Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNHO:2020:8035

Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Datum uitspraak
16-09-2020
Datum publicatie
24-11-2020
Zaaknummer
7974523 \ CV EXPL 19-11994
Rechtsgebieden
Verbintenissenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Luchtvaartzaak. Beroep op buitengewone omstandigheden slaagt. Beslissing gezagvoerder om uit te wijken naar een andere luchthaven moet terughoudend en marginaal worden getoetst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2021/18
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 7974523 \ CV EXPL 19-11994

Uitspraakdatum: 16 september 2020

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

de rechtspersoon naar Duits recht Flightright GmbH

gevestigd te Hamburg (Duitsland)

eiseres

hierna te noemen Flightright

gemachtigde mr. H. Yildiz

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KLM Cityhopper B.V.

gevestigd en kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer

gedaagde

hierna te noemen KLC

gemachtigde mr. M. Lustenhouwer

1 Het procesverloop

1.1.

Flightright heeft bij dagvaarding van 26 juni 2019 een vordering tegen KLC ingesteld. KLC heeft schriftelijk geantwoord.

1.2.

Flightright heeft hierop schriftelijk gereageerd, waarna KLC een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2 De feiten

2.1.

[de passagier] (hierna: de passagier) heeft met KLC een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan KLC de passagier diende te vervoeren van Alesund Airport, Alesund (Noorwegen) via Amsterdam-Schiphol Airport naar Frankfurt Airport (Duitsland) op 10 juni 2018, hierna: de vlucht.

2.2.

Vlucht KL1322 van Alesund naar Amsterdam is met vertraging uitgevoerd. De passagier heeft hierdoor haar aansluitende vlucht gemist. De passagier heeft zelf alternatief vervoer geregeld naar Frankfurt.

2.3.

De passagier heeft haar gepretendeerde vordering gecedeerd aan Flightright

2.4.

Flightright heeft compensatie van KLC gevorderd in verband met vertraging.

2.5.

KLC heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3 De vordering

3.1.

Flightright vordert dat KLC bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf datum vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 40,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;
- de proceskosten.

3.2.

Flightright heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Flightright stelt dat KLC vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is te compenseren conform artikel 7 van de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4 Het verweer

4.1.

KLC betwist de vordering. Op haar verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

5 De beoordeling

5.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

5.2.

KLC betwist de stelling van Flightright dat de passagier met een vertraging van 13 uur op de eindbestemming is aangekomen. Vlucht KL 1322 is echter met een vertraging van meer dan zeven uur op Schiphol aangekomen. De kantonrechter acht dan ook voldoende aannemelijk dat de passagier met een vertraging van in ieder geval 3 uur op haar eindbestemming te Frankfurt is gearriveerd. Dat de passagier ervoor heeft gekozen om zelf verder te reizen naar Frankfurt maakt dit niet anders. Derhalve is KLC gehouden compensatie te betalen, tenzij zij kan aantonen dat sprake is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet konden worden voorkomen in de zin van artikel 5 lid 3 van de Verordening. Onder 14 van de considerans van de Verordening heeft de gemeenschapswetgever er op gewezen dat dergelijke omstandigheden zich – onder meer – kunnen voordoen in geval van onverwachte vliegveiligheidsproblemen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij.

5.3.

KLC voert aan dat tijdens de uitvoering van de voorafgaande vlucht de gezagvoerder in verband met de vliegveiligheid, gezien de slechte weeromstandigheden te Alesund, heeft besloten om uit te wijken naar een andere luchthaven. De beslissing was onvermijdelijk omdat de bewolking tijdens de vlucht steeds dichter werd. Om 19:31 uur UTC werd er een kans van 30% geschat dat het zicht beneden de zogenaamde ‘operating limits’ zou dalen. Dat wil zeggen dat het zicht dermate slecht is dat niet langer geland kan worden. De piloten hebben nog een poging gedaan om te landen maar dit bleek helaas niet mogelijk. De gezagvoerder heeft daarop besloten uit te wijken naar een andere luchthaven, Trondheim. Het betreft een discretionaire bevoegdheid van de gezagvoerder. Het toestel is aldaar om 21:38 uur UTC geland. De weersomstandigheden op de luchthaven Alesund verslechterde vervolgens nog verder waardoor het op 9 juni 2018 niet mogelijk was om op de luchthaven te landen. Het was de bemanning vervolgens pas de volgende dag om 11:00 uur UTC toegestaan om de vlucht naar Alesund te hervatten. Het toestel is om 11:50 uur UTC in Alesund gearriveerd. Aldaar is de vertrekprocedure zo spoedig mogelijk uitgevoerd. De vlucht is om 12:18 uur UTC aangevangen en om 14:14 uur UTC in Amsterdam gearriveerd.

5.4.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft KLC voldoende aangetoond dat de vlucht met vertraging is uitgevoerd, omdat de gezagvoerder vanwege de weersomstandigheden te Alesund de noodzakelijke beslissing heeft genomen om uit te wijken naar een andere luchthaven. Tegenover de betwisting van Flightright heeft KLC gemotiveerd onderbouwd dat de gezagvoerder gelet op de dichtheid van de laaghangende wolkenbasis de beslissing heeft genomen om uit te wijken naar Trondheim. De kantonrechter is van oordeel dat beslissingen van een gezagvoerder terughoudend en marginaal moeten worden getoetst. Het is niet aan de kantonrechter om te oordelen of de gezagvoerder de juiste beslissing heeft genomen. De kantonrechter gaat dan ook voorbij aan de stelling van Flightright, dat met behulp van de in het toestel aanwezige technologie en de luchtverkeerstoren door de grauwste wolken kan worden gevlogen, aangezien wolken niet van beton zijn. Dit betekent immers niet, zoals KLC ook aanvoert, dat piloten er doorheen kunnen kijken en veilig kunnen landen. De gezagvoerder is verantwoordelijk voor de veiligheid van het toestel en alle personen in het toestel en is bevoegd beslissingen te nemen en bevelen te geven om de veiligheid te waarborgen. Anders dan Flightright stelt werken bovenstaande omstandigheden door op de onderhavige vlucht. Doordat de voorafgaande vlucht niet kon landen in Alesund en de bemanning vervolgens de verplichte rusttijd in acht moest nemen is de vlucht vertraagd uitgevoerd. Aldus is de kantonrechter van oordeel dat de vertraging op de eindbestemming is ontstaan door buitengewone omstandigheden.

5.5.

De vraag die de kantonrechter vervolgens dient te beantwoorden is of KLC alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te beperken. KLC heeft onbetwist aangevoerd dat zij de passagier te Alesund alternatief vervoer heeft aangeboden, nadat duidelijk werd dat zij haar aansluiting niet zou kunnen halen. De passagier heeft vervolgens aangegeven dat zij geen omboeking wenste en gebruik wilde maken van de onderhavige vlucht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat KLC alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagier te beperken. Dat de passagier hiervan geen gebruik wenste te maken kan niet aan KLC worden tegengeworpen. De vordering op grond van artikel 7 van de Verordening wordt dan ook afgewezen.

5.6.

De proceskosten komen voor rekening van Flightright, omdat deze ongelijk krijgt. De nakosten kunnen worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLC worden gemaakt.

6 De beslissing

De kantonrechter:

6.1.

wijst de vordering af;

6.2.

veroordeelt Flightright tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor KLC worden vastgesteld op een bedrag van € 144,00 aan salaris van de gemachtigde van KLC.

6.3.

veroordeelt Flightright tot betaling van € 36,00 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door KLC worden gemaakt;

6.4.

verklaart dit vonnis, voor wat betreft de proceskostenveroordeling, uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter