Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8310

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
09-09-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
8224685
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Huurrecht. Vastgesteld dat huurovereenkomst garage is geëindigd. Verzoek verlening ontruimingstermijn niet (op tijd) ingediend.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 8224685 \ CV EXPL 19-19211

Uitspraakdatum: 9 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de stichting
Stichting Pré Wonen

gevestigd te Haarlem

eiseres

verder te noemen: Pré Wonen

gemachtigde: mr. J.J.L. Boudewijn

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats]

gedaagde

verder te noemen: [gedaagde]

gemachtigde: mr. H. Temel

1 Het procesverloop

1.1.

Pré Wonen heeft bij dagvaarding van 9 december 2019 een vordering tegen [gedaagde] ingesteld. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Pré Wonen heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna [gedaagde] een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

Pré Wonen verhuurt sinds 12 augustus 2014 de garage aan het adres [adres] (hierna: de garage) aan [gedaagde] voor een maandelijkse huurprijs van € 77,13.

2.2.

Op 15 mei 2018 heeft Pré Wonen een veertiendagenbrief gestuurd aan [gedaagde] waarin hem de kans is gegeven om de huur voor de garage van de maand april 2018 te voldoen zonder bijkomende incassokosten.

2.3.

Per brief d.d. 7 augustus 2019 heeft (de gemachtigde van) Pré Wonen [gedaagde] gesommeerd tot betaling van de openstaande huurschuld van twee maanden en incassokosten.

2.4.

Per exploot d.d. 20 augustus 2019 heeft Pré Wonen de huurovereenkomst betreffende de garage per 30 november 2019 opgezegd en tevens ontruiming per die datum aangezegd.

3 De vordering

3.1.

Pré Wonen vordert – na vermeerdering van eis – dat de kantonrechter:
Primair
I. vaststelt dat de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de garage met aan- en toebehoren, aan het adres [adres] per 30 november 2019 is geëindigd;
II. [gedaagde] veroordeelt tot ontruiming van het onder I omschreven gehuurde, met alwie en alwat zich vanwege [gedaagde] in het gehuurde moge bevinden.
Subsidiair
III. de huurovereenkomst tussen partijen betreffende de garage, met aan- en toebehoren, aan het adres [adres] ontbindt;
alsmede dat de kantonrechter:
IV. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 742,57 verhoogd met de wettelijke rente daarover vanaf 9 december 2019 tot aan de dag der algehele voldoening;
V. [gedaagde] veroordeelt tot betaling van € 77,13, voor iedere maand dat [gedaagde] na 31 december 2019 het gehuurde in gebruik houdt;
VI. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van dit geding, inclusief nakosten.

3.2.

Pré Wonen legt aan de vordering ten grondslag – kort weergegeven – dat zij de huurovereenkomst tussen haar en [gedaagde] heeft opgezegd tegen 30 november 2019. [gedaagde] heeft nagelaten de garage na 30 november 2019 te ontruimen en op te leveren aan Pre Wonen. [gedaagde] is ook gestopt met betaling van de huur zodat Pre Wonen betaling van de huurachterstand van 9 maanden ad € 694,17 vordert. Omdat [gedaagde] ondanks aanmaningen van Pré Wonen de huurachterstand niet heeft voldaan, is hij inmiddels ook de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten ad € 48,40 verschuldigd.

4 Het verweer

4.1.

[gedaagde] betwist de vordering (gedeeltelijk). Hij voert aan – samengevat – dat deze zaak nauw verbonden is met de zaak van Pré Wonen tegen [vader van gedaagde] , zijn vader. In de zaak tegen zijn vader ging het om een huurachterstand voor de woning van zijn vader. Deze achterstand is inmiddels voldaan. [gedaagde] wilde ook de huurschuld voor de garage betalen maar dit was niet mogelijk volgens Pré Wonen terwijl zij eerder had aangegeven dat de schuld voor de garage aan bod zou komen nadat de huurschuld voor de woning was voldaan. [gedaagde] heeft in de garage diverse spullen opgeslagen van grote emotionele waarde zodat zijn belang moet prevaleren boven het belang van Pré Wonen om weer over de garage te beschikken. [gedaagde] dient in ieder geval de tijd te krijgen om elders vervangende opslagruimte te realiseren, omdat hij de instructies van Pre Wonen heeft opgevolgd. [gedaagde] verzoekt derhalve de ontruimingsverplichting te verlengen met 1 jaar dus tot 1 december 2020 ex artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek (BW), indien de huurovereenkomst rechtsgeldig is opgezegd.

5 De beoordeling

5.1.

Partijen hebben een huurovereenkomst gesloten die betrekking heeft op een bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW, namelijk: een gebouwde onroerende zaak die niet is woonruimte of bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:290 BW. Voorts staat vast dat Pré Wonen de huur in augustus 2019 rechtsgeldig (bij deurwaardersexploot) heeft opgezegd en de ontruiming heeft aangezegd tegen 30 november 2019. Gesteld noch gebleken is dat partijen afwijkende afspraken zouden hebben gemaakt over opzegging van de huurovereenkomst. [gedaagde] heeft verder geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de opzegging maar heeft verzocht tot verlening van de termijn waarbinnen de ontruiming moet plaatsvinden, als bedoeld in artikel 7:230a lid 1 BW. In dit artikel is bepaald dat de huurder, na het einde van de huurovereenkomst, de rechter binnen twee maanden na het tijdstip waartegen de ontruiming is aangezegd, kan verzoeken de ontruimingstermijn te verlengen. In dit geval was de ontruiming aangezegd tegen 30 november 2019 en het staat vast dat [gedaagde] in de twee maanden na deze datum niet een verzoek als hiervoor bedoeld heeft ingediend bij de rechtbank. Zodoende komt hem op grond van dit artikel thans geen ontruimingsbescherming toe en komt de kantonrechter niet toe aan een belangenafweging. De kantonrechter stelt derhalve vast dat de huurovereenkomst is geëindigd. De gevorderde ontruiming kan tevens worden toegewezen nu [gedaagde] zonder recht of titel gebruik maakt van de garage. Ook de overige vorderingen van Pré Wonen worden toegewezen. Het verweer van [gedaagde] kan niet tot een ander oordeel leiden. De huurachterstand is niet betwist en [gedaagde] heeft de stelling dat hij de instructies van Pré Wonen heeft opgevolgd, niet nader onderbouwd.

5.2.

De conclusie is dat de kantonrechter de vorderingen van Pré Wonen zal toewijzen, waarbij de ontruimingstermijn op 14 dagen na betekening van het vonnis passend en geboden wordt geacht.

5.3.

Nu de vorderingen van Pré Wonen zullen worden toegewezen en [gedaagde] de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en rente verder niet heeft betwist, komen die ook voor toewijzing in aanmerking.

5.4.

De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt. Daarbij wordt [gedaagde] ook veroordeeld tot betaling het nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Pré Wonen worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

stelt vast dat de huurovereenkomst tussen Pré Wonen en [gedaagde] betreffende de garage, met aan- en toebehoren, aan het adres [adres] per 30 november 2019 is geëindigd;

6.2.

veroordeelt [gedaagde] om de garage, met aan- en toebehoren, aan het adres [adres] binnen 14 dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen en leeg op te leveren aan Pré Wonen;

6.3.

veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Pré Wonen te betalen € 77,13 voor elke maand of een deel daarvan dat [gedaagde] na de in 6.1 vermelde termijn nog gebruik maakt of heeft gemaakt van de garage en hiervoor nog geen gebruiksvergoeding of huurtermijn heeft betaald tot de dag dat [gedaagde] op voormelde wijze de garage aan Pré Wonen ter beschikking heeft gesteld;

6.4.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Pré Wonen van € 742,57 aan huurachterstand te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 9 december 2019 tot aan de dag van de gehele betaling;

6.5.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Pré Wonen tot en met vandaag vaststelt op:

dagvaarding € 101,05

griffierecht € 486,00

salaris gemachtigde € 240,00 (2x € 120,00);

6.6.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 60,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door Pré Wonen worden gemaakt;

6.7.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

6.8.

wijst de vordering voor het overige af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter