Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8327

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
07-10-2020
Datum publicatie
25-11-2020
Zaaknummer
7833253
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Aankoop koeien, aanschafwaarde niet volledig voldaan. Beroep op verrekening.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7833253 / CV EXPL 19-8172

Uitspraakdatum: 7 oktober 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats]

eiseres

verder te noemen: [eiseres]

gemachtigde: mr. C. Hofmans

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. B. Blom

1 Het procesverloop

1.1.

[eiseres] heeft bij dagvaarding van 4 juni 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord en zowel een tegenvordering als een voorwaardelijke tegenvordering ingesteld.

1.2.

Nadat de door de kantonrechter aanvankelijk bepaalde mondelinge behandeling vanwege de corona-crisis geen doorgang kon vinden, heeft de kantonrechter bepaald dat schriftelijk verder geprocedeerd zou worden. [eiseres] heeft een conclusie van repliek in conventie ingediend, waarvan de ten behoeve van de eerder bepaalde mondelinge behandeling door haar ingestuurde conclusie van antwoord in reconventie en in voorwaardelijke reconventie deel uitmaakt. Daarna heeft [gedaagde] een conclusie van dupliek in conventie tevens conclusie van repliek in reconventie en voorwaardelijke reconventie ingediend, waarna [eiseres] ten slotte nog een conclusie van dupliek in reconventie en voorwaardelijke reconventie heeft ingediend.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is bevriend geweest met [eiseres] en haar echtgenoot [echtgenoot van eiseres] .

2.2.

[echtgenoot van eiseres] is bestuurder geweest van de besloten vennootschap [naam vennootschap] (hierna te noemen: [de vennootschap] ) Deze vennootschap, die zich richt op het fokken en houden van melkvee en runderen en in het bijzonder ten behoeve van de handel in fokvee, embryo’s en dierlijk sperma, wordt thans bestuurd door [huidig bestuurder vennootschap] . [echtgenoot van eiseres] exploiteert thans een eenmanszaak op het gebied van veterinaire dienstverlening.
2.3. In mei 2015 heeft [eiseres] voor een bedrag van € 20.700,- negen koeien gekocht voor [gedaagde] .

2.4.

Op 2 januari 2018 heeft [gedaagde] een bedrag van € 5.000,- overgemaakt naar [eiseres] onder vermelding van “deelbetaling”.

2.5.

Op 27 februari 2018 heeft [gedaagde] een bedrag van € 14.707,50 aan [de vennootschap] in rekening gebracht wegens “kostdagen Shila en nakomelingen en zes keer ET kalf”.

2.6.

Bij brief van 12 april 2019 heeft de gemachtigde van [eiseres] [gedaagde] gesommeerd om een bedrag van € 15.700,- voor 27 april 2019 aan [eiseres] te voldoen, bij gebreke waarvan [eiseres] aanspraak maakte op de wettelijke handelsrente en de buitengerechtelijke incassokosten.

2.7.

In zijn reactie van 13 mei 2019 heeft de gemachtigde van [gedaagde] aangegeven: (…) Partijen doen namelijk al geruime tijd zaken, waarbij er niet alleen kalveren zijn gekocht maar ook embryo’s zijn ingebracht bij koeien van cliënten en er ook koeien en nakomelingen verzorgd werden door cliënten. Niet alleen voor [huidig bestuurder vennootschap] – waar uw cliënten ook bij betrokken waren – maar ook voor uw cliënten is dit gebeurd. Hoe ik het begrijp hebben uw cliënten zelfs geprocedeerd tegen [huidig bestuurder vennootschap] over de eigendom van koe Shila. Een koe die bij cliënt stond, door cliënt verzorgd is en waarvan de nakomelingen zijn grootgebracht en verzorgd zijn.
Met betrekking tot die koe en haar nakomelingen zijn er door cliënt kosten gemaakt. In eerste instantie waren de kosten hieromtrent voor rekening van [huidig bestuurder vennootschap] . Omdat uw cliënten echter aanspraak maakten op het eigendom, was [huidig bestuurder vennootschap] uiteindelijk niet bereid om die kosten ad € 17.500,- te voldoen. Dat is ook logisch, want waarom zou hij betalen voor een koe die niet zijn eigendom was. Deze rekening dient thans nog betaald te worden. Mijns inziens door degene die thans het eigendom heeft. (…) De bovengenoemde kosten overstijgen dus de (pretense) vordering van uw cliënten ruimschoots. (…) Zij stellen dan ook voor om de kwestie tegen gesloten beurzen af te wikkelen, zodat partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen hebben. (…)

2.8.

De gemachtigde van [eiseres] heeft in reactie hierop op diezelfde dag laten weten: (…) Cliënte heeft uw cliënten de financiering bezorgd voor de betreffende dieren, welke dieren vervolgens aan uw cliënten geleverd zijn. Een lening derhalve, uw cliënte zijn hier goed mee bekend. Een deel is afgelost.
De afspraken hieromtrent zijn duidelijk. De kosten van embryo’s heeft cliënte betaald, het spoelen heeft cliënte betaald, het inzetten heeft cliënte betaald. Door de levering van de dieren heeft uw cliënte, naast de dieren, ook fosfaatrechten ontvangen ter waarde van ongeveer € 80.000,00.
Alle nakomelingen van de dieren zoals geleverd door/namens cliënte werden eigendom van uw cliënten. Uw cliënten hebben deze allemaal gehouden, zoals afgesproken tussen partijen. Het betreffende dier Sheila heeft het erf van uw cliënten nooit verlaten. De nakomelingen van dit dier hebben uw cliënten in bezit (genomen), met instemming van cliënte. Alle vruchten van de lening zijn ten gunste van uw cliënten gekomen. De fosfaatrechten zijn ten gunste van uw cliënten gekomen. De melkopbrengsten. (…)

2.9.

Hierop heeft de gemachtigde van [gedaagde] op 17 mei 2019 bericht: (…) Derhalve hieronder (nogmaals) de gemaakte afspraken tussen partijen: (…)

3. Uw cliënt en [huidig bestuurder vennootschap] werken samen en [naam vennootschap] wordt opgericht. De [echtgenoot van eiseres] werd daarbij algemeen directeur. Er wordt aan cliënt gevraagd om voor een vergoeding koeien ter beschikking te stellen als draagkoe. Tevens wordt gevraagd om tegen betaling de verzorging van zowel de draagkoe als geboren en geleverde kalveren tegen betaling op zich te nemen; (…)
De betreffende koe waar ik het in mijn vorige brief over had (…. Shila …) is geboren op 13 juli 2015 in Feerwerd (Friesland) en is als kalf naar cliënt toegekomen op 07 januari 2016. Tegelijkertijd met meerdere dieren onder de bovengenoemde afspraak 3. Dus cliënt ging er niet van uit dat deze koei Shila eigendom van uw cliënten was. Deze koe is gespoeld, drachtig gemaakt en verzorgd. Daar zijn kosten voor gemaakt maar die heeft cliënt dus niet betaald gekregen. Sterker nog, de koe en haar nakomelingen zijn nooit aan de melk gekomen en omdat zij op het terrein stonden van cliënt ging dit ten kosten van zijn fosfaatrechten. (…) Toen uiteindelijk bleek dat uw cliënten het eigendom hadden van de koei Shila en haar nakomelingen is er veelvuldig verzocht aan uw cliënten om de dieren op te halen. Zij hadden er echter zelf geen plek voor en hebben aangegeven “doe er maar mee wat jou goed lijkt”. Om niet in de knel te komen met zijn eigen fosfaatrechten zijn de koeien uiteindelijk afgevoerd. Uw cliënten zullen toch echt moeten betalen voor het draagmoederschap en verzorging van zowel Shila als haar nakomelingen.

2.10.

In een procedure tussen [eiseres] en [huidig bestuurder vennootschap] / [de vennootschap] heeft [eiseres] aangevoerd: (…)
19. Op een door “ [aanduiding] BV” (de aan [X] en [huidig bestuurder vennootschap] gelieerde bedrijven) gepubliceerde lijst betreffende overzicht van de aanwezige donor dieren van onder andere respectievelijk [X] en [huidig bestuurder vennootschap] staat als laatste Peak Mntrs Shila 6 met als eigenaresse vermeld [eiseres] , nl. [initialen] vermeld. De betreffende donor-koe stond op dat moment bij [gedaagde] aan de [adres] .
20. [eiseres] maakte met [gedaagde] de afspraak dat alle embryo’s bij hem op het bedrijf ingezet zouden worden van Shila, en dat zij onderling alles zouden regelen, zoals ze reeds met meerdere embryo’s van andere spoeldieren in het verleden ook gedaan hebben. De heer [betrokkene] werd medegedeeld dat Shila zou worden opgenomen in het spoelprogramma van [de vennootschap] , terwijl ze in het bezit is van [eiseres] en dat alle eventuele embryo’s zonder uitzondering bij [gedaagde] dienden te worden geïmplanteerd. (…)
25. Nu [gedaagde] in de terechte veronderstelling verkeerde dat Shila het eigendom was van [eiseres] en [gedaagde] met [eiseres] vaste afspraken had gemaakt over Shila, waardoor hij nimmer kosten in rekening had gebracht bij [de vennootschap] (…)
37. [eiseres] heeft reeds gesteld dat zij met [gedaagde] duidelijke afspraken had over de kosten met betrekking tot Shila en haar nakomelingen. (…) Indien [de vennootschap] ook maar enige kosten een iemand zou hebben betaald vanwege Shila en haar nakomelingen, hetgeen [eiseres] betwist en door [de vennootschap] op geen enkele wijze wordt beween, dan dient [de vennootschap] deze gelden terug te vragen als zijnde onverschuldigd betaald. (…)
58. Door deze handelswijze van [de vennootschap] heeft [eiseres] schade geleden. (…) [de vennootschap] heeft willens en wetens derden bewust verkeerd geïnformeerd omtrent het eigendom van Shila en haar nakomelingen. Immers de veehouder [gedaagde] mocht onder geen beding de dieren zijn erf laten verlaten. [eiseres] heeft hierdoor geen verkoop kunnen realiseren en heeft langere c.q. extra stallingskosten. (…)
60. Verder bedraagt de schade voor [eiseres] de extra kosten gemaakt door het langere verblijf bij [gedaagde] ten gevolge van de blokkade (…) die eerst op 25 april 2018 is opgeheven. (…) Totaal: 1125 dagen x € 5,- p/d € 5.625,-.

2.11.

In een ongedateerd Whatsapp bericht heeft [gedaagde] aan [eiseres] laten weten:
(…) Heb hier nu nog 2x Gymnast voorskalveren staan van Shila, willen jullie die nog laten testen? Anders gaan ze maandag ook weg. Stuur jullie een mail hoe en wat dit af te handelen.”

3 De vordering

3.1.

[eiseres] vordert - samengevat - dat de kantonrechter [gedaagde] veroordeelt tot betaling van
€ 15.700,00 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 april 2019 en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 932,00 eveneens te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 4 juni 2019 en de proceskosten (inclusief de nakosten).

3.2.

[eiseres] legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij aan [gedaagde] een bedrag heeft geleend van € 20.700,00 waarmee ten behoeve van [gedaagde] de aankoop van negen koeien is gefinancierd. [gedaagde] heeft een bedrag van € 5.000,00 van deze lening aan [eiseres] terugbetaald, maar heeft ondanks aanmaningen nagelaten het restant van € 15.700,00 aan [eiseres] terug te betalen.

4 Het verweer en de tegenvordering

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering. Hij erkent weliswaar dat [eiseres] voor hem de aankoop van negen koeien heeft gefinancierd en hij die kosten uiteindelijk weer moet terugbetalen, maar hij beroept zich op verrekening met een tegenvordering die hoger is dan de vordering van [eiseres] .

4.2.

In reconventie vordert [gedaagde] veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 11.346,64 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2019 en de proceskosten. In voorwaardelijke reconventie, voor het geval de vordering van [eiseres] in conventie zou worden toegewezen, vordert [gedaagde] veroordeling van [eiseres] tot betaling van € 27.046,64 vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2019 en de proceskosten.

4.3.

[gedaagde] voert daartoe aan dat hij [eiseres] enkele aan haar toebehorende koeien bij [gedaagde] heeft gestald en zij daarvoor verzorgingskosten, stallingskosten en een vergoeding voor draagmoederschap verschuldigd is. Verder heeft [eiseres] enkele koeien van [gedaagde] meegenomen en dient zij daarvoor nog te betalen. Tenslotte heeft een stier van [eiseres] schade veroorzaakt aan een schuur van [gedaagde] , welke schade voor rekening van [eiseres] komt.

4.4.

[eiseres] betwist de vordering. Haar verweer zal bij de beoordeling verder aan de orde komen.

5 De beoordeling

In conventie en in reconventie

5.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie hangen zozeer met elkaar samen dat de kantonrechter deze hierna gelijktijdig zal behandelen.

5.2.

Hoewel [gedaagde] erkent dat [eiseres] de aanschaf van negen vaarzen voor hem heeft voorgefinancierd en hij het daarvoor betaalde bedrag (uiteindelijk) aan [eiseres] zou moeten terugbetalen, betwist hij dat sprake is van een overeenkomst van geldlening. Hij betwist ook dat hij thans gehouden is het restant bedrag van € 15.700,- aan [eiseres] te voldoen.
5.3. Weliswaar is aangaande voorfinanciering door partijen niets op papier gezet, maar de afspraak tussen partijen waarbij [eiseres] gelden aan [gedaagde] ter beschikking heeft gesteld die hij op enig moment zou moeten terugbetalen, kan naar het oordeel van de kantonrechter toch niet anders dan als een geldlening worden begrepen. Nu geen termijn voor terugbetaling is overeengekomen, geldt op grond van artikel 7:129e BW dat [gedaagde] het geleende bedrag binnen zes weken nadat [eiseres] hem had meegedeeld tot inlossing over te gaan, moet terug betalen. Die termijn is inmiddels ruimschoots verstreken. Dat betekent dat de conventionele vordering in beginsel toewijsbaar is.

5.4.

Het komt dan aan op de vraag in hoeverre de door [gedaagde] gestelde tegenvorderingen voor verrekening in aanmerking komen. Deze vorderingen betreffen:
a) de verzorgingskosten en stallingskosten en een vergoeding voor draagmoederschap voor door [eiseres] bij [gedaagde] gestalde koeien;
b) de vergoeding voor twee koeien die eigendom van [gedaagde] waren en door [eiseres] zijn meegenomen;
c) de vergoeding van schade aan een schuur van [gedaagde] veroorzaakt door een stier van [eiseres] ;
heeft deze vorderingen betwist en daartoe aangevoerd:
ad a) de door [eiseres] bij [gedaagde] gestalde koeien waren volgens afspraak tussen partijen eigendom van [gedaagde] en partijen zijn nooit overeengekomen dat [eiseres] voor het stallen van de koeien kosten hoefde te voldoen;
ad b) [eiseres] heeft op verzoek van [gedaagde] de betreffende twee koeien opgehaald omdat [gedaagde] ze anders naar de slager zou sturen en een vergoeding is niet overeengekomen;
ad c) de stier in kwestie was eigendom van [gedaagde] en [eiseres] betwist dat de gestelde schade door een stier is veroorzaakt.
De kantonrechter zal in het navolgende de verschillende posten behandelen.

5.5.

De door [gedaagde] gestelde stallingskosten hebben betrekking op de koe Shila en haar nakomelingen. Vast staat dat deze koe door [eiseres] bij [gedaagde] is ondergebracht en dat ook haar nakomelingen bij hem zijn gebleven. Afspraken over deze koe en haar nakomelingen zijn niet op papier gezet. Ter onderbouwing van de gestelde afspraak dat per koe € 5,- per dag zou worden betaald aan stallings- en verzorgingskosten en € 500,- per draagkoe bij een succesvolle dracht, beroept [gedaagde] zich op een processtuk dat door [eiseres] is ingediend in een procedure tussen [eiseres] en [de vennootschap] . Uit dat stuk blijkt dat:
- volgens [eiseres] Shila en haar nakomelingen haar eigendom zijn;
- zij met [gedaagde] afspraken heeft gemaakt over de kosten van deze koeien;
- zij extra stallingskosten heeft gemaakt doordat [de vennootschap] verhinderde dat de betreffende koeien het terrein van [gedaagde] verlieten;
- haar schade vanwege het voorgaande neerkomt op € 5,- per koe per dag.
De stellingen van [eiseres] in de procedure tussen haar en [de vennootschap] sluiten dus aan op de door [gedaagde] gestelde afspraken. Het verweer van [eiseres] dat [gedaagde] zich niet op dit processtuk kan beroepen omdat het hier gaat om een andere procedure en zij met [de vennootschap] andere afspraken had gemaakt, faalt. De afspraken waaraan [eiseres] in die procedure refereert betreffen immers afspraken met [gedaagde] . Voorts valt niet in te zien waarom zij vergoeding van schade bestaande uit stallingskosten van [de vennootschap] vordert als zij zich (jegens [gedaagde] ) op het standpunt stelt dat zij die stallingskosten helemaal niet verschuldigd is. Weliswaar heeft [gedaagde] de koeien van [eiseres] uiteindelijk verkocht, maar de opbrengst heeft hij verrekend met de kosten die hij aan [eiseres] in rekening heeft gebracht. Dat hij de stallingskosten aanvankelijk bij [de vennootschap] in rekening heeft gebracht kan hem niet worden tegengeworpen.

Hij was immers door toedoen van [de vennootschap] , bij welke firma [eiseres] via haar echtgenoot aanvankelijk ook betrokken was, in de veronderstelling gebracht dat [de vennootschap] de eigenaar van de koeien was. In de procedure tussen haar en [de vennootschap] heeft [eiseres] betoogd dat dit niet juist was en dat [de vennootschap] niet voor de kosten aansprakelijk was.

5.6.

Gelet op het voorgaande moet het ervoor gehouden worden dat [eiseres] aan [gedaagde] de door hem in rekening gebrachte kosten van € 21.345,- wegens het stallen en verzorgen van de door [eiseres] op zijn terrein gestalde koeien, verschuldigd is. Deze vordering komt daarom voor verrekening in aanmerking.

5.7.

[gedaagde] maakt voorts aanspraak op een bedrag van € 6.000,- omdat [eiseres] twee aan hem toebehorende koeien, GroundlakeInge en GroundlakeFuture, heeft meegenomen. Deze vordering zal wegens gebrek aan grondslag worden afgewezen. De enkele omstandigheid dat de koeien eigendom waren van [gedaagde] is onvoldoende gelet op het verweer van [eiseres] dat zij de koeien op verzoek van [gedaagde] heeft weggehaald. Dat verweer wordt ondersteund door het door [eiseres] overgelegde WhatsApp bericht. [gedaagde] heeft niet gesteld dat hij met [eiseres] heeft afgesproken dat zij voor die koeien zou betalen, laat staan dat hij ter zake enig bewijs heeft overgelegd.

5.8.

De vordering tot vergoeding van door een stier veroorzaakte schade, zal eveneens worden afgewezen. [gedaagde] heeft in het licht van het verweer van [eiseres] dat de schade aan de muur niet door de stier is veroorzaakt, zijn stellingen ter zake onvoldoende onderbouwd. Uit de door [gedaagde] overgelegde verklaring van de dierenarts dat de stier gevaarlijk was, volgt niet dat de stier ook schade heeft veroorzaakt. De enkele verklaring van [Y] dat de stier de achtermuur heeft beschadigd, is eveneens onvoldoende. In de verklaring staat geen enkele toelichting op het schadevoorval: wanneer is de schade veroorzaakt, op welke wijze heeft de stier de schade veroorzaakt, wat heeft [gedaagde] ondernomen om de schade te voorkomen of te beperken? Mede gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] deze vordering pas voor het eerst in deze procedure aan [eiseres] heeft gepresenteerd, kan niet worden uitgesloten dat de schade een andere oorzaak heeft gehad dan de door [gedaagde] gestelde oorzaak.

5.9.

De conclusie is dat alleen de eerste vordering van [gedaagde] slaagt. Hem komt een bedrag van € 21.345,- toe. Dit bedrag kan hij verrekenen met de vordering van [eiseres] op hem van € 15.700,-. Dat betekent dat [eiseres] nog een bedrag van € 5.645,- aan [gedaagde] verschuldigd is. Dit bedrag zal in reconventie worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 14 augustus 2019 nu daartegen geen verweer is gevoerd. De vordering in conventie zal, nu deze door verrekening teniet gaat, worden afgewezen. Dat geldt ook voor de door [eiseres] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten.

5.10.

De proceskosten in conventie en in reconventie komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij grotendeels ongelijk krijgt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

In conventie

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor [gedaagde] worden vastgesteld op een bedrag van € 720,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] ;

In reconventie

6.3.

veroordeelt [eiseres] tot betaling aan [gedaagde] van € 5.645,- te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 14 augustus 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.4.

veroordeelt [eiseres] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van [gedaagde] tot en met vandaag vaststelt op € 480,00 aan salaris van de gemachtigde van [gedaagde] ;

6.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.6.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter