbaar is; het is geen foto van bijvoorbeeld een straatbeeld waarop [eiseres] min of meer toevallig voorkomt tussen diverse anderen en/of waarop zij niet of nauwelijks herkenbaar is.

5.16.

Schiphol heeft bovendien geen belang aan de orde gesteld dat bij de afweging tegen voormeld belang van [eiseres] de inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer zou kunnen rechtvaardigen. Het verweer van Schiphol dat hier slechts sprake was van een vergissing en dat de foto van [eiseres] op Google Image Search voor een groot publiek is terug te vinden, maakt dit niet anders. Het commerciële en journalistieke belang van Schiphol om over haar samenwerking met [de Stichting] een artikel te publiceren, hoezeer het ook mede onder de bescherming van artikel 10 EVRM valt, weegt hiervoor gelet op de omstandigheden van dit geval ook niet zwaar genoeg. Bovendien is gebleken dat de informatiewaarde van het artikel ook ondersteund kon worden met een andere foto, die voor de foto van [eiseres] in de plaats is gesteld. Anders dan Schiphol kennelijk meent, is het in dit kader niet van belang of de foto’s al dan niet schadelijk zouden zijn voor de reputatie van [eiseres] en of [eiseres] al of niet verzilverbare populariteit geniet. Overigens staat naar het oordeel van de kantonrechter alleen al gelet op de campagne van [de Stichting] , waarbij het portret van [eiseres] als blikvanger is gekozen en dus kennelijk is ingezet vanwege het donatie opwekkend vermogen, vast dat [eiseres] verzilverbare populariteit geniet, zodat naast persoonlijkheidsbelangen ook commerciële belangen van [eiseres] in het geding zijn.

5.17.

Het hiervoor overwogene brengt mee dat Schiphol, door het gebruik van de foto van [eiseres] bij haar artikel op de website van [het Platform] , welk artikel vervolgens ook via Twitter is gedeeld, en ook al berustte dit gebruik op een vergissing, inbreuk heeft gemaakt op het portretrecht van [eiseres] en daarmee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Schiphol is daarom jegens [eiseres] aansprakelijk voor de door haar geleden en nog te lijden schade.

de AVG

5.18.

[eiseres] heeft aan haar vordering mede ten grondslag gelegd dat Schiphol heeft gehandeld in strijd met de AVG door – samengevat - haar portret (met daarop ook zichtbaar haar naam en beroep) in 2018 niet van haar servers te verwijderen en haar en de AP ook niet in te lichten over het onrechtmatig gebruik van haar portret, naam en beroep. Schiphol heeft betwist dat sprake is geweest van een onrechtmatige inbreuk op de persoonsgegevens van [eiseres] en dat Schiphol gehouden was [eiseres] of de AP daarover te informeren.

5.19.

Behalve haar portret, zijn op de foto van [eiseres] ook haar naam (door het naamplaatje) en haar beroep (door de kleding) zichtbaar, zodat vast staat dat het hier gaat om de verwerking van persoonsgegevens in de zin van de AVG. De kantonrechter ziet zich vervolgens gesteld voor de vraag of sprake is van een datalek van deze persoonsgegevens (portret, naam en beroep) in de zin van artikel 4 sub 12 AVG. Daarvan is naar het oordeel van de kantonrechter sprake, nu het gebruik van de foto van [eiseres] nadat uitdrukkelijk te kennen was gegeven dat deze niet meer mocht worden gebruikt voor de campagne van [de Stichting] is aan te merken als een inbreuk op de beveiliging die – volgens Schiphol - per ongeluk leidt tot de ongeoorloofde toegang tot bij Schiphol opgeslagen of anderszins verwerkte gegevens. Met [eiseres] is de kantonrechter verder van oordeel dat aan de beginselen van artikel 5 lid 1 onder a en b AVG niet is voldaan, nu deze verwerking voor [eiseres] niet kenbaar was en bovendien buiten het – in het kader van de campagne van [de Stichting] op Schiphol – toegestane gebruik viel.

5.20.

Het beroep van Schiphol op artikel 6 lid 1 sub f AVG faalt. Anders dan Schiphol betoogt brengt het gegeven dat geen sprake zou zijn van aanvullende inbreuk op de rechten en vrijheden van [eiseres] als bedoeld in de AVG (omdat haar portret vóór de publicatie op de website van [het Platform] al ruimschoots bekend, zichtbaar en beschikbaar was via verschillende kanalen, waaronder de campagne van [de Stichting] op Schiphol) niet met zich dat Schiphol daarmee automatisch een gerechtvaardigd belang in de zin van artikel 6 lid 1 sub f AVG heeft voor de verwerking van de persoonsgegevens van [eiseres] zoals is gebeurd in het artikel op de website van [het Platform] . Het artikel ging immers niet over [eiseres] als persoon en het was uit informatieoogpunt dan ook niet nodig ter illustratie bij dit artikel de foto van [eiseres] te gebruiken.

5.21.

Ook het beroep van Schiphol op de uitzondering op de kennisgevingsplicht van artikel 14 lid 5 sub a en b AVG faalt. Dat medewerkers van de marketingafdeling van Schiphol zich niet bewust waren van de contactgegevens van [eiseres] komt voor rekening en risico van Schiphol. Bovendien had Schiphol – via [de Stichting] , die kennelijk in deze haar contactpersoon was - [eiseres] kunnen bereiken en informeren. Verder doet het gegeven dat [eiseres] zich ervan bewust was dat Schiphol haar portret al eerder had gebruikt niet af aan de verplichting van Schiphol om [eiseres] te informeren dat haar gegevens na de kennisgeving dat deze niet meer mochten worden gebruikt toch nog werden verwerkt. Ook hier is van belang dat [eiseres] in 2018 heeft laten weten dat zij niet langer wilde dat haar portret nog werd gebruikt door Schiphol.

5.22.

Het beroep van Schiphol op de artikelen 85 AVG en 43 Uitvoeringswet AVG baat haar niet nu het hier, zoals uit hetgeen hiervoor is overwogen blijkt, niet gaat om een verwerking voor uitsluitend journalistieke doeleinden.

5.23.

Met betrekking tot het beroep van [eiseres] op de artikelen 33 en 34 AVG is de kantonrechter van oordeel dat onvoldoende is gesteld of gebleken dat publicatie van de foto van [eiseres] op de website van [het Platform] in januari 2019 heeft geleid tot een verhoogd risico voor haar rechten en vrijheden als bedoeld in de AVG. Vast staat immers dat de foto al eerder, en geruime tijd, was gebruikt in het kader van de campagne voor [de Stichting] op Schiphol. Ook staat als onbetwist vast dat het portret van [eiseres] is gebruikt voor marketingcampagnes van [bedrijf] en de [bank] . Bovendien is de foto nog geen 24 uur zichtbaar geweest bij het artikel op de website van [het Platform] , dat geplaatst was op een Nederlandse website in de Nederlandse taal, waarbij de naam van [eiseres] weliswaar op de foto, maar niet in de tekst van het artikel voorkwam. Zonder een concrete onderbouwing op dit punt valt niet in te zien dat de gemeenschap van [eiseres] in [land] bekend geworden is met deze publicatie. Nu [eiseres] heeft nagelaten haar stellingen voldoende te onderbouwen wordt hieraan voorbij gegaan. Hoewel de kantonrechter het, zeker in het licht van de in 2018 namens [eiseres] kenbaar gemaakte wens dat haar portret niet meer zou worden gebruikt door Schiphol, slordig vindt dat de foto met [eiseres] in januari 2019 is gepubliceerd bij het artikel op de website van [het Platform] en begrip heeft voor de verontwaardiging van [eiseres] daarover, is zij gelet op het bovenstaande van oordeel dat niet is gebleken van handelen in strijd met deze bepalingen van de AVG.

5.24.

Conclusie uit het bovenstaande is dat Schiphol heeft gehandeld in strijd met de AVG door de foto van [eiseres] (met daarop ook zichtbaar haar naam en beroep) in 2018 niet van haar servers te verwijderen, [eiseres] hiervan niet op de hoogte te stellen en de foto van [eiseres] in januari 2019 te plaatsen bij het artikel op de website van [het Platform] . Hiermee heeft Schiphol inbreuk gemaakt op de privacy van [eiseres] . Op grond van artikel 82 AVG heeft [eiseres] daarom recht op schadevergoeding.

verklaring voor recht

5.25.

Aan de door [eiseres] gevorderde verklaringen voor recht komt naast de vordering tot schadevergoeding geen zelfstandige betekenis toe. Daarom worden de verklaringen voor recht afgewezen.

schadevergoeding

5.26.

Vervolgens dient de vraag beantwoord te worden welke schadevergoeding gelet op alle omstandigheden redelijk is. [eiseres] heeft een bedrag gevorderd van in totaal € 23.000,- voor de door haar geleden en nog te lijden schade. [eiseres] heeft aangevoerd dat zowel commerciële als privacy belangen moeten worden meegewogen bij het bepalen van de vergoeding. Door haar bekendheid stelt [eiseres] een grote verzilverbare populariteit te genieten, die een veelvoud van het bedrag dat Schiphol heeft aangeboden rechtvaardigt. Daarnaast zijn volgens [eiseres] ook van belang de sociale en veiligheidsaspecten waar zij aan zou zijn blootgesteld als gevolg van de publicatie. [eiseres] stelt dat, als gevolg van de publicatie bij personen in haar gemeenschap in [land] de indruk kan zijn gewekt dat zij heel veel geld heeft verdiend met de publicatie. Zij heeft aangevoerd dat dit haar in [land] voor verplichtingen richting de gemeenschap stelt die [eiseres] niet kan inlossen en dat zij daardoor een groter risico loopt om bestolen of beroofd te worden. [eiseres] zou gelet op een en ander alleen aan het gebruik van haar foto hebben ingestemd indien de daar tegenover staande vergoeding al deze nadelen van het gebruik van haar portret zouden compenseren, aldus [eiseres] . Schiphol heeft de hoogte van de gevorderde schade gemotiveerd betwist.

5.27.

De kantonrechter stelt voorop dat aan de hand van objectieve maatstaven moet worden bepaald wat een redelijke schadevergoeding is. Met betrekking tot de sociale en veiligheidsaspecten heeft [eiseres] , zoals uit hetgeen hierboven is overwogen volgt, onvoldoende concreet gemaakt dat zij te maken heeft gehad met bepaalde sociale en/of veiligheidsaspecten als gevolg van juist deze publicatie van haar foto. [eiseres] heeft uitsluitend gewezen op één uitspraak van de rechtbank te [nationaliteit] ( [land] ) in een zaak waarin de foto van een vrouw in [land] zonder haar toestemming was gebruikt voor een uitgebreide reclamecampagne in [land] . Dat in die zaak rekening is gehouden met en een schadevergoeding is toegekend voor de veiligheidsaspecten waarmee die vrouw te maken had gekregen als gevolg van het onrechtmatig gebruik van haar foto acht de kantonrechter begrijpelijk. Die casus is echter niet te vergelijken met deze zaak. In de onderhavige zaak gaat het immers om de publicatie van een foto die al eerder was gebruikt in het kader van de campagne voor [de Stichting] op Schiphol, in een artikel op de website van [het Platform] over – onder andere – die campagne. Bovendien is de foto nog geen 24 uur zichtbaar geweest bij dit artikel, dat geplaatst was op een Nederlandse website in de Nederlandse taal en is in de tekst van het artikel de naam van [eiseres] niet terug te vinden. Zonder een concrete onderbouwing op dit punt valt niet in te zien dat de gemeenschap van [eiseres] in [land] bekend geworden is met deze publicatie of dat juist deze publicatie heeft gezorgd voor een verhoogd veiligheidsrisico voor [eiseres] . Nu [eiseres] heeft nagelaten haar stellingen voldoende te onderbouwen wordt hieraan voorbij gegaan.

5.28.

Ook het verwijt aan Schiphol dat zij de publicatie niet direct heeft verwijderd of doen verwijderen gaat niet op. Schiphol heeft, nadat zij op haar vergissing was gewezen, direct actie ondernomen om ervoor te zorgen dat de foto bij het betreffende artikel werd verwijderd. Doordat het artikel ook (automatisch) via Twitter was gedeeld, was Schiphol daarbij in grote mate afhankelijk van derden. Voorzover dat binnen haar macht lag heeft Schiphol ook die derden benaderd om het artikel met foto te verwijderen. Om die reden wordt geoordeeld dat Schiphol zich voldoende heeft ingespannen om de foto te (doen) verwijderen.

5.29.

Naar het oordeel van de kantonrechter zijn door de publicatie van de foto van [eiseres] gelet op alle feiten en omstandigheden zowel de privacy belangen van [eiseres] als haar commerciële belangen geschonden. Gelet op de korte duur van de publicatie, de context van de publicatie en afgezet tegen het bedrag van € 21.000 dat – onbetwist – is betaald voor het gebruik van [eiseres] ’s portret in de campagne van [de Stichting] op Schiphol gedurende ruim een jaar in 2017/2018 acht de kantonrechter de gevorderde vergoeding aan de hoge kant en stelt de schade vast op een bedrag van € 1.500,-. De vordering van [eiseres] zal tot dit bedrag worden toegewezen.

5.30.

De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag kan eveneens worden toegewezen.

5.31.

Nu partijen over en weer op punten in het ongelijk zijn gesteld, is de kantonrechter van oordeel dat het redelijk is dat partijen ieder de eigen proceskosten dragen.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

veroordeelt Schiphol tot betaling van een schadevergoeding aan [eiseres] van € 1.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de dagvaarding, zijnde 15 oktober 2019, tot aan de dag van algehele voldoening;

6.2.

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

6.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M. Wamsteker, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter