Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8089

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
14-10-2020
Zaaknummer
C/15/294869 / HA ZA 19-653
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering tot betaling facturen toegewezen. Verweer dat eiseres zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie slaagt niet. Reconventionele vordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2020-1218
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

Zittingsplaats Haarlem

zaaknummer / rolnummer: C/15/294869 / HA ZA 19-653

Vonnis van 16 september 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

NEDFLEX PAYROLLING B.V.,

gevestigd te De Goorn, gemeente Koggenland,

eiseres in conventie, verweerster in reconventie,

advocaat: mr. P. Korver te Amsterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SERVICE 4ALL B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

advocaat: mr. V.F.M. Jongerius te Doetinchem,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

QUATRO CLEAN B.V.,

gevestigd te Zevenaar,

gedaagde in conventie,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Nedflex, Service4All en Quatro Clean genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 15 oktober 2019 met producties 1 tot en met 17 van de zijde van Nedflex;

  • -

    het op de rolzitting van 23 oktober 2019 tegen Quatro Clean verleende verstek;

  • -

    de conclusie van antwoord, tevens houdende eis in reconventie met producties 18 en 19 van de zijde van Service4All;

  • -

    het tussenvonnis van 18 december 2020 waarbij een mondelinge behandeling is gelast;

  • -

    de mondelinge behandeling van 5 augustus 2020, waarbij door Nedflex een conclusie van antwoord in reconventie is genomen en pleitaantekeningen zijn voorgedragen.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald op heden.

2. De feiten

2.1.

Service4All exploiteert een onderneming die zich richt op het uitlenen van asbestsaneerders en handslopers aan derden (hierna: de eindklanten).

2.2.

Het bestuur van Service4All wordt gevormd door B.I. Beheer Didam B.V. en RJ Beheer B.V. De bestuurder van B.I. Beheer Didam B.V. was tot 3 juni 2019 de heer [A.]; daarna is mevrouw [B.] als bestuurder/enig aandeelhouder in functie getreden. Het bestuur van RJ Beheer B.V. wordt gevormd door de heer [C.].

2.3.

Quatro Clean is een vennootschap waarvan RJ Beheer B.V. bestuurder en enig aandeelhouder is.

2.4.

Nedflex exploiteert een onderneming die zich voornamelijk bezig houdt met het verrichten van verloning (payrolling).

2.5.

Op 29 februari 2016 heeft Service4All met Nedflex een ‘Overeenkomst van payrolling’ voor onbepaalde tijd gesloten (hierna: de overeenkomst). Daarin heeft Service4All als opdrachtgever, aan Nedflex als opdrachtnemer, de opdracht gegeven om (zakelijk weergegeven) het juridisch werkgeverschap en de salarisadministratie over te nemen van Service4All. Er is derhalve sprake van een doorleenconstructie: de werknemers zijn in dienst van Nedflex en worden door haar uitgeleend aan Service4All, die de werknemers op haar beurt doorleent aan de eindklanten.

2.6.

In artikel 2 van de overeenkomst zijn partijen de toepasselijkheid van de “algemene voorwaarden van Nedflex Payrolling B.V.” (hierna: de algemene voorwaarden) overeengekomen. Tevens is vermeld dat Service4All verklaart dat zij een exemplaar van de algemene voorwaarden, die als bijlage zijn gevoegd bij de overeenkomst, in haar bezit heeft.

2.7.

In artikel 3 lid 1 van de overeenkomst is (voor zover hier van belang) voorts het volgende bepaald:

Aan Opdrachtgever zullen werknemers van Opdrachtnemer ter beschikking worden gesteld om onder leiding en toezicht van een ‘vierde partij’ arbeid te verrichten (hierna “de Werknemers”). Er is hier sprake van een doorleenconstructie. Opdrachtgever zorgt voor de afspraken met deze vierde partij, o.a. omtrent aansprakelijkheid, arbo omstandigheden, instructies, inlenersbeloning etc. Indien deze afspraken niet juist of volledig overeen zijn gekomen, of de vierde partij komt deze afspraken niet na, is en blijft Opdrachtgever hiervoor aansprakelijk.

2.8.

Eveneens op 29 februari 2019 heeft [C.] namens Quatro Clean een verklaring ondertekend, waarin Quatro Clean verklaart dat indien Service4All niet aan een betalingsverplichting tegenover Nedflex kan voldoen, Quatro Clean deze verplichtingen van Service4All zal overnemen (hierna: de garantieverklaring).

2.9.

In de periode februari tot en met juli 2019 heeft Nedflex aan Service4All zeven facturen gestuurd (hierna gezamenlijk: de facturen), voor een totaalbedrag van € 222.016,26. De facturen hebben betrekking op door Nedflex ten behoeve van Service4All betaalde loonkosten en werkgeverslasten, vermeerderd met een marge van Nedflex.

2.10.

Service4All heeft een betalingsachterstand laten ontstaan. Tussen Nedflex en [A.] van Service4All is meerdere keren gesproken over mogelijke oplossingen. Daarbij heeft [A.] onder meer medegedeeld dat de betalingsachterstand van Service4All verband houdt met het feit dat verschillende eindklanten, aan wie Service4All de loonkosten en de marge van Nedflex (vermeerderd met een eigen marge van Service4All) doorbelastte, de facturen van Service4All niet (volledig) hadden voldaan.

2.11.

In de nacht van 2 op 3 juni 2019 is [A.] overleden. Nadien is de heer [D.] opgetreden als woordvoerder van Service4All.

2.12.

Nedflex heeft op 3 juni 2019 contact opgenomen met Service4All over de betaling van de achterstallige facturen. [D.] heeft toen aangegeven dat hij enige tijd nodig zou hebben om orde op zaken te stellen.

2.13.

Op 2 juli 2019 heeft Nedflex aan Service4All een ingebrekestelling gestuurd en gesommeerd tot betaling van de facturen.

2.14.

Nedflex heeft Service4All ([D.]) op 3 juli 2019 een e-mail gestuurd met - voor zover hier van belang - de navolgende inhoud:

U zult begrijpen dat wij, voor de ons geleverde diensten, geld moeten incasseren.

Voor ons maakt het geen verschil of dit rechtstreeks bij de klant is of bij Service4All.

Vanuit mijn collega is voorgesteld dat de eindklant de medewerkers rechtstreeks in dienst neemt.

Daarbij konden wij afspraken maken over een marge voor Service4All, zodat er feitelijk niets verandert voor het verdienmodel, maar wij verzekerd zijn van tijdige betalingen. Dit heeft u afgewezen. (…)

2.15.

Op 10 juli 2019 heeft Nedflex ook Quatro Clean gesommeerd tot betaling van de facturen. Nedflex heeft het incasso van de facturen vervolgens uitbesteed aan BVCM.

2.16.

Service4All heeft op 27 juni 2019 een eerste deelbetaling gedaan aan Nedflex ter hoogte van € 5.173,82, en op 17 juli 2019 een tweede deelbetaling ter hoogte van € 19.519. Voor het overige zijn de facturen door Service4All onbetaald gelaten.

2.17.

Tussen Nedflex en Service4All ([D.]) heeft op 31 juli 2019 een gesprek plaatsgevonden in Breukelen. Op 14 augustus 2019 heeft tevens een bespreking plaatsgevonden in Apeldoorn tussen Nedflex, Service4All ([D.]) en [E.]. Daar is besproken dat de werknemers van Nedflex bij [E.] werkzaamheden blijven verrichten en dat [E.] voortaan het tarief van Nedflex rechtstreeks aan Nedflex zal voldoen, zonder tussenkomst van Service4All.

3 Het geschil

in conventie

3.1.

Nedflex vordert in conventie samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

1. Service4All en Quatro Clean hoofdelijk veroordeelt tot betaling van € 222.016,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag dat het verzuim is ingetreden, althans de dag der dagvaarding;

subsidiair:

2. Service4All veroordeelt tot betaling van € 222.016,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag dat het verzuim is ingetreden, althans de dag der dagvaarding;

3. Quatro Clean veroordeelt, indien en voor zover Service4All niet betaalt, tot betaling van € 222.016,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag dat het verzuim is ingetreden, althans de dag der dagvaarding;

zowel primair als subsidiair:

4. Service4All en Quatro Clean hoofdelijk veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van:

5. primair: € 33.302,40 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding;

6. subsidiair: € 2.885,08 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag der dagvaarding;

waarbij de deelbetaling van € 24.692,82 eerst in mindering zal strekken op de buitengerechtelijke kosten, vervolgens op de rente en tenslotte pas op de hoofdsom en lopende rente;

5. Service4All en Quatro Clean hoofdelijk veroordeelt om het gevorderde onder 1 tot en met 4 te voldoen binnen veertien dagen na de datum van dit vonnis, en - voor het geval voldoening van de bedragen niet binnen die termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de kosten te rekenen vanaf de bedoelde termijn voor voldoening;

een en ander met hoofdelijke veroordeling van Service4All en Quatro Clean in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke handelsrente hierover.

3.2.

Hieraan legt Nedflex - zakelijk weergegeven - ten grondslag, dat Service4All op grond van de overeenkomst, en Quatro Clean op grond van de garantieverklaring, verplicht zijn om de facturen te voldoen. De facturen zijn bovendien niet betwist. De buitengerechtelijke kosten bedragen op grond van de algemene voorwaarden 15% van de hoofdsom. De deelbetalingen strekken op grond van artikel 6:44 BW niet in mindering op de facturen, maar (eerst) op de buitengerechtelijke kosten en de rente, aldus steeds Nedflex.

3.3.

Service4All voert verweer, dat hierna - voor zover van belang - zal worden besproken.

in reconventie

3.4.

Service4All vordert in reconventie samengevat - dat de rechtbank, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

  1. voor recht verklaart dat Nedflex aansprakelijk is voor alle door Service4All geleden schade ten gevolge van haar onrechtmatig handelen;

  2. Nedflex veroordeelt tot betaling van het schadebedrag van € 198.000 aan Service4All;

  3. voor recht verklaart dat Service4All gerechtigd is haar schadevordering te verrekenen met een eventuele vordering van Nedflex op Service4All;

een en ander met veroordeling van Nedflex in de proceskosten, de nakosten en de wettelijke rente.

3.5.

Service4All legt aan haar vorderingen in reconventie - zakelijk weergegeven - ten grondslag dat Nedflex zich schuldig heeft gemaakt aan onrechtmatige concurrentie, door aan eindklanten van Service4All te verkondigen dat Service4All haar verplichtingen niet meer na zou komen, door direct na het overlijden van [A.] in overleg te treden met de eindklanten en rechtstreeks aan die eindklanten te gaan factureren, door de op 29 juli 2019 (althans op 31 juli 2019) gemaakte afspraken over de tarieven te schenden, en door de klanten van Service4All over te nemen zonder daarvoor te betalen. Daardoor heeft een beoogde aandelen- dan wel activaoverdracht aan een derde geen doorgang gevonden en heeft Service4All schade geleden, aldus steeds Service4All.

3.6.

Nedflex voert verweer in reconventie, dat hierna - voor zover van belang - zal worden besproken.

4 De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1.

Gelet op de samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zullen de vorderingen hieronder gezamenlijk worden beoordeeld.

vorderingen in conventie tegen Quatro Clean

4.2.

Nu de vorderingen tegen Quatro Clean niet zijn weersproken, zullen de primaire vorderingen tegen haar worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

facturen, buitengerechtelijke kosten en rente

4.3.

Over de vorderingen in conventie tegen Service4All wordt als volgt overwogen.

4.4.

Met Nedflex stelt de rechtbank vast dat Service4All de facturen niet inhoudelijk heeft weersproken. De hoogte van de facturen staat daarom tussen partijen vast, evenals de onweersproken wettelijke handelsrente vanaf de dag dat het verzuim is ingetreden.

4.5.

Nedflex maakt tevens aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van 15% van de hoofdsom, op basis van artikel 19 lid 10 van de algemene voorwaarden. Service4All heeft dit betwist, en voert daartoe aan dat de algemene voorwaarden nimmer aan Service4All ter hand zijn gesteld (vgl. de vernietigingsgrond van artikel 6:233 sub b BW). Dit verweer slaagt echter niet. Nedflex heeft er namelijk terecht op gewezen dat Service4All in artikel 2 van de overeenkomst heeft verklaard dat een exemplaar van de algemene voorwaarden, die als bijlage was gevoegd bij de overeenkomst, in haar bezit was. Deze verklaring van Service4All levert in dit geval dwingend bewijs op. Aan het leveren van tegenbewijs door Service4All wordt niet toegekomen, omdat Service4All de inhoud van de verklaring van artikel 2 onvoldoende concreet heeft betwist. De enkele algemene betwisting door Service4All van de terhandstelling is daarvoor onvoldoende. Daarom staat de juistheid van de verklaring van artikel 2 tussen partijen vast en slaagt het beroep op vernietiging van de algemene voorwaarden niet.

4.6.

Omdat partijen een vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten zijn overeengekomen die afwijkt van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten, zal de vordering worden getoetst aan het rapport Voorwerk II. Nedflex heeft voldoende gesteld dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden heeft verricht, waaronder het plegen van verschillende telefoongesprekken met Service4All, hetgeen ook door Service4All is erkend. In beginsel is daarom de overeengekomen vergoeding ter hoogte van 15% van de hoofdsom, derhalve € 33.302,40, verschuldigd. Service4All heeft betwist dat deze vergoeding de dubbele redelijkheidstoets (vgl. artikel 6:96 lid 2 BW) kan doorstaan.

4.7.

De rechtbank ziet aanleiding om de overeengekomen kostenvergoeding te matigen (vgl. artikel 242 Rv). Daartoe is redengevend de aard en de omvang van de verrichte (buiten)gerechtelijke werkzaamheden, de daarop gebaseerde kostenvergoeding, en de verhouding van deze kostenvergoeding tot hetgeen normaal gesproken voor dergelijke werkzaamheden in rekening pleegt te worden gebracht. De werkzaamheden in verband met de gepleegde telefoongesprekken zijn immers niet nader gespecificeerd, en niet is gebleken dat die werkzaamheden vanwege hun omvang en complexiteit een vergoeding van ruim € 33.000 rechtvaardigen. De overige werkzaamheden die Nedflex noemt in de dagvaarding (bestuderen dossier, bespreking met eigen cliënt, verzenden van sommaties zonder bijzondere inhoud, en inschakelen van een incassogemachtigde) zijn bovendien niet als buitengerechtelijke werkzaamheden (in de zin van rapport Voorwerk II) aan te merken, maar hebben betrekking op de voorbereiding van de procedure en de instructie van de zaak, waarvoor de proceskostenveroordeling geacht wordt een vergoeding in te houden. De rechtbank zal gelet op het voorgaande de overeengekomen vergoeding voor buitengerechtelijke kosten matigen tot € 10.000.

4.8.

De gevorderde wettelijke handelsrente over dit bedrag is niet toewijsbaar, omdat niet is gesteld dat dit is overeengekomen, en de buitengerechtelijke (incasso)kosten een vorm van vermogensschade zijn, waarop de wettelijke handelsrente-regeling van artikel 6:119a en 6:119b BW niet van toepassing is. Over de buitengerechtelijke kosten is daarom de wettelijke rente van artikel 6:119 BW verschuldigd vanaf de dag der dagvaarding.

deelbetalingen

4.9.

Tussen partijen staat vast dat Service4All op 27 juni 2019 een deelbetaling van € 5.173,82 heeft voldaan, en op 17 juli 2019 een deelbetaling van € 19.519, derhalve in totaal € 24.692,82. Volgens Nedflex strekken deze deelbetalingen eerst in mindering op de buitengerechtelijke kosten en rente, en pas daarna op de hoofdsom en de lopende rente. Service4All heeft hiertegen aangevoerd dat in productie 7 bij dagvaarding de deelbetalingen door Nedflex in mindering zijn gebracht op de eerste factuur. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Nedflex voldoende toegelicht dat productie 7 slechts een administratieve verwerking van Nedflex betreft waaraan Service4All geen rechten kan ontlenen, omdat reeds in de dagvaarding door Nedflex is betoogd dat de deelbetalingen niet in mindering strekken op de facturen maar (in de eerste plaats) op de kosten en rente, op grond van artikel 6:44 BW. Omdat Service4All dit betoog verder niet heeft weersproken, zal Nedflex hierin worden gevolgd, met dien verstande dat de deelbetalingen slechts in mindering strekken op de kosten en de rente voor zover zij ten tijde van het verrichten van de deelbetalingen reeds waren verschenen.

beroep op opschorting en verrekening - vorderingen in reconventie

4.10.

Service4All betoogt dat zij niet verplicht is om de (volledige) facturen en buitengerechtelijke kosten aan Nedflex te voldoen, omdat zij een tegenvordering heeft op Nedflex uit hoofde van onrechtmatige daad. In conventie beroept Service4All zich op opschorting van haar betalingsverplichting aan Nedflex en op verrekening. In reconventie vordert Service4All (onder meer) dat Nedflex wordt veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van € 198.000. De rechtbank overweegt hierover als volgt.

onrechtmatige concurrentie Nedflex?

4.11.

Tussen partijen staat vast dat (een deel van) de werknemers van Nedflex die voorheen via Service4All bij [E.] (een eindklant) werkte, na het overlijden van [A.] door Nedflex rechtstreeks aan [E.] worden uitgeleend, waarbij Service4All als tussenschakel in de doorleenconstructie is weggevallen, en Nedflex de kosten en haar marge rechtstreeks factureert aan [E.].

4.12.

Deze vaststelling rechtvaardigt echter nog niet de conclusie dat sprake is van onrechtmatige concurrentie door Nedflex. Bij de beoordeling van het beroep van Service4All op onrechtmatige concurrentie stelt de rechtbank voorop dat niet is gebleken dat tussen Nedflex en Service4All een relatiebeding is overeengekomen. Service4All heeft in dit kader gewezen op artikel 3 lid 1 van de overeenkomst (zie 2.7 van dit vonnis). Daarin is een taakverdeling overeengekomen, die inhoudt dat Service4All de contacten met de eindklanten onderhoudt. De rechtbank is echter van oordeel dat dit nog niet betekent dat het Nedflex niet is toegestaan om contact te hebben met de eindklanten, zoals Service4All stelt. Een dergelijk algemeen verbod om contact te hebben met de eindklanten blijkt niet uit de tekst van de overeenkomst. Dat dit ook niet de kenbare bedoeling van partijen is geweest, volgt naar het oordeel van de rechtbank reeds uit de onweersproken stelling van Nedflex dat ook zij regelmatig contact had met de eindklanten, bijvoorbeeld over de praktische invulling van de werkzaamheden van de werknemers van Nedflex bij de eindklanten.

4.13.

Nu geen sprake is van een relatiebeding tussen Nedflex en Service4All, staat ingevolge de jurisprudentie van de Hoge Raad in beginsel de vrijheid van handel en bedrijf voorop (vgl. bijvoorbeeld HR 27 juni 1986, ECLI:NL:HR:1986:AD7158, Holland Nautic/Decca). Het enkel profiteren van het bedrijfsdebiet van een concurrent (Service4All) is niet onrechtmatig, ook niet indien de concurrent daarvan nadeel ondervindt. Voor onrechtmatigheid moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden.

4.14.

Het verwijt van Service4All dat de heer [F.] van Nedflex direct na het overlijden van [A.] aan eindklanten heeft verkondigd dat Service4All haar verplichtingen niet meer zou nakomen en daarmee ten onrechte onrust in de markt heeft veroorzaakt, is door Nedflex betwist. Service4All heeft dit onvoldoende onderbouwd. Weliswaar heeft Service4All aangevoerd dat zij van eindklanten en andere marktpartijen heeft gehoord dat de eindklanten [F.] hadden gesproken, maar wat toen door [F.] is besproken is door Service4All niet concreet gesteld. Aan bewijslevering wordt daarom niet toegekomen. Voor zover [F.] destijds aan de eindklanten heeft medegedeeld dat Service4All een betalingsachterstand had laten ontstaan jegens Nedflex (en dus haar verplichtingen jegens Nedflex niet nakwam) kan dit (zonder nadere toelichting, die ontbreekt) bovendien niet zonder meer als onrechtmatig worden aangemerkt, omdat die mededeling berust op de werkelijkheid en bovendien voor de eindklant relevante informatie betreft.

4.15.

Nedflex heeft bovendien aangevoerd (en dit blijkt ook uit de e-mail van 3 juli 2019, zie 2.14 van dit vonnis) dat zij na het overlijden van [A.] in overleg is getreden met Service4All ([D.]) over het rechtstreeks factureren door Nedflex aan de eindklanten voor toekomstige werkzaamheden, vanwege de grote betalingsachterstand die Service4All had laten ontstaan met betrekking tot de facturen voor reeds verrichte werkzaamheden, en teneinde te voorkomen dat Nedflex ook voor toekomstige werkzaamheden niet betaald zou worden door Service4All. Daarbij heeft Nedflex - om tegemoet te komen aan de belangen van Service4All - aangeboden dat zij de marge van Service4All voor toekomstige werkzaamheden in rekening zou brengen bij de eindklant, welke marge vervolgens in mindering zou strekken op de openstaande facturen van Nedflex. Vast staat echter dat [D.] dit aanbod in juli 2019 herhaaldelijk heeft afgewezen, omdat hij andere mogelijkheden wilde onderzoeken. bijvoorbeeld om de onderneming van Service4All te verkopen aan een derde.

4.16.

Service4All stelt dat [D.] dit aanbod van Nedflex alsnog heeft aanvaard op 29 juli 2019, althans tijdens de bespreking in Breukelen op 31 juli 2019. Nedflex heeft gemotiveerd betwist dat hierover overeenstemming is bereikt. De rechtbank is van oordeel dat de gestelde overeenstemming uit niets blijkt. Service4All heeft aangeboden de bereikte overeenstemming te bewijzen met het overleggen van een e-mail of WhatsApp-bericht van [D.] aan Nedflex, met daarin informatie over de door Service4All gehanteerde tarieven, teneinde Nedflex in staat te stellen deze tarieven in rekening te brengen bij de eindklanten. De rechtbank overweegt echter dat als Service4All op deze schriftelijke bewijsstukken in de procedure een beroep had willen te doen, zij deze stukken bij conclusie van antwoord of voorafgaand aan de mondelinge behandeling in het geding had kunnen brengen, hetgeen zij zonder goede grond heeft nagelaten.

4.17.

Aan bewijslevering wordt bovendien verder niet toegekomen, omdat Nedflex ook heeft toegelicht dat [E.] uitdrukkelijk op eigen initiatief (en dus niet op initiatief van Nedflex) aan Nedflex heeft medegedeeld dat zij niet meer wilde samenwerken met Service4All, maar in plaats daarvan rechtstreeks met Nedflex zaken wenste te doen. Daaraan heeft [E.] vervolgens uitvoering gegeven, door de werknemers van Nedflex voortaan niet meer in te huren via Service4All, maar bij Nedflex. Kennelijk stond het de eindklant dus vrij om de contractuele relatie tussen de eindklant en Service4All op deze wijze te eindigen. Service4All heeft het andersluidende betoog niet, althans onvoldoende concreet onderbouwd. Nedflex heeft daarmee voldoende toegelicht dat bij die stand van zaken voor haar geen aanleiding (en zelfs geen mogelijkheid) bestond om een marge voor Service4All te bedingen met [E.].

4.18.

Van bijzondere omstandigheden die wijzen op onrechtmatig handelen van Nedflex is niet gebleken. Daarbij acht de rechtbank mede van belang dat Nedflex er in juni/juli 2019 groot belang bij had dat de werknemers, die bij haar in dienst waren en voorheen via Service4All werden uitgeleend aan de eindklanten, ook in de toekomst aan het werk konden blijven bij die eindklanten, aangezien de loonkosten voor Nedflex doorliepen. Service4All had op dat moment (juni/juli 2019) echter al maandenlang (sinds februari 2019) de facturen voor die loonkosten niet aan Nedflex voldaan. Ook daarom heeft Nedflex, toen [E.] zich bij Nedflex meldde met het verzoek om de werknemers van Nedflex rechtstreeks bij [E.] te laten werken zonder tussenkomst van Service4All, niet in strijd met een zorgvuldigheidsnorm of anderszins onrechtmatig gehandeld door op dit verzoek van [E.] in te gaan. De enkele omstandigheid dat Service4All door deze gang van zaken haar marge misloopt en dat Nedflex profiteert van het feit dat Service4All als schakel in de doorleenconstructie is komen te vervallen (waardoor Nedflex haar werknemers tegen een lager tarief kan aanbieden aan de eindklanten dan voorheen), maakt dat niet anders. Gelet op het voorgaande kan het betoog van Service4All dat Nedflex onrechtmatig heeft gehandeld door de klanten over te nemen zonder daarvoor te betalen, evenmin slagen.

4.19.

Een en ander leidt tot de slotsom dat niet is gebleken dat Nedflex onrechtmatig heeft gehandeld jegens Service4All. Derhalve is aan het eerste vereiste voor aansprakelijkheid van Nedflex op grond onrechtmatige daad (vgl. artikel 6:162 BW) niet voldaan. Aan toetsing aan de overige vereisten, waaronder het bestaan van schade en het causaal verband, wordt daarom niet toegekomen.

4.20.

Dit betekent dat het beroep van Service4All op opschorting en verrekening in conventie niet slaagt. Ook zullen de vorderingen van Service4All in reconventie worden afgewezen.

overige verweren van Service4All in conventie

4.21.

Service4All heeft in conventie tevens aangevoerd dat zij niet in staat was de facturen van Nedflex te voldoen, omdat verschillende eindklanten de facturen van Service4All niet (tijdig) aan Service4All hebben voldaan, onder meer omdat een geschil bestond over de g-rekening. Service4All heeft echter onvoldoende concreet toegelicht waarom Nedflex dit risico dient te dragen, zodat aan dit verweer verder voorbij wordt gegaan.

slotsom en proceskosten

4.22.

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de primaire vorderingen in conventie zullen worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing is vermeld, en dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen.

4.23.

Nedflex vordert in vordering 5 in conventie nogmaals de wettelijke handelsrente over de gevorderde geldbedragen. Nu de wettelijke handelsrente reeds is gevorderd in vorderingen 1-4 heeft Nedflex deze vordering onvoldoende toegelicht, zodat deze vordering wordt afgewezen.

4.24.

Service4all zal als de in conventie en in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nedflex worden in conventie begroot op € 9.006,54, waarvan € 172,54 aan dagvaardingskosten, € 4.030 aan griffierecht en € 4.804 aan salaris advocaat (2 punten × tarief € 2.402). De kosten van Nedflex in reconventie worden begroot op € 1.201 aan salaris advocaat (1 punt x factor 0,5 × tarief € 2.402). De gevorderde nakosten zullen worden begroot op het daarop toepasselijke liquidatietarief. De wettelijke handelsrente over de proceskosten is niet toewijsbaar, omdat de wettelijke handelsrente-regeling van artikel 6:119a en 6:119b BW niet van toepassing is. Daarom zal over de proceskosten de wettelijke rente van artikel 6:119 BW worden toegewezen op de wijze zoals in de beslissing vermeld.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1.

veroordeelt Service4All en Quatro Clean hoofdelijk tot betaling van:

  1. de hoofdsom van € 222.016,26, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf de dag dat het verzuim is ingetreden tot de dag der algehele voldoening;

  2. de buitengerechtelijke kosten van € 10.000, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de dag der algehele voldoening;

met bepaling dat de deelbetaling van € 5.173,82 op 27 juni 2019 en de deelbetaling van € 19.519 op 17 juli 2019 eerst in mindering strekken op de buitengerechtelijke kosten en vervolgens op de rente, voor zover die kosten en de rente op de datum van de afzonderlijke deelbetalingen reeds verschenen waren, en tenslotte in mindering strekken op de hoofdsom en lopende rente;

5.2.

wijst het meer of anders gevorderde in conventie af;

in reconventie

5.3.

wijst de vorderingen in reconventie af;

in conventie en in reconventie

5.4.

veroordeelt Service4all hoofdelijk in de proceskosten in conventie en in reconventie, die aan de zijde van Nedflex tot op heden worden begroot op € 10.207,54, te vermeerderen met de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 246 aan salaris advocaat, en, onder de voorwaarde dat Service4All niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, een bedrag van € 82 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten en de nakosten met ingang van veertien dagen na de datum van dit vonnis tot de dag der algehele voldoening;

5.5.

verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen in 5.1 en 5.4 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Wouters en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2020.